rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-subsidieregeling-tegemoetkoming-blokaansluitingen/BWBR0048035
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke subsidieregeling tegemoetkoming blokaansluitingen BWBR0048035 ministeriele-regeling geldend 2023-04-07 https://wetten.overheid.nl/BWBR0048035 Tijdelijke subsidieregeling tegemoetkoming blokaansluitingen

Tijdelijke subsidieregeling tegemoetkoming blokaansluitingen

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aansluiting: aansluiting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 1, eerste lid, onderdeel m, van de Gaswet;

  • accountant: accountant of accountant-administratieconsulent als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

  • bewoner: natuurlijk persoon die een zelfstandige of onzelfstandige wooneenheid die op een blokaansluiting is aangesloten, bewoont en die een betalingsverplichting heeft voor de kosten voor elektriciteit of warmte voor de wooneenheid of die een de huurovereenkomst heeft die meer omvat dan het enkele gebruik van de woonruimte en bij die overeenkomst slechts de hoogte van de betalingsverplichtingen en niet de hoogte van de huurprijs en het voorschot van de kosten voor nutsvoorzieningen met een individuele meter en de servicekosten, is vastgesteld;

  • blokaansluiting: blokaansluiting voor warmte of elektriciteit;

  • blokaansluiting voor elektriciteit: aansluiting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Elektriciteitswet 1998, die is geregistreerd in het centraal aansluitingenregister, die in bedrijf is, en die mede bestemd is voor de levering van elektriciteit aan één of meer wooneenheden die niet individueel beschikken over een dergelijke aansluiting; a. blokaansluiting voor warmte:

        a.
        voorziening voor de levering van warmte aan wooneenheden waarvan de bewoners niet individueel beschikken over een overeenkomst met een warmteleverancier of waarvan de bewoners beschikken over een overeenkomst met een warmteleverancier die de verhuurder is van wooneenheden die op de blokaansluiting zijn aangesloten, en tevens lid is van een vereniging van eigenaars, en warmte levert aan zijn eigen huurders en aan de andere leden van die vereniging; of
    
    
        b.
        aansluiting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel m, van de Gaswet die is geregistreerd in het centraal aansluitingenregister, die in bedrijf is, en bestemd is voor de levering van gas aan twee of meer zelfstandige of onzelfstandige wooneenheden die niet individueel beschikken over een dergelijke aansluiting, ten behoeve van de productie van warmte met behulp van een individuele warmteproductie-installatie voor één wooneenheid waarvan de bewoner niet individueel beschikt over een overeenkomst met een warmteleverancier;
    

a. a. voorziening voor de levering van warmte aan wooneenheden waarvan de bewoners niet individueel beschikken over een overeenkomst met een warmteleverancier of waarvan de bewoners beschikken over een overeenkomst met een warmteleverancier die de verhuurder is van wooneenheden die op de blokaansluiting zijn aangesloten, en tevens lid is van een vereniging van eigenaars, en warmte levert aan zijn eigen huurders en aan de andere leden van die vereniging; of b. b. aansluiting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel m, van de Gaswet die is geregistreerd in het centraal aansluitingenregister, die in bedrijf is, en bestemd is voor de levering van gas aan twee of meer zelfstandige of onzelfstandige wooneenheden die niet individueel beschikken over een dergelijke aansluiting, ten behoeve van de productie van warmte met behulp van een individuele warmteproductie-installatie voor één wooneenheid waarvan de bewoner niet individueel beschikt over een overeenkomst met een warmteleverancier;

  • btw: omzetbelasting als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de omzetbelasting 1968;

  • centraal aansluitingenregister: centraal aansluitingenregister, genoemd in artikel 2.1.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas;

  • EAN-code: EAN-code als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas;

  • elektriciteitsleverancier: leverancier als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Elektriciteitswet 1998;

  • energiebelasting: energiebelasting als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag;

  • gas: gas als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1°, van de Gaswet;

