rijk/ministeriele-regeling/regeling-nadere-regels-tijdelijke-tegemoetkomingsregeling-ko/BWBR0043637
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling nadere regels Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO BWBR0043637 ministeriele-regeling geldend 2021-06-24 https://wetten.overheid.nl/BWBR0043637 Regeling nadere regels Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO

Regeling nadere regels Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • besluit: Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO.

Paragraaf 2. Eerste sluitingsperiode

Artikel 2

1. De periode, bedoeld in de artikelen 2 en 3 van het besluit, wordt verlengd tot en met 7 juni 2020.

2. In artikel 4, eerste lid, van het besluit staat Xc in de formule voor het aantal dagen in mei (maximaal 31/31 (Xc)).

3. In artikel 4, eerste lid, van het besluit wordt de reeks (Xa+Xb+Xc) verlengd tot (Xa+Xb+Xc+Xd) en staat Xd in de formule voor het aantal dagen in juni (maximaal 7/30 (Xd)).

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

De tegemoetkoming kan eveneens worden verstrekt aan de ouder, bedoeld in artikel 3 van het besluit, aan wie na 6 april 2020 over de periode van 16 maart 2020 tot en met 7 juni 2020:

a. a. voor het eerst kinderopvangtoeslag is toegekend; of b. b. voor een of meer volgende kinderen kinderopvangtoeslag is toegekend.

Artikel 5

1. De Minister van Financiën stelt een tegemoetkoming voor de ouder, bedoeld in artikel 4, vast op basis van de gegevens zoals verwerkt bij de Belastingdienst/Toeslagen op 4 september 2020 indien dat leidt tot een eerste of hogere tegemoetkoming.

2. Indien sprake is van een hogere tegemoetkoming, wordt de eerdere vaststelling van de tegemoetkoming verrekend met de nieuwe vaststelling.

Paragraaf 3. Tweede sluitingsperiode

Artikel 5a

1. De periode, bedoeld in de artikelen 5a en 5b van het besluit, wordt voor buitenschoolse opvang als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang verlengd tot en met 18 april 2021.

2. Voor buitenschoolse opvang wordt de reeks (Xa+Xb+Xc), genoemd in artikel 5c, eerste lid, van het besluit verlengd tot (Xa+Xb+Xc+Xd+Xe), waarbij Xd staat voor het aantal dagen in maart (maximaal 31/31 (Xd)) en Xe staat voor het aantal dagen in april (maximaal 18/30 (Xe)).

Artikel 5b

1. De datum, bedoeld in artikel 5d, tweede lid, van het besluit, is 18 mei 2021 voor de gegevens die zien op toeslagjaar 2020 en 2 augustus 2021 voor de gegevens die zien op toeslagjaar 2021.

2.

In afwijking van artikel 5d, eerste lid, van het besluit zijn de gegevens zoals verwerkt bij de Belastingdienst/Toeslagen op de in het eerste lid bedoelde data bepalend voor de hoogte van de tegemoetkoming voor de ouder aan wie:

a. a. voor 21 februari 2021 over de periode van 16 december 2020 tot en met 18 april 2021 voor een kind kinderopvangtoeslag was toegekend voor dagopvang of gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang; en b. b. na 21 februari 2021 over de periode van 16 december 2020 tot en met 18 april 2021 kinderopvangtoeslag is toegekend voor buitenschoolse opvang als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 6

1. Deze regeling treedt met uitzondering van de artikelen 1, 2 en 3 in werking met ingang van 1 augustus 2020. De artikelen 1, 2 en 3 van deze regeling treden in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 10 april 2023 met dien verstande dat de regeling zoals die luidde op 9 april 2023 van toepassing blijft op de dan lopende afwikkeling van besluiten en ingestelde gerechtelijke procedures op grond van deze regeling.