rijk/ministeriele-regeling/regeling-subsidiebedragen-milieukwaliteit-elektriciteitsproductie-2004/BWBR0016121
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling subsidiebedragen milieukwaliteit elektriciteitsproductie 2004 BWBR0016121 ministeriele-regeling geldend 2004-06-27 https://wetten.overheid.nl/BWBR0016121 Regeling subsidiebedragen milieukwaliteit elektriciteitsproductie 2004

Regeling subsidiebedragen milieukwaliteit elektriciteitsproductie 2004

Artikel 1

1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. zuivere biomassa: producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen , de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken die geheel biologisch afbreekbaar zijn, alsmede industrieel en huishoudelijk afval dat geheel biologisch afbreekbaar is; b. b. niet-zuivere biomassa: biomassa, niet zijnde zuivere biomassa; c. c. afvalverbrandingsinstallatie: een productie-installatie waarin al dan niet de opgewekte warmte wordt teruggewonnen en die uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is voor:

        1°.
        de verbranding door oxidatie van afvalstoffen;
      
      
        2°.
        een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder 1º ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of
      
      
        3°.
        de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen;

1°. 1°. de verbranding door oxidatie van afvalstoffen; 2°. 2°. een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder 1º ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of 3°. 3°. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen; d. d. productie-installatie voor de opwekking van elektriciteit met behulp van windenergie op zee: een productie-installatie waarin elektriciteit wordt opgewekt met behulp van windenergie, die is opgericht in de territoriale zee of in de exclusieve economische zone; e. e. productie-installatie voor de opwekking van elektriciteit met behulp van windenergie op land: een productie-installatie waarin elektriciteit wordt opgewekt met behulp van windenergie, niet zijnde een productie-installatie als bedoeld in onderdeel d.

2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, worden producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen , de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede industrieel en huishoudelijk afval met een aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van langcyclisch organische oorsprong van ten hoogste drie massaprocent per partij geacht geheel biologisch afbreekbaar te zijn.

3.

Het rendement voor afvalverbrandingsinstallaties wordt berekend door de som van:

a. a. de opgewekte en aan het net of aan andere productie-installaties dan de productie-installatie die de elektriciteit opwekt te leveren elektriciteit, en b. b. tweederde van de opgewekte en nuttig aan te wenden warmte, c. c. te delen door het product van de massa van het te verwerken afval en de calorische onderwaarde van dit afval.

Artikel 2

Het vaste bedrag ter stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie voor duurzame elektriciteit, opgewekt in een productie-installatie met een nominaal elektrisch vermogen van ten hoogste 50 MW, niet zijnde een afvalverbrandingsinstallatie, bedraagt bij subsidieverlening in 2004:

a. a. indien zuivere biomassa, met uitzondering van stortgas en biogas uit slibvergisting, wordt omgezet in elektriciteit:

      1°.
      van 1 januari 2004 tot en met 30 juni 2004 € 0,067 per kWh;
    
    
      2°.
      van 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 € 0,082 per kWh;
    
    
      3°.
      vanaf 1 januari 2005 € 0,097 per kWh;

1°. 1°. van 1 januari 2004 tot en met 30 juni 2004 € 0,067 per kWh; 2°. 2°. van 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 € 0,082 per kWh; 3°. 3°. vanaf 1 januari 2005 € 0,097 per kWh; b. b. indien niet-zuivere biomassa wordt omgezet in elektriciteit: € 0,029 per kWh.

Artikel 3

Het vaste bedrag ter stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie voor duurzame elektriciteit, opgewekt in een productie-installatie met een nominaal elektrisch vermogen van meer dan 50 MW, niet zijnde een afvalverbrandingsinstallatie, bedraagt bij subsidieverlening in 2004:

a. a. indien zuivere biomassa, met uitzondering van diermeel, stortgas en biogas uit slibvergisting, wordt omgezet in elektriciteit:

      1°.
      van 1 januari 2004 tot en met 30 juni 2004 € 0,04 per kWh;
    
    
      2°.
      van 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 € 0,055 per kWh;
    
    
      3°.
      vanaf 1 januari 2005 € 0,07 per kWh;

1°. 1°. van 1 januari 2004 tot en met 30 juni 2004 € 0,04 per kWh; 2°. 2°. van 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 € 0,055 per kWh; 3°. 3°. vanaf 1 januari 2005 € 0,07 per kWh; b. b. indien zuivere biomassa, uitsluitend bestaande uit diermeel, wordt omgezet in elektriciteit:

      1°.
      van 1 januari 2004 tot en met 30 juni 2004 € 0,0 per kWh;
    
    
      2°.
      van 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 € 0,006 per kWh;
    
    
      3°.
      vanaf 1 januari 2005 € 0,021 per kWh;

1°. 1°. van 1 januari 2004 tot en met 30 juni 2004 € 0,0 per kWh; 2°. 2°. van 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 € 0,006 per kWh; 3°. 3°. vanaf 1 januari 2005 € 0,021 per kWh; c. c. indien niet-zuivere biomassa, met uitzondering van diermeel, wordt omgezet in elektriciteit: € 0,029 per kWh.

Artikel 4

Het vaste bedrag ter stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie voor duurzame elektriciteit opgewekt met behulp van een productie-installatie voor de productie van elektriciteit met behulp van stortgas, bedraagt bij subsidieverlening in 2004:

a. a. van 1 januari 2004 tot en met 30 juni 2004 € 0,0 per kWh; b. b. van 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 € 0,006 per kWh; c. c. vanaf 1 januari 2005 € 0,021 per kWh.

