40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling langdurig werkloze Wet inschakeling werkzoekenden | BWBR0009213 | ministeriele-regeling | geldend | 1998-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0009213 | Regeling langdurig werkloze Wet inschakeling werkzoekenden |
Regeling langdurig werkloze Wet inschakeling werkzoekenden
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
1.
Met een langdurig werkloze wordt gelijkgesteld, de persoon die bij de Centrale organisatie werk en inkomen als werkloos werkzoekende is ingeschreven voor een kortere periode dan twaalf maanden, en
a. a. die op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 is toegelaten als verdragsvluchteling, tenzij hij sedert zijn toelating in Nederland reeds eerder als werknemer of als zelfstandige werkzaam is geweest, of b. b. vreemdeling is en voldoet aan artikel 3, eerste lid, of artikel 4, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen, of c. c. die arbeidsgehandicapte is in de zin van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten; d. d. die naar het oordeel van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie heeft kunnen aantonen dat hij gedurende één jaar of langer zonder onderbreking werkloos werkzoekende is geweest en in voldoende mate heeft getracht arbeid te vinden; e. e. voor wie in het belang van de vermindering van de afstand tot de arbeidsmarkt en gelet op alle omstandigheden naar het oordeel van de Centrale organisatie werk en inkomen slechts een dienstbetrekking of werkervaringsplaats aangewezen is.
2.
Met een langdurig werkloze wordt tevens gelijkgesteld, de persoon:
a. a. die arbeid verricht op een dienstbetrekking; b. b. die arbeid heeft verricht ingevolge een arbeidsovereenkomst op grond van de Rijksbijdrageregeling banenpools, zoals deze regeling luidde tot inwerkingtreding van de wet, en sindsdien geen arbeid heeft verricht anders dan op grond van de wet, waarbij artikel 3, eerste lid, onder b, van overeenkomstige toepassing is; c. c. die, nadat hij is opgehouden loon uit tegenwoordige arbeid, resultaat uit overige werkzaamheden, of winst uit onderneming in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 te genieten werkloos wordt en de leeftijd van 57,5 jaar of ouder heeft; d. d. van wie de dienstbetrekking op grond van de artikelen 11, onderdeel a, 13, eerste lid, of 23, eerste lid, onderdeel a, van de wet is beëindigd; e. e. die in aansluiting op een dienstbetrekking arbeid gaat verrichten buiten het kader van de wet, vervolgens binnen één jaar onvrijwillig werkloos wordt en het gemeentebestuur binnen 8 weken na die datum verzoekt opnieuw in aanmerking te komen voor een dienstbetrekking; f. f.
vervallen;
g. g.
vervallen;
h. h. die een arbeidsovereenkomst had als bedoeld in de Rijksbijdrageregeling banenpools, zoals deze regeling luidde vóór 1 januari 1998, en die nadien onafgebroken een dienstbetrekking heeft gehad en in de periode van 1 januari 2001 tot en met 1 juli 2002 in aansluiting op een dienstbetrekking arbeid gaat verrichten buiten het kader van de wet, vervolgens binnen twee jaar onvrijwillig werkloos wordt en het gemeentebestuur binnen 8 weken na die datum verzoekt opnieuw in aanmerking te komen voor een dienstbetrekking.
3. De persoon, die arbeid heeft verricht op een werkervaringsplaats en uit die arbeidsovereenkomst onvrijwillig werkloos is geworden en het gemeentebestuur binnen 8 weken na die datum verzoekt in aanmerking te komen voor een dienstbetrekking, wordt met een langdurig werkloze gelijkgesteld, indien voor die persoon naar het oordeel van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie in het belang van de vermindering van de afstand tot de arbeidsmarkt van die persoon slechts een dienstbetrekking aangewezen is.
Artikel 2a
1. Indien een dienstbetrekking wordt aangegaan met een werknemer, die langdurig werkloze is op grond van artikel 2, tweede lid, onderdelen e en h, is artikel 15, tweede lid, van de wet niet van toepassing voorzover in de eerdere dienstbetrekking artikel 15, tweede lid, van de wet reeds is toegepast.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de langdurig werkloze, bedoeld in artikel 2, derde lid, indien die langdurig werkloze voorafgaand aan zijn arbeid op een werkervaringsplaats arbeid heeft verricht in een dienstbetrekking.
