rijk/ministeriele-regeling/regeling-kenmerken-registratie-en-luchtwaardigheid-militaire-luchtvaartuigen-202/BWBR0046624
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling kenmerken, registratie en luchtwaardigheid militaire luchtvaartuigen 2022 BWBR0046624 ministeriele-regeling geldend 2022-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0046624 Regeling kenmerken, registratie en luchtwaardigheid militaire luchtvaartuigen 2022

Regeling kenmerken, registratie en luchtwaardigheid militaire luchtvaartuigen 2022

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

    *Minister:* Minister van Defensie;

    *register:* door de Militaire Luchtvaart Autoriteit aangehouden register van in Nederland geregistreerde militaire luchtvaartuigen;

    *wet:*
    Wet luchtvaart.

Paragraaf 2. Vrijstelling van het verbod om toestellen in het luchtruim te gebruiken

Artikel 2

Militaire raketten en militaire projectielen zijn vrijgesteld van het verbod, bedoeld in artikel 1.2a, eerste lid, van de wet, voor zover deze raketten of projectielen worden gebruikt in een gebied dat voor burgerluchtverkeer is gesloten.

Paragraaf 3. Nationaliteitskenmerk en inschrijvingskenmerk

Artikel 3

1. Het nationaliteitskenmerk, te voeren door een in Nederland geregistreerd militair luchtvaartuig, bestaat uit twee concentrische cirkels, waarvan de binnenste een straal heeft gelijk aan een vijfde deel van die van de buitenste.

2. Het gedeelte van de buitenste cirkel, dat niet tevens behoort tot de binnenste cirkel, is verdeeld in drie gelijke sectoren. Rechtsomgaand vertonen de sectoren de kleuren van de Nederlandse vlag. De binnenste cirkel is oranje gekleurd.

3. In afwijking van het tweede lid kunnen voor luchtvaartuigen die zijn bedoeld voor gebruik onder operationele omstandigheden, de drie sectoren van de buitenste cirkel rechtsomgaand de kleuren groen, lichtgroen en donkergroen of grijs, lichtgrijs en donkergrijs vertonen. Daarbij kunnen zowel de buitenste als de binnenste cirkel, alsmede de drie gelijke sectoren, aangegeven worden door middel van zwarte lijnen. De binnenste cirkel is grijs gekleurd of in dezelfde kleur als de basiskleur van het luchtvaartuig.

4.

Het nationaliteitskenmerk wordt gevoerd ter weerszijden van de romp of op het verticale staartvlak en bovendien:

a. a. door luchtvaartuigen met een vleugel op de bovenzijde van de bakboordhelft en op de onderzijde van de stuurboordhelft van de vleugel; b. b. door de hefschroefvliegtuigen op de boven- en onderzijde van de romp, tenzij de kenmerken ter weerszijden van de romp van bovenaf of van onderaf zichtbaar zijn.

Artikel 4

1. Het nationaliteitskenmerk ter weerszijden van de romp wordt bij luchtvaartuigen met een vleugel aangebracht op het voorste gedeelte van de romp achter de vleugel.

2. Op luchtvaartuigen waarbij het rompgedeelte voor de vleugel aanmerkelijk langer is dan dat achter de vleugel en op luchtvaartuigen met de vleugel in sterke pijlstelling wordt het nationaliteitskenmerk op het achterste gedeelte van de romp voor de vleugel geplaatst.

3. Luchtvaartuigen met een dubbele staart voeren het nationaliteitskenmerk op de buitenzijde van de verticale staartvlakken.

4. Voor het bepalen van de plaats van het nationaliteitskenmerk op de vleugel geldt, dat het middelpunt daarvan zoveel mogelijk even ver van de voor- als van de achterrand van de vleugel moet liggen en op een derde van de spanwijdte, gerekend vanaf de hartlijn.

