rijk/ministeriele-regeling/regeling-mandaat-cbr/BWBR0008646
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling mandaat CBR BWBR0008646 ministeriele-regeling geldend 1997-05-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0008646 Regeling mandaat CBR

Regeling mandaat CBR

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1.

De bevoegdheid van de minister tot het nemen van besluiten als bedoeld in de artikelen 149, tweede lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 en 49, derde lid, van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer wordt gemandateerd aan:

a. a. het hoofd van de Divisie Vorderingen van het CBR, en b. b. de Chef Sector juridisch van de Divisie vorderingen van het CBR.

2. De in het eerste lid genoemde functionarissen worden tevens gemachtigd tot het verrichten van andere handelingen als bedoeld in de in het eerste lid genoemde artikelen, met uitzondering van het vaststellen van ministeriële regelingen.

Artikel 3

De bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften, ingediend tegen een besluit als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt gemandateerd aan:

a. a. het Hoofd Juridische zaken van het CBR, en b. b. de Algemeen Directeur van het CBR.

Artikel 4

De Chef Sector juridisch van de Divisie vorderingen van het CBR en de Algemeen Directeur van het CBR maken van het hun verleende mandaat uitsluitend gebruik bij afwezigheid van het Hoofd van de Divisie vorderingen van het CBR, onderscheidenlijk van het Hoofd Juridische zaken van het CBR.

Artikel 5

1.

De stukken die op grond van deze regeling worden afgedaan en ondertekend door een van de functionarissen, genoemd in de artikelen 2 en 3, worden gesteld op briefpapier van het ministerie van Verkeer en Waterstaat met het hoofd:

MINISTERIE VAN VERKEER EN WATERSTAAT.

2.

De stukken, bedoeld in het eerste lid, vermelden aan het slot:

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

namens deze,

gevolgd door de functie-aanduiding, handtekening en naam van de betrokken functionaris.

Artikel 6

De artikelen 10:1, 10:2, 10:4, 10:6, 10:7, 10:8, 10:10 en 10:12 van de Algemene Wet Bestuursrecht (Stb. 1996, 333) zijn, indien zij nog niet in werking zijn getreden, van toepassing op deze mandaatregeling.

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 8

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling mandaat CBR