40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke regeling subsidie evenementen COVID-19 | BWBR0045245 | ministeriele-regeling | geldend | 2021-06-18 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0045245 | Tijdelijke regeling subsidie evenementen COVID-19 |
Tijdelijke regeling subsidie evenementen COVID-19
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. evenement: professioneel en projectmatig georganiseerde, één- of meerdaagse fysieke en voor het publiek toegankelijke gebeurtenis bijgewoond door een verzameling personen, waarbij sprake is van toegang tegen betaling en die plaatsvindt binnen een periode van 15 dagen, op een andere plaats dan:
a.
in een woning of op een daarbij behorend erf;
b.
in een gebouw of op een plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet; of
c.
in een gebouw dat bestemd is voor de presentatie van podiumkunsten op basis van reguliere podiumprogrammering;
a. a. in een woning of op een daarbij behorend erf; b. b. in een gebouw of op een plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet; of c. c. in een gebouw dat bestemd is voor de presentatie van podiumkunsten op basis van reguliere podiumprogrammering;
-
Kaderbesluit: Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies;
-
minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;
-
organisator: ondernemer die verantwoordelijk is voor het organiseren van een evenement en het financiële risico daarvan draagt;
-
evenementenverbod: bij ministeriële regeling op grond van artikel 58i van de Wet publieke gezondheid vastgesteld verbod tot het organiseren van evenementen; a. pandemiedekking: dekking voor schade als gevolg van annulering door:
a. een pandemie; of b. overmacht in algemene zin, waarbij epidemieën of pandemieën niet expliciet zijn uitgesloten.
a. a. een pandemie; of b. b. overmacht in algemene zin, waarbij epidemieën of pandemieën niet expliciet zijn uitgesloten.
-
projectkosten: in redelijkheid daadwerkelijk gemaakte kosten en aangegane betalingsverplichtingen die verbonden zijn aan het organiseren van het evenement, inclusief kosten voor het opstellen van een controleverklaring of verklaring van een deskundige derde als bedoeld in artikel 10, vierde respectievelijk vijfde lid, en exclusief vaste lasten van de organisator en licentiekosten; a. vaste lasten:
a. afschrijvingen op vaste activa; en b. overige vaste bedrijfskosten, niet zijnde 1°. kosten bestaande uit lonen van werknemers, inclusief direct loon en bijzondere beloningen; en 2°. ten laste van de werkgever komende sociale premies.
a. a. afschrijvingen op vaste activa; en b. b. overige vaste bedrijfskosten, niet zijnde
1°.
kosten bestaande uit lonen van werknemers, inclusief direct loon en bijzondere beloningen; en
2°.
ten laste van de werkgever komende sociale premies.
1°. 1°. kosten bestaande uit lonen van werknemers, inclusief direct loon en bijzondere beloningen; en 2°. 2°. ten laste van de werkgever komende sociale premies.
Artikel 2
1. Deze regeling is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
2. Voor de toepassing van deze regeling in een openbaar lichaam als bedoeld in het eerste lid, wordt onder ‘evenementenverbod’ mede verstaan een ingevolge artikel 58ca van de Wet publieke gezondheid door de in dat artikel bedoelde gezaghebber bij algemeen verbindend voorschrift vastgesteld verbod tot het organiseren van evenementen.
Artikel 3
1. De Minister verstrekt aan de organisator van een evenement op aanvraag subsidie ter dekking van de kosten voor het organiseren van een evenement dat niet plaatsvindt omdat het moet worden geannuleerd als gevolg van een evenementenverbod.
2.
De subsidie wordt uitsluitend verstrekt:
a. a. ten behoeve van een evenement, waarvan de geplande startdatum in de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021 ligt, en dat geheel of gedeeltelijk in Nederland zou moeten plaatsvinden; en b. b. indien ten minste één eerdere editie van het evenement geheel of gedeeltelijk in Nederland heeft plaatsgevonden en voor de vorige geheel of gedeeltelijk in Nederland gehouden of te houden editie van dat evenement een annuleringsverzekering met pandemiedekking was afgesloten.
3. In afwijking van het tweede lid, onderdeel b, wordt subsidie voor internationale sportevenementen verstrekt indien ten minste één eerdere editie van het evenement heeft plaatsgevonden en voor de vorige gehouden of te houden editie van dat evenement een annuleringsverzekering met pandemiedekking was afgesloten.
