40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling ontheffingen vestigingsvergunning bedrijven | BWBR0007730 | ministeriele-regeling | geldend | 1996-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0007730 | Regeling ontheffingen vestigingsvergunning bedrijven |
Regeling ontheffingen vestigingsvergunning bedrijven
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
De bevoegdheid tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet wordt overgedragen aan de raad, onder de daaraan in deze regeling gestelde voorschriften.
Artikel 3
Een ontheffing wordt verleend indien naar het oordeel van de raad sprake is van een bijzonder geval en gewichtige belangen tot het verlenen van een ontheffing aanleiding geven.
Artikel 4
Een grond voor het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 3 is gelegen in de omstandigheid dat de persoon die blijkens de aanvraag als bedrijfsleider of als beheerder zal optreden, de beschikking heeft over één of meer bescheiden waaraan naar het oordeel van de raad dezelfde of nagenoeg dezelfde waarde kan worden toegekend als aan de krachtens het Vestigingsbesluit bedrijven aangewezen bewijsstukken waaruit blijkt van het voldoen aan de bij dat besluit voor het betrokken bedrijf gestelde eisen.
Artikel 5
Een ontheffing wordt voorts verleend indien de persoon die blijkens de aanvraag als bedrijfsleider of beheerder zal optreden voldoet aan de voorwaarden, gesteld in een richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen met betrekking tot de vestiging van of het verrichten van diensten door natuurlijke personen en vennootschappen op het grondgebied van een van de lid-staten van de Europese Gemeenschappen, dan wel, met toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, op het grondgebied van een andere Staat die partij is bij die Overeenkomst.
Artikel 6
1. Een ontheffing wordt voorts verleend op een daartoe strekkende aanvraag, indien de aanvraag gegrond is op de omstandigheid dat de personen die blijkens de aanvraag als bedrijfsleider zullen optreden elk of gezamenlijk de beschikking hebben over een combinatie van bewijsstukken als bedoeld in het tweede lid, en ten minste een persoon gedurende twee jaar als bedrijfsleider of beheerder overeenkomstige handelingen heeft verricht die worden aangemerkt als de uitoefening van een van de bedrijven, bedoeld in de artikelen 4 tot en met 7 van het Vestigingsbesluit bedrijven.
2. De bewijsstukken, bedoeld in het eerste lid, zijn bewijsstukken als bedoeld in artikel 3 van de Regeling aanwijzing bewijsstukken handelskennis Vestigingswet Bedrijven 1954 en bewijsstukken als aangewezen in de Regeling aanwijzing bewijsstukken vakbekwaamheid Vestigingswet Bedrijven 1954.
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
Een ontheffing wordt voorts verleend op een daartoe strekkende aanvraag die betrekking heeft op de uitoefening van het bij het Vestigingsbesluit bedrijven aangewezen bouwbedrijf, indien de aanvraag gegrond is op de omstandigheid dat de persoon die blijkens de aanvraag als bedrijfsleider zal optreden de beschikking heeft over een diploma vakbekwaamheid voor het metselaarsbedrijf of het timmerbedrijf als bedoeld in de artikelen 12 en 13 van de Regeling aanwijzing bewijsstukken vakbekwaamheid Vestigingswet Bedrijven 1954, en tenminste gedurende twee jaar als bedrijfsleider of beheerder handelingen heeft verricht die worden aangemerkt als het uitoefenen van het bouwbedrijf, bedoeld in artikel 4 van het Vestigingsbesluit bedrijven.
Artikel 8a
Vervallen
Artikel 9
1. Een ontheffing wordt geweigerd indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet in overeenstemming is of zal zijn met hetgeen in de aanvraag om ontheffing is gesteld.
2. Een ontheffing wordt voorts geweigerd indien meer dan vijftien jaar zijn verstreken tussen de datum van indiening van de aanvraag en het begin van de termijn, bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, en 8.
3.
Een ontheffing wordt voorts geweigerd indien de aanvraag uitsluitend gegrond is op een of meer van de navolgende omstandigheden:
a. a. opgedane ervaring in de uitoefening van een bedrijf, onverminderd het bepaalde in artikel 5; b. b. de leeftijd van de persoon die blijkens de aanvraag als bedrijfsleider of als beheerder zal optreden; c. c. reeds aangevangen of op korte termijn aan te vangen bedrijfsuitoefening; d. d. het verlies dat zal worden geleden door beëindiging van een reeds aangevangen bedrijfsuitoefening; e. e. reeds aangevangen of op korte termijn aan te vangen studie, strekkende tot het verwerven van een ter zake aangewezen bewijsstuk; f. f. het niet beschikken over de benodigde tijd voor de studie, strekkende tot het verwerven van een ter zake aangewezen bewijsstuk.
Artikel 10
Vervallen
Artikel 11
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1996.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling ontheffingen vestigingsvergunning bedrijven.