  • gasleverancier: leverancier als bedoeld in artikel 1, onderdeel ah, van de Gaswet;

  • individuele warmteproductie-installatie: installatie die warmte produceert met gebruik van gas voor maximaal één wooneenheid die is aangesloten op een blokaansluiting;

  • Minister: Minister voor Klimaat en Energie;

  • onzelfstandige wooneenheid: wooneenheid die in functioneel opzicht niet zelfstandig is en die enkel op basis van verhuur kan worden gebruikt voor permanente bewoning;

  • verhuurder: persoon die een wooneenheid verhuurt;

  • vereniging van eigenaars: vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;

  • warmte: warmte als bedoeld in artikel 1 van de Warmtewet;

  • warmteleverancier: leverancier die zorgdraagt voor een betrouwbare levering van warmte als bedoeld in artikel 2 van de Warmtewet, met uitzondering van een leverancier als bedoeld in artikel 1a van de Warmtewet;

  • wooneenheid: zelfstandige of onzelfstandige wooneenheid; a. zelfstandige wooneenheid:

        a.
        verblijfsobject als bedoeld in artikel 1, onderdeel m, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen dat is geregistreerd met een woonfunctie als bedoeld in artikel 1.1, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012 of is bedoeld voor permanente bewoning;
    
    
        b.
        voor woondoeleinden geschikt drijvend object dat permanent is afgemeerd op een ligplaats als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen, dat als wooneenheid in functioneel opzicht zelfstandig is en is bedoeld voor permanente bewoning;
    
    
        c.
        voor woondoeleinden geschikte ruimte die permanent is geplaatst op een standplaats als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen, die als wooneenheid in functioneel opzicht zelfstandig is en is bedoeld voor permanente bewoning.
    

a. a. verblijfsobject als bedoeld in artikel 1, onderdeel m, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen dat is geregistreerd met een woonfunctie als bedoeld in artikel 1.1, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012 of is bedoeld voor permanente bewoning; b. b. voor woondoeleinden geschikt drijvend object dat permanent is afgemeerd op een ligplaats als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen, dat als wooneenheid in functioneel opzicht zelfstandig is en is bedoeld voor permanente bewoning; c. c. voor woondoeleinden geschikte ruimte die permanent is geplaatst op een standplaats als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen, die als wooneenheid in functioneel opzicht zelfstandig is en is bedoeld voor permanente bewoning.

Hoofdstuk 2. Criteria voor subsidieverlening

Artikel 2.1

1. De minister kan op aanvraag subsidie verlenen voor het ten goede laten komen van een tegemoetkoming voor hoge elektriciteits- of warmtetarieven aan bewoners van wooneenheden die zijn aangesloten op een blokaansluiting voor elektriciteit of warmte.

2.

De subsidie wordt verleend voor:

a. a. een blokaansluiting voor elektriciteit waarop ten minste één zelfstandige wooneenheid is aangesloten; b. b. een blokaansluiting voor warmte waarop ten minste drie zelfstandige wooneenheden zijn aangesloten; c. c. een blokaansluiting waarop ten minste vier onzelfstandige wooneenheden zijn aangesloten; d. d. een blokaansluiting waarop ten minste vier wooneenheden zijn aangesloten, indien geen sprake is van de minima, bedoeld in de onderdelen a, b en c.

3. De subsidie kan per blokaansluiting voor elektriciteit of warmte worden aangevraagd. Indien op een blokaansluiting voor elektriciteit en een blokaansluiting voor warmte dezelfde wooneenheden zijn aangesloten, kan daarvoor één aanvraag worden ingediend.

4. De wooneenheden, bedoeld in het eerste lid, betreffen uitsluitend wooneenheden die op 1 april 2023 of 1 januari 2023 waren geregistreerd met een woonfunctie als bedoeld in artikel 1.1, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012 of waar op 1 april 2023 of 1 januari 2023 een natuurlijk persoon was ingeschreven in de basisregistratie personen, bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen, of wooneenheden die onderdeel uitmaken van dergelijke wooneenheden.

