40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stimuleringsregeling vrijwilligerswerk voor en door jeugd | BWBR0016855 | ministeriele-regeling | geldend | 2004-06-20 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0016855 | Stimuleringsregeling vrijwilligerswerk voor en door jeugd |
Stimuleringsregeling vrijwilligerswerk voor en door jeugd
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. landelijke vrijwilligersorganisatie: een organisatie die een landelijk werkterrein heeft, op landelijk niveau is georganiseerd en die werkzaam is voor, door of met jeugd en voor dat doel op lokaal niveau toegang heeft tot een netwerk van vrijwilligers; b. b. vrijwilligersproject: een samenhangend geheel van activiteiten gericht op een systematische en duurzame versterking van het vrijwilligerswerk.
Artikel 2
De minister kan voor de periode 1 oktober 2004 tot en met 31 december 2006 aan een landelijke vrijwilligersorganisatie een projectsubsidie verstrekken voor meerjarige vrijwilligersprojecten voor:
a. a. het versterken en het ondersteunen van vrijwilligerswerk ten behoeve van de jeugd op lokaal niveau; b. b. het bevorderen van lokaal vrijwilligerswerk door jeugdigen.
Artikel 3
1. De aanvraag voor projectsubsidie wordt vóór 16 juli 2004 ingediend.
2. Het projectplan wordt ingericht conform bijlage 1.
Artikel 4
Om in aanmerking te komen voor een projectsubsidie voldoet een vrijwilligersproject ten minste aan de volgende criteria:
a. a. het is gericht op een daadwerkelijke behoefte van vrijwilligers om optimaal te functioneren of te gaan functioneren binnen een vrijwilligersorganisatie; b. b. het is overdraagbaar zodat het project gezien de aanpak en de uitvoering ook door een andere organisatie zou kunnen worden uitgevoerd; c. c. het voorziet in duurzame versterking van het vrijwilligerswerk.
Artikel 5
1. De projectsubsidie voor een vrijwilligersproject bestaat uit een vergoeding van maximaal 75% van de werkelijke kosten, voor zover opgenomen in de door de minister goedgekeurde begroting. De vast te stellen subsidie bedraagt echter niet meer dan het door de minister verleende bedrag. De overige 25% van de kosten worden niet gefinancierd uit andere subsidies van het Rijk.
2. De subsidie bedraagt minimaal € 100.000 en maximaal € 450.000.
Artikel 6
Het subsidieplafond voor projectsubsidies ingevolge deze regeling bedraagt € 7.100.000. Dit bedrag wordt in beginsel gelijkelijk verdeeld over beide in artikel 2 onderscheiden vrijwilligersprojecten.
Artikel 7
Bij de verdeling van het beschikbare bedrag geeft de minister die aanvragen voorrang waarvan de inwilliging in vergelijking met andere aanvragen naar verwachting van meer belang is voor het met deze regeling na te streven beleid. Daarbij wordt gelet op de mate waarin voldaan wordt aan de criteria bedoeld in artikel 4 en daarnaast op:
a. a. de mate waarin het project gericht is op jongeren met een achterstand ten aanzien van de algemene gezondheidssituatie, op sociaal-cultureel gebied of op sociaal-economisch gebied, of op jongeren die dreigen te ontsporen; b. b. de mate waarin sprake is van samenwerking met andere organisaties; c. c. de mate waarin sprake is van innovatie; d. d. de toename van het aantal vrijwilligers; e. e. de mate waarin sprake is van ondersteuning van het vrijwillig kader; f. f. de verhouding tussen de kosten en de kwaliteit van het project.
Artikel 8
De minister geeft een beschikking op een aanvraag uiterlijk 1 oktober 2004.
Artikel 9
Baten en lasten van een project die door middel van interne doorberekeningen worden toegerekend, worden bepaald op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Voor zover hierin lasten zijn begrepen van materiële vaste activa, worden deze lasten op basis van aanschaffingsprijzen van die activa berekend.
Artikel 10
De rapportage omtrent de naleving van de subsidiebepalingen, bedoeld in artikel 36, tweede lid, van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid, geschiedt overeenkomstig het als bijlage 2 bij deze regeling opgenomen controleprotocol en met gebruikmaking van de in bijlage 3 bij deze regeling opgenomen modelaccountantsverklaring.
