40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling vaartoelage, afbouw verlofaanspraken en enige andere vaste vergoedingen en toeslagen NVWA | BWBR0038742 | ministeriele-regeling | geldend | 2016-11-23 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0038742 | Regeling vaartoelage, afbouw verlofaanspraken en enige andere vaste vergoedingen en toeslagen NVWA |
Regeling vaartoelage, afbouw verlofaanspraken en enige andere vaste vergoedingen en toeslagen NVWA
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*ARAR:* het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
b. b.
*BBRA ‘84:* het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;
c. c.
*de minister:* de Minister van Economische Zaken;
d. d.
*medewerker:* de medewerker van de NVWA die op grond van het ARAR in tijdelijke dienst of in vaste dienst is aangesteld;
e. e.
*ambulante medewerker:* de medewerker wiens functie is opgenomen in bijlage 1;
f. f.
*NVWA:* de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;
g. g.
*oude regeling:* de regeling die is vastgelegd in het directieraadbesluit van de Algemene Inspectiedienst van 10 augustus 1999, arbeidsvoorwaarden VIPOL;
h. h.
*controleschip:* schip waarop toezichthoudende werkzaamheden voor of namens de NVWA worden verricht;
i. i.
*roosterdienst:* het rooster als bedoeld in artikel 3 van de Werktijdenregeling Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;
j. j.
*retribueerbaar werk:* werkzaamheden die de NVWA op aanvraag van het bedrijfsleven verricht en waarvoor zij een retributie in rekening brengt.
Artikel 2
1. De medewerker die langer dan 24 uur achtereen op zee aan boord is van een controleschip voor de NVWA, ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden voor de NVWA, heeft aanspraak op een vaartoelage.
2. De vaartoelage bedraagt € 70,– bruto voor elke dag aan boord van een controleschip. Dit bedrag wordt met hetzelfde percentage verhoogd of verlaagd, als het percentage waarmee het salaris van het burgerlijk rijkspersoneel algemeen wordt aangepast, zulks met ingang van de dag waarop die wijziging van het salaris van kracht wordt.
3. Over de dagen waarop de medewerker aanspraak heeft op de vaartoelage bestaat geen aanspraak op een toelage op grond van de artikelen 17, 17a en 18a BBRA ‘84 of op een vergoeding op grond van artikel 23 BBRA ‘84.
Artikel 3
1. De medewerker, bedoeld in artikel 2, verricht gedurende ten hoogste 12 uur per dag en gedurende ten hoogste 60 uur per week werkzaamheden, overeenkomstig artikel 5:7, tweede lid, onder a en b, van de Arbeidstijdenwet.
2. De medewerker die gedurende maximaal vijf opeenvolgende dagen aan boord van een controleschip dienst verricht, ontvangt voor iedere dag aan boord twee uur verlof.
3. De medewerker die gedurende meer dan vijf achtereenvolgende dagen aan boord van een controleschip dienst verricht, ontvangt voor iedere dag aan boord drie uur verlof.
4. Het compensatieverlof als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Werktijdenregeling NVWA wordt zo mogelijk aansluitend aan het einde van de dienst binnen een periode van vier weken na het ontstaan daarvan, planmatig opgenomen.
Artikel 4
1. De medewerker, bedoeld in artikel 2, die in minimaal twee van de kalenderjaren 2009, 2010 of 2011 minimaal vier weken per kalenderjaar dienst heeft verricht aan boord van een controleschip, heeft aanspraak op een aflopende toelage.
2. De aflopende toelage, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een percentage van het positieve verschil tussen de aanspraak van de medewerker op verlof op grond van de oude regeling en de aanspraak op verlof op grond van artikel 3 per reis aan boord van een controleschip, vermenigvuldigd met het voor de medewerker geldende salaris per uur, bedoeld in artikel 2, onder b, BBRA ’84. De aflopende toelage wordt jaarlijks berekend en uitgekeerd, overeenkomstig bijlage 2.
3.
Het percentage, bedoeld in het tweede lid, bedraagt:
a. a. gedurende het eerste, tweede, derde en vierde jaar: 100%; b. b. het vijfde en zesde jaar: 90%; c. c. het zevende, achtste, negende en tiende jaar: 80%.
Artikel 5
1. De medewerker, bedoeld in artikel 2, heeft na afloop van de aflopende toelage, bedoeld in artikel 4, aanspraak op een aansluitende toelage gedurende zijn dienstverband bij de NVWA.
2. De aansluitende toelage bedraagt 80% van het in artikel 4, tweede lid, genoemde verschil.
Artikel 6
1. De medewerker, werkzaam in roosterdienst, van wie de dienst aanvangt voor 06.00 uur, heeft aanspraak op een vergoeding voor een ontbijt indien hij daarvoor kosten heeft gemaakt in een daarvoor bestemde gelegenheid. Deze vergoeding is gelijk aan het bedrag, genoemd in artikel 5, eerste lid, onderdeel d, van de Reisregeling binnenland.
2. De medewerker, werkzaam in roosterdienst, van wie de dienst eindigt na 20.00 uur heeft aanspraak op een vergoeding voor een avondmaaltijd indien hij daarvoor kosten heeft gemaakt in een daarvoor bestemde gelegenheid. Deze vergoeding is gelijk aan het bedrag, genoemd in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de Reisregeling binnenland.
Artikel 7
1. De medewerker die als gevolg van het plaats- en tijdonafhankelijk werken in het belang van de NVWA regelmatig thuis werkzaamheden verricht, heeft aanspraak op een vaste kostenvergoeding per maand van € 15,– netto.
