40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 1998 | BWBR0009879 | ministeriele-regeling | geldend | 1998-09-18 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0009879 | Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 1998 |
Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 1998
Artikel 1
In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Artikel 2
1. De aan de Directeur-Generaal krachtens de Regeling taken en bevoegdheden VROM 1998 verleende bevoegdheden worden door middel van mandaat, volmacht of machtiging doorgegeven aan de plaatsvervangend Directeur-Generaal.
2. De in lid 1 bedoelde bevoegdheden worden doorgegeven met inachtneming van artikel 7 en 8.
Artikel 3
Aan de Directeur-Generaal en de plaatsvervangend Directeur-Generaal blijft, met inachtneming van de Regeling taken en bevoegdheden VROM 1998, voorbehouden het uitoefenen van de bevoegdheden:
a. a. als opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling^1; b. b. tot beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten die zijn genomen door de Rijksbouwmeester, de directeuren en de hoofden van een stafbureau; c. c. tot het vaststellen van beleidsregels.
Artikel 4
1.
De aan de Directeur-Generaal, krachtens de Regeling taken en bevoegdheden VROM 1998, verleende bevoegdheden worden ‐ met inachtneming van artikel 3 ‐ door middel van mandaat, volmacht of machtiging doorgegeven aan de volgende functionarissen:
a. a. de Rijksbouwmeester; b. b. de directeuren; c. c. de stafbureau-hoofden; d. d. de plaatsvervangers van de onder b. en c. genoemde functionarissen.
2. Onder de in lid 1 bedoelde bevoegdheden wordt tevens verstaan de bevoegdheid om instructies te geven ten aanzien van bevoegdheden, die door de Directeur-Generaal aan de onder hun gezag werkzame functionarissen zijn toegekend. Deze instructies kunnen slechts betrekking hebben op de mate waarin en de wijze waarop gebruik dient te worden gemaakt van verleende bevoegdheden.
3. De in lid 1 bedoelde bevoegdheden worden doorgegeven met inachtneming van de artikelen 7 en 8.
Artikel 5
Aan de Rijksbouwmeester, de directeuren en de stafbureau-hoofden blijft, met inachtneming van de Regeling taken en bevoegdheden VROM 1998 en artikel 3, voorbehouden het uitoefenen van de bevoegdheid: tot beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten die zijn genomen door onder hun gezag werkzame functionarissen.
Artikel 6
1.
De aan de Directeur-Generaal, krachtens de Regeling taken en bevoegdheden VROM 1998, verleende bevoegdheden worden - met inachtneming van artikel 3 en 5 - door middel van mandaat, volmacht of machtiging doorgegeven aan de volgende functionarissen:
a. a. de afdelingshoofden; b. b. de projectverantwoordelijken;
2. De in lid 1 bedoelde bevoegdheden worden doorgegeven met inachtneming van artikel 7.
3. Bij afwezigheid van een functionaris als bedoeld in lid 1, wordt de hem toegekende bevoegdheid uitgeoefend door de functionaris onder wie hij rechtstreeks ressorteert als bedoeld in artikel 4 lid 1.
Artikel 7
1. De in de artikel 2 lid 1 en artikel 4 lid 1 onderdelen a tot en met c en de in artikel 6 lid 1 onderdelen a en b genoemde functionarissen maken van de aan hen verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik voor zover het aangelegenheden betreft die behoren tot hun werkterrein en naar aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat zij behoren te worden afgedaan door een functionaris onder wie zij rechtstreeks ressorteren.
2. Met het werkterrein van functionarissen in lid 1 wordt bedoeld het werkterrein zoals schriftelijk is vastgelegd in functie-omschrijvingen en projectopdrachten en het werkterrein van het desbetreffende organisatie-onderdeel zoals is vastgelegd in bijlage 2 bij deze regeling
3. De Directeur-Generaal blijft bevoegd om de in lid 1 genoemde functionarissen per geval of in het algemeen instructies te geven ter zake van de uitoefening van de hen toegekende bevoegdheden. Daarnaast blijft de Directeur-Generaal bevoegd om de toegekende bevoegdheden zelf uit te oefenen en heeft hij de bevoegdheid om toegekende bevoegdheden te allen tijde te beëindigen.
Artikel 8
1. De in deze regeling genoemde plaatsvervangers maken van de aan hen verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik bij afwezigheid van de functionaris onder wie zij rechtstreeks ressorteren en voor zover het aangelegenheden betreft die behoren tot hun werkterrein en die naar aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat zij behoren te worden afgedaan door de functionaris onder wie zij rechtstreeks ressorteren of door de functionaris onder wie deze rechtstreeks ressorteert.
2. Met het werkterrein van functionarissen in lid 1 wordt bedoeld het werkterrein zoals is vastgelegd in functie-omschrijvingen en projectopdrachten en het werkterrein van het desbetreffende organisatie-onderdeel zoals is vastgelegd in bijlage 2 bij deze regeling 1De bijlagen 1 en 2 worden niet in de Staatscourant opgenomen..
3. De Directeur-Generaal blijft bevoegd om de in lid 1 genoemde functionarissen per geval of in het algemeen instructies te geven ter zake van de uitoefening van de hen toegekende bevoegdheden. Daarnaast blijft de Directeur-Generaal bevoegd om de toegekende bevoegdheden zelf uit te oefenen en heeft hij de bevoegdheid om toegekende bevoegdheden te allen tijde te beëindigen.
Artikel 9
1.
Een document waarmee een publiekrechtelijk besluit of een andere rechtshandeling niet zijnde een privaatrechtelijke rechtshandeling wordt vastgelegd door een daartoe op grond van deze regeling bevoegde functionaris vermeldt aan het slot:
De Minister/Staatssecretaris van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
voor deze:
de Directeur-Generaal van de Rijksgebouwendienst
voor deze:
(functieaanduiding, handtekening en naam van de betrokken functionaris).
2.
Een document waarmee een privaatrechtelijke rechtshandeling wordt vastgelegd door een daartoe op grond van deze regeling bevoegde functionaris vermeldt aan het slot:
De Staat der Nederlanden, ten deze vertegenwoordigd door,
de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
voor deze:
de Directeur-Generaal van de Rijksgebouwendienst
voor deze:
(functieaanduiding, handtekening en naam van de betrokken functionaris).
3. Een document waarin geen publiekrechtelijk besluit, een privaat-rechtelijke rechtshandeling of een andere rechtshandeling wordt vastgelegd, vermeldt aan het slot funktie en naam van de betrokken functionaris.
Artikel 10
1. Deze Regeling inclusief bijlagen ligt ter inzage bij de balie van de centrale bibliotheek van het Ministerie van VROM.
2. De in de artikelen 3 en 4 genoemde functionarissen houden een competentie-register bij van de door hun aangewezen project-verantwoordelijken en dragen ervoor zorg dat deze ter inzage ligt bij de betreffende directie c.q. het betreffende stafbureau.
Artikel 11
De Regeling mandaat P, O en I 1998, de Regeling mandaat RGD-regionale directies 1998, de Regeling mandaat RGD-DFE 1998, de Regeling mandaat RGD-DHB 1998, de Regeling mandaat RGD-DIB 1998, de Regeling mandaat RGD-Rijksbouwmeester 1998, de Regeling mandaat RGD-DPP 1998, de Regeling mandaat RGD-DO&T 1998 en alle overige binnen de verschillende directies en stafbureaus voorkomende regelingen met betrekking tot overdracht van bevoegdheden terzake van de Rijksgebouwendienst worden hierbij ingetrokken.
Artikel 12
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 13
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 1998.