40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling inkomensvoorziening voor oudere gewezen zelfstandigen in de veehouderij | BWBR0011391 | ministeriele-regeling | geldend | 2000-06-02 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0011391 | Regeling inkomensvoorziening voor oudere gewezen zelfstandigen in de veehouderij |
Regeling inkomensvoorziening voor oudere gewezen zelfstandigen in de veehouderij
Paragraaf 1. Begripsomschrijvingen en toepasselijkheid andere regelingen
Artikel 1
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel e, is een persoon aangewezen op arbeid in het eigen bedrijf indien is voldaan aan het urencriterium, bedoeld in artikel 3.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Artikel 2
In deze regeling wordt met de zelfstandige gelijkgesteld de meewerkende echtgenoot, die gedurende het kalenderjaar ten minste 525 uren arbeid verricht in het voor eigen rekening feitelijk uitgeoefende bedrijf en voldoet aan de voorwaarde genoemd in artikel 9, eerste lid, onderdeel a.
Artikel 3
In deze regeling wordt mede als zelfstandige aangemerkt de persoon die voldoet aan artikel 1, tweede lid, en aan de voorwaarden genoemd in artikel 9 en die:
a. a. met anderen een bedrijf uitoefent in de vorm van een maatschap, een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap, indien:
1º.
de volledige zeggenschap in het bedrijf alleen of met die anderen wordt uitgeoefend en
2º.
de financiële risico’s van het bedrijf alleen of met die anderen worden gedragen, of
1º. 1º. de volledige zeggenschap in het bedrijf alleen of met die anderen wordt uitgeoefend en 2º. 2º. de financiële risico’s van het bedrijf alleen of met die anderen worden gedragen, of b. b. anders dan als werknemer als bedoeld in de Werkloosheidswet, een bedrijf uitoefent in de vorm van een besloten vennootschap of naamloze vennootschap.
Artikel 4
1. Op het vaststellen van het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdelen d en e, zijn de artikelen 2 en 3 van het Inkomensbesluit IOAZ van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 3, vijfde lid, van het Inkomensbesluit IOAZ de minister in de plaats treedt van burgemeester en wethouders.
2. Op de waardering van het vermogen, bedoeld in artikel 9, onderdeel f, is het Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 december 2000, houdende nadere regels met betrekking tot de waardering van het vermogen van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Stcrt. 244), van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van de artikelen 11 en 12 van het Besluit de minister in plaats treedt van burgemeester en wethouders.
Artikel 5
De bij of krachtens de artikelen 3, 4, 5, vierde lid, 8, eerste en tweede lid, 9, tweede lid, 10, eerste lid, 14, 20, tweede tot en met vierde lid en zesde lid, 23, 24, 35, eerste tot en met derde lid en vijfde lid, 36, 37, eerste lid, 38, 47 en 48 van de wet gestelde regels zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat een vermogensvrijlating geldt die gelijk is aan het bedrag, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet, vermenigvuldigd met de factor 1,5 en met dien verstande dat voor de toepassing van bij of krachtens de artikelen 14, 20, tweede tot en met vierde lid en zesde lid, 36, 38, 47 en 48 van de wet gestelde regels de minister in de plaats treedt van burgemeester en wethouders.
Paragraaf 2. Bijdrage
Artikel 6
De minister kan een bijdrage verstrekken aan een zelfstandige voor het beëindigen van het bedrijf.
Artikel 7
1. De bijdrage bedraagt het verschil tussen de van toepassing zijnde grondslag en het inkomen, als bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid, van de wet.
2.
De grondslag, bedoeld in het eerste lid, is voor:
a. a. de gewezen zelfstandige en de echtgenoot tezamen netto gelijk aan € 1.067,74; b. b. de alleenstaande gewezen zelfstandige met een of meer kinderen netto gelijk aan € 960,90; c. c. de alleenstaande gewezen zelfstandige zonder kinderen netto gelijk aan € 747,36.
3. Indien de in artikel 5, vijfde lid, van de wet voor de onderscheiden situaties geldende grondslagen wijzigen, treden deze grondslagen in de plaats van de in het tweede lid onderscheiden grondslagen.
Artikel 8
Op grond van deze regeling kan een bijdrage worden verstrekt tot en met 31 december 2003, dan wel, indien dit eerder is, tot de eerste dag van de maand waarin de gewezen zelfstandige de leeftijd van 65 jaar bereikt.
Paragraaf 3. Voorwaarden
Artikel 9
1.
De zelfstandige voldoet aan elk van de volgende voorwaarden:
a. a. de zelfstandige is op het tijdstip van de indiening van de aanvraag nog geen 65 jaar en is op 1 januari 2004 ten minste 55 jaar; b. b. de zelfstandige oefent één of meer bedrijven uit met tezamen, blijkens de opgave gedaan overeenkomstig artikel 3 van de Regeling landbouwtelling 2000, een productieomvang van ten minste 15 Nederlandse grootte-eenheden van de in bijlage A bij deze regeling aangegeven diersoorten, onderscheidenlijk diercategorieën; c. c. de zelfstandige heeft gedurende drie jaar voorafgaand aan de aanvraag onafgebroken rechtmatig in Nederland of in een andere lidstaat van de Europese Unie een bedrijf uitgeoefend, en heeft gedurende zeven jaar voorafgaand aan de bedoelde drie jaar rechtmatig een bedrijf of een beroep in Nederland of in een andere lidstaat van de Europese Unie uitgeoefend of arbeid in dienstverband verricht; d. d. de zelfstandige heeft gedurende de laatste drie boekjaren voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend gemiddeld per jaar een inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven genoten dat minder is dan € 30.017,56; e. e. de zelfstandige zou bij voortzetting van het bedrijf een inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven hebben dat naar het oordeel van de minister duurzaam minder is dan € 20.011,71; f. f. de zelfstandige komt niet in aanmerking voor een uitkering op grond van de wet of komt in aanmerking voor een uitkering op grond van de wet maar heeft een vermogen dat groter is dan € 102.554,33; g. g. de zelfstandige heeft uiterlijk tegelijk met de aanvraag tot verlening van een bijdrage op grond van deze regeling bij de Directeur Laser een aanvraag ingediend tot subsidieverlening op grond van artikel 5 van de Regeling beëindiging veehouderijtakken voor alle veehouderijtakken op elk van zijn bedrijven.
