rijk/ministeriele-regeling/regeling-overgang-scholen-voor-praktijkonderwijs-naar-lumpsumbekostiging-per-1-a/BWBR0019961
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling overgang scholen voor praktijkonderwijs naar lumpsumbekostiging per 1 augustus 2006 BWBR0019961 ministeriele-regeling geldend 2006-07-02 https://wetten.overheid.nl/BWBR0019961 Regeling overgang scholen voor praktijkonderwijs naar lumpsumbekostiging per 1 augustus 2006

Regeling overgang scholen voor praktijkonderwijs naar lumpsumbekostiging per 1 augustus 2006

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. b. wet: de Wet op het voortgezet onderwijs; c. c. besluit: het Besluit van 19 januari 2006, houdende wijziging van onder meer het Besluit RVCs, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging in verband met beëindiging declaratiebekostiging praktijkonderwijs en overgang naar lumpsumbekostiging (Stb. 49); d. d. school voor praktijkonderwijs: een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel IV, eerste lid, van het besluit; e. e. leerling: een leerling die op grond van artikel 10g van de wet tot een school voor praktijkonderwijs is toegelaten; f. f. leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond: leerling

      1°.
      die behoort tot de Molukse bevolkingsgroep;
    
    
      2°.
      van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Griekenland, Italië, het voormalige Joegoslavië, Kaapverdië, Marokko, Portugal, Spanje, Tunesië of Turkije;
    
    
      3°.
      van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Suriname, de Nederlandse Antillen of Aruba;
    
    
      4°.
      van wie ten minste een van de ouders of voogden door de Minister van Justitie als vluchteling is toegelaten op grond van artikel 29 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel,
    
    
      5°.
      van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit een ander niet-Engelstalig land buiten Europa, met uitzondering van Indonesië.

1°. 1°. die behoort tot de Molukse bevolkingsgroep; 2°. 2°. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Griekenland, Italië, het voormalige Joegoslavië, Kaapverdië, Marokko, Portugal, Spanje, Tunesië of Turkije; 3°. 3°. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Suriname, de Nederlandse Antillen of Aruba; 4°. 4°. van wie ten minste een van de ouders of voogden door de Minister van Justitie als vluchteling is toegelaten op grond van artikel 29 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel, 5°. 5°. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit een ander niet-Engelstalig land buiten Europa, met uitzondering van Indonesië. g. g. ILT: de integrale leerlingentelling per 1 oktober 2003, waarbij de groeiregeling zoals vermeld in artikelen 6a en 6b van het Formatiebesluit W.V.O. en in artikelen 7 en 8 van de Regeling formatie en bekostiging praktijkscholen met declaratiebekostiging niet van toepassing zijn.

Artikel 2

1.

Het bedrag bedoeld in artikel IV, tweede lid, onderdeel a, van het besluit wordt, met behulp van de ILT, berekend door optelling van de volgende bedragen:

a. a. de toegestane gedeclareerde loonkosten van het desbetreffende schooljaar op basis van de meting in het schooljaar 20042005, zoals is beschreven in de Voorlichtingspublicatie meetjaar lumpsum primair onderwijs en scholen voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging; b. b. het bedrag van de in het schooljaar 20042005, op grond van artikel 22 van de Regeling formatie en bekostiging praktijkscholen met declaratiebekostiging, verzilverde formatierekeneenheden; c. c. de materiële bekostiging voor de periode van 1 augustus 2004 tot en met 31 december 2004 op basis van de normbedragen zoals opgenomen in de Vaststelling bedragen en programmas van eisen (v)so en pro met declaratiebekostiging, zoals gewijzigd door de Wijziging en inwerkingtreding programmas voor het basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en praktijkonderwijs met declaratiebekostiging voor het jaar 2004; d. d. de materiële bekostiging voor de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 juli 2005 op basis van de normbedragen zoals opgenomen in de Vaststelling bedragen programmas van eisen basisonderwijs, (v)so en pro voor het jaar 2005, en e. e. de vergoeding op grond van de Regeling bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid en opslagpercentages PF/VF 20042005, zoals gewijzigd door de Wijziging van de Regeling bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid en opslagpercentages PF/VF primair onderwijs en scholen voor praktijkonderwijs 20042005 en verhoogd met het bedrag vermeld in artikel 13 van de Regeling aanpassing bedragen landelijke gemiddelde personeelslast (gpl), schooljaar 20032004 en 20042005.