Artikel 11
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2007.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Stimuleringsregeling vrijwilligerswerk voor en door jeugd.
Bijlage 1. Format Projectplan
Dit format is een hulpmiddel voor landelijke vrijwilligersorganisaties bij het formuleren en opstellen van een projectplan voor de subsidiejaren 2004, 2005 en 2006. De toetsingscriteria uit de Subsidieregeling welzijnsbeleid, het Bekostigingsbesluit en de Stimuleringsregeling vrijwilligerswerk voor en door jeugd zijn hierin verwerkt. Het format geeft met 8 stappen aan welke gegevens een landelijke vrijwilligersorganisatie minimaal moet verstrekken voor de beoordeling van een projectplan. Bij een aantal onderdelen is aangegeven waar deze corresponderen met de beoordelingscriteria zoals die in de regeling zijn opgenomen.
Een volledig ingevuld en ondertekend projectplan moet u met de bijlage(n) in tweevoud vóór 16 juli 2004 zenden aan:
Bijlage 2. Controleprotocol
Bij de controle op basis waarvan de rapportage over de naleving van de subsidiebepalingen, bedoeld in het tweede lid van artikel 36 van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid, plaatsvindt, besteedt de accountant aan de naleving van de hierna genoemde artikelen van dat besluit en van deze subsidieregeling de daarbij aangegeven aandacht.
Onder procedurele aandacht wordt verstaan: controle waarbij erop wordt toegezien of procedures in het leven zijn geroepen om te waarborgen dat aan de desbetreffende voorschriften wordt voldaan, of het volgen van die procedures leidt tot naleving van die voorschriften en of die procedures in feite zijn gevolgd.
Onder normale aandacht wordt verstaan: controle met dezelfde diepgang die de accountant in acht neemt bij de controle van een jaarrekening.
Onder speciale aandacht wordt verstaan: controle waarbij de accountant nadrukkelijk beziet of de desbetreffende subsidiebepalingen zijn nageleefd. In dit geval moet dus verder worden gegaan dan bij de controle die normaal op een jaarrekening wordt uitgeoefend.
Aan de niet genoemde artikelen van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid en de Stimuleringsregeling vrijwilligerswerk voor en door jeugd behoeft bij de controle geen aandacht te worden besteed, met dien verstande dat teneinde de controle op de hierboven genoemde artikelen goed te kunnen verrichten kennisneming van de Welzijnswet 1994 en de niet genoemde artikelen van het besluit en de subsidieregeling noodzakelijk is. In de beschikking waarbij de projectsubsidie is verleend, kunnen afwijkende en aanvullende subsidiebepalingen zijn opgenomen. De accountant neemt van de inhoud van deze beschikking kennis en betrekt de naleving van de eventueel opgenomen nadere subsidiebepalingen in de controle.
Met betrekking tot de aandacht die de accountant aan artikel 19 van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid moet besteden, is het geenszins de bedoeling dat de accountant op grond van dit protocol een doelmatigheidsonderzoek verricht. Bij zijn oordeelsvorming laat de accountant zich leiden door binnen het maatschappelijk verkeer algemeen aanvaardbare uitgangspunten met betrekking tot het financieel beheer, met andere woorden hij beoordeelt of de instelling zich als ‘een goed huisvader’ over de toegewezen gelden heeft ontfermd.
De accountant stelt zijn verklaring op in overeenstemming met het in bijlage 3 opgenomen model.
In de verklaring noemt de accountant de beschikking(en) waarbij het subsidie is verleend. Als in de subsidiedeclaratie al melding wordt gemaakt van deze beschikkingen, mag de accountant daarnaar verwijzen met behulp van paragraaf-, paginanummers of dergelijke.
Voor zover de instelling subsidiebepalingen niet heeft nageleefd maakt de accountant daarvan melding in zijn verklaring.
Als de leiding van de instelling in de subsidiedeclaratie al melding maakt van de subsidiebepalingen die niet zijn nageleefd, mag de accountant daarnaar verwijzen met behulp van paragraaf-, paginanummers of dergelijke.