5.

De subsidie voor een blokaansluiting voor warmte wordt niet verleend, indien voor de blokaansluiting als geheel een overeenkomst geldt met een verbruiksafhankelijke prijs exclusief btw en energiebelasting gedurende het gehele jaar 2023 voor de levering van:

a. a. warmte van € 39,15702479 per GJ of lager; b. b. gas van € 0,708547107 per m^3(n) of lager; of c. c. elektriciteit van € 0,204588512 per kWh of lager.

Artikel 2.2

1. De subsidie voor een blokaansluiting voor elektriciteit kan worden aangevraagd door de persoon die een overeenkomst heeft met een elektriciteitsleverancier voor de levering van elektriciteit aan de blokaansluiting voor elektriciteit.

2.

De subsidie voor een blokaansluiting voor warmte kan worden aangevraagd door de persoon die:

a. a. een overeenkomst heeft met een warmteleverancier voor de levering van warmte aan de blokaansluiting voor warmte; b. b. een overeenkomst heeft met een gasleverancier voor de levering van gas aan de blokaansluiting voor warmte:

        1°.
        ten behoeve van de productie van warmte die wordt geleverd aan wooneenheden die zijn aangesloten op de blokaansluiting voor warmte;
      
      
        2°.
        voor de doorgeleiding van gas aan wooneenheden die zijn aangesloten op de blokaansluiting voor warmte ten behoeve van de productie van warmte met behulp van een individuele warmteproductie-installatie;

1°. 1°. ten behoeve van de productie van warmte die wordt geleverd aan wooneenheden die zijn aangesloten op de blokaansluiting voor warmte; 2°. 2°. voor de doorgeleiding van gas aan wooneenheden die zijn aangesloten op de blokaansluiting voor warmte ten behoeve van de productie van warmte met behulp van een individuele warmteproductie-installatie; c. c. een overeenkomst heeft met een elektriciteitsleverancier voor de levering van elektriciteit ten behoeve van de productie van warmte die wordt geleverd aan wooneenheden die zijn aangesloten op de blokaansluiting voor warmte; of d. d. warmte produceert met gebruik van een andere energiebron dan gas of elektriciteit en die warmte levert aan wooneenheden die zijn aangesloten op de blokaansluiting voor warmte.

Hoofdstuk 3. Berekening van de hoogte van de subsidie

Artikel 3.1

1. De subsidie voor een blokaansluiting voor elektriciteit bedraagt de som van de tegemoetkoming voor bewoners van wooneenheden die op een blokaansluiting voor elektriciteit zijn aangesloten, en de vergoeding voor de uitvoeringskosten van de subsidieontvanger.

2.

De tegemoetkoming voor bewoners van wooneenheden die op een blokaansluiting voor elektriciteit zijn aangesloten, bedoeld in het eerste lid, bedraagt de som van:

a. a. het product van € 731,13 en het aantal zelfstandige wooneenheden dat op de blokaansluiting is aangesloten; b. b. het product van € 307,63 en het aantal onzelfstandige wooneenheden dat op de blokaansluiting is aangesloten; c. c. het product van het aantal zelfstandige wooneenheden dat op de blokaansluiting is aangesloten, en:

        1°.
        het bedrag dat het product is van 968 kWh en het verschil tussen het gemiddelde tarief inclusief btw en energiebelasting per kWh elektriciteit in juli 2023 en € 0,40 per kWh elektriciteit; of
      
      
        2°.
        € 183,92, indien dat hoger is dan het bedrag, bedoeld in subonderdeel 1°;

1°. 1°. het bedrag dat het product is van 968 kWh en het verschil tussen het gemiddelde tarief inclusief btw en energiebelasting per kWh elektriciteit in juli 2023 en € 0,40 per kWh elektriciteit; of 2°. 2°. € 183,92, indien dat hoger is dan het bedrag, bedoeld in subonderdeel 1°; d. d. het product van het aantal onzelfstandige wooneenheden dat op de blokaansluiting is aangesloten, en:

        1°.
        het bedrag dat het product is van 407 kWh en het verschil tussen het gemiddelde tarief inclusief btw en energiebelasting per kWh elektriciteit in juli 2023 en € 0,40 per kWh elektriciteit; of
      
      
        2°.
        € 77,33, indien dat hoger is dan het bedrag, bedoeld in subonderdeel 1°.

