rijk/ministeriele-regeling/regeling-pilot-aoe-hond/BWBR0016003
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling pilot AOE-hond BWBR0016003 ministeriele-regeling geldend 2003-12-15 https://wetten.overheid.nl/BWBR0016003 Regeling pilot AOE-hond

Regeling pilot AOE-hond

Paragraaf 1. Begripsbepaling

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. de ministers: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie; b. b. aanhoudings- en ondersteuningseenheid: een eenheid, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Besluit beheer regionale politiekorpsen; c. c. AOE-hond: de hond in eigendom van het regionaal politiekorps Rotterdam-Rijnmond, waarvoor over een certificaat als bedoeld in artikel 6 wordt beschikt; d. d. geleider: de ambtenaar van politie, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Politiewet 1993, die behoort tot de aanhoudings- en ondersteuningseenheid van het regionaal politiekorps Rotterdam-Rijnmond en dienst doet met een AOE-hond; e. e. voorlopig keuringsreglement: de bij deze regeling behorende bijlage waarin de keuringseisen zijn opgenomen; f. f. rijksgecommitteerden: de functionarissen welke door de ministers zijn aangewezen op grond van artikel 4 van de Regeling politiesurveillancehonden 1999; g. g. begeleidingscommissie: commissie bestaande uit een lid van het Landelijk Selectie- en Opleidingscentrum (LSOP), een lid van het Openbaar Ministerie en een lid van het Korps landelijke politiediensten.

Paragraaf 2. Algemene bepalingen

Artikel 2

De aanhoudings- en onderstersteuningseenheid van het regionaal politiekorps Rotterdam-Rijnmond beschikt gedurende de periode van 15 december 2003 tot 15 december 2004, ter beproeving van het geweldsmiddel AOE-hond, over een combinatie van geleider en AOE-hond. De ministers kunnen deze periode met maximaal 1 jaar verlengen.

Artikel 3

1. Het inzetten van een AOE-hond is slechts geoorloofd onder het toezicht van een geleider bij het optreden van een aanhoudings- en ondersteuningseenheid.

2. De combinatie van geleider en AOE-hond dient in het bezit te zijn van een certificaat als bedoeld in artikel 6.

Artikel 4

Onverminderd artikel 17 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar meldt de geleider, door tussenkomst van zijn meerdere, de inzet van een AOE-hond, de feiten en omstandigheden dienaangaande, alsmede de gevolgen hiervan, onverwijld, door middel van een daartoe door de ministers ter beschikking gesteld formulier, aan de begeleidingscommissie.

Paragraaf 3. Keuring en certificering

Artikel 5

1. De keuring van de combinatie van geleider en AOE-hond geschiedt door de rijksgecommitteerden op basis van het voorlopig keuringsreglement.

2. Aan de keuring kunnen slechts deelnemen ambtenaren van politie die sedert tenminste twee jaar behoren tot een aanhoudings- en ondersteuningseenheid en door de korpsbeheerder zijn aangewezen als geleider.

3.

Aan een AOE-hond worden tenminste de volgende, in het voorlopig keuringsreglement nader omschreven, eisen gesteld:

a. a. volgzaamheid en gehoorzaamheid aan de geleider; b. b. kunnen participeren in procedures temidden van de leden van de aanhoudings- en ondersteuningseenheid; c. c. onder bepaalde omstandigheden, op een bepaalde afstand niet hoorbaar zijn; d. d. vaardigheid in het kunnen nemen van alle hindernissen die voor een goed functioneren in de praktijk noodzakelijk zijn; e. e. het vermogen om op commando van de geleider geweld tegen derden toe te passen.

4. De AOE-hond wordt gedurende de keuring geleid door zijn geleider.

Artikel 6

1. De rijksgecommitteerden verstrekken aan de geleider van de combinatie die heeft voldaan aan de keuringseisen van het voorlopig Keuringsreglement, een certificaat op naam van de combinatie van de geleider en de AOE-hond.

2. Het certificaat heeft een geldigheidsduur van ten hoogste twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop aan de keuringseisen is voldaan. Het certificaat vervalt op de datum waarop de periode bedoeld in artikel 2 eindigt.

3. Het certificaat geldt uitsluitend voor de combinatie van geleider en AOE-hond, op naam waarvan het is afgegeven.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 december 2003 en vervalt na afloop van de periode genoemd in artikel 2.

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling pilot AOE-hond.

Bijlage

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.