40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling seed capital technostarters | BWBR0018146 | ministeriele-regeling | geldend | 2005-04-02 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0018146 | Regeling seed capital technostarters |
Regeling seed capital technostarters
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. minister: de Minister van Economische Zaken; b. b. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:
1°.
een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die direct of indirect:
–
meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
–
volledig aansprakelijk vennoot is van of
–
overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
2°.
laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;
1°. 1°. een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die direct of indirect:
–
meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
–
volledig aansprakelijk vennoot is van of
–
overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
– – meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan, – – volledig aansprakelijk vennoot is van of – – overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en 2°. 2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen; c. c. kapitaalvennootschap:
1°.
een vennootschap als bedoeld in artikel 1 van de Eerste Richtlijn 68/151/EEG van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de Lid-Staten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB EG L 65), of
2°.
een kapitaalvennootschap die is ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie, die rechtspersoonlijkheid bezit, een apart vermogen heeft dat bij uitsluiting voor de schulden van de vennootschap kan worden aangesproken en op grond van haar nationale wetgeving onderworpen is aan garantievoorwaarden zoals bedoeld in Richtlijn 68/151/EEG van de Raad om de belangen van zowel deelgerechtigden als derden te beschermen.
1°. 1°. een vennootschap als bedoeld in artikel 1 van de Eerste Richtlijn 68/151/EEG van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de Lid-Staten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB EG L 65), of 2°. 2°. een kapitaalvennootschap die is ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie, die rechtspersoonlijkheid bezit, een apart vermogen heeft dat bij uitsluiting voor de schulden van de vennootschap kan worden aangesproken en op grond van haar nationale wetgeving onderworpen is aan garantievoorwaarden zoals bedoeld in Richtlijn 68/151/EEG van de Raad om de belangen van zowel deelgerechtigden als derden te beschermen. d. d. technostarter: een rechtspersoon die een onderneming drijft:
1°.
die voor eigen rekening en risico producten, processen of diensten – niet zijnde adviezen – verkoopt en levert, die zijn gebaseerd op een nieuwe technische vinding of een nieuwe toepassing van bestaande technologie;
2°.
die ten hoogste vijf jaar geleden is ingeschreven in het handelsregister van een Kamer van Koophandel en Fabrieken;
3°.
die ten tijde van de eerste verstrekking van risicodragend kapitaal op grond van deze regeling voldoet aan de definitie van middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, opgenomen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 364/2004 van de Commissie van 25 februari 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10);
1°. 1°. die voor eigen rekening en risico producten, processen of diensten – niet zijnde adviezen – verkoopt en levert, die zijn gebaseerd op een nieuwe technische vinding of een nieuwe toepassing van bestaande technologie; 2°. 2°. die ten hoogste vijf jaar geleden is ingeschreven in het handelsregister van een Kamer van Koophandel en Fabrieken; 3°. 3°. die ten tijde van de eerste verstrekking van risicodragend kapitaal op grond van deze regeling voldoet aan de definitie van middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, opgenomen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 364/2004 van de Commissie van 25 februari 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10); e. e. technostartervennootschap: een technostarter die
1°.
een onderneming drijft in de vorm van een kapitaalvennootschap, en
2°.
zijn primaire bedrijfsactiviteiten in Nederland uitvoert,
behoudens voor zover de onderneming behoort tot de economische sectoren van landbouw, visserij, aquacultuur of scheepsbouw of tot de EGKS-sectoren;
1°. 1°. een onderneming drijft in de vorm van een kapitaalvennootschap, en 2°. 2°. zijn primaire bedrijfsactiviteiten in Nederland uitvoert, behoudens voor zover de onderneming behoort tot de economische sectoren van landbouw, visserij, aquacultuur of scheepsbouw of tot de EGKS-sectoren; f. f. startersfonds: een vennootschap
1°.
in de vorm van een kapitaalvennootschap of een vennootschap met een afgescheiden vermogen, ingericht naar het recht van één van de andere lidstaten van de Europese Unie;
2°.
die blijkens de akte waarbij haar statuten zijn vastgesteld of blijkens de overeenkomst waarbij zij is aangegaan uitsluitend tot doel heeft het verstrekken van risicodragend kapitaal aan technostartervennootschappen teneinde winst te behalen; en
3°.
waarin ten minste drie aandeelhouders of hoofdelijk aansprakelijke vennoten deelnemen respectievelijk samenwerken zonder dat twee of drie van hen tot dezelfde groep behoren en zonder dat één van hen een meerderheidsbelang in het fonds heeft;
1°. 1°. in de vorm van een kapitaalvennootschap of een vennootschap met een afgescheiden vermogen, ingericht naar het recht van één van de andere lidstaten van de Europese Unie; 2°. 2°. die blijkens de akte waarbij haar statuten zijn vastgesteld of blijkens de overeenkomst waarbij zij is aangegaan uitsluitend tot doel heeft het verstrekken van risicodragend kapitaal aan technostartervennootschappen teneinde winst te behalen; en 3°. 3°. waarin ten minste drie aandeelhouders of hoofdelijk aansprakelijke vennoten deelnemen respectievelijk samenwerken zonder dat twee of drie van hen tot dezelfde groep behoren en zonder dat één van hen een meerderheidsbelang in het fonds heeft; g. g. achtergestelde vordering: een vordering van een startersfonds ten laste van een technostartervennootschap
1°.
die het startersfonds heeft verkregen door aan de technostartervennootschap geld ter leen te verstrekken,
2°.
die niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, en
3°.
waarop de debiteur krachtens een daartoe strekkende bepaling in de akte van geldlening in geval van ontbinding, een akkoord na verlening van surséance van betaling of een akkoord in faillissement van de debiteur, eerst verplicht is rente en aflossing te betalen nadat alle andere op dat moment bestaande schulden van de debiteur zijn voldaan, met uitzondering van de schulden die voortvloeien uit leningen waaraan een bepaling van gelijke aard als voornoemde bepaling is verbonden,
4°.
terwijl ingevolge de vorenbedoelde akte van geldlening de crediteur afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de rente en aflossing;
1°. 1°. die het startersfonds heeft verkregen door aan de technostartervennootschap geld ter leen te verstrekken, 2°. 2°. die niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, en 3°. 3°. waarop de debiteur krachtens een daartoe strekkende bepaling in de akte van geldlening in geval van ontbinding, een akkoord na verlening van surséance van betaling of een akkoord in faillissement van de debiteur, eerst verplicht is rente en aflossing te betalen nadat alle andere op dat moment bestaande schulden van de debiteur zijn voldaan, met uitzondering van de schulden die voortvloeien uit leningen waaraan een bepaling van gelijke aard als voornoemde bepaling is verbonden, 4°. 4°. terwijl ingevolge de vorenbedoelde akte van geldlening de crediteur afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de rente en aflossing; h. h. participatie: risicodragend kapitaal in de vorm van
1°.
aandelen in het kapitaal van een technostartervennootschap die het startersfonds rechtstreeks van de technostartervennootschap heeft verkregen tegen volstorting van die aandelen in geld, of door omzetting van een achtergestelde vordering; of
2°.