4. Indien meerdere organisatoren tezamen verantwoordelijk zijn voor het organiseren van een evenement en het financiële risico daarvan dragen, wordt de subsidie uitsluitend verstrekt indien zij samenwerken in een samenwerkingsverband.
Artikel 4
Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend in de periode vanaf 18 juni 2021 tot en met:
a. a. uiterlijk drie weken na inwerkingtreding van de Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 3 november 2021 tot wijziging van de Tijdelijke regeling subsidie evenementen COVID-19 om extra steun mogelijk te maken voor organisatoren van evenementen (Stcrt. 2021, 45860); of b. b. indien dit later is dan het tijdstip, bedoeld in onderdeel a, ten minste drie weken voor de geplande datum van het evenement.
Artikel 5
1. De subsidie bedraagt niet meer dan het in artikel 11, eerste lid, onderdeel e, bedoelde percentage van de subsidiabele kosten, met een maximum van 100%.
2. Voor evenementen met een geplande einddatum voor 10 juli 2021 of een geplande startdatum na 24 september 2021 geldt, indien subsidie wordt verstrekt voor meer dan 80% van de subsidiabele kosten per aanvrager, voor het deel van de subsidie dat dit percentage te boven gaat een terugbetalingsverplichting als bedoeld in artikel 42 van het Kaderbesluit.
Artikel 6
1. Als subsidiabele kosten komen in aanmerking de projectkosten die toe te rekenen zijn aan het organiseren van het evenement, waarvan de geplande startdatum in de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021 ligt, dat moet worden geannuleerd als gevolg van een evenementenverbod en voor zover dat evenement in Nederland zou plaatsvinden.
2.
De kosten van verplaatsing naar een andere datum van het evenement dat moet worden geannuleerd als gevolg van een evenementenverbod zijn eenmalig subsidiabel, voor zover deze kosten niet meer bedragen dan de subsidiabele kosten zouden bedragen bij het als gevolg van het evenementenverbod annuleren van het evenement op het tijdstip waarop de kennisgeving van verplaatsing, bedoeld in onderdeel b, wordt gedaan, en indien:
a. a. zowel de datum waarop het evenement blijkens de subsidieaanvraag zou plaatsvinden, als de datum waarnaar het evenement verplaatst wordt, valt in de in het eerste lid bedoelde periode; b. b. een kennisgeving van de verplaatsing wordt gedaan bij de minister voorafgaand aan de datum waarop het evenement blijkens de subsidieaanvraag zou plaatsvinden; en c. c. voor de datum waarnaar het evenement verplaatst wordt geen evenementenverbod is vastgesteld of aangekondigd op het tijdstip waarop de kennisgeving, bedoeld in onderdeel b, wordt gedaan.
3. In afwijking van artikel 10, tweede lid, van het Kaderbesluit, komen vóór indiening van de aanvraag gemaakte projectkosten voor subsidie in aanmerking indien deze kosten na 20 januari 2021 zijn gemaakt.
4. In afwijking van artikel 11, eerste lid, van het Kaderbesluit, worden de subsidiabele kosten berekend op basis van werkelijke kosten en opbrengsten.
5. De kosten van aanschaf van vaste activa komen niet in aanmerking als subsidiabele kosten.
6. Projectkosten waarvoor de organisator in aanmerking komt voor vergoeding op grond van de Derde of Vierde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid komen niet in aanmerking als subsidiabele kosten.
7. Indien een organisator voor dezelfde subsidiabele kosten een verzekeringsuitkering ontvangt, wordt deze in mindering gebracht op de subsidiabele kosten.
8. Door de organisator bij de organisatie van het evenement gerealiseerde opbrengsten die onafhankelijk zijn van het daadwerkelijk plaatsvinden van het evenement worden in mindering gebracht op de subsidiabele kosten.
Artikel 7
1. Het subsidieplafond bedraagt € 450 miljoen.
2. De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 8
1.
De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:
a. a. in het geval van een terugbetalingsverplichting als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidieontvanger kan voldoen aan deze terugbetalingsverplichting; b. b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat het evenement zal worden gehouden met inachtneming van de op het tijdstip waarop het evenement gehouden wordt geldende eisen met betrekking tot de veiligheid van evenementen in het kader van de bestrijding van COVID-19.
2. De afwijzingsgronden, bedoeld in artikel 23, onderdelen a en e, van het Kaderbesluit zijn van toepassing, met dien verstande dat daarbij het risico op annulering als gevolg van een evenementenverbod buiten beschouwing wordt gelaten.
