rijk/ministeriele-regeling/regeling-wet-bescherming-persoonsgegevens-ministerie-van-vrom/BWBR0012881
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling Wet bescherming persoonsgegevens Ministerie van VROM BWBR0012881 ministeriele-regeling geldend 2001-11-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012881 Regeling Wet bescherming persoonsgegevens Ministerie van VROM

Regeling Wet bescherming persoonsgegevens Ministerie van VROM

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1

Artikel 1.2

De Regeling Wet bescherming persoonsgegevens Ministerie van VROM is van toepassing op alle verwerkingen van persoonsgegevens waarop de wet van toepassing is, die onder de directe verantwoordelijkheid van de Minister vallen.

Artikel 1.3

De Minister is de verantwoordelijke voor de verwerkingen van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 1.2 van deze regeling.

Artikel 1.4

1. De beheerder van de verwerkingen van persoonsgegevens is het hoofd of de functionaris van een dienst, directie of ander organisatieonderdeel aan wie krachtens de geldende organisatie- en mandaatregeling de taken en de bevoegdheden van de Minister ten aanzien van de verwerkingen zijn gemandateerd.

2. De beheerder is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de wet zoals de Minister als verantwoordelijke dit moet doen.

Artikel 1.5

1. Indien de werkzaamheden ten behoeve van de verwerking van persoonsgegevens worden uitgevoerd door een bewerker, vindt die uitvoering uitsluitend plaats op basis van een overeenkomst of krachtens een andere rechtshandeling waardoor een verbintenis ontstaat tussen bewerker en de Minister.

2.

Deze overeenkomst of rechtshandeling regelt in ieder geval:

a. a. de aansprakelijkheid van de bewerker voor inbreuken op de persoonlijke levenssfeer in verband met de door deze verwerkte gegevens; b. b. dat een ieder die handelt onder het gezag van de bewerker, alsmede de bewerker zelf, voor zover deze toegang hebben tot persoonsgegevens, deze persoonsgegevens verwerkt in opdracht van de Minister, behoudens afwijkende wettelijke verplichtingen; c. c. dat voor de personen bedoeld in lid 2 onder b een geheimhoudingsplicht geldt ingevolge artikel 12 lid 2 van de wet; en d. d. dat de bewerker passende technische en organisatorische maatregelen ten uitvoer legt om persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking ingevolge artikel 13 van de wet en overeenkomstig artikel 4 van deze regeling.

3. Deze overeenkomst of rechtshandeling wordt schriftelijk of in een andere, gelijkwaardige vorm vastgelegd.

Artikel 1.6

Er wordt een privacyfunctionaris overeenkomstig de artikelen 62 tot en met 64 van de wet benoemd.

Paragraaf 2. Verwerking van persoonsgegevens

Artikel 2.1

1. Persoonsgegevens worden voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden verzameld.

2. Persoonsgegevens worden niet verder verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met de doeleinden waarvoor ze zijn verkregen.

Artikel 2.2

1. Verwerkingen van persoonsgegevens die meldingsplichtig zijn in de zin van artikel 27 van de wet, worden alvorens met de verwerking wordt aangevangen door de beheerder namens de Minister bij de privacyfunctionaris gemeld.

2. De melding bevat de overeenkomstig artikel 28 lid 1 en lid 2 van de wet en in de bijlage omschreven gegevens.

3. Wijzigingen in de melding worden door de beheerder gemeld bij de privacyfunctionaris overeenkomstig artikel 28 lid 3 van de wet.

4. De privacyfunctionaris deponeert de melding in het register.

Artikel 2.3

1. Verwerkingen die een bijzonder risico met zich meebrengen in de zin van artikel 31 van de wet worden als zodanig door de beheerder namens de Minister bij de privacyfunctionaris gemeld.

2. De privacyfunctionaris meldt de ingevolge het eerste lid bij hem gemelde verwerkingen bij het College bescherming persoonsgegevens.

Artikel 2.4

1. Voor iedere meldingsplichtige verwerking van persoonsgegevens in de zin van artikel 27 van de wet wordt door de beheerder een meldingsformulier + gemaakt.

2. Het meldingsformulier + bevat naast hetgeen in de melding is opgenomen de in de bijlage omschreven gegevens.

3. De beheerder deponeert het meldingsformulier + in het register.

4. De beheerder ziet erop toe dat de gegevens in het meldingsformulier + juist, volledig en actueel zijn.

Artikel 2.5

1. Voor verwerkingen van persoonsgegevens die ingevolge artikel 29 van de wet van melding zijn vrijgesteld, wordt door de beheerder een formulier gemaakt.

2. Het formulier bevat de in de bijlage omschreven gegevens.

3. De beheerder deponeert het formulier in het register.

4. De beheerder ziet erop toe dat de gegevens in het formulier juist, volledig en actueel zijn.

Artikel 2.6

1. Er is een register dat onder de verantwoordelijkheid van de privacyfunctionaris wordt bijgehouden.

2. Het register bevat de meldingsformulieren en de formulieren voor van melding vrijgestelde verwerkingen.

3. Het register ligt kosteloos voor een ieder ter inzage bij de privacyfunctionaris en bij de Centrale Bibliotheek van het Ministerie van VROM.

Artikel 2.7

De beheerder stelt per verwerking van persoonsgegevens de bewaartermijn vast en vermeldt dit in het meldingsformulier + of in het formulier voor van melding vrijgestelde verwerkingen.

Paragraaf 3. Rechten van de betrokkene

Artikel 3.1

De beheerder deelt de betrokkene de informatie mede conform de artikelen 33 en 34 van de wet, tenzij de betrokkene daarvan reeds op de hoogte is.

Artikel 3.2

1. De betrokkene kan zich wenden tot de Minister met het verzoek hem mede te delen of, welke en op welke wijze hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt. De beheerder stelt in overleg met de privacyfunctionaris de procedures vast zodat dit recht van de betrokkene conform de artikelen 35, 37 en 39 kan worden geëffectueerd.

2. Degene aan wie overeenkomstig artikel 35 van de wet kennis is gegeven van hem betreffende persoonsgegevens, kan de Minister verzoeken deze persoonsgegevens te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te schermen. De beheerder stelt in overleg met de privacyfunctionaris de procedures vast zodat dit recht van de betrokkene conform de artikelen 36, 37 en 38 van de wet kan worden geëffectueerd.

3. De beheerder draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker.

4. Voor een bericht als bedoeld in artikel 35 van de wet worden geen kosten in rekening gebracht.

Artikel 3.3

1. De Minister stelt procedures op waarmee het verzetsrecht als bedoeld in artikel 40 van de wet binnen vier weken kan worden geëffectueerd.

2. Voor het in behandeling nemen van verzet worden geen kosten in rekening gebracht.

Artikel 3.4

Ter uitvoering van artikel 45 van de wet stelt de Minister procedures op om overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht in te kunnen gaan op bezwaar en beroep.

Artikel 3.5

Om in te kunnen gaan op de overige klachten op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens stelt de Minister procedures op.

Artikel 4

1. De te treffen technische en organisatorische maatregelen om persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies en onrechtmatige verwerking, dienen te voldoen aan het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst 1994. Daarnaast kan de Minister additionele eisen voorschrijven.

2. De beveiligingsmaatregelen als bedoeld in het eerste lid worden schriftelijk of in een andere, vergelijkbare vorm vastgelegd.

3. De beheerder ziet erop toe, dat de overeenkomst zoals deze ingevolge artikel 1.5 van deze regeling met de bewerker is gesloten, wordt nageleefd.

Paragraaf 5. Coördinatie en toezicht

Artikel 5.1

1. Er wordt een privacyfunctionaris overeenkomstig benoemd. De privacyfunctionaris ziet toe op de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig het bij of krachtens de wet en deze regeling bepaalde. De taken en bevoegdheden van de privacyfunctionaris worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst gesloten tussen de Minister en de privacyfunctionaris in persoon.

2. In geval de privacyfunctionaris onregelmatigheden aantreft bij de verwerking van persoonsgegevens brengt hij hierover verslag uit aan de Minister.

3. De privacyfunctionaris houdt een register bij als bedoeld in artikel 2.6 van deze regeling.

4. De privacyfunctionaris brengt jaarlijks vóór 1 maart verslag uit van zijn werkzaamheden en bevindingen aan de Minister.

5. In voorkomende gevallen brengt de privacyfunctionaris aanbevelingen uit aan de Minister, die strekken tot een betere bescherming van de gegevens die worden verwerkt

Artikel 5.2

1. De Interne Accountantsdienst voert - al of niet op initiatief van de privacyfunctionaris - periodiek een audit uit naar de naleving van de wet en deze regeling.

2.

De Interne Accountantsdienst rapporteert ten minste eenmaal per jaar haar bevindingen aan de Minister, de privacyfunctionaris, het Coördinatieoverleg bescherming persoonsgegevens en informatiebeveiliging en aan de beheerder van de

desbetreffende verwerking van persoonsgegevens.

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 6.1

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 2001. De Regeling Persoonsregistraties VROM wordt ingetrokken.

Artikel 6.2

Deze regeling ligt voor een ieder ter inzage bij de privacyfunctionaris en in de Centrale Bibliotheek van het Ministerie van VROM.

Artikel 6.3

1. Vóór 1 september 2002 worden de verwerkingen van persoonsgegevens, met uitzondering van de verwerking van de bijzondere persoonsgegevens, die op dat tijdstip reeds plaatsvonden, in overeenstemming gebracht met de wet.

2. Vóór 1 september 2004 worden de verwerkingen van bijzondere persoonsgegevens, die op dat tijdstip reeds plaatsvonden, in overeenstemming gebracht met de wet.

3. Reglementen en formulieren opgesteld ter uitvoering van de Regeling Persoonsregistraties VROM worden ingetrokken op het moment dat aan het bepaalde in lid 1 of lid 2 is voldaan.

4. Reglementen en formulieren opgesteld ter uitvoering van de Regeling Persoonsregistraties VROM blijven tot 1 september 2004 bewaard.

Artikel 6.4

Regeling Wet bescherming persoonsgegevens Ministerie van VROM.

Artikel 6.5

Deze regeling, alsmede de wijziging of intrekking daarvan wordt geplaatst in de Staatscourant.