aandelen in het kapitaal van een technostartervennootschap als bedoeld onder 1° in combinatie met een achtergestelde vordering;
1°. 1°. aandelen in het kapitaal van een technostartervennootschap die het startersfonds rechtstreeks van de technostartervennootschap heeft verkregen tegen volstorting van die aandelen in geld, of door omzetting van een achtergestelde vordering; of 2°. 2°. aandelen in het kapitaal van een technostartervennootschap als bedoeld onder 1° in combinatie met een achtergestelde vordering; i. i. verkrijgingsprijs van een participatie: het bedrag in geld waarvoor het startersfonds de participatie heeft verkregen; j. j. fondsplan: een plan van een startersfonds tot uitvoering van een met elkaar samenhangend geheel van activiteiten die bestaan uit het verkrijgen, beheren en beëindigen van participaties en het begeleiden van de desbetreffende technostartervennootschappen; k. k. investeringsperiode: de periode gedurende welke een startersfonds activiteiten verricht ter verkrijging van participaties; l. l. investeringsbudget: de financiële middelen die een startersfonds beschikbaar heeft of zal hebben en die bestemd zijn om de verkrijgingsprijs van participaties te voldoen; m. m. inkomsten: alle op geld waardeerbare voordelen die een startersfonds heeft uit een participatie, waaronder dividend, rente, aflossingen, opties, de prijs waartegen de participatie is vervreemd, de prijs waartegen de participatie door de technostartervennootschap is ingekocht of terugbetaald en de liquidatie-uitkering; n. n. beheerskosten: alle kosten die een startersfonds maakt voor het verkrijgen, behouden en beëindigen van participaties, met inbegrip van de kosten van begeleiding van technostartervennootschappen, uitgezonderd de verkrijgingsprijs van de participaties; o. o. referentierente: de referentierentevoet, bedoeld in de Mededeling van de Commissie over de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (PbEG 1997, C 273), zoals laatstelijk vastgesteld voor Nederland, en vermeerderd met 4%.
Artikel 2
1.
De minister verleent op aanvraag een subsidie in de vorm van een geldlening aan een startersfonds voor het uitvoeren van een fondsplan dat is gebaseerd op de uitgangspunten dat:
a. a. het startersfonds participaties verkrijgt gedurende een investeringsperiode van ten hoogste zes jaar, en deze uiterlijk zes jaar na afloop van de investeringsperiode vervreemdt; b. b. de totale verkrijgingsprijs van de participaties die gedurende de investeringsperiode in één technostartervennootschap worden verkregen, ten minste € 100.000,– en ten hoogste € 2.500.000,– bedraagt; c. c. de gemiddelde totale verkrijgingsprijs van de participaties die een startersfonds gedurende de investeringsperiode per technostartervennootschap verkrijgt, over alle technostartervennootschappen genomen ten hoogste € 800.000,– bedraagt; d. d. de middelen die door een startersfonds per half jaar aan een technostartervennootschap worden verstrekt ten hoogste € 500.000,– bedragen; e. e. de beheerskosten jaarlijks ten hoogste 5% bedragen van het investeringsbudget; f. f. de fondsbeheerder voor zijn werkzaamheden een beloning verkrijgt die afhankelijk is van zijn individuele prestatie; g. g. de relatieve omvang van achtergestelde vorderingen zodanig wordt beperkt dat ten hoogste 35% van het totaal van de verkrijgingsprijzen van de participaties betrekking heeft op achtergestelde vorderingen; h. h. voor achtergestelde vorderingen een rente wordt bedongen die ten minste gelijk is aan de referentierente; i. i. de participaties verkregen worden in technostartervennootschappen waarvan de rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven ten minste redelijk zijn; j. j. bij de beslissing van het startersfonds inzake de verkrijging van een participatie rekening wordt gehouden met het ondernemingsplan van de desbetreffende technostartervennootschap; k. k. de participaties verkregen worden in technostartervennootschappen waarin niet eerder een participatie is verkregen door een investeringsfonds, niet zijnde een startersfonds, behoudens indien de eerdere participatie is verkregen door een investeringsfonds dat uitsluitend het verstrekken van risicodragend kapitaal aan technostartervennootschappen tot doel heeft en dat naar het oordeel van de minister niet in staat is nieuwe participaties in de technostartervennootschap te verkrijgen.
2. De verstrekking van de geldlening vindt plaats onder de voorwaarde dat binnen twee weken na de beschikking tot verstrekking van de geldlening een overeenkomst tot geldlening wordt gesloten tussen de Staat en het startersfonds.