2.
Geen bijdrage wordt verleend indien:
a. a. de zelfstandige een subsidie op grond van artikel 5 van de Regeling beëindiging veehouderijtakken is geweigerd; b. b. de zelfstandige zelf of de echtgenoot de arbeid in bedrijf of beroep hervat of aanvangt; c. c. de zelfstandige buiten Nederland woont of aldaar anders dan tijdelijk verblijf houdt; d. d. de zelfstandige niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000. e. e. de zelfstandige rechtens zijn vrijheid is ontnomen.
3. Indien zich ten aanzien van de echtgenoot een omstandigheid voordoet als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, d of e, wordt de zelfstandige voor de toepassing van artikel 7 aangemerkt als alleenstaande.
Artikel 9a
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, onderdeel b, geldt ten aanzien van de MKZ-geruimde als voorwaarde dat hij één of meer bedrijven uitoefent met tezamen, blijkens de opgave gedaan overeenkomstig artikel 3 van de Regeling landbouwtelling 2000, een productieomvang van ten minste 15 Nederlandse grootte-eenheden van de in bijlage B bij deze regeling aangegeven diersoorten, onderscheidenlijk diercategorieën.
2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, onderdeel b, geldt ten aanzien van de MKZ-getroffene als voorwaarde dat hij één of meer bedrijven uitoefent met tezamen, blijkens de opgave gedaan overeenkomstig artikel 3 van de Regeling landbouwtelling 2000, een productieomvang van ten minste 15 Nederlandse grootte-eenheden van de in bijlage C bij deze regeling aangegeven diersoorten, onderscheidenlijk diercategorieën.
3. Artikel 9, eerste lid, onderdeel g, en tweede lid, onderdeel a, is niet van toepassing op de MKZ-geruimde of de MKZ-getroffene.
Paragraaf 4. Aanvraag
Artikel 10
1. De aanvraag voor een bijdrage wordt ingediend bij de Directeur Laser, te Diemen.
2. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een daartoe door de Directeur Laser ter beschikking gesteld formulier.
3. De aanvraag kan worden ingediend door de zelfstandige met ingang van 1 augustus 2001 om 9.00 uur tot uiterlijk 20 december 2001 om 17.00 uur.
4. De aanvragen worden in behandeling genomen in volgorde van ontvangst van de volledig ingediende aanvragen. Bij gelijktijdige ontvangst wordt de volgorde van behandeling door loting bepaald.
Artikel 11
Op grond van deze regeling wordt aan ten hoogste 300 zelfstandigen een bijdrage verleend.
Paragraaf 5. Verplichtingen
Artikel 12
De zelfstandige of gewezen zelfstandige is verplicht aan de Directeur Laser:
a. a. onverwijld uit eigener beweging mededeling te doen van al hetgeen van belang is voor de verstrekking of voortzetting van de bijdrage, zo mogelijk onder overlegging van bewijsstukken; b. b. alle medewerking te verlenen die nodig is voor de uitvoering van deze regeling; c. c. toestemming te verlenen voor inzage en gebruik van de voor de verstrekking van de bijdrage noodzakelijke belastinggegevens.
Artikel 13
1. De bijdrage wordt vastgesteld nadat de zelfstandige het bedrijf heeft beëindigd. De daartoe dienende bewijsstukken worden bij de Directeur Laser ingediend.
2. De verlening van de bijdrage wordt ingetrokken indien de zelfstandige niet binnen een periode van 18 maanden na verlening van de bijdrage het bedrijf heeft beëindigd.
Artikel 14
1.
Een beschikking tot verlening of vaststelling van de bijdrage wordt ingetrokken of ten nadele van de ontvanger gewijzigd, indien:
a. a. de beschikking tot subsidieverlening of -vaststelling op grond van artikel 5 van de Regeling beëindiging veehouderijtakken is ingetrokken, b. b. één van de in artikel 9, tweede lid, onderdelen b tot en met e, bedoelde omstandigheden zich voordoet.
2. Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op de MKZ-geruimde of MKZ-getroffene.
3. Indien de beschikking tot verlening of vaststelling van de bijdrage vanwege één van de in artikel 9, tweede lid, onderdelen b tot en met e, bedoelde omstandigheden is ingetrokken en deze omstandigheid zich niet langer voordoet, herleeft het recht op de bijdrage.
Artikel 15
Indien de beschikking tot vaststelling van de bijdrage is ingetrokken of ten nadele van de gewezen zelfstandige is gewijzigd, betaalt de gewezen zelfstandige de door hem ontvangen bedragen terug op eerste vordering van de minister vermeerderd met de wettelijke rente over de periode van de datum van intrekking tot het tijdstip van algehele voldoening.
Paragraaf 6. Slotbepalingen
Artikel 16
Met het toezicht op de naleving van deze regeling zijn belast medewerkers van Laser en van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
Artikel 17
Vervallen
Artikel 18
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 19
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inkomensvoorziening voor oudere gewezen zelfstandigen in de veehouderij.
Bijlage
Vervallen