Artikel 5

Het vaste bedrag ter stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie voor duurzame elektriciteit, met uitzondering van elektriciteit opgewekt met behulp van stortgas of biogas uit slibvergisting, opgewekt in een afvalverbrandingsinstallatie met een minimum rendement van 26%, bedraagt bij subsidieverlening in 2004 € 0,029 per kWh.

Artikel 6

1.

Het vaste bedrag ter stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie voor duurzame elektriciteit, opgewekt in een productie-installatie voor de productie van elektriciteit met behulp van windenergie op land, bedraagt bij subsidieverlening in 2004:

a. a. van 1 januari 2004 tot en met 30 juni 2004 € 0,048 per kWh; b. b. van 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 € 0,063 per kWh; c. c. vanaf 1 januari 2005 € 0,078 per kWh.

2.

Het vaste bedrag ter stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie voor duurzame elektriciteit, opgewekt in een productie-installatie voor de productie van elektriciteit met behulp van windenergie op zee, bedraagt bij subsidieverlening in 2004:

a. a. van 1 januari 2004 tot en met 30 juni 2004 € 0,067 per kWh; b. b. van 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 € 0,082 per kWh; c. c. vanaf 1 januari 2005 € 0,097 per kWh.

Artikel 7

Het vaste bedrag ter stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie voor duurzame elektriciteit, opgewekt in een productie-installatie voor de productie van elektriciteit met behulp van zonne-energie, bedraagt bij subsidieverlening in 2004:

a. a. van 1 januari 2004 tot en met 30 juni 2004 € 0,067 per kWh; b. b. van 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 € 0,082 per kWh; c. c. vanaf 1 januari 2005 € 0,097 per kWh.

Artikel 8

Het vaste bedrag ter stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie voor duurzame elektriciteit, opgewekt in een productie-installatie voor de productie van elektriciteit met behulp van golfenergie of van getijdenenergie, bedraagt bij subsidieverlening in 2004:

a. a. van 1 januari 2004 tot en met 30 juni 2004 € 0,067 per kWh; b. b. van 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 € 0,082 per kWh; c. c. vanaf 1 januari 2005 € 0,097 per kWh.

Artikel 9

Het vaste bedrag ter stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie voor duurzame elektriciteit, opgewekt in een productie-installatie voor de productie van elektriciteit met behulp van waterkracht, bedraagt bij subsidieverlening in 2004:

a. a. van 1 januari 2004 tot en met 30 juni 2004 € 0,067 per kWh; b. b. van 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 € 0,082 per kWh; c. c. vanaf 1 januari 2005 € 0,097 per kWh.

Artikel 10

1. Het vaste bedrag ter stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie voor elektriciteit, opgewekt in een installatie voor warmtekrachtkoppeling, bedraagt voor zover de installatie voor warmtekrachtkoppeling is aangesloten op het net € 0,026 per kWh.

2. Indien een producent in de periode 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 elektriciteit op een installatie invoedt, wordt het totaalbedrag van de voor deze periode verkregen subsidie verminderd met het voordeel dat de producent in die periode heeft genoten van het niet belastbaar zijn van op de installatie ingevoede elektriciteit afkomstig van een installatie voor warmtekrachtkoppeling op grond van artikel 36c, vijfde lid, onder d van de Wet belastingen op milieugrondslag.

3.

Het voordeel, bedoeld in het tweede lid, bedraagt

a. a. voor zover elektriciteit, zowel afkomstig van de installatie voor warmtekrachtkoppeling als van andere bronnen, die op een installatie wordt ingevoed:

        1°.
        in de periode van 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 niet meer bedraagt dan 5000 kWh, per ingevoede kWh € 0,0654;
      
      
        2°.
        in de periode van 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 meer dan 5000 kWh, maar niet meer dan 25000 kWh bedraagt, per ingevoede kWh € 0,0212;
      
      
        3°.
        in de periode van 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 meer dan 25000 kWh, maar niet meer dan 5 miljoen kWh bedraagt, per ingevoede kWh € 0,0065;
      
      
        4°.
        in de periode van 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 meer bedraagt dan 5 miljoen kWh, per ingevoede kWh € 0,001 voor niet-zakelijk verbruik en per ingevoede kWh € 0,0005 voor zakelijk verbruik;

1°. 1°. in de periode van 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 niet meer bedraagt dan 5000 kWh, per ingevoede kWh € 0,0654; 2°. 2°. in de periode van 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 meer dan 5000 kWh, maar niet meer dan 25000 kWh bedraagt, per ingevoede kWh € 0,0212; 3°. 3°. in de periode van 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 meer dan 25000 kWh, maar niet meer dan 5 miljoen kWh bedraagt, per ingevoede kWh € 0,0065; 4°. 4°. in de periode van 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 meer bedraagt dan 5 miljoen kWh, per ingevoede kWh € 0,001 voor niet-zakelijk verbruik en per ingevoede kWh € 0,0005 voor zakelijk verbruik; b. b. verminderd met het bedrag dat de leverancier over de periode 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 inzake de levering van elektriciteit aan de producent aan belasting verschuldigd is op grond van hoofdstuk VA van de Wet Belastingen op milieugrondslag.

4. Het bedrag bedoeld in het derde lid, onderdeel a, onder 4°, wordt niet berekend indien aan de producent op grond van artikel 36q van de Wet belastingen op milieugrondslag voor de periode 1 juli 2004 tot en met 31 december 2004 een vrijstelling is verleend voor de belasting over elektriciteit boven een gebruik van 10 miljoen kWh per verbruiksperiode van twaalf maanden.

Artikel 10a

Op elektriciteit die door middel van een installatie voor warmtekrachtkoppeling voor 1 juli 2004 is opgewekt, is artikel 10 zoals dit voor 1 juli 2004 luidde van toepassing.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidiebedragen milieukwaliteit elektriciteitsproductie 2004.