40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling Aanvalsplan Laaggeletterdheid 2006–2010 | BWBR0019829 | ministeriele-regeling | geldend | 2006-05-19 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0019829 | Subsidieregeling Aanvalsplan Laaggeletterdheid 2006–2010 |
Subsidieregeling Aanvalsplan Laaggeletterdheid 2006–2010
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, b. b. Awb: de Algemene wet bestuursrecht, c. c. laaggeletterdheid: de beperking die mensen ondervinden in hun persoonlijk en maatschappelijk functioneren doordat hun vaardigheden op het gebied van lezen, rekenen en schrijven liggen onder het eindniveau van het basisonderwijs, bedoeld in artikel 2 van de Wet op het primair onderwijs, d. d. Aanvalsplan: ‘Van A tot Z betrokken. Aanvalsplan Laaggeletterdheid 2006–2010’, bij brief van 25 november 2005 aangeboden aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, e. e. CINOP: de stichting Centrum voor Innovatie van Opleidingen, gevestigd te ’s-Hertogenbosch, f. f. ETV: de Stichting Expertisecentrum ETV.nl, gevestigd te Rotterdam, g. g. Stichting Lezen & Schrijven: de Stichting Lezen & Schrijven, gevestigd te Den Haag, h. h. subsidieaanvragers: CINOP, ETV en de Stichting Lezen & Schrijven, i. i. programmaraad: de programmaraad, bedoeld in artikel 6.
Artikel 2
1. De minister kan in de periode 2006 tot en met 2011 per boekjaar subsidie verstrekken aan de subsidieaanvragers voor activiteiten die naar het oordeel van de minister bijdragen aan het uitvoeren van het Aanvalsplan.
2.
CINOP kan op grond van deze regeling subsidie aanvragen voor onder meer de volgende activiteiten:
a. a. activiteiten voortvloeiend uit het Aanvalsplan die gericht zijn op onderwijsinstellingen, b. b. coördinatie van de uitvoering van het Aanvalsplan, c. c. in het kader van de activiteiten onder a en b, het ondersteunen van gemeenten en provincies bij het tot stand brengen van lokale en regionale actieplannen gericht op het bestrijden van laaggeletterdheid.
3.
ETV kan op grond van deze regeling subsidie aanvragen voor activiteiten gericht op uitvoering van het project ‘Lees en Schrijf Vandaag’, genoemd in het Aanvalsplan, onder meer door:
a. a. het realiseren van een serie televisie-uitzendingen op de lokale televisie, b. b. het ontwikkelen en verspreiden van een cursusboek ter ondersteuning van de televisieserie, bedoeld onder a, c. c. het verzorgen van voorlichting op lokale televisie met als doel de bewustwording van laaggeletterden te bevorderen.
4.
De Stichting Lezen & Schrijven kan op grond van deze regeling subsidie aanvragen voor onder meer de volgende activiteiten:
a. a. activiteiten voortvloeiend uit het Aanvalsplan die zijn gericht op het bedrijfsleven, b. b. communicatie ten aanzien van het Aanvalsplan, c. c. in het kader van de activiteiten onder a en b, het ondersteunen van gemeenten en provincies bij het tot stand brengen van lokale en regionale actieplannen gericht op het bestrijden van laaggeletterdheid.
5. Subsidie wordt verstrekt voor de werkelijke kosten van de gesubsidieerde activiteiten.
Artikel 3
1. Het subsidieplafond is € 4.000.000,– per jaar.
2. Indien de resultaten van de evaluatie, bedoeld in artikel 13, daartoe aanleiding geven, kan de minister het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, wijzigen. De minister maakt het gewijzigde subsidieplafond bekend in de Staatscourant.
Artikel 4
1. Subsidie wordt, met inachtneming van het derde lid, op aanvraag telkens voor een boekjaar verleend.
2.
De subsidieaanvraag voor de jaren 2007 tot en met 2010 wordt ingediend voor 1 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
De subsidieaanvraag voor het jaar 2006 wordt ingediend voor 1 juni 2006. De subsidieaanvraag voor 2011 wordt ingediend uiterlijk 31 december 2010.
3. De subsidieaanvraag van ETV gaat vergezeld van een businessplan. De subsidieverlening vindt plaats na goedkeuring door de minister van het businessplan.
4.
In het businessplan toont ETV het maatschappelijk draagvlak aan voor het project, bedoeld in artikel 2, derde lid, door substantiële bijdragen door derden. Het businessplan omvat tevens:
a. a. een beschrijving van het project; b. b. een begroting; c. c. de hoogte van de egalisatiereserve; d. d. een beschrijving van de veronderstelde effecten van het project.
Artikel 5
De minister beslist, op basis van een advies van de programmaraad, binnen dertien weken na de uiterste datum van indiening van de aanvragen. Ten aanzien van de subsidieaanvraag voor het jaar 2011 beslist de minister uiterlijk op 18 februari 2011.
Artikel 6
1. Er is een programmaraad. De programmaraad bestaat uit een vertegenwoordiger van de minister, een vertegenwoordiger van CINOP, een vertegenwoordiger van ETV en een vertegenwoordiger van de Stichting Lezen & Schrijven.
2. De programmaraad brengt het advies, bedoeld in artikel 5, mede uit aan de hand van de indicatieve bedragen uit het Aanvalsplan.
3. De programmaraad zorgt voor het begeleiden en inhoudelijk structureren van de gesubsidieerde activiteiten.
Artikel 7
In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Awb, worden de op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.
Artikel 8
1. De kosten van de verklaring, bedoeld in artikel 4:78, derde lid, van de Awb, zijn in het subsidiebedrag begrepen.
2. De minister beslist binnen dertien weken na ontvangst op de aanvraag tot subsidievaststelling.
3. CINOP verantwoordt de besteding van de subsidie in het financieel verslag, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten.
Artikel 9
De subsidieaanvragers laten zich bij hun gesubsidieerde activiteiten voor begeleiding en inhoudelijke structurering bijstaan door de programmaraad.
Artikel 10
De subsidieaanvragers werken mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.
Artikel 11
1.
De Stichting Lezen & Schrijven behoeft toestemming van de minister voor de volgende handelingen:
a. a. het oprichten van danwel deelnemen in een rechtspersoon, anders dan vermeld in het activiteitenplan, b. b. het ontbinden van de rechtspersoon, en c. c. het doen van aangifte tot haar faillissement of het aanvragen van haar surseance van betaling.
2. De Stichting Lezen & Schrijven informeert de minister tijdig over een wijziging van de doelstelling van de rechtspersoon.
Artikel 12
De minister betaalt per kwartaal een voorschot op de verleende subsidies.
Artikel 13
De in het Aanvalsplan opgenomen maatregelen worden jaarlijks geëvalueerd door middel van een monitor. De monitor wordt uitgevoerd door CINOP.
Artikel 14
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006.
Artikel 15
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Aanvalsplan Laaggeletterdheid 2006–2010.