rijk/ministeriele-regeling/regeling-inrichting-begroting-en-jaarrekening-kamers-van-koophandel/BWBR0016949
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling inrichting begroting en jaarrekening kamers van koophandel BWBR0016949 ministeriele-regeling geldend 2007-12-03 https://wetten.overheid.nl/BWBR0016949 Regeling inrichting begroting en jaarrekening kamers van koophandel

Regeling inrichting begroting en jaarrekening kamers van koophandel

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. wet: Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997; b. b. product: een goed of een dienst die een kamer pleegt te leveren onderscheidenlijk pleegt te verrichten ter uitvoering van een specifieke taak; c. c. FAO-handboek: de richtlijnen en regels met betrekking tot de inrichting van de begroting en jaarrekening die door de Financieel Administratieve Organisatie van de kamers zijn opgesteld; d. d. accountantsprotocol: de richtlijnen en regels met betrekking tot de accountantscontrole die door het samenwerkingsverband zijn opgesteld.

Artikel 2

1. De inrichting van de begroting en jaarrekening geschiedt conform het bepaalde in het FAO-handboek behoudens ontheffing door de minister.

2. Het FAO-handboek wordt jaarlijks voor 1 juli door de kamers vastgesteld en wordt voor 1 augustus aan de minister gezonden.

3. De minister kan op aanvraag voor één jaar ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. Een aanvraag wordt door het algemeen bestuur van een kamer voor 15 juli bij de minister ingediend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

Artikel 3

1.

De begroting en jaarrekening van een kamer wordt ingedeeld aan de hand van de volgende hoofdproductgroepen:

a. a. registratie taak; b. b. nationale taak; c. c. regionale taak; d. d. uitvoering van taken als bedoeld in de artikelen 28 en 29 van de wet .

2. Binnen de hoofdproductgroepen wordt voorts een onderscheid gemaakt naar productgroepen, die telkens een groep gelijksoortige producten met betrekking tot een specifieke taak betreffen, en naar individuele producten.

3. In de begroting en jaarrekening van een kamer wordt ten aanzien van elk individueel product de kostprijs, de heffing, de opbrengst en het percentage profijtbeginsel per eenheid product opgenomen. Voorts worden per product zowel de totale verwachte kosten als de totale verwachte opbrengsten in het begrotingsjaar opgenomen. De minister kan op aanvraag van de kamers gezamenlijk vrijstelling verlenen van het bepaalde in de eerste volzin.

4. Ten aanzien van de niet direct aan een bepaald product toe te rekenen kosten wordt aangegeven op welke wijze deze naar redelijkheid en billijkheid over welke producten zijn verdeeld.

5. In de begroting en jaarrekening wordt de post rentebaten en soortgelijke opbrengsten gespecificeerd.

6. De overzichten genoemd in artikel 46 van de wet onderscheiden tussen de kamers gezamenlijk, het samenwerkingsverband, en de kamers en het samenwerkingsverband gezamenlijk.

Artikel 4

1. De balans is ingericht overeenkomstig model B van het Besluit modellen jaarrekening, voorzover de in dat model genoemde categorieën van toepassing zijn.

2. De winst- en verliesrekening wordt opgesteld overeenkomstig model E van het Besluit modellen jaarrekening.

3. Aanvullend op de winst- en verliesrekening wordt ten aanzien van elk product een overeenkomstig de indeling van de begroting opgestelde staat van kosten en opbrengsten opgesteld.

Artikel 5

1. De toelichting op de begroting en jaarrekening bestaat uit een algemeen gedeelte en een toelichting per productgroep als bedoeld in artikel 3, tweede lid.

2. De toelichting op de jaarrekening wordt opgesteld overeenkomstig de bepalingen gesteld bij of krachtens titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Ten aanzien van de in artikel 4, derde lid, bedoelde staat van kosten en opbrengsten van elk product wordt in ieder geval een toelichting gegeven met betrekking tot een afwijking van meer dan 10 procent ten opzichte van de in de begroting opgenomen verwachte kosten onderscheidenlijk verwachte opbrengsten van het desbetreffende product in het jaar waar de jaarrekening betrekking op heeft, voor zover deze kosten of opbrengsten meer bedragen dan € 25.000.