2.

Het bedrag bedoeld in artikel IV, tweede lid, onderdeel b, van het besluit wordt, met behulp van de ILT, berekend door optelling van de volgende bedragen:

a. a. de berekende personele bekostiging, vastgesteld met behulp van de op 1 augustus 2006 geldende bekostigingsparameters zoals vastgelegd in het Formatiebesluit W.V.O. en vermenigvuldigd met de gemiddelde personeelslast van schoolsoortgroep 1, zoals vastgesteld in de Regeling aanpassing bedragen landelijke gemiddelde personeelslast (gpl), schooljaar 20032004 en 20042005 en gewijzigd met de Regeling aanpassing bedragen landelijke gemiddelde personeelslast (gpl), schooljaar 20042005 en 20052006; b. b. de materiële bekostiging voor het schooljaar 20042005 op basis van de normbedragen zoals opgenomen in de Regeling vergoeding exploitatiekosten voor scholen voor vwo, havo, mavo, vbo en praktijkonderwijs, schooljaar 20042005, en c. c. de aanvullende bekostiging personeelskosten voor het schooljaar 20042005 voor leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond, vastgesteld op grond van artikel 4, eerste en tweede lid.

Artikel 3

1. Het bevoegd gezag ontvangt uiterlijk 30 juni 2006 een beschikking of aanspraak bestaat op aanvullende bekostiging als bedoeld in artikel 2.

2. De in het eerste lid vermelde aanvullende bekostiging wordt betaalbaar gesteld aan het bevoegd gezag van de school die gelet op het aantal leerlingen op de ILT is aan te merken als de grootste school.

3. De betaling van de in het eerste lid vermelde aanvullende bekostiging vindt vanaf 1 augustus 2006 plaats volgens het betaalritme van de reguliere personele bekostiging

Artikel 4

1. De verlening van de aanvullende bekostiging voor personeelskosten is gebaseerd op het aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond per school van het bevoegd gezag dat volgens de ILT bij de school voor praktijkonderwijs was ingeschreven.

2. De aanvullende bekostiging voor personeelskosten wordt bepaald door het aantal leerlingen, vastgesteld op grond van het eerste lid, te vermenigvuldigen met een bedrag per leerling van € 910, per jaar.

3.

De aanvullende bekostiging voor personeelskosten bedraagt voor de periode:

a. a. 1 augustus 2006 tot en met 31 december 2008: 100% van de bekostiging, bedoeld in het tweede lid. b. b. 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009: 60% van de bekostiging, bedoeld in het tweede lid. c. c. 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010: 30% van de bekostiging, bedoeld in het tweede lid.

4. Het bevoegd gezag van de school ontvangt uiterlijk 30 juni 2006 een beschikking met een overzicht van de jaarlijks beschikbaar te stellen aanvullende bekostiging voor personeelskosten.

5. Van de in het tweede lid berekende aanvullende bekostiging voor personeelskosten wordt over de periode 1 augustus 2006 tot en met 31 december 2006 vijftwaalfde deel in vijf gelijke maandelijkse termijnen aan het bevoegd gezag van de school betaalbaar gesteld.

6. Vanaf 1 januari 2007 wordt de aanvullende bekostiging voor personeelskosten conform het gebruikelijke betaalritme van de reguliere personele bekostiging aan het bevoegd gezag van de school betaalbaar gesteld.

Artikel 5

1. Het bevoegd gezag van uitsluitend een of meerdere scholen voor praktijkonderwijs en het bevoegd gezag van een of meerdere scholen voor praktijkonderwijs en een of meerdere scholen voor primair onderwijs ontvangen éénmalig een aanvullende bekostiging voor personeelskosten van € 42.000, in verband met de uittreding uit het Vervangingsfonds.

2. Deze aanvullende bekostiging voor personeelskosten wordt ambtshalve toegekend en in september 2006 betaalbaar gesteld.

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2011.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling overgang scholen voor praktijkonderwijs naar lumpsumbekostiging per 1 augustus 2006.