5. Bij het nationaliteitskenmerk ter weerszijden van de romp wijst de scheiding tussen de blauwe en de rode sector, onderscheidenlijk tussen de donkergroene en de groene sector dan wel tussen de donkergrijze en de grijze sector, naar boven en staat zij loodrecht op de langsas. Bij het kenmerk op de vleugel en dat op de boven- en onderzijde van de romp van een hefschroefvliegtuig wijst bedoelde scheiding naar voren en is zij evenwijdig aan de langsas.

Artikel 5

De middellijn van het nationaliteitskenmerk is ten hoogste 125 centimeter en, tenzij het gaat om luchtvaartuigen die hetzij automatisch, hetzij op afstand worden bestuurd, ten minste 30 centimeter. Luchtvaartuigen die hetzij automatisch, hetzij op afstand worden bestuurd, voeren een nationaliteitskenmerk waarvan de grootte is afgestemd op de afmetingen van het luchtvaartuig, met dien verstande dat het nationaliteitskenmerk goed zichtbaar is.

Artikel 6

1. Het inschrijvingskenmerk, te voeren door een in Nederland geregistreerd militair luchtvaartuig, bestaat uit de combinatie van hoofdletters en Arabische cijfers of van een van beide, waaronder het luchtvaartuig in het register is ingeschreven.

2. De letters en cijfers worden op een lichte ondergrond in zwart, of op een donkere ondergrond in wit uitgevoerd. Voor luchtvaartuigen die het in artikel 3, derde lid, bedoelde nationaliteitskenmerk voeren, worden de letters en cijfers op een groene of grijze ondergrond in zwart uitgevoerd.

3. De letters en cijfers zijn ten minste tien centimeter hoog, tenzij het gaat om luchtvaartuigen die hetzij automatisch, hetzij op afstand worden bestuurd. Luchtvaartuigen die hetzij automatisch, hetzij op afstand worden bestuurd, voeren een inschrijvingskenmerk waarvan de grootte is afgestemd op de afmetingen van het luchtvaartuig, met dien verstande dat het inschrijvingskenmerk goed zichtbaar is.

Artikel 7

1. Het inschrijvingskenmerk wordt gevoerd aan beide zijden van het verticale staartvlak of, bij het ontbreken van een verticaal staartvlak, onder, boven of naast het nationaliteitskenmerk op de romp.

2. Luchtvaartuigen met twee of meer verticale staartvlakken voeren het inschrijvingskenmerk alleen op de buitenzijde van de verticale staartvlakken.

Artikel 8

Een in Nederland geregistreerd militair luchtvaartuig dat naar het oordeel van de Minister van historische waarde is, kan in plaats van het nationaliteits- en inschrijvingskenmerk, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 7, een nationaliteits- en inschrijvingskenmerk voeren dat door de Minister voor het desbetreffende luchtvaartuig is aangewezen.

Paragraaf 4. Registratie

Artikel 9

1.

In het register wordt in elk geval aantekening gemaakt van:

a. a. de houder van het luchtvaartuig; b. b. de type-aanduiding, het serienummer en het inschrijvingskenmerk van het luchtvaartuig; c. c. de datum van inschrijving onderscheidenlijk wijziging van inschrijving in het register, en d. d. de datum alsmede de reden van doorhaling van de inschrijving.

2. De houder van een in Nederland geregistreerd militair luchtvaartuig is verplicht bij de Militaire Luchtvaart Autoriteit melding te maken van wijzigingen in het houderschap of als hij anderszins afstand doet van dat luchtvaartuig.

Artikel 10

Het bewijs van inschrijving wordt vastgesteld overeenkomstig het model in bijlage 1 bij deze regeling.

Paragraaf 5. Militair typecertificaat, militair bewijs van luchtwaardigheid

Artikel 11

1.