1°. 1°. het bedrag dat het product is van 407 kWh en het verschil tussen het gemiddelde tarief inclusief btw en energiebelasting per kWh elektriciteit in juli 2023 en € 0,40 per kWh elektriciteit; of 2°. 2°. € 77,33, indien dat hoger is dan het bedrag, bedoeld in subonderdeel 1°.

3. De vergoeding voor de uitvoeringskosten, bedoeld in het eerste lid, bedraagt het product van € 8,62 en het aantal zelfstandige en onzelfstandige wooneenheden dat op de blokaansluiting voor elektriciteit is aangesloten.

Artikel 3.2

1. De subsidie voor een blokaansluiting voor warmte bedraagt de som van de tegemoetkoming voor bewoners van wooneenheden die op de blokaansluiting voor warmte zijn aangesloten, en de vergoeding voor de uitvoeringskosten van de subsidieontvanger.

2.

De tegemoetkoming voor bewoners van wooneenheden die op een blokaansluiting voor warmte zijn aangesloten, bedoeld in het eerste lid, bedraagt de som van:

a. a. het product van € 786,45 en het aantal zelfstandige wooneenheden dat op de blokaansluiting is aangesloten; b. b. het product van € 329,28 en het aantal onzelfstandige wooneenheden dat op de blokaansluiting is aangesloten; c. c. het product van het aantal zelfstandige wooneenheden dat op de blokaansluiting is aangesloten, en:

        1°.
        het bedrag dat het product is van 374 m^3(n) gas en het verschil van het gemiddelde tarief inclusief btw en energiebelasting per m^3(n) gas in juli 2023 en € 1,45 per m^3(n) gas); of
      
      
        2°.
        € 276,76, indien dat hoger is dan het bedrag, bedoeld in subonderdeel 1°;

1°. 1°. het bedrag dat het product is van 374 m^3(n) gas en het verschil van het gemiddelde tarief inclusief btw en energiebelasting per m^3(n) gas in juli 2023 en € 1,45 per m^3(n) gas); of 2°. 2°. € 276,76, indien dat hoger is dan het bedrag, bedoeld in subonderdeel 1°; d. d. het product van het aantal onzelfstandige wooneenheden dat op de blokaansluiting is aangesloten, en:

        1°.
        het bedrag dat het product is van 157 m^3(n) gas en het verschil van het gemiddelde tarief inclusief btw en energiebelasting per m^3(n) gas in juli 2023 en € 1,45 per m^3(n) gas); of
      
      
        2°.
        € 116,18, indien dat bedrag hoger is dan het bedrag, bedoeld in subonderdeel 1°.

1°. 1°. het bedrag dat het product is van 157 m^3(n) gas en het verschil van het gemiddelde tarief inclusief btw en energiebelasting per m^3(n) gas in juli 2023 en € 1,45 per m^3(n) gas); of 2°. 2°. € 116,18, indien dat bedrag hoger is dan het bedrag, bedoeld in subonderdeel 1°.

3. De vergoeding voor de uitvoeringskosten, bedoeld in het eerste lid, bedraagt het product van € 8,62 en het aantal zelfstandige en onzelfstandige wooneenheden dat op de blokaansluiting voor warmte is aangesloten.

Artikel 3.3

1.

