rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-netwerk-landelijke-wandelpaden/BWBR0007371
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling netwerk landelijke wandelpaden BWBR0007371 ministeriele-regeling geldend 1995-05-04 https://wetten.overheid.nl/BWBR0007371 Subsidieregeling netwerk landelijke wandelpaden

Subsidieregeling netwerk landelijke wandelpaden

Artikel 1

1. Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

2.

Voor de toepassing van deze regeling wordt onder landbouwbedrijfshoofd mede verstaan:

a. a. de directeur of bedrijfsleider die zijn hoofdberoep op het landbouwbedrijf heeft, voor zover handelende met toestemming van de eigenaar van dit bedrijf, of b. b. natuurlijke of rechtspersonen die voor gezamenlijke rekening en risico een landbouwbedrijf exploiteren.

Artikel 2

1. Aan landbouwbedrijfshoofden kunnen door de minister voor het realiseren van het netwerk van landelijke wandelpaden op aanvraag subsidies worden verstrekt voor het openstellen van landbouwgronden voor wandelaars alsmede voor het op die landbouwgronden aanleggen van daartoe noodzakelijke voorzieningen, als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage.

2. Geen subsidies worden verstrekt aan gebruikers van landbouwgronden, zijnde publiekrechtelijke rechtspersonen of aan natuurlijke personen of rechtspersonen die die gronden gebruiken ten behoeve van of in dienst van publiekrechtelijke rechtspersonen.

Artikel 3

De subsidie, bedoeld in artikel 2, ten behoeve van het openstellen van landbouwgronden voor wandelaars bestaat uit een eenmalige subsidie voor een periode van 10 jaren in de vorm van een vast bedrag van € 1,00 per strekkende meter wandelpad.

Artikel 4

De subsidie, bedoeld in artikel 2, tot het op landbouwgronden aanleggen van voorzieningen voor wandelaars is een vast bedrag, berekend op basis van de normbedragen voor de desbetreffende voorziening, genoemd in de bijlage bij deze regeling, met dien verstande dat de subsidie per voorziening een bedrag van € 9.075,60 niet te boven gaat.

Artikel 4a

1. De minister stelt een subsidieplafond vast voor het verstrekken van subsidies op graond van deze regeling.

2. De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen.

3. De minister kan, bij overschrijding van het subsidieplafond, besluiten dat vanaf een door hem te bepalen tijdstip geen aavragen voor subsidies kunnen worden ingediend. Hij geeft kennis van dat besluit in de Staatscourant.

Artikel 5

1. De aanvraag als bedoeld in het artikel 2 wordt ingediend bij Dienst Regelingen.

2. Een aanvraag wordt door de minister niet in behandeling genomen als deze niet vergezeld gaat van een overeenkomst als bedoeld in artikel 6.

Artikel 6

1. Een subsidie kan slechts worden verstrekt indien het landbouwbedrijfshoofd met de stichting een overeenkomst heeft gesloten tot het openstellen van zijn landbouwgronden voor wandelaars.

2. De subsidie kan slechts worden verstrekt voor de openstelling van landbouwgronden.

3. Geen subsidie wordt verstrekt indien ten aanzien van het landbouwbedrijfshoofd in de twee jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van de aanvraag de subsidieverlening of -vaststelling ingevolge een regeling ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2078/92 is ingetrokken op de grond dat bij de aanvraag tot verlening of vaststelling van die subsidie opzettelijk of door grove nalatigheid onjuiste informatie is verstrekt.

Artikel 7

1.

Een overeenkomst als bedoeld in artikel 6, dient ten minste te voldoen aan de volgende vereisten:

a. a. de openstelling van de landbouwgronden betreft wandeltrajecten voor zover deze strekken tot realisering van het netwerk van landelijke wandelpaden, aangegeven op kaart 1 van de beleidsnota Kiezen voor recreatie, regeringsbeslissing van 19 januari 1993 (Kamerstukken II, 1992/93, 23 990, nr. 2) en voor zover aan de terzake in die nota gestelde criteria is voldaan; b. b. de openstelling betreft wandeltrajecten op landbouwgronden, anders dan langs openbare wegen of paden of langs anderszins reeds volgens bestendig gebruik voor publiek openstaande wegen of paden; c. c. de open te stellen wandeltrajecten vormen op het moment van het sluiten van de overeenkomst onderdeel van het toegankelijk en aaneengesloten traject van het netwerk van landelijke wandelpaden; d. d. een onbelemmerde doorgang voor wandelaars over het wandeltraject is gegarandeerd tussen zonsop- en zonsondergang gedurende een periode van ten minste 10 jaren; e. e. toestemming om het wandeltraject genoegzaam te markeren.

2. De minister kan nadere eisen stellen aan de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid.

3. De minister kan een model voor de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, vaststellen.

Artikel 8

Voor zover de aanvraag een subsidie betreft als bedoeld in artikel 4, bevat de overeenkomst, bedoeld in artikel 6, tevens de omschrijving van de betreffende voorziening en de wijze van uitvoering.

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

1. Indien de subsidieontvanger vóór de afloop van de periode waarin de uit de overeenkomst, bedoeld in de artikelen 6 en 7, voortvloeiende verplichtingen gelden, één of meer percelen waarop de overeenkomst betrekking heeft, verkoopt, verpacht of daarop een gebruiksrecht vestigt, kan de bedrijfsopvolger zich er tegenover de minister toe verbinden de verplichtingen voortvloeiend uit de subsidieverstrekking ten aanzien van de betrokken percelen verder na te komen.

2. Voor de toepassing van deze regeling wordt de bedrijfsopvolger die de in het eerste lid bedoelde verbintenis aangaat, vanaf het moment dat deze verbintenis is aangegaan, aangemerkt als de subsidieontvanger.

3. Artikel 2, tweede lid, en artikel 6, derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

4.

Indien de bedrijfsopvolger de in het eerste lid bedoelde verbintenis niet aangaat, wordt de subsidie voor de betrokken percelen ingetrokken. De subsidie wordt naar evenredigheid van de resterende tijd van de verplichtingen ingetrokken indien:

a. a. de subsidieontvanger de op de betrokken percelen betrekking hebbende verplichtingen reeds drie jaren is nagekomen; b. b. de subsidieontvanger zijn landbouwactiviteiten definitief beëindigt en c. c. overname van deze verbintenis niet te verwezenlijken valt.

Artikel 12, tweede lid, en artikel 4:7 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 12

1. De subsidie wordt ingetrokken indien de subsidieontvanger de overeenkomst bedoeld in in artikel 6, niet of niet genoegzaam naleeft.

2. Indien toepassing is gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht of artikel 6 van de Kaderwet LNV-subsidies, worden terug te vorderen bedragen vermeerderd met de rente over de periode vanaf de eerste uitbetaling tot aan het moment van algehele voldoening

3. De door de subsidieontvanger te betalen rente is de wettelijke rente in Nederland geldende op de laatste dag van de kalendermaand waarin de subsidie werd betaald.

4. Geen wettelijke rente is verschuldigd indien de oorzaak van het onverschuldigd betalen bij de minister is gelegen.

Artikel 12a

1.

Artikel 4:49, eerste lid, onderdeel c, vindtg geen toepassing ten aanzien van reeds uitbetaalde subsidies indien niet-nakoming van de uit deze regeling en uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen het gevolg is van:

a. a. overlijden van de subsidieontvanger; b. b. overmacht; c. c. onteigening of gedwongen verkoop in de zin van de Onteigeningswet van de oppervlakte grond waarop de overeenkomst betrekking heeft, voorzover deze onteigening of gedwongen verkoop niet te voorzien was op de dag waarop de aanvraag is ingediend.

2. De subsidieontvanger dient het beroep op een van de in het eerste lid bedoelde gevallen bij Dienst Regelingen in binnen een termijn van tien werkdagen, te rekenen vanaf het tijdstip waarop dit voor hem mogelijk is. Dit beroep gaat vergezeld van bewijzen.

Artikel 13

Deze regeling berust op artikel 2 van de Kaderwet LNV-subsidies.

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling netwerk landelijke wandelpaden.

Bijlage

De bijdrage voorzieningen ten behoeve van het wandelpad wordt aan de hand van normbedragen vastgesteld. Per voorziening gelden de volgende normbedragen: