40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling leerplusarrangement vo | BWBR0025977 | ministeriele-regeling | geldend | 2018-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0025977 | Regeling leerplusarrangement vo |
Regeling leerplusarrangement vo
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*Minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;
b. b.
*school:* een school of scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
c. c.
*vestiging:* een onderdeel van een school dat conform beschikking van de minister als zodanig mag worden aangeduid en waarvoor toestemming bestaat om voor de bekostiging leerlingen op te tellen;
d. d.
*BRP:* basisregistratie personen;
e. e.
*register onderwijsdeelnemers:* het register onderwijsdeelnemers, bedoeld in artikel 4 van de Wet register onderwijsdeelnemers;
f. f.
*persoonsgebonden nummer:* het persoonsgebonden nummer, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
g. g.
*teldatum:* 1 oktober van enig kalenderjaar;
h. h.
*armoedeprobleemcumulatiegebied:* een cumulatiegebied zoals gehanteerd in de Armoedemonitor 2005 van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek, en wordt gebaseerd op de postcodetabel van 2009 van het Regionaal Inkomensonderzoek;
i. i.
*apc-leerling:* de leerling, die op grond van artikel 6.7 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 voor bekostiging wordt meegeteld en die woonachtig is in een postcodegebied dat valt in een armoedeprobleemcumulatiegebied;
j. j.
*L+A-leerling:* apc-leerling op een vestiging die voor bekostiging in aanmerking komt op grond van artikel 4 van deze regeling;
k. k.
*schoolplan:* het schoolplan, bedoeld in artikel 2.88 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Hoofdstuk 2. Hoofdlijnen
Paragraaf 1. Doelomschrijving
Artikel 2
1. De minister kan aanvullende bekostiging voor het Leerplusarrangement VO verstrekken aan het bevoegd gezag van een school ten behoeve van de vermindering van voortijdig schoolverlaten, het leveren van meer maatwerk aan leerlingen, en het maximaliseren van de schoolprestaties.
2. Vervallen.
Paragraaf 2. Leerplusarrangement VO
Artikel 3
1. De verstrekking van aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 2, eerste lid, vindt plaats voor één kalenderjaar.
2. De aanvullende bekostiging wordt bepaald op grond van het aantal L+A-leerlingen dat op de teldatum van enig kalenderjaar bij de school als werkelijk schoolgaand staat ingeschreven.
3. Verstrekking van de aanvullende bekostiging vindt uiterlijk plaats in de maand mei 2023. Voorwaarde voor deze verstrekking is dat op zowel de teldatum 1 oktober 2019 als op de teldatum 1 oktober 2020 de drempel, bedoeld in artikel 4, eerste lid, is gehaald.
4. De aanvullende bekostiging wordt betaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. Bij de eerste betaling wordt rekening gehouden met het moment van vaststellen. In de maand waarop de vaststelling en de eerste betaling plaatsvindt wordt ook de bekostiging van de eventueel voorafgaande maand of maanden betaald.
5. De minister kan de hoogte van de aanvullende bekostiging wijzigen indien de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, onderdeel c van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, daartoe aanleiding geeft.
6. Vaststelling van de aanvullende bekostiging vindt plaats na de verstrekking van de aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, en binnen zes maanden na ontvangst van de verklaring van de accountant, bedoeld in het vijfde lid.
Artikel 4
1.
Bij de bepaling of het bevoegd gezag van een school in aanmerking komt voor de aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt getoetst aan de volgende drempels per vestiging per onderwijssoort in een cyclus van teldata van steeds twee achtereenvolgende jaren:
a. a. minimaal 30% apc-leerlingen in het praktijkonderwijs b. b. minimaal 30% apc-leerlingen in het vmbo c. c. minimaal 50% apc-leerlingen in het havo d. d. minimaal 65% apc-leerlingen in het vwo e. e. minimaal 30% apc-leerlingen in gedeelde onderbouw met vmbo f. f. minimaal 50% apc-leerlingen in gedeelde onderbouw zonder vmbo.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt uitgegaan van de in bijlage 1 opgenomen elementcodes die aangeven aan welke onderdelen van het eerste lid de leerlingen worden toegerekend.
3. In de cyclus, bedoeld in het eerste lid, worden de twee achtereenvolgende teldata slechts éénmaal bij de vaststelling van de drempel gehanteerd.
4. De drempel, bedoeld in het eerste lid, wordt procentueel bepaald door per onderdeel van het eerste lid het aantal apc-leerlingen van de vestiging per onderwijssoort te delen door het totaal aantal leerlingen van de vestiging per onderwijssoort en rekenkundig af te ronden op een geheel getal.