De Minister geeft met betrekking tot een type-ontwerp van een militair luchtvaartuig met inbegrip van de bijbehorende motor(en), de bijbehorende propeller en het bijbehorende grondstation indien van toepassing, een typecertificaat af als bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, van de wet, overeenkomstig het model, opgenomen in bijlage 2, indien voldoende is aangetoond dat:

a. a. het militair type-ontwerp voldoet aan de voor de militaire luchtvaart in Nederland van toepassing zijnde eisen; b. b. het luchtvaartuig kan worden vervaardigd volgens methoden, die een goede kwaliteit van het product waarborgen; c. c. er ten minste één exemplaar van het militair type luchtvaartuig staat geregistreerd in het register.

2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de wijziging van typecertificaten, alsmede op de afgifte van aanvullende typecertificaten.

3.

De houder van een typecertificaat draagt er zorg voor dat zo spoedig mogelijk:

a. a. bekende of vermoede gebreken worden gemeld aan de Minister; b. b. aan de Minister alle informatie wordt gezonden betreffende de aanbevolen wijzigingen en de aanvullende aanwijzingen voor het onderhoud, de revisie en het herstel van het militair type luchtvaartuig.

Artikel 12

De Minister trekt het typecertificaat of aanvullend typecertificaat in indien:

a. a. er niet langer een exemplaar van het militair type luchtvaartuig staat geregistreerd in het register en er geen aantoonbaar belang bestaat om het typecertificaat in stand te houden; b. b. de houder van dat typecertificaat niet langer aan de verplichtingen, behorende bij het typecertificaat, kan voldoen; c. c. overige gronden naar voren komen die naar het oordeel van de Minister aanleiding geven het typecertificaat in te trekken.

Artikel 13

De Minister geeft met betrekking tot een in het register geregistreerd militair luchtvaartuig een militair bewijs van luchtwaardigheid af in combinatie met een military airworthiness review certificate (MARC) overeenkomstig de modellen, opgenomen in respectievelijk bijlage 3 en bijlage 4 van deze regeling, indien:

a. a. ten aanzien van het betrokken type een typecertificaat als bedoeld in artikel 11 is afgegeven; en b. b. voldoende is aangetoond dat het luchtvaartuig luchtwaardig is.

Artikel 14

De Minister schorst het military airworthiness review certificateen daarmee het militair bewijs van luchtwaardigheid in elk geval, indien het luchtvaartuig waarop het certificaat betrekking heeft, niet meer voldoet aan de voor het militair type luchtvaartuig vastgestelde eisen van luchtwaardigheid.

Artikel 15

De Minister trekt het militair bewijs van luchtwaardigheid met inbegrip van het military airworthiness review certificate in indien het luchtvaartuig waarop het bewijs van luchtwaardigheid betrekking heeft:

a. a. niet langer in het register staat geregistreerd; b. b. niet meer is voorzien van een geldig militair typecertificaat als bedoeld in artikel 11; c. c. overige gronden uit het oogpunt van vlieg- of luchtvaartveiligheid naar voren komen die naar het oordeel van de Minister aanleiding geven het bewijs van luchtwaardigheid in te trekken.

Paragraaf 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 16

1. Artikel 13 geldt niet ten aanzien van militaire luchtvaartuigen die voor 1 december 2019 reeds waren opgenomen in het register. Deze luchtvaartuigen zijn uitsluitend voorzien van een bewijs van luchtwaardigheid.

2. Bewijzen van luchtwaardigheid die zijn afgegeven voor 1 december 2019, behouden hun geldigheid behoudens schorsing, intrekking of vervanging door de Minister.

Artikel 17

De Regeling kenmerken, registratie en luchtwaardigheid militaire luchtvaartuigen wordt ingetrokken.

Artikel 18

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2022.

Artikel 19

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kenmerken, registratie en luchtwaardigheid militaire luchtvaartuigen 2022.

Bijlage 1

(zie artikel 10)

Bijlage 2

(zie artikel 11)

Bijlage 3

(zie artikel 13)

Bijlage 4

(zie artikel 13)