2. De medewerker die een vergoeding ontvangt op grond van de Regeling vrijwillig telewerken ambtenaren EZ 2008 heeft geen aanspraak op de vergoeding, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 8
De bij de divisie Veterinair & Import van de NVWA werkzame, niet-leidinggevende medewerker met salarisschaal 11 of hoger, die retribueerbaar werk heeft verricht, heeft aanspraak op een eenmalige toeslag als bedoeld in artikel 22a van het BBRA ‘84, waarvan de hoogte na afloop van een kalenderjaar wordt bepaald overeenkomstig artikel 23 van het BBRA ‘84.
Artikel 9
1. De woonplaats van de ambulante medewerker wordt als standplaats aangemerkt als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 en artikel 2, onderdeel c, van het Reisbesluit binnenland.
2. De medewerker kan de reistijd die is gemoeid met woon-werkverkeer benutten om werkzaamheden te verrichten. Deze reistijd geldt alsdan als werktijd.
Artikel 10
De minister kan, voor zover nodig in individuele gevallen waar de regeling naar zijn oordeel niet of niet in redelijkheid voorziet, in afwijking van deze regeling besluiten, indien bijzondere gevallen daartoe aanleiding geven.
Artikel 11
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2012.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaartoelage, afbouw verlofaanspraken en enige andere vaste vergoedingen en toeslagen NVWA.
Bijlage 1. behorende bij
Bijlage 2. behorende bij
De berekening, bedoeld in artikel 4 van deze regeling, wordt als volgt verricht.
Samengevat kwam in de oude situatie, te weten de situatie tot 1 januari 2012, een vaarweek van maandag tot en met vrijdag op het volgende neer:
Maandag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur
Dinsdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur
Woensdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur
Donderdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur
Vrijdag 8 arbeidsuren
In de oude situatie verrichtten de VIPOL medewerkers van de voormalige AID maximaal 14 uur arbeid per etmaal in geval van werkzaamheden op zee. De medewerkers schreven in de oude situatie standaard 14 arbeidsuren per dag, in geval van werkzaamheden op zee gedurende de dagen maandag tot en met donderdag. Op vrijdag schreven de medewerkers de daadwerkelijk gemaakte uren. Indertijd is overeengekomen dat de medewerkers naast de compensatie uren, die berekend werden op grond van de maximaal te werken 14 arbeidsuren per etmaal, 4 uur extra compensatie ontvingen in het kader van arbeid en rusttijden. Dit betroffen de zogenoemde ‘Kleemansuurtjes’.
Uitgaande van een arbeidsmodaliteit van 40 uur, betekent dit dat de medewerker in de oude situatie aanspraak had op in totaal 68-40 = 28 compensatie uren per week.
Teneinde conform de in de Arbeidstijdenwet neergelegde maxima te werken, is in de Overeenkomst Arbeidsvoorwaarden en in deze regeling vastgelegd dat de medewerker bij werkzaamheden op zee gedurende maximaal 12 uur per etmaal dienst verricht. Teneinde de achteruitgang in compensatie uren op te vangen, wordt aan de medewerker per dag aan boord van een controleschip 2 uur compensatieverlof toegekend. Samengevat komt in de nieuwe situatie een vaarweek van maandag tot en met vrijdag op het volgende neer:
Maandag 12 arbeidsuren + 2 uur compensatieverlof
Dinsdag 12 arbeidsuren + 2 uur compensatieverlof
Woensdag 12 arbeidsuren + 2 uur compensatieverlof
Donderdag 12 arbeidsuren + 2 uur compensatieverlof
Vrijdag 8 arbeidsuren + 2 uur compensatieverlof
Uitgaande van een arbeidsmodaliteit van 40 uur, zou dit betekenen dat de medewerker aanspraak heeft op 66-40 = 26 compensatie uren per week.
In dit voorbeeld komt het te compenseren verschil in de oude en de nieuwe situatie op twee uur compensatieverlof per gewone vaarweek neer.
In de oude situatie, te weten de situatie tot 1 januari 2012, werd in geval van meerweekse reizen ook op vrijdag, en de tweede maandag, dinsdag en woensdag 1 Kleemans uur toegekend. Daarnaast ontving de medewerker in een dergelijk geval 4 Kleemans uren op zaterdag. Uitgaande van een vaarweek van tien dagen, leverde de oude situatie het volgende op:
Maandag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur
Dinsdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur
Woensdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur
Donderdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur
Vrijdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur
Zaterdag 14 arbeidsuren + 4 Kleemans uren
Zondag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur
Maandag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur
Dinsdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur
Woensdag 8 arbeidsuren + 1 Kleemans uur
Uitgaande van een arbeidsmodaliteit van 40 uur, betekende dit dat de medewerker in de oude situatie in geval van een meerweekse reis aanspraak had op in totaal 146-60= 86 compensatie uren per week.
In de nieuwe situatie ontvangt de medewerker, die gedurende meer dan vijf achtereenvolgende dagen aan boord van een controleschip dienst verricht, voor iedere dag aan boord die uur verlof. Uitgaande van een vaarweek van tien dagen, levert de nieuwe situatie het volgende op:
Maandag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof
Dinsdag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof
Woensdag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof
Donderdag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof
Vrijdag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof
Zaterdag 3 uur compensatieverlof
Zondag 3 uur compensatieverlof
Maandag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof
Dinsdag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof
Woensdag 8 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof
Uitgaande van een arbeidsmodaliteit van 40 uur, betekent dit dat de medewerker in de nieuwe situatie in geval van een meerweekse reis van tien dagen aanspraak heeft op in totaal 122-60= 62 compensatie uren per week.
In dit voorbeeld komt het te compenseren verschil in de oude en de nieuwe situatie op 24 uur compensatieverlof per meerweekse reis neer.