Het aantal onzelfstandige wooneenheden, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onderdelen b en d, en derde lid, en artikel 3.2, tweede lid, onderdelen b en d, en derde lid, is de som van:

a. a. het aantal onzelfstandige wooneenheden dat geen gedeelte is van een zelfstandige wooneenheid die op een blokaansluiting is aangesloten; en b. b. het aantal onzelfstandige wooneenheden dat een gedeelte is van een zelfstandige wooneenheid die op een blokaansluiting is aangesloten, indien dat aantal vier of meer onzelfstandige wooneenheden per zelfstandige wooneenheid betreft.

2. Indien ten hoogste drie onzelfstandige wooneenheden een gedeelte zijn van een zelfstandige wooneenheid die op een blokaansluiting is aangesloten, worden die onzelfstandige wooneenheden samen aangemerkt als één zelfstandige wooneenheid en opgeteld bij het aantal zelfstandige wooneenheden, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onderdelen a en c, en derde lid, en artikel 3.2, tweede lid, onderdelen a en c, en derde lid.

Hoofdstuk 4. De subsidieverlening

Artikel 4.1

1. Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend in de periode van 25 april 2023 9:00 uur tot en met 31 oktober 2023, 17:00 uur.

2. Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

3.

Een aanvraag voor subsidie bevat in ieder geval:

a. a. indien de aanvrager een natuurlijk persoon is: gegevens over de aanvrager waaronder de naam, het adres, telefoonnummer, het e-mailadres en het rekeningnummer; b. b. indien de aanvrager een niet-natuurlijk persoon is:

        1°.
        gegevens over de aanvrager waaronder het nummer van registratie in het handelsregister of het informatienummer voor rechtspersonen en samenwerkingsverbanden, het adres en het rekeningnummer;
      
      
        2°.
        gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;

1°. 1°. gegevens over de aanvrager waaronder het nummer van registratie in het handelsregister of het informatienummer voor rechtspersonen en samenwerkingsverbanden, het adres en het rekeningnummer; 2°. 2°. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres; c. c. gegevens over de blokaansluiting waaronder:

        1°.
        het type blokaansluiting waarvoor de aanvraag wordt ingediend;
      
      
        2°.
        de EAN-code van de aansluiting, indien de blokaansluiting een aansluiting voor de levering van elektriciteit of gas heeft;
      
      
        3°.
        informatie over de overeenkomst voor de levering van elektriciteit, warmte of gas, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid en tweede lid, onderdeel a, b of c, indien van toepassing;

1°. 1°. het type blokaansluiting waarvoor de aanvraag wordt ingediend; 2°. 2°. de EAN-code van de aansluiting, indien de blokaansluiting een aansluiting voor de levering van elektriciteit of gas heeft; 3°. 3°. informatie over de overeenkomst voor de levering van elektriciteit, warmte of gas, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid en tweede lid, onderdeel a, b of c, indien van toepassing; d. d. gegevens over de wooneenheden, waaronder:

        1°.
        het aantal zelfstandige wooneenheden dat is aangesloten op de blokaansluiting waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.3;
      
      
        2°.
        het aantal onzelfstandige wooneenheden dat is aangesloten op de blokaansluiting waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.3.

1°. 1°. het aantal zelfstandige wooneenheden dat is aangesloten op de blokaansluiting waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.3; 2°. 2°. het aantal onzelfstandige wooneenheden dat is aangesloten op de blokaansluiting waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.3.

Artikel 4.2

1. De Belastingdienst verstrekt aan de minister gegevens uit de basisregistratie personen, bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen, waaruit blijkt of op een adres één of meer natuurlijke personen zijn ingeschreven en indien dat het geval is, hoeveel personen op dat adres zijn ingeschreven.

2.

Een netbeheerder als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 of een netbeheerder als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Gaswet verstrekt op verzoek van de minister voor de uitvoering van deze regeling met betrekking tot een bij een aanvraag ingediende EAN-code uit het centraal aansluitingenregister:

a. a. de naam van de persoon die voor de aansluiting in het centraal aansluitingenregister is geregistreerd; b. b. het standaardjaarvolume van de aansluiting; c. c. het adres, inclusief postcode, huisnummer en toevoeging, waarop de aansluiting is geregistreerd in het centraal aansluitingenregister; d. d. de naam van de elektriciteitsleverancier of gasleverancier.

