rijk/ministeriele-regeling/regeling-tijdelijke-aanstelling-militairen/BWBR0051757
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling tijdelijke aanstelling militairen BWBR0051757 ministeriele-regeling geldend 2026-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0051757 Regeling tijdelijke aanstelling militairen

Regeling tijdelijke aanstelling militairen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • AMAR: het Algemeen militair ambtenarenreglement;
  • bevoegd gezag: de functionaris, bedoeld in het Mandaatbesluit toedeling uitvoerende personele bevoegdheden defensie 2021;
  • militair: degene die tijdelijk is aangesteld op grond van artikel 11a van het AMAR.

Artikel 2

1. Van het Verplaatsingskostenbesluit Defensie zijn de artikelen 2 tot en met 18, 21, 22, 23 niet van toepassing.

2. Voor de militair geldt dat onder het algemeen deel van de initiële opleiding, bedoeld in artikel 3a van de Inkomstenregeling militairen, wordt verstaan: het succesvol afronden van de Algemene Militaire Basisopleiding.

Artikel 3

De militair is verplicht om gedurende één jaar deel uit te maken van het beroepspersoneel, met inbegrip van de voor de militair geldende initiële opleiding.

Artikel 4

Aan de militair wordt door het bevoegd gezag een functie toegewezen voor de duur van diens aanstelling.

Artikel 5

Het bevoegd gezag voert een gesprek met de militair uiterlijk drie maanden voor het einde van diens aanstelling, teneinde te inventariseren of de militair diens aanstelling wenst te verlengen of te wijzigen in een aanstelling op grond van artikel 4, eerste lid, van het AMAR.

Artikel 6

1. De militair die wenst diens aanstelling te verlengen, dient bij het bevoegd gezag een daartoe strekkend verzoek in.

2. Indien de aanstelling van de militair wordt verlengd, kan het bevoegd gezag de huidige functieduur verlengen dan wel een andere functie toewijzen voor de duur van de verlenging.

Artikel 7

1. De militair die wenst diens aanstelling te wijzigen in een aanstelling op grond van artikel 4, eerste lid, van het AMAR dient bij het bevoegd gezag een daartoe strekkend verzoek in.

2.

Indien de aanstelling van de militair wordt gewijzigd in een aanstelling op grond van artikel 4, eerste lid, van het AMAR geldt dat:

a. a. de militair dient te voldoen aan de voor deze aanstelling in artikel 5, eerste lid, van het AMAR gestelde voorwaarden; b. b. de militair de bij deze aanstelling behorende verplichting, bedoeld in artikel 7 van het AMAR, krijgt opgelegd, met dien verstande dat hierop in mindering wordt gebracht de verplichting, bedoeld in artikel 3 van deze regeling, voor zover deze is voldaan; c. c. aan deze aanstelling geen proeftijd wordt verbonden.

Artikel 8

Indien de militair door het bevoegd gezag wordt ontheven van diens functie, eindigt de aanstelling met ingang van de dag van die ontheffing van rechtswege.

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop Besluit tot wijziging van het Algemeen militair ambtenarenreglement in verband met het invoeren van een nieuwe tijdelijke aanstelling als militair in het kader van het Dienjaar Defensie in werking treedt.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tijdelijke aanstelling militairen.