Artikel 5a

1. Het samenwerkingsverband stelt een accountantsprotocol vast, en zendt het aan de Minister.

2. Indien het accountantsprotocol wordt gewijzigd, wordt het protocol voor 1 juli van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop het gewijzigde protocol voor de eerste keer van toepassing is, door het samenwerkingsverband vastgesteld, en voor 1 augustus aan de Minister gezonden.

Artikel 6

De staat van kosten en opbrengsten is naast de in artikel 35, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen bedoelde verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening, voorzien van een verklaring van de accountant die de controle heeft verricht. In deze verklaring wordt aangegeven dat de producten van de kamer in de staat van kosten en opbrengsten overeenkomstig de indeling van de begroting zijn ingedeeld en dat behoudens in een geval als bedoeld in artikel 2, derde lid, de jaarrekening conform het FAO-handboek is opgesteld.

Artikel 7

1. Het eigen vermogen van een kamer bedraagt ten hoogste 100 procent van de jaarlijkse personeelslasten vermeerderd met 80 procent van de overige bedrijfskosten, en tenminste 50 procent van de jaarlijkse personeelslasten vermeerderd met 40 procent van de overige bedrijfskosten.

2. Indien de hoogte van het eigen vermogen afwijkt van het bepaalde in het eerste lid, deelt het algemeen bestuur van de kamer de minister schriftelijk mede welke acties worden ondernomen om het eigen vermogen in overeenstemming te brengen met het bepaalde in het eerste lid. Voor mutaties in het eigen vermogen is zolang het eigen vermogen afwijkt van het bepaalde in het eerste lid, goedkeuring van de minister vereist.

Artikel 8

1. Het algemeen bestuur draagt er zorg voor dat met de begroting en het activiteitenplan tevens de checklist begroting en activiteitenplan, waarvan het model is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling, alsmede het verslag betreffende de begrotingsbehandeling van de vergaderingen van het algemeen bestuur worden toegestuurd aan de minister.

2. Het algemeen bestuur draagt er zorg voor dat met de jaarrekening tevens de checklist jaarrekening, waarvan het model is opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling, wordt toegestuurd aan de minister.

Artikel 9

De Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 16 februari 1998, nr. 1998/98009661 WJA/W houdende uitvoering van artikel 49 van de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997 wordt ingetrokken.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel 2, tweede en derde lid, dat op 1 januari 2005 in werking treedt.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inrichting begroting en jaarrekening kamers van koophandel.

Bijlage 1. Checklist Begroting & Activiteitenplan kamer van koophandel

Kamer van koophandel:

*) De vragen die met Nee zijn beantwoord dienen apart te worden toegelicht.

  1. In welk dagblad is mededeling gedaan van de terinzagelegging van de begroting?

  2. Is de begroting vóór 1 november vastgesteld door het AB?

Datum:

  1. Is de begroting ingedeeld in de hoofdproductgroepen?

  2. Zijn binnen de hoofdproductgroepen productgroepen en producten onderscheiden?

  3. Bevat de begroting de kostprijs, de heffing, de opbrengst, het percentage profijtbeginsel en de totale verwachte kosten en opbrengsten t.a.v. elk product dat de kamer aanbiedt?

  4. Is aangegeven hoe niet direct toe te rekenen kosten zijn toegerekend?

  5. Bestaat de toelichting op de begroting uit:

A) algemeen gedeelte

B) toelichting per productgroep

C) toelichting per product*

*) Als kosten en opbrengsten > € 25.000 én meer dan 10% afwijken van de begroting van het voorgaande jaar

  1. Zijn de posten rentebaten en soortgelijke opbrengsten nader gespecificeerd conform de richtlijnen?

  2. Is in de begroting opgave gedaan van de projecten en activiteiten > € 25.000?

  3. Valt het eigen vermogen bij realisatie van de begroting binnen het voorgeschreven minimum en het maximum?

  4. Met welk bedrag worden de inkomsten uit heffingen gecorrigeerd door middel van de egalisatiereserve?

  5. Is het activiteitenplan vóór 1 november vastgesteld door het AB?

Datum:

