rijk/ministeriele-regeling/regeling-specifieke-uitkering-flexibele-inzet-ondersteuning-woningbouw-tweede-tr/BWBR0046948
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling specifieke uitkering flexibele inzet ondersteuning woningbouw tweede tranche BWBR0046948 ministeriele-regeling geldend 2022-07-21 https://wetten.overheid.nl/BWBR0046948 Regeling specifieke uitkering flexibele inzet ondersteuning woningbouw tweede tranche

Regeling specifieke uitkering flexibele inzet ondersteuning woningbouw tweede tranche

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *aandachtsgroepen:* statushouders, arbeidsmigranten, dak- en thuisloze mensen, mensen met sociale of medische urgentie, mensen die uitstromen uit een intramurale zorginstelling, uitwonende studenten, woonwagenbewoners en ouderen.

b. b.

    *betaalbare woning:*
  
  
    
      1°.
      sociale huurwoning: huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag;
    
    
      2°.
      huurwoning voor middenhuur: huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste de bovengrens van € 1.000, of, indien er voor een geliberaliseerde woning voor middenhuur als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel j, van het Besluit ruimtelijke ordening in de gemeentelijke verordening ten hoogste een aanvangshuurprijs is bepaald die lager is dan € 1.000, ten hoogste dat bedrag. De bovengrens wordt met ingang van elk kalenderjaar geïndexeerd; of
    
    
      3°.
      betaalbare koopwoning: koopwoning met een koopprijs van ten hoogste de kostengrens voor woningen zonder energiebesparende voorzieningen, bedoeld in de voorwaarden en normen voor de onder auspiciën van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen ontwikkelde Nationale Hypotheek Garantie;

1°. 1°. sociale huurwoning: huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag; 2°. 2°. huurwoning voor middenhuur: huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste de bovengrens van € 1.000, of, indien er voor een geliberaliseerde woning voor middenhuur als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel j, van het Besluit ruimtelijke ordening in de gemeentelijke verordening ten hoogste een aanvangshuurprijs is bepaald die lager is dan € 1.000, ten hoogste dat bedrag. De bovengrens wordt met ingang van elk kalenderjaar geïndexeerd; of 3°. 3°. betaalbare koopwoning: koopwoning met een koopprijs van ten hoogste de kostengrens voor woningen zonder energiebesparende voorzieningen, bedoeld in de voorwaarden en normen voor de onder auspiciën van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen ontwikkelde Nationale Hypotheek Garantie; c. c.

    *minister:* Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

Artikel 2

De minister verstrekt op aanvraag van gedeputeerde staten een specifieke uitkering aan de provincie voor de financiering van capaciteitsondersteuning in de gemeentelijke of provinciale organisatie of bij een waterschap ter bevordering van de snelheid van:

a. a. de vergunningverlening voor woningbouwprojecten; b. b. de totstandkoming van lokale of regionale integrale woonzorgvisies en het realiseren van betaalbare woningen met passende zorg en ondersteuning voor aandachtsgroepen; c. c. het voorbereiden van een woningbouwproject of herstructureringsproject; d. d. het sluiten van anterieure overeenkomsten met marktpartijen; of e. e. het opstellen van een bestemmingsplan en het doorlopen van de bijbehorende procedure.

Artikel 3

1. Het uitkeringsplafond voor aanvragen op grond van artikel 2 bedraagt in het kalenderjaar 2022 € 40.000.000.

2. Het uitkeringsplafond voor aanvragen op grond van artikel 2 bedraagt in het kalenderjaar 2023 € 8.800.000 inclusief BTW.

3. Specifieke uitkeringen worden per aanvraagtijdvak toegekend op basis van de evenredige verdeling naar de bruto nieuwbouw woningbouwopgave per provincie op basis van de woningbouwcijfers uit 2022 van ABF.

4.

De specifieke uitkering voor het kalenderjaar 2022 op basis van ABF cijfers juni 2022 bedraagt per provincie ex BTW:

a. a. Drenthe: € 455.216; b. b. Flevoland: € 1.336.415; c. c. Friesland: € 701.618; d. d. Gelderland: € 3.975.835; e. e. Groningen: € 739.205; f. f. Limburg: € 887.384; g. g. Noord-Brabant: € 5.145.198; h. h. Noord-Holland: € 6.644.489; i. i. Overijssel: € 1.845.923; j. j. Utrecht: € 3.662.612; k. k. Zeeland: € 430.000; en l. l. Zuid-Holland: € 8.553.056.

5.

De specifieke uitkering voor het kalenderjaar 2023 op basis van ABF cijfers juni 2022 bedraagt per provincie exclusief BTW:

a. a. Drenthe: € 100.293; b. b. Flevoland: € 294.439; c. c. Friesland: € 154.580; d. d. Gelderland: € 875.956; e. e. Groningen: € 162.862; f. f. Limburg: € 200.587; g. g. Noord-Brabant: € 1.133.590; h. h. Noord-Holland: € 1.463.913; i. i. Overijssel: € 406.694; j. j. Utrecht: € 806.947; k. k. Zeeland: € 83.731; en l. l. Zuid-Holland: € 1.884.409.

6. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW die is verschuldigd over kosten voor de activiteiten in artikel 2 voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.

Artikel 4

1. De aanvraag voor de uitkering van 2022 wordt schriftelijk ingediend vanaf 1 augustus 2022 tot en met 1 december 2022 door gedeputeerde staten bij de minister.

2. De aanvraag voor de uitkering van 2023 wordt schriftelijk ingediend vanaf 10 juli 2023 tot en met 30 september 2023 door gedeputeerde staten bij de Minister.

3.

Een aanvraag bevat minimaal het volgende:

a. a. een omschrijving van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd, waarbij wordt aangegeven wat de ingeschatte verhouding van de inzet van de middelen is tussen de woningbouwprojecten, herstructureringsprojecten en woonzorgvisies; en b. b. de verwachte begin- en einddatum van de activiteiten, bedoeld in de artikelen 2 en 4, derde lid, onder a.

4. De minister kan, in aanvulling op het gestelde in het derde lid, aanvullende bescheiden vragen voor het indienen van een aanvraag die hij nodig acht voor het beoordelen van de aanvraag of het monitoren van de effecten van deze regeling.

Artikel 5

1. De provincie besteedt de specifieke uitkering volledig uiterlijk op 31 december 2024 aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt.

2. Indien de volledige besteding van de specifieke uitkering voor de datum, genoemd in het eerste lid, niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de ontvanger eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.

3.

De provincie:

a. a. voorziet zelf in een financiële bijdrage van ten minste 50% van de kosten van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt; of b. b. financiert die activiteiten voor ten minste de duur van een jaar, gerekend vanaf de datum genoemd in het eerste lid, dan wel, indien gebruik is gemaakt van de mogelijkheid tot verlenging als bedoeld in het tweede lid, gerekend vanaf de datum na afloop van de in dat lid bedoelde termijn.

4. Aan een uitkering kunnen nadere verplichtingen worden verbonden.

Artikel 6

1. Gedeputeerde staten informeren de minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt.

2. Gedeputeerde staten verlenen op verzoek van de minister medewerking en verstrekken op verzoek van de minister informatie ten behoeve van de voortgang en evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt.

Artikel 7

1. Gedeputeerde staten leggen verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2. Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, blijkt dat de specifieke uitkering niet volledig of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan gedeputeerde staten.

3. Voor zover het de verantwoording, bedoeld in het eerste lid, betreft, worden de uitkeringsbeschikkingen voor 2022 en voor 2023 als één beschikking beschouwd.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering flexibele inzet ondersteuning woningbouw tweede tranche.