rijk/ministeriele-regeling/regeling-hap/BWBR0016223
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling HAP BWBR0016223 ministeriele-regeling geldend 2003-12-31 https://wetten.overheid.nl/BWBR0016223 Regeling HAP

Regeling HAP

Artikel 1

De afschrijvingstermijnen voor de materiële vaste activa luiden als volgt:

Artikel 2

1. Bij een actief dat in gebruik is, kan van de in artikel 1 genoemde termijnen worden afgeweken, mits hiervoor vooraf toestemming is verleend door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

2. Bij een nieuw actief kan van de in artikel 1 genoemde termijnen worden afgeweken, mits hiervoor uiterlijk in het jaar van aanschaf van dat actief toestemming is verleend door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

3. Voor activa die niet in artikel 1 zijn genoemd, blijft de afschrijvingstermijn ongewijzigd.

Artikel 3

1. In de begroting of de meerjarenraming opgenomen investeringen worden geacht te zijn gedaan op 1 juli van het jaar van aanschaf of ingebruikname.

2. Gerealiseerde investeringen worden afgeschreven vanaf het moment van aanschaf of ingebruikname.

Artikel 4

Onder de financiële vaste activa wordt opgenomen de netto-vermogenswaarde (het saldo van bezittingen en schulden) van alle samenwerkingsverbanden waarin het regionaal politiekorps deelneemt, zowel van bovenregionale als van interregionale aard.

Artikel 5

Beleggingen van liquide middelen in welke vorm ook worden opgenomen onder de post liquide middelen.

Artikel 6

De balans bevat de volgende voorzieningen:

    1. een Voorziening Tijdelijke Ouderenregeling (TOR). De omvang van deze voorziening wordt per balansdatum als volgt berekend: A x B x C + D E, waarin: A = het aantal personen dat in de jaren waarvoor de TOR van kracht is, naar verwachting van de TOR gebruik maakt; B = de periode gedurende welke de personen onder A gebruik maken van de TOR; C = het salarisniveau, inclusief sociale lasten, van de personen onder A volgens de begroting, respectievelijk, in voorkomend geval, de jaarrekening; D = de kosten van het verlof, inclusief sociale lasten, voorafgaand aan de postactieve periode; E = de bijdrage die voor de personen onder A van het Rijk als bijzondere bijdrage wordt ontvangen als tegemoetkoming in de kosten van de TOR;
    1. een Voorziening wachtgelden/WW. Deze voorziening wordt als volgt berekend: P x Q x R, waarin: P = het aantal personen per balansdatum dat recht heeft op een uitkering als vervat in een wachtgeldregeling/WW; Q = de periode gedurende welke de personen onder P gebruik maken van de wachtgeldregeling/WW; R = het salarisniveau van de personen onder P volgens de begroting, respectievelijk, in voorkomend geval, de jaarrekening;
    1. een Voorziening periodiek onderhoud huisvesting. Aan deze voorziening ligt een door het Regionaal College goedgekeurd meerjarig onderhoudsplan ten grondslag.

Artikel 7

1. Het vormen van nieuwe voorzieningen is toegestaan nadat daartoe op verzoek van de korpsbeheerder toestemming is verleend door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

2. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid dient te worden ingediend uiterlijk op 1 december van het begrotingsjaar waarin de voorziening wordt gevormd.

Artikel 8

1.

De balans bevat tenminste de volgende kortlopende schulden:

a. a. een post Vakantiegeld. Deze post heeft betrekking op de opgebouwde vakantierechten van het personeel per de datum van de balans. b. b. een post Verlofstuwmeer. Deze post wordt als volgt berekend: E x F, waarin E de som is van het aantal openstaande verlofuren, overuren, meeruren en spaaruren per balansdatum en F een bedrag per uur zoals vastgelegd in de circulaire die jaarlijks uiterlijk 1 december op grond van artikel 2, achtste lid, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen wordt verzonden.

2. De egalisatierekening behoort tot de balanspost Kortlopende schulden.

Artikel 9

1. Aanschaffingen boven een bedrag van € 5.000 en aanschaffingen waarvan het bedrag per eenheid groter is dan € 500 en het totaalbedrag van de aanschaffing een bedrag van € 5.000 overschrijdt, worden geactiveerd.

2. Toepassing van het begrip ideaalcomplex in plaats van activering is niet toegestaan.

3. De kosten van groot onderhoud dat ten doel heeft de levensduur van een gebouw te verlengen of de functionaliteit van een gebouw te wijzigen, worden geactiveerd en afgeschreven over de resterende gebruiksduur van het pand.

Artikel 10

Een voordelig, respectievelijk nadelig effect als gevolg van de herziening van de afschrijvingstermijnen over het reeds verstreken deel van de afschrijvingsperiode, genoemd in artikel 1, wordt ten gunste, respectievelijk ten laste van de reserve waardeverschillen gebracht.

Artikel 11

1. De omvang van de reserve waardeverschillen die vrijvalt als gevolg van het bepaalde in het Besluit van 15 december 2003, tot wijziging van het Besluit comptabele regelgeving regionale politiekorpsen en het Besluit financiën regionale politiekorpsen in verband met de mogelijkheid om regels te stellen ter zake van de begroting, meerjarenraming en jaarrekening, alsmede de wijziging van de uiterste datum van indiening van de jaarrekening en het jaarverslag (Stb. 2003, 560) wordt ten gunste, respectievelijk ten laste van de algemene reserve gebracht.

2. De mutaties in de balansposten als gevolg van het bepaalde in artikel 6 worden ten gunste, respectievelijk ten laste van de algemene reserve gebracht.

Artikel 12

1. De bepaling van het exploitatieresultaat in de meerjarenraming en de jaarrekening, zijnde het resultaat uit normale bedrijfsvoering plus de buitengewone baten minus de buitengewone lasten, geschiedt zonder dotaties of onttrekkingen aan de bestemmingsreserves, tenzij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, al dan niet op verzoek van de korpsbeheerder, anderszins besluit.

2. Mutaties in reserves die gepland zijn of waarvoor reeds toestemming is verleend door het Regionaal College, worden bij de bestemming van het resultaat expliciet in beeld gebracht.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling HAP

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2003.