3. De Staat doet een aanbod een overeenkomst tot geldlening te sluiten, die is opgesteld overeenkomstig het model dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
4.
In de overeenkomst tot geldlening wordt onder meer bepaald dat:
a. a. de geldlening een bedrag betreft dat ten hoogste door het startersfonds kan worden opgenomen; b. b. ingevolge de geldlening het startersfonds bedragen in contanten kan opnemen, telkens indien het startersfonds een participatie verkrijgt, voor zover het totaal van de verstrekte middelen niet hoger is dan het maximale bedrag van de geldlening; c. c. het startersfonds een deel van de inkomsten uit participaties overboekt aan de minister; d. d. het startersfonds geen andere activiteiten verricht dan de uitvoering van het fondsplan.
5. De minister kan in aanvulling op het model in het aanbod voor de overeenkomst tot geldlening bepalingen opnemen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
Artikel 3
1. De geldsom die op grond van de in artikel 2, tweede lid bedoelde overeenkomst tot geldlening ten hoogste kan worden geleend, bedraagt 50 procent van het investeringsbudget, maar niet meer dan een plafond-bedrag dat bij ministeriële regeling wordt vastgesteld.
2. Het in het eerste lid bedoelde plafond-bedrag bedraagt € 4.000.000,– voor het in 2005 verstrekken van een geldlening op grond van deze regeling.
3. Indien een ander bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Gemeenschappen een financiële bijdrage aan het investeringsbudget van het startersfonds heeft verstrekt, wordt op grond van deze regeling slechts een zodanige geldlening verstrekt, dat het totaal van de geldlening en de andere financiële bijdragen niet meer bedraagt dan het in het eerste lid bedoelde percentage.
Artikel 4
1. Er is een Adviescommissie seed capital technostarters die tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen om verstrekking van een geldlening op grond van deze regeling.
2. De adviezen van de commissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering.
3. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vier en ten hoogste zes andere leden. De leden beschikken tezamen over deskundigheid op het terrein van de verstrekking van risico-kapitaal aan beginnende ondernemingen en de beoordeling van ondernemingsplannen. De leden zijn geen ambtenaren, werkzaam bij de rijksoverheid.
4. De voorzitter en de andere leden worden door de minister voor een termijn van ten hoogste drie jaar benoemd. Zij zijn opnieuw benoembaar voor een termijn van ten hoogste drie jaar.
5. De commissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast.
6. Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de beschikking op de aanvraag.
7. De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de commissie bij te wonen.
8. In het secretariaat van de commissie wordt door de minister voorzien.
9. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie bewaard in het archief van dat ministerie.
10. De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
11. De commissie stelt jaarlijks voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar. Op verzoek van de minister stelt de commissie tevens een evaluatieverslag op, waarin zij aandacht besteedt aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van haar taakvervulling. Het jaarverslag en het evaluatieverslag worden aan de minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.
Artikel 5
1. Het subsidieplafond voor het in 2005 verstrekken van geldleningen op aanvragen op grond van deze regeling, bedraagt € 20.600.000,–.
2. Bij ministeriële regeling wordt een plafond vastgesteld voor het verstrekken van geldleningen op aanvragen op grond van deze regeling die na 2005 zijn ontvangen in een periode als bedoeld in artikel 6, tweede lid. Daarbij kunnen afzonderlijke subsidieplafonds worden vastgesteld voor aanvragen die betrekking hebben op participaties in bepaalde categorieën technostarters of voor aanvragen die worden gedaan in een bepaalde periode, bedoeld in artikel 6, tweede lid.
3. Indien het plafond met betrekking tot enig kalenderjaar nog niet is vastgesteld op 1 januari van dat jaar, bedraagt het plafond met betrekking tot de aanvraagperiode in dat jaar € 11.600.000,–.
Paragraaf 2. Aanvraag en beslissing op de aanvraag
Artikel 6
1. Aanvragen om verstrekking van een geldlening op grond van deze regeling worden in 2005 gedaan op een zodanig tijdstip dat zij worden ontvangen in de periode van 1 april tot en met 30 juni.