Artikel 3
Als dagen van inschrijving als werkloos werkzoekende bij de Centrale organisatie voor werk en inkomen worden mede beschouwd de dagen waarop de langdurig werkloze niet werkzoekend was door:
a. a. het na toestemming van de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het gemeentebestuur verrichten van onbetaalde arbeid als vrijwilliger, dan wel het volgen van een cursus, opleiding of scholing; b. b. het verrichten van arbeid in een andere dan in artikel 4 van de wet bedoelde arbeidsverhouding gedurende een periode van in totaal per jaar niet meer dan 50 dagen of 400 uur; c. c. het ondergaan van hechtenis of gevangenisstraf; d. d. de door burgemeester en wethouders op grond van de Algemene bijstandswet verleende tijdelijke ontheffing van de verplichtingen genoemd in artikel 113, eerste lid, van die wet.
Artikel 4
De persoon die arbeid verricht op een werkervaringsplaats en binnen één jaar na aanvang van die arbeid onvrijwillig werkloos wordt, wordt tot één jaar na de aanvang van die arbeid als langdurig werkloze aangemerkt.
Artikel 5
1. Bij de toekenning van de normbedragen, bedoeld in artikel 12 van het besluit, wordt bij de categorie jongeren onderscheid gemaakt naar een arbeidsduur van 32 en van 36 uur.
2.
Bij de toekenning van de normbedragen wordt verder uitgegaan van de volgende categorieën werklozen telkens onderscheiden naar een arbeidsduur van 32 uur en van 36 uur:
a. a. van 1 tot 2 jaar werkloos; b. b. van 2 tot 3 jaar werkloos; c. c. van meer dan 3 jaar werkloos.
Artikel 6
Bij de indeling van de in artikel 5, tweede lid, genoemde categorieën, onderscheiden naar een arbeidsduur van 32 uur en van 36 uur, wordt uitgegaan van de periode van inschrijving bij de Centrale organisatie werk en inkomen, rekening houdend met artikel 3, direct voorafgaand aan het totstandkomen van een dienstbetrekking of werkervaringsplaats als bedoeld in de wet.
Artikel 7
1. 1De personen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, b en c, en tweede lid, onder b, worden ingedeeld in de categorie werkloze van meer dan 3 jaar.
2. De persoon, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, wordt ingedeeld in de categorie van 2 tot 3 jaar werkloos.
3. De persoon, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder c, wordt ingedeeld in de categorie van 2 tot 3 jaar werkloos, tenzij zijn inschrijvingsduur bij de Centrale organisatie werk en inkomen, rekening houdend met artikel 3 meer dan 3 jaar bedraagt.
4. De personen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder d, e en h, worden ingedeeld in een van de categorieën, bedoeld in artikel 5, tweede lid, overeenkomstig de indeling die op hen van toepassing was in hun eerdere dienstbetrekking in het kader van de wet.
5. De persoon, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, wordt ingedeeld in een van de categorieën, bedoeld in artikel 5, tweede lid, waarbij de werkloosheidsduur voorafgaand aan en na afloop van zijn arbeid wordt aangemerkt als een ononderbroken periode van werkloosheid.
6. Voor een jongere uit de categorie jongeren tot 23 jaar die 23 jaar wordt, geldt dat hij vanaf dat tijdstip tot 2 jaar daarna wordt ingedeeld in de categorie werkloze van 2 tot 3 jaar werkloos.
7. In afwijking van het zesde lid, wordt een jongere als bedoeld in dat lid die geïndiceerd is voor de Wet sociale werkvoorziening op het tijdstip waarop hij 23 wordt, ingedeeld in de categorie werkloze van meer dan 3 jaar.
Artikel 8
1. Een persoon die een werkervaringsplaats heeft beëindigd en na afloop van die arbeid ten minste 12 maanden als werkloos werkzoekende staat ingeschreven bij de Centrale organisatie werk en inkomen, rekening houdend met artikel 3, wordt ingedeeld in een van de categorieën, bedoeld in artikel 5, tweede lid, waarbij de werkloosheidsduur voorafgaand aan en na afloop van die arbeid wordt aangemerkt als een ononderbroken periode van werkloosheid.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de persoon bedoeld in artikel 2, derde lid.
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop de wet in werking treedt.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling langdurig werkloze Wet inschakeling werkzoekenden.