Artikel 4.3

1. De minister beslist op een aanvraag voor subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

2. De termijn, bedoeld in het eerste lid, kan eenmaal met ten hoogste 13 weken worden verlengd.

Artikel 4.4

De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor subsidie, indien:

a. a. de aanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels; b. b. de subsidieaanvrager failliet is verklaard of hem surséance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend; c. c. de subsidieaanvrager reeds subsidie heeft ontvangen voor het in 2023 toepassen van een prijsplafond overeenkomstig de Subsidieregeling bekostiging plafond energietarieven kleinverbruikers 2023 voor het leveren van elektriciteit, gas of warmte aan de wooneenheden die zijn aangesloten op de blokaansluiting waarvoor de aanvraag wordt ingediend.

Artikel 4.5

De minister maakt gegevens bekend waaruit blijkt voor welke blokaansluiting een subsidieaanvraag is ingediend, toegewezen of afgewezen, zo spoedig mogelijk nadat een aanvraag is ingediend of na een besluit op een aanvraag.

Hoofdstuk 5. Verplichtingen voor de subsidieontvanger

Artikel 5.1

1.

De subsidieontvanger brengt de tegemoetkoming voor bewoners van wooneenheden die op een blokaansluiting voor elektriciteit zijn aangesloten, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, of de tegemoetkoming voor bewoners van wooneenheden die op een blokaansluiting voor warmte zijn aangesloten, bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, volledig in mindering of laat die in mindering brengen op de betalingsverplichtingen voor de kosten voor elektriciteit of warmte in 2023 van bewoners waarbij:

a. a. de hoogte van het in mindering te brengen bedrag per wooneenheid in verhouding staat tot de wijze van verdeling van de kosten voor elektriciteit of warmte voor het gehele jaar 2023 over de wooneenheden; en b. b. wordt aangesloten bij de periodiciteit waarmee de kosten voor elektriciteit of warmte voor het gehele jaar 2023 in rekening zijn of worden gebracht bij de bewoners.

2. De subsidieontvanger doet schriftelijk mededeling aan de bewoners over de wijze waarop de tegemoetkoming in mindering wordt gebracht op de betalingsverplichtingen binnen twee weken na het ontvangen van de subsidiebeschikking.

3.

In afwijking van het eerste lid brengt de subsidieontvanger de tegemoetkoming volledig in mindering of laat die in mindering brengen op de betalingsverplichtingen die zijn vastgelegd in de huurovereenkomst, indien de huurovereenkomst meer omvat dan het enkele gebruik van de woonruimte en bij die overeenkomst slechts de hoogte van de betalingsverplichtingen en niet de hoogte van de huurprijs en het voorschot van de kosten voor nutsvoorzieningen met een individuele meter en de servicekosten, zijn vastgesteld, waarbij:

a. a. de hoogte van het in mindering te brengen bedrag per wooneenheid in verhouding staat tot de wijze van verdeling van de betalingsverplichtingen voor het gehele jaar 2023 over de wooneenheden; en b. b. wordt aangesloten bij de periodiciteit waarmee de betalingsverplichtingen voor het gehele jaar 2023 in rekening zijn of worden gebracht bij de bewoners.

4. Indien een bewoner gedurende 2023 is verhuisd en het op 1 januari 2025 niet mogelijk is gebleken voor de subsidieontvanger om de tegemoetkoming aan die bewoner ten goede te laten komen, dan laat de subsidieontvanger in afwijking van het eerste en derde lid die tegemoetkoming ten goede komen aan de bewoners op dat moment overeenkomstig de wijze van verdeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of het derde lid, onderdeel a.

