rijk/ministeriele-regeling/regeling-onderzoeken-ro-ro-veerboten-en-hogesnelheidspassagiersvaartuigen/BWBR0013384
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling onderzoeken ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen BWBR0013384 ministeriele-regeling geldend 2004-09-24 https://wetten.overheid.nl/BWBR0013384 Regeling onderzoeken ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen

Regeling onderzoeken ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder richtlijn nr. 1999/35/EG: richtlijn nr. 1999/35/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1999 betreffende een stelsel van verplichte onderzoeken voor de veilige exploitatie van geregelde diensten met ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen (PbEG L 138).

Artikel 2

1. Deze regeling is van toepassing op ro-ro-veerboten en op hogesnelheidspassagiersvaartuigen als bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b, van richtlijn nr. 1999/35/EG die een geregelde dienst van of naar een haven in Europa onderhouden, wanneer zij internationale of binnenlandse reizen maken in zeegebieden waar uitsluitend passagiersschepen van klasse A in de zin van richtlijn nr. 98/18/EG van de Raad van de Europese Unie van 17 maart 1998 inzake veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen (PbEG L 144) mogen worden ingezet.

2. Deze regeling is eveneens van toepassing op buitenlandse schepen, zijnde ro-ro-veerboten en buitenlandse hogesnelheidspassagiersvaartuigen als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3

Ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen voldoen aan de vereisten, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, 6 en 8 van richtlijn nr. 1999/35/EG, en worden onderworpen aan de controles en onderzoeken, bedoeld in die artikelen.

Artikel 4

Rederijen als bedoeld in artikel 2, onderdeel o, van richtlijn nr. 1999/35/EG voldoen aan de vereisten, bedoeld in artikel 5 van die richtlijn, en worden onderworpen aan de vereiste eerste controles, bedoeld in dat artikel.

Artikel 5

De onderzoeken en controles, bedoeld in de artikelen 3 en 4, worden uitgevoerd door daartoe door het hoofd van de scheepvaartinspectie met inachtneming van bijlage V van richtlijn nr. 1999/35/EG aangewezen gekwalificeerde inspecteurs.

Artikel 5a

1. Het voor ro-ro-veerboten benodigde veiligheidscertificaat gaat indien die veerboten internationale reizen ondernemen vanuit of naar een haven in een lidstaat van de Europese Unie vergezeld van een aanhangsel waaruit met inachtneming van artikel 8 van richtlijn nr. 2003/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 april 2003 betreffende specifieke stabiliteitsvereisten voor ro-ro-passagiersschpen (PbEU L 123) blijkt dat wordt voldaan aan de op die veerboten toepasselijke specifieke stabiliteitscriteria van artikel 6 van die richtlijn.

2. Artikel 9 van richtlijn nr. 2003/25/EG is van toepassing indien een rederij ro-ro-veerboten wil inzetten voor een beperkte periode.

3. Het eerste lid is van toepassing op bestaande ro-ro-veerboten op uiterlijk het ingevolge artikel 7, tweede lid, van richtlijn nr. 2003/25/EG op die veerboten toepasselijke tijdstip.

Artikel 5b

Een op grond van artikel 5, eerste lid, van de Wet buitenlandse schepen aangewezen toezichthouder is met betrekking tot een buitenlands schip als bedoeld in artikel 2, tweede lid, bevoegd:

a. a. het schip aan te houden indien niet is voldaan aan artikel 3 of de in de artikelen 4 of 5a, eerste of derde lid, bedoelde vereisten, dan wel indien hij wordt belemmerd in de uitoefening van zijn taak; b. b. de inzet van het schip stop te zetten indien niet is voldaan aan de artikelen 4 of 5a, tweede lid, bedoelde vereisten.

Artikel 6

Een wijziging van richtlijn nr. 1999/35/EG of van richtlijn nr. 2003/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 april 2003 betreffende specifieke stabiliteitsvereisten voor ro-ro-passagiersschepen (PbEU L 123) geldt voor de toepassing van deze regeling met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking op 15 februari 2002.

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling onderzoeken ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen.

Deze regeling wordt met de toelichting in de Staatscourant, de Curaçaosche Courant en het Afkondigingsblad van Aruba geplaatst.