  1. De toelichting op de toerekening van de indirecte kosten (cf. FAO-handboek 4.5) wordt gegeven op de volgende pagina(s):

  2. Is het FAO-handboek consequent gevolgd?

  3. Is in geval van afwijkingen op het FAO-handboek een verzoek tot afwijking ingediend bij de minister?

  4. Heffingsopbrengsten

  5. Percentage productopbrengst t.a.v. totale inkomsten (excl. complementaire producten)

  6. Kengetallen (Solvabiliteit; Liquiditeit en Percentage indirecte kosten Registratietaak, Nationale taak en Regionale taak)

  7. Vermogensmutaties

  8. Is er in de begroting sprake van een solvabiliteit ≥ 20% én liquiditeit ≥ 1,3 én een positieve vermogensmutatie?  

  9. Wat zijn de directe kosten per taak per FTE?

22. Wat zijn per 1000 inschrijvingen de kosten van de kamer van koophandel?

23. Hoeveel directe FTE wordt per taak ingezet, en wat zijn de kosten per taak per 1000 inschrijvingen?

  1. Is het algemeen bestuur ermee akkoord dat het ministerie van Economische Zaken de begroting voorlegt aan de VVK en de VVK het ministerie van Economische Zaken informeert of bovenstaande vragen correct zijn beantwoord?  

Hierbij verklaart de voorzitter van de kamer van koophandel ............. namens het algemeen bestuur dat de begroting en het activiteitenplan naar het oordeel van het algemeen bestuur een juiste en volledige weergave zijn van de voorziene kosten, opbrengsten en voorgenomen activiteiten, alsmede dat besluiten van de kamer in overeenstemming zijn met de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften.

Handtekening

Plaats

Datum

Bijlage 2. Checklist Jaarrekening kamer van koophandel

Kamer van koophandel:

*) De vragen die met Nee zijn beantwoord dienen apart te worden toegelicht.

  1. Is de jaarrekening van de kamer opgesteld overeenkomstig de algemene bepalingen en de voorschriften opgenomen in titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek?

  2. Is de balans ingericht overeenkomstig model B van het Besluit modellen jaarrekening?

  3. Is de winst- en verliesrekening wordt opgesteld overeenkomstig model E van het Besluit modellen jaarrekening?

  4. Is aanvullend op de winst- en verliesrekening t.a.v. elk product een staat van kosten en opbrengsten opgesteld overeenkomstig de indeling van de begroting?

  5. Zijn alle beleggingen en de opbrengsten vermeld conform de richtlijnen?

  6. Is de toelichting op de jaarrekening opgesteld overeenkomstig de bij of krachtens titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek gestelde voorschriften?

  7. Zijn bij de staat van kosten en opbrengsten van elk product een toelichting gegeven op de afwijking van meer dan 10 procent ten opzichte van de in de begroting opgenomen verwachte kosten onderscheidenlijk verwachte opbrengsten van het desbetreffende product in het jaar waar de jaarrekening betrekking op heeft, voor zover deze kosten of opbrengsten meer bedragen dan € 25.000?

  8. Is de staat van kosten en opbrengsten naast de in naast de in artikel 35, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen bedoelde verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening, voorzien van een verklaring van de accountant die de controle heeft verricht, dat de producten van de kamer in die staat van kosten en opbrengsten overeenkomstig de indeling van de begroting zijn ingedeeld en alle overige FAO-richtlijnen bij de opstelling zijn toegepast?

  9. Opbouw resultaat

  10. Bevindt het eigen vermogen zich, na toewijzing van het resultaat, binnen de vastgestelde bandbreedte?

Hierbij verklaart de voorzitter van de kamer van koophandel ...................... namens het algemeen bestuur dat de jaarrekening en het jaarverslag naar het oordeel van het algemeen bestuur een juiste en volledige weergave zijn van de kosten, opbrengsten en gerealiseerde activiteiten, alsmede dat de onderliggende besluiten van de kamer in overeenstemming zijn met de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften.

Handtekening

Plaats

Datum