rijk/ministeriele-regeling/reken-en-meetvoorschrift-wegverkeerslawaai-2002/BWBR0013548
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Reken- en meetvoorschrift wegverkeerslawaai 2002 BWBR0013548 ministeriele-regeling geldend 2005-08-09 https://wetten.overheid.nl/BWBR0013548 Reken- en meetvoorschrift wegverkeerslawaai 2002

Reken- en meetvoorschrift wegverkeerslawaai 2002

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

1.

Voor de toepassing van deze regeling worden de volgende categorieën motorvoertuigen onderscheiden:

  • categorie lv (lichte motorvoertuigen): motorvoertuigen op drie of meer wielen, met uitzondering van de in categorie mv en categorie zv bedoelde motorvoertuigen;
  • categorie mv (middelzware motorvoertuigen): gelede en ongelede autobussen, alsmede andere motorvoertuigen die ongeleed zijn en voorzien van een enkele achteras waarop vier banden zijn gemonteerd;
  • categorie zv (zware motorvoertuigen): gelede motorvoertuigen, alsmede motorvoertuigen die zijn voorzien van een dubbele achteras, met uitzondering van autobussen.

2.

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • etmaalperiode: gedeelte van een etmaal, waarover het equivalente geluidsniveau wordt bepaald;
  • verkeersintensiteit: aantal motorvoertuigen van een categorie motorvoertuigen als bedoeld in het eerste lid, dat per uur, gemiddeld over een etmaalperiode, een waarneempunt passeert;
  • maatgevende verkeersintensiteit: verkeersintensiteit, zoals die, in het voor de geluidsbelasting bepalende jaar, gemiddeld over een representatief tijdvak, optreedt;
  • verkeerssnelheid: voor het betreffende wegvak representatief te achten gemiddelde snelheid per categorie motorvoertuigen als bedoeld in het eerste lid;
  • dicht asfaltbeton: typeaanduiding dicht asfaltbeton zoals gespecificeerd in de Standaard RAW-bepalingen 2000, ISBN 9066283165.

Paragraaf 2. Bepaling van het equivalente geluidsniveau vanwege een weg

Artikel 2

1.

Bij de bepaling van het equivalente geluidsniveau vanwege een weg, wordt rekening gehouden met:

a. a. de maatgevende verkeersintensiteiten van de onderscheidene categorieën motorvoertuigen; b. b. de verkeerssnelheden van de onderscheidene categorieën motorvoertuigen; c. c. de geluidemissies van de onderscheidene categorieën motorvoertuigen, bepaald op een wegdek van dicht asfaltbeton; d. d. de invloed van het wegdektype op de geluidemissie; e. e. de verzwakking van het geluid ten gevolge van de geometrische uitbreiding van het geluidsveld; f. f. de verzwakking van het geluid door absorptie van geluidsenergie in de atmosfeer; g. g. de invloed van de bodem op de geluidsoverdracht; h. h. de meteorologische invloeden op de geluidsoverdracht.

2.

Bij de bepaling van het equivalente geluidsniveau wordt, afhankelijk van de situatie, bovendien rekening gehouden met de effecten op de geluidemissie en geluidsoverdracht, die het gevolg zijn van één of meer:

a. a. hellingen in het beschouwde weggedeelte; b. b. met verkeerslichten geregelde kruispunten van wegen; c. c. snelheidsbeperkende maatregelen; d. d. reflecties van het geluid; e. e. afschermingen van het geluid.

3. Indien het equivalente geluidsniveau wordt bepaald ter plaatse van de gevel van een woning of ander geluidsgevoelig gebouw, wordt slechts rekening gehouden met het op de gevel invallende geluid.

Artikel 3

1. Het equivalente geluidsniveau wordt bepaald volgens de in bijlage II bij deze regeling beschreven standaardrekenmethode II.

2. In afwijking van het eerste lid kan het equivalente geluidsniveau worden bepaald volgens de in bijlage I bij deze regeling beschreven standaardrekenmethode I, indien de desbetreffende situatie valt binnen het toepassingsgebied van die standaardrekenmethode I.

3. In afwijking van het eerste en tweede lid kan het equivalente geluidsniveau tevens worden bepaald volgens de standaardmeetmethode, bedoeld in bijlage III bij deze regeling.

4. Voor de toepassing van artikel 89 van de Wet geluidhinder kan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer toestaan dat gebruik wordt gemaakt van onderzoeksresultaten die zijn verkregen door toepassing van een methode die afwijkt van deze regeling.

Artikel 4

Bij een van dicht asfaltbeton afwijkend wegdektype, wordt het effect van het afwijkende wegdektype op de geluidemissie bepaald overeenkomstig de in bijlage V bij deze regeling beschreven methode.

Artikel 4a

Het effect op het equivalente geluidsniveau van de in bijlage II bij deze regeling beschreven schermtop wordt bepaald overeenkomstig de in bijlage VI bij deze regeling beschreven methode.

Artikel 5

1. De waarde van het door berekening of door meting verkregen equivalente geluidsniveau wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het even getal.

2.

Voor de berekening van het akoestisch effect van een wijziging op of aan een weg, worden, in afwijking van het eerste lid, de volgende uitgangspunten gehanteerd:

a. a. indien een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting is vastgesteld, wordt gerekend met het getal van de hogere waarde, zoals deze is vastgesteld; b. b. voor de heersende waarde van de geluidsbelasting wordt gerekend met het onafgeronde getal, waarbij uitvoering is gegeven aan artikel 6; c. c. voor de geluidsbelasting in het toekomstige maatgevende jaar wordt gerekend met het onafgeronde getal, waarbij uitvoering is gegeven aan artikel 6.

3. Bij de berekening van het verschil tussen twee geluidsbelastingswaarden wordt, in afwijking van het eerste lid, de afronding slechts toegepast op het resultaat van de berekening van het verschil.

Artikel 6

De ingevolge artikel 103 van de Wet geluidhinder toe te passen aftrek op de ingevolge artikel 5, eerste lid, of tweede lid, onder b en c, bepaalde waarde van het equivalente geluidsniveau, vanwege een weg, op de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige objecten bedraagt:

a. a. 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt; b. b. 5 dB voor de overige wegen; c. c. 0 dB bij toepassing van artikel 22, eerste en tweede lid, of artikel 194, eerste en tweede lid, van het Bouwbesluit en bij toepassing van artikel 111, tweede en derde lid, en 111a, 112 en 113 van de Wet geluidhinder.

Paragraaf 3. Akoestisch onderzoek en rapportage

Artikel 7

1. De resultaten van het akoestisch onderzoek ter bepaling van het equivalente geluidsniveau, worden vastgelegd in een overeenkomstig bijlage IV bij deze regeling ingericht rapport.

2. In situaties die vallen buiten het toepassingsgebied van de in bijlage II bij deze regeling beschreven standaardrekenmethode II, bevat het in het eerste lid bedoelde rapport een beschrijving en een verantwoording van de toegepaste methode.

Paragraaf 4. Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 8

De Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 26 februari 1989, nr. 1629118, houdende vaststelling aftrek bij berekening en meting geluidsbelasting vanwege een weg (Stcrt. 45) en het Reken- en Meetvoorschrift Verkeerslawaai worden ingetrokken.

Artikel 9

1. Op de bepaling van het equivalente geluidsniveau, vanwege een weg, bedoeld in artikel 88, eerste lid, van de Wet geluidhinder of bedoeld in artikel 8 van het Saneringsbesluit geluidhinder wegverkeer 1998, blijft het Reken- en Meetvoorschrift Verkeerslawaai van toepassing.

2.

Aan het Reken- en Meetvoorschrift Verkeerslawaai kan toepassing gegeven worden ter bepaling van het equivalente geluidsniveau vanwege een weg voor zover vóór de eerste dag van de derde kalendermaand volgend op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling:

a. a. een ontwerp-bestemmingsplan of het ontwerp voor een herziening daarvan als bedoeld in artikel 76, eerste lid, van de Wet geluidhinder, ingevolge artikel 23, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, ter inzage is gelegd, b. b. het voornemen tot het indienen van een verzoek als bedoeld in de artikelen 83, eerste lid, 85 en 100a van de Wet geluidhinder, ingevolge artikel 13, eerste lid, onder a, van het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen is bekendgemaakt, c. c. een ontwerp-tracébesluit, respectievelijk een gewijzigd ontwerp tracébesluit als bedoeld in artikel 11, eerste lid, respectievelijk artikel 14, eerste lid, van de Tracéwet, is vastgesteld, d. d. de resultaten van het akoestisch onderzoek ingevolge artikel 80, tweede lid, van de Wet geluidhinder aan burgemeester en wethouders zijn overgelegd, e. e. met betrekking tot een ontwerp-saneringsprogramma toepassing is gegeven aan artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht, of f. f. de aanvraag tot het nemen van een besluit tot vrijstelling als bedoeld in artikel 76a van de Wet geluidhinder is ingediend.

Artikel 10

1. Bij toepassing van artikel 9, eerste lid, bedraagt de toe te passen aftrek ingevolge artikel 103 van de Wet geluidhinder 5 dB.

2. Indien ter bepaling van het equivalente geluidsniveau krachtens artikel 9, tweede lid, toepassing wordt gegeven aan het Reken- en Meetvoorschrift Verkeerslawaai is de Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 26 februari 1989, nr. 1629118, houdende aftrek bij berekening en meting geluidsbelasting vanwege een weg (Stcrt. 45) van toepassing.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 12

Deze regeling kan worden aangehaald als: Reken- en meetvoorschrift wegverkeerslawaai 2002.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Rijnstraat 8, 2515 XP Den Haag.

Bijlage I

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te Den Haag.

Bijlage II

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te Den Haag.

Bijlage III

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te Den Haag.

Bijlage IV

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te Den Haag.

Bijlage V

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te Den Haag.

Bijlage VI

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te Den Haag.