5. Bij de bepaling van het aantal apc-leerlingen wordt de postcode uit de BRP, zoals geregistreerd in het register onderwijsdeelnemers, als uitgangspunt genomen. In het geval de postcode niet in de BRP is opgenomen, wordt de postcode gehanteerd die door het bevoegd gezag van de school aan de minister is aangeleverd.
Artikel 5
1. De aanvullende bekostiging voor het Leerplusarrangement VO wordt berekend door het aantal L+A-leerlingen op basis van de tweede achtereenvolgende teldatum, te vermenigvuldigen met het bedrag per L+A-leerling.
2. Het bedrag per L+A-leerling wordt bepaald door het beschikbare budget per kalenderjaar te delen door het totaal aantal L+A-leerlingen van de scholen op de tweede teldatum.
3. Het beschikbare budget en het bedrag per L+A-leerling worden uiterlijk in december in de Staatscourant bekendgemaakt als bijlage 2 bij deze regeling.
4. De lijst met postcodes van de armoedeprobleemcumulatiegebieden wordt uiterlijk in december in de Staatscourant bekendgemaakt als bijlage 3 bij deze regeling.
Artikel 6
1. In het geval één of meer scholen voor voortgezet onderwijs worden samengevoegd in de periode tussen de eerste teldatum en de tweede daarop volgende teldatum, bedoeld in artikel 4, eerste lid, waarbij één of meer scholen worden opgeheven, dan dient voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, te worden uitgegaan alsof de samenvoeging op de eerste teldatum reeds was tot stand gekomen.
2. In geval een nieuwe school voor voortgezet onderwijs wordt gesticht op 1 augustus gelegen tussen de twee achtereenvolgende teldata, bedoeld in artikel 4, eerste lid, komt het bevoegd gezag van de school niet eerder in aanmerking voor de aanvullende bekostiging voor het Leerplusarrangement VO dan het tijdstip waarop ook voor de overige scholen de aanvullende bekostiging voor het Leerplusarrangement VO wordt vastgesteld op basis van de nieuwe cyclus van twee achtereenvolgende teldata.
Artikel 6a
Indien in de periode tussen de eerste teldatum en de daarop volgende teldatum, bedoeld in artikel 4, eerste lid, een school één of meer nieuwe vestigingen creëert of één of meer vestigingen opheft, dan worden voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, leerlingen op de vestigingen alleen geteld op de eerste en tweede teldatum zoals de situatie op dat moment is.
Paragraaf 3. Nieuwkomers VO
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
Vervallen
Artikel 9
Vervallen
Artikel 10
Vervallen
Paragraaf 4. Eerste opvang Vreemdelingen
Artikel 11
Vervallen
Artikel 12
Vervallen
Artikel 13
Vervallen
Artikel 14
Vervallen
Artikel 14a
Vervallen
Artikel 15
Vervallen
Hoofdstuk 3. Beleid en verantwoording
Artikel 16
1. Het bevoegd gezag van de school geeft in het schoolplan aan hoe het de aanvullende bekostiging op grond van deze regeling inzet voor het onderwijskundig beleid, de bewaking en de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.
2. Het bevoegd gezag van de school licht de partijen in de omgeving van de school, die herkenbaar betrokken zijn bij de inzet van de aanvullende bekostiging op grond van deze regeling, in over zijn beleid ter zake en betrekt opmerkingen daarover van die partijen herkenbaar bij het bepalen van dat beleid.
3. Het bevoegd gezag van de school betrekt de inzet van de aanvullende bekostiging op grond van deze regeling bij het overleg met de gemeente over het bestrijden van onderwijsachterstanden.
4. Het bevoegd gezag van de school werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die gericht zijn op het verschaffen van nadere inlichtingen aan de minister over de uitvoering van de regeling.
Hoofdstuk 4. Financiële verantwoording
Artikel 17
1. De aanvullende bekostiging op grond van deze regeling wordt herkenbaar opgenomen als baten in de jaarrekening. De lasten worden verantwoord binnen de daartoe bestemde posten in de jaarrekening.
2. De aanvullende bekostiging wordt verstrekt als tegemoetkoming in de uitgaven die zijn verbonden aan het in de regeling omschreven doel. Verrekening van de eventueel niet-bestede middelen of overschotten vindt niet plaats.
3. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de aanvullende bekostiging.
Artikel 18
Vervallen
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 19
Deze regeling is mede gebaseerd op artikel 5.9, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Artikel 19a
Vervallen
Artikel 20
Vervallen
Artikel 20a
Vervallen
Artikel 21
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2009.
Artikel 22
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling leerplusarrangement vo.
Bijlage 1. behorende bij
Bijlage 2. behorende bij
Het totaal beschikbare budget en het bedrag per L+A leerling is: