rijk/ministeriele-regeling/samenwerkingsregeling-ict-rechtshandhavingketen-aruba-curaçao-sint-maarten-en-ne/BWBR0031219
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Samenwerkingsregeling ICT rechtshandhavingketen Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland BWBR0031219 ministeriele-regeling geldend 2012-02-04 https://wetten.overheid.nl/BWBR0031219 Samenwerkingsregeling ICT rechtshandhavingketen Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland

Samenwerkingsregeling ICT rechtshandhavingketen Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *de ministers:* de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie van Aruba, de Minister van Justitie van Curaçao, de Minister van Justitie van Sint Maarten en de Minister van Justitie en Veiligheid van Nederland;

b. b.

    *ICT-voorziening:* de door het Plan Veiligheid Nederlandse Antillen en de beheerorganisatie opgeleverde, alsmede in de toekomst te verwerven centrale computer infrastructuur, programmatuur en decentrale voorzieningen;

c. c.

    *landen:* Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland voor zover het Bonaire, Sint Eustatius en Saba betreft.

Artikel 2

De landen werken samen met betrekking tot de ICT-voorziening in de rechtshandhavingsketen en op de wijze bij of krachtens deze onderlinge regeling bepaald.

Artikel 3

De eigendom van de hardware en de software van de ICT-voorziening, inclusief de licenties, wordt beheerd door de landen gezamenlijk.

Artikel 4

1. De ministers dragen zorg voor de inrichting van de beheerorganisatie ten behoeve van de ICT-voorziening van de landen uiterlijk op het tijdstip van beëindiging van het Protocol Plan Veiligheid Nederlandse Antillen.

2. De beheerorganisatie bezit rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht van het land waarin de rechtspersoon wordt gevestigd.

3. Aan het hoofd van de beheerorganisatie staat een beheerder. De beheerder wordt benoemd door de ministers.

4.

De beheerorganisatie heeft tot taak:

a. a. het aanschaffen en beheren van de apparatuur en de programmatuur voor de ICT-voorziening; b. b. het waarborgen van de continue beschikbaarheid van de systemen en de ondersteuning daarvan; c. c. het technisch beheer van de ICT-voorziening; d. d. het financieel en contractueel beheer; e. e. het personeel beheer van het personeel dat in dienst is of werkzaam is ten behoeve van de beheersorganisatie.

5.

De ministers kunnen nadere regels vaststellen met betrekking tot:

a. a. de apparatuur en programmatuur; b. b. de administratieve regels; c. c. de personele voorzieningen, en d. d. de kantoorvoorzieningen ten behoeve van het gemeenschappelijke beheer en de ICT-voorzieningen, met inbegrip van de beveiliging.

6. De beheerder kan gebruikmaken van een derde partij voor de uitvoering van een of meer van de taken, genoemd in het eerste lid. Hij behoeft daartoe voorafgaande instemming van de ministers.

Artikel 5

1. Er is een Regieberaad.

2. Het Regieberaad heeft tot taak het adviseren van de ministers over het gebruik, het beheer en de doorontwikkeling van de ICT-voorziening.

3. Het Regieberaad bestaat uit vertegenwoordigers op strategisch of leidinggevend niveau van de deelnemende organisaties. Iedere deelnemende organisatie is met maximaal één persoon vertegenwoordigd in het Regieberaad.

4. De leden van het Regieberaad worden ieder door de minister van het desbetreffende land aangewezen.

Artikel 6

1. Er is in elk van de landen een Gebruikersraad.

2.

De Gebruikersraad adviseert het Regieberaad over:

a. a. strategische wijzigingen en aanpassingen van het informatiesysteem en b. b. de wijzigingen van tactische en operationele aard.

3. De Gebruikersraad bestaat uit vertegenwoordigers op tactisch of operationeel niveau van de deelnemende organisaties. Iedere deelnemende organisatie is met maximaal één persoon vertegenwoordigd in de Gebruikersraad.

4. De leden van de gebruikersraad worden door de deelnemende organisaties aangewezen.

Artikel 7

1. De beheerder stelt vóór 15 maart van het aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar een ontwerpjaarplan met een daarbij behorende ontwerpbegroting op. De ontwerpbegroting gaat vergezeld van een meerjarenraming voor ten minste vier op het begrotingsjaar volgende jaren. Hij zendt de ontwerpbegroting en het ontwerpjaarplan zonodig door tussenkomst van het bestuur van de rechtspersoon bedoeld in artikel 4, tweede lid, ter vaststelling toe aan de ministers.

2. De ministers stellen het jaarplan van de beheerorganisatie vast met inachtneming van de in het eerste lid bedoelde begroting.

Artikel 8

1. De beheerder dient jaarlijks zonodig door tussenkomst van het bestuur van de rechtspersoon bedoeld in artikel 4, tweede lid, vóór 1 april bij de ministers een jaarverslag in over de beheerorganisatie. Het jaarverslag bevat een verantwoording over de activiteiten, de doelstellingen en de prestatieafspraken zoals neergelegd in het jaarplan. Het jaarverslag bevat tevens de jaarrekening met bijbehorende begroting en overige financiële gegevens van het daaraan voorafgaande jaar.

2. Het jaarverslag gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de beheerder in overeenstemming met de ministers aangewezen accountant.

3. Bij de aanwijzing van de accountant bedingt de beheerder dat aan de ministers desgevraagd inzicht wordt geboden in de controlewerkzaamheden van de accountant.

Artikel 9

Met een door de ministers te bepalen frequentie vindt een audit plaats van de doelmatigheid van het gemeenschappelijk beheer, in hun opdracht uit te voeren door een onafhankelijke derde partij.

Artikel 10

Deze regeling treedt voor Curaçao en Nederland in werking met ingang van de eerste dag na dagtekening van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst. Deze regeling wordt binnen 30 dagen na ondertekening geplaatst in de Staatscourant en de Curaçaose Courant.

Artikel 11

1. De ministers evalueren jaarlijks na inwerkingtreding van deze onderlinge regeling de werking van de regeling.

2. De regeling kan door elk land afzonderlijk schriftelijk worden opgezegd, met een opzegtermijn van één jaar voorafgaand aan het nieuwe kalenderjaar. Wanneer een van de landen gebruik maakt van deze opzeggingsbevoegdheid behoudt de regeling voor de overige landen zijn werking.

Artikel 12

Deze onderlinge regeling wordt aangehaald als: Samenwerkingsregeling ICT rechtshandhavingketen Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland.

Bijlage