Artikel 9
De subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarden dat:
a. a. indien voor het evenement een evenementenvergunning is vereist: die vergunning voorafgaand aan het tijdstip van vaststelling van het evenementenverbod als gevolg waarvan het evenement moet worden geannuleerd, is verleend of uiterlijk op dat tijdstip door het voor de vergunningverlening bevoegde gezag schriftelijk het voornemen tot verlening van die vergunning is bevestigd; b. b. indien sprake is van een terugbetalingsverplichting en de subsidieontvanger onderdeel uitmaakt van een groep, maar niet de hoogste in Nederland gevestigde onderneming binnen die groep is:
1°.
bij de aanvraag tot subsidievaststelling een borgstellingsovereenkomst, overeenkomstig een door de minister beschikbaar gesteld middel, wordt overgelegd waarin de hoogste in Nederland gevestigde onderneming binnen de groep zich borg stelt voor het door de subsidieontvanger terug te betalen bedrag; of
2°.
bij de aanvraag tot subsidievaststelling een verklaring als bedoeld in artikel 403, eerste lid, onderdeel f, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt overgelegd die tenminste dezelfde mate van zekerheid ten aanzien van de terugbetalingsverplichting biedt als de borgstelling, bedoeld in subonderdeel 1°.
1°. 1°. bij de aanvraag tot subsidievaststelling een borgstellingsovereenkomst, overeenkomstig een door de minister beschikbaar gesteld middel, wordt overgelegd waarin de hoogste in Nederland gevestigde onderneming binnen de groep zich borg stelt voor het door de subsidieontvanger terug te betalen bedrag; of 2°. 2°. bij de aanvraag tot subsidievaststelling een verklaring als bedoeld in artikel 403, eerste lid, onderdeel f, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt overgelegd die tenminste dezelfde mate van zekerheid ten aanzien van de terugbetalingsverplichting biedt als de borgstelling, bedoeld in subonderdeel 1°.
Artikel 10
1. De subsidieontvanger is verplicht het deel van de subsidie waarvoor een terugbetalingsverplichting geldt binnen ten hoogste 5 jaar na vaststelling van de subsidie en volgens een in de beschikking tot subsidieverlening vastgelegd schema terug te betalen aan de minister.
2. De subsidieontvanger is verplicht over het uitstaande saldo van het deel van de subsidie waarvoor een terugbetalingsverplichting geldt aan de minister jaarlijks 2% rente te betalen.
3. De subsidieontvanger is verplicht alle redelijke maatregelen te nemen om de subsidiabele kosten te beperken.
4. Indien het subsidiebedrag € 125.000 of meer bedraagt is de subsidieontvanger verplicht binnen 6 weken na indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling een controleverklaring als bedoeld in artikel 50, tweede lid, onderdeel c, van het Kaderbesluit te overleggen. De accountant of accountant-administratieconsulent controleert en stelt de controleverklaring vast met inachtneming van de voorschriften, gesteld in bijlage 1.
5. Indien het subsidiebedrag € 25.000 of meer bedraagt en minder bedraagt dan € 125.000 is de subsidieontvanger verplicht binnen 6 weken na indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling een met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel afgegeven verklaring van een onafhankelijke deskundige derde, zijnde accountant, accountant-administratieconsulent of fiscaal adviseur, te overleggen waaruit blijkt dat de aanvraag uitsluitend subsidiabele kosten betreft en overeenkomstig de werkelijke kosten en opbrengsten is.
6. Artikel 38, eerste lid, onderdelen b, c en d, van het Kaderbesluit is niet van toepassing.
7. Uit de gegevens, bedoeld in artikel 38, derde lid, van het Kaderbesluit dienen de specifiek ten behoeve van het evenement gemaakte en betaalde kosten te allen tijde op duidelijke en eenvoudige wijze afgeleid te kunnen worden.
Artikel 11
1.
De aanvraag tot subsidieverlening bevat ten minste de volgende gegevens:
a. a. gegevens over de aanvrager, waaronder het nummer waarmee de onderneming is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres, het rekeningnummer van een bankrekening bij een Nederlandse bank of bij een Europese bank, bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, en het bewijs dat de bankrekening op naam van de aanvrager staat; b. b. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, of indien van toepassing bij het samenwerkingsverband, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres; c. c. indien de aanvrager onderdeel uitmaakt van een groep, maar niet de hoogste in Nederland gevestigde onderneming binnen die groep is: informatie over de groepsstructuur, waaronder de naam van de hoogste Nederlandse entiteit binnen de groep; d. d. kerngegevens over het evenement, waaronder de naam, geplande datum, het beoogde aantal bezoekers, soort evenement en de locatie van het evenement; en e. e. het percentage van de subsidiabele kosten waarvoor subsidie wordt gevraagd.