5.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kan de hoogte van het in mindering te brengen bedrag in verhouding staan tot het gedeelte van 2023 waarvoor energiekosten voor een wooneenheid bij de bewoner in rekening zijn gebracht en het aandeel van die wooneenheid in het totale vloeroppervlak van de wooneenheden achter de blokaansluiting, indien de wijze van verdeling van de kosten voor elektriciteit of warmte in 2023 in verhouding staat tot het aandeel per wooneenheid in het totale energieverbruik en:

a. a. het jaar waarvoor de kosten voor elektriciteit of warmte in rekening worden gebracht, niet gelijk is aan een kalenderjaar; of b. b. zowel wooneenheden als andere eenheden op de blokaansluiting zijn aangesloten.

6.

Indien wordt voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van het vijfde lid, maar het aandeel per wooneenheid in het totale vloeroppervlak van de wooneenheden achter de blokaansluiting niet bekend is bij de subsidieontvanger, kan de hoogte van het in mindering te brengen bedrag het product zijn van het gedeelte van 2023 waarvoor energiekosten voor een wooneenheid bij de bewoner in rekening zijn gebracht, en:

a. a. € 915,05 voor de tegemoetkoming voor elektriciteit voor een zelfstandige wooneenheid; b. b. € 384,96 voor de tegemoetkoming voor elektriciteit voor een onzelfstandige wooneenheid; c. c. € 1.063,21 voor de tegemoetkoming voor warmte voor een zelfstandige wooneenheid; d. d. € 445,46 voor de tegemoetkoming voor warmte voor een onzelfstandige wooneenheid.

Artikel 5.2

1. De subsidieontvanger voert een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op een eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden dat de ontvanger voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen.

2. De administratie, bedoeld in het eerste lid, wordt tot vijf jaar na de datum van de beschikking tot de subsidievaststelling bewaard.

3. De subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

Artikel 5.3

Indien bij de controle op de naleving van de aan de subsidieverstrekking verbonden voorwaarden en verplichtingen onregelmatigheden worden geconstateerd, kan de minister van de subsidieontvanger een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant verlangen, opgesteld volgens de door de minister gegeven aanwijzingen.

Artikel 5.4

1. De subsidieontvanger deelt onverwijld de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot faillietverklaring van hem, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen over hem schriftelijk mee aan de minister.

2. De subsidieontvanger verstrekt op verzoek aan de minister alle overige bescheiden, gegevens of inlichtingen die nodig zijn voor een beslissing over de subsidie.

Hoofdstuk 6. Bevoorschotting en vaststelling

Artikel 6.1

1.

Indien de subsidieverlening voor 1 augustus 2023 geschiedt, verleent de minister twee voorschotten waarbij:

a. a. het eerste voorschot wordt uitgekeerd binnen twee weken nadat de subsidie is verleend; b. b. het tweede voorschot wordt uitgekeerd binnen twee weken na 1 augustus 2023.

2.

Voor de subsidie voor een blokaansluiting voor elektriciteit bedraagt:

a. a. het eerste voorschot 100% van de som van de bedragen, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onderdelen a en b, en derde lid; b. b. het tweede voorschot 100% van de som van de bedragen, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onderdelen c en d.

3.

Voor de subsidie voor een blokaansluiting voor warmte bedraagt:

a. a. het eerste voorschot 100% van de som van de bedragen, bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, onderdelen a en b, en derde lid. b. b. het tweede voorschot 100% van de som van de bedragen, bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, onderdelen c en d.

Artikel 6.2

1. Indien de subsidieverlening na 31 juli 2023 geschiedt, verleent de minister één voorschot van 100% van het bedrag, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, of 3.2, eerste lid.

2. Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgekeerd binnen twee weken nadat de subsidie is verleend.

Artikel 6.3

De minister stelt uiterlijk op 1 oktober 2024 de subsidie ambtshalve vast.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 7.1

De minister kan mandaat verlenen aan de directeur-generaal Belastingdienst van het Ministerie van Financiën voor het uitvoeren van deze regeling.

Artikel 7.2

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 april 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verstrekt.

Artikel 7.3

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling tegemoetkoming blokaansluitingen.