2. Aanvragen om verstrekking van een geldlening op grond van deze regeling worden in de jaren vanaf 2005 gedaan op een zodanig tijdstip dat zij worden ontvangen in de periode van 1 januari tot en met 31 maart, of in een andere periode indien deze bij ministeriële regeling is vastgesteld.
3. Een aanvraag om verstrekking van een geldlening wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.
4. De aanvraag gaat vergezeld van een fondsplan en een begroting voor het fondsplan alsmede van andere bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.
Artikel 7
Binnen dertien weken na de laatste dag van de bij artikel 6, eerste lid, vastgestelde periode, geeft de minister een beschikking omtrent in die periode ontvangen aanvragen om verstrekking van een geldlening.
Artikel 8
1. De minister wint omtrent de aanvragen het advies in van de Adviescommissie seed capital technostarters.
2.
De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien hij, daarbij geadviseerd door de commissie, van oordeel is dat:
a. a. de aanvraag niet voldoet aan deze regeling; b. b. onvoldoende aannemelijk is dat het startersfonds gedurende de investeringsperiode daadwerkelijk zal beschikken over de middelen die het fonds aan het investeringsbudget bijdraagt; c. c. onvoldoende vertrouwen bestaat dat het startersfonds bij het verkrijgen, beheren en beëindigen van participaties het ontstaan van belangenverstrengeling zal voorkomen; d. d. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben voor het verkrijgen van participaties en voor het beheer van het startersfonds op een wijze zoals bij participatiefondsen gebruikelijk is; e. e. het fondsplan onvoldoende is onderbouwd; f. f. onvoldoende vertrouwen bestaat dat het fondsplan naar behoren wordt uitgevoerd.
3.
De minister rangschikt, daarbij geadviseerd door de commissie, de aanvragen waarop hij niet afwijzend beschikt zodanig, dat een aanvraag hoger gerangschikt wordt naar mate:
a. a. de aanvrager meer kan steunen op relevante ervaring en deskundigheid; b. b. het fondsplan meer bijdraagt aan de opbouw van succesvolle ondernemingen door technostartervennootschappen; c. c. het fondsplan doelmatiger is ingericht.
4. De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van de rangschikking.
5. Indien een aanvraag is gedaan om verstrekking van een geldlening voor een bedrag dat hoger is dan het in artikel 3, eerste en tweede lid, bedoelde plafond-bedrag en indien die aanvraag voor het overige kan worden toegewezen, kan de minister in afwijking van het bepaalde in artikel 3, eerste onderscheidenlijk tweede lid het maximale bedrag van de geldlening bepalen op een hoger bedrag dan het plafond-bedrag indien het op grond van artikel 5 beschikbare bedrag daarvoor toereikend is.
6. Bij de toepassing van het vijfde lid wordt voorrang gegeven aan aanvragen die hoger in de rangschikking zijn geplaatst.
7. Voor de rangschikking wegen de in het derde lid genoemde criteria even zwaar.
Paragraaf 3. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 9
In 2005 worden slechts geldleningen op grond van deze regeling verstrekt indien de Europese Commissie de minister heeft bericht dat deze regeling verenigbaar is met de regels van de Europese Gemeenschappen ten aanzien van staatssteun.
Artikel 10
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 11
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling seed capital technostarters.
Bijlage 1
Bijlage 2
Ligt ter inzage bij TechnoPartner, SenterNovem te Den Haag.
Bijlage 3
Ligt ter inzage bij TechnoPartner, SenterNovem te Den Haag.
Bijlage 4
Ligt ter inzage bij TechnoPartner, SenterNovem te Den Haag.
Bijlage 5
Ligt ter inzage bij TechnoPartner, SenterNovem te Den Haag.
Bijlage 6
Ligt ter inzage bij TechnoPartner, SenterNovem te Den Haag.