2.
De aanvraag gaat vergezeld van:
a. a. een begroting voor de in 2021 te houden editie van het evenement, voor zover dat evenement in Nederland zou plaatsvinden; b. b. een exploitatieoverzicht betreffende de meest recent in Nederland gehouden editie van het evenement, dan wel, in geval van een internationaal sportevenement, een exploitatieoverzicht betreffende de meest recent gehouden editie van het evenement; c. c. een offerte of verzekeringspolis van een annuleringsverzekering voor de in 2021 te houden editie van het evenement; d. d. een verzekeringspolis van een annuleringsverzekering met pandemiedekking voor de vorige in Nederland gehouden of te houden editie van het evenement, dan wel, in geval van een internationaal sportevenement, voor de vorige gehouden of te houden editie van het evenement; en e. e. een verklaring van de aanvrager dat zal worden voldaan aan de eisen met betrekking tot de veiligheid van het evenement in het kader van de bestrijding van COVID-19 zoals die gelden op het tijdstip waarop het evenement wordt gehouden.
Artikel 12
1. In afwijking van artikel 45, eerste en tweede lid, van het Kaderbesluit verstrekt de minister op aanvraag eenmalig een voorschot binnen 2 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.
2. De subsidieontvanger vraagt het voorschot met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel aan uiterlijk op het tijdstip van indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling.
3. In afwijking van de artikelen 45, tweede lid, en 46 van het Kaderbesluit bedraagt het voorschot 50% van de in de aanvraag tot subsidievaststelling opgevoerde subsidiabele kosten, vermenigvuldigd met de vermenigvuldigingsfactor behorend bij het percentage, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel e, of indien dat percentage lager is, artikel 13, vierde lid.
Artikel 13
1.
Een aanvraag tot subsidievaststelling wordt door de subsidieontvanger ingediend:
a. a. uiterlijk 13 weken na de datum waarop het evenementenverbod is vastgesteld waardoor het evenement moet worden geannuleerd; of b. b. indien dit later is dan het tijdstip bedoeld in onderdeel a, uiterlijk dertien weken na inwerkingtreding van de Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 3 november 2021 tot wijziging van de Tijdelijke regeling subsidie evenementen COVID-19 om extra steun mogelijk te maken voor organisatoren van evenementen (Stcrt. 2021, 45860).
2. In afwijking van artikel 50, tweede lid, onderdeel c, van het Kaderbesluit behoeft de aanvraag niet vergezeld te gaan van een controleverklaring.
3. In afwijking van artikel 50, negende lid, van het Kaderbesluit, is het eerste lid mede van toepassing indien een subsidie is verleend van minder dan € 25.000.
4. De aanvraag tot subsidievaststelling bevat het percentage van de subsidiabele kosten waarvoor de subsidieontvanger subsidie wenst te ontvangen indien dit percentage lager is dan het percentage, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel e.
5. Indien een evenementenvergunning is vereist, gaat de aanvraag vergezeld van de beschikking tot verlening van de vergunning of de schriftelijke bevestiging van het voornemen daartoe, bedoeld in artikel 9, onderdeel a.
6. Indien sprake is van een terugbetalingsverplichting en de subsidieontvanger onderdeel uitmaakt van een groep, maar niet de hoogste in Nederland gevestigde onderneming binnen die groep is, gaat de aanvraag vergezeld van een borgstellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 9, onderdeel b, subonderdeel 1°, of een verklaring als bedoeld in artikel 9, onderdeel b, subonderdeel 2°.
Artikel 14
1. De subsidie, bedoeld in artikel 3, bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door Staatssteunmaatregelen SA.62743 (2021/N) en SA.100223(2021/N).
2. De minister maakt na de datum van vaststelling van de subsidie de gegevens bekend, bedoeld in Staatssteunmaatregelen SA.62743 (2021/N) en SA.100223(2021/N).
3. De gegevens, bedoeld in het tweede lid, blijven ten minste tien jaar openbaar beschikbaar.
Artikel 15
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. De regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.
Artikel 16
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling subsidie evenementen COVID-19.