rijk/ministeriele-regeling/uitvoeringsregeling-bestrijding-voortijdig-schoolverlaten-en-regionale-meld-en-c/BWBR0024501
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Uitvoeringsregeling bestrijding voortijdig schoolverlaten en regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten BWBR0024501 ministeriele-regeling geldend 2011-05-30 https://wetten.overheid.nl/BWBR0024501 Uitvoeringsregeling bestrijding voortijdig schoolverlaten en regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten

Uitvoeringsregeling bestrijding voortijdig schoolverlaten en regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. de Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. b. RMC-contactgemeente: contactgemeente als bedoeld in artikel 8.3.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 118h, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; c. c. RMC-regio: regio als bedoeld in artikel 29; d. d. basisregister: basisregister onderwijs als bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht; e. e. bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 1.1.1, onderdeel w, subonderdeel 2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; f. f. onderwijsinstelling: regionaal opleidingencentrum als bedoeld in artikel 1.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, vakinstelling als bedoeld in artikel 1.3.2a van de Wet educatie en beroepsonderwijs, agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, alsmede school voor voortgezet onderwijs, met uitzondering van een school of afdeling voor praktijkonderwijs, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs; g. g. convenant: per RMC-regio tussen 1 december 2007 en 31 juli 2008 tussen de Minister, de RMC-contactgemeente en het bevoegd gezag van onderwijsinstellingen gesloten convenant inzake het terugdringen van het aantal voortijdig schoolverlaters in de schooljaren 20072008 tot en met 20102011; h. h. schooljaar: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daaropvolgende jaar; i. i. leerling: leerling als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs en deelnemer als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Artikel 2

In de paragrafen 2 en 3 wordt onder nieuwe voortijdig schoolverlater verstaan de jongere die op 1 oktober:

a. a. niet is ingeschreven bij een onderwijsinstelling terwijl de desbetreffende jongere op 1 oktober van het voorafgaande jaar wel was ingeschreven bij een onderwijsinstelling en op die datum ouder was dan 11 en jonger dan 22 jaar, en b. b. niet in het bezit is van een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs of een diploma beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en c. c. niet is toegelaten tot een instelling voor hoger onderwijs.

Artikel 3

Bij de berekening van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor de toepassing van de paragrafen 2 en 3 van deze regeling maakt de Minister gebruik van de gegevens, bedoeld in artikel 4b.2.3, eerste lid, onderdelen e en f, van het Uitvoeringsbesluit WEB, artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit gebruik persoonsgebonden nummers WVO en artikel 7.52 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Artikel 4

Het doel van deze regeling is:

a. a. het verstrekken van subsidie met het oog op het realiseren van een landelijke vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters van tenminste 40% in het schooljaar 20112012 ten opzichte van het schooljaar 20052006, en b. b. het geven van uitvoeringsvoorschriften ter zake van de regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten, waaronder het vaststellen van de daarvoor beschikbare budgetten.

Artikel 5

In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van de paragrafen 2 en 3 verstrekte subsidiebedragen en de op grond van paragraaf 4 verstrekte bedragen van de specifieke uitkeringen verlaagd tot het bedrag van de subsidie respectievelijk de specifieke uitkering dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal begunstigden van de subsidie respectievelijk de specifieke uitkering en van de hoogte van de verstrekte subsidiebedragen dan wel bedragen van de specifieke uitkeringen.

Paragraaf 2. Uitvoeringsvoorschriften inzake de prestatiesubsidie voor de convenanten

Artikel 6

1. De Minister verstrekt voor de kalenderjaren 2009 tot en met 2013 op grond van deze paragraaf ambtshalve subsidie aan het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling dat voor die onderwijsinstelling ten minste één convenant heeft ondertekend en dat voor die onderwijsinstelling een daadwerkelijke reductie van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters realiseert.

2. De subsidie wordt telkens voor één jaar verstrekt in de maand oktober van het desbetreffende kalenderjaar.

Artikel 7

Voor subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf zijn de volgende bedragen beschikbaar:

a. a. voor het kalenderjaar 2009 € 17.040.000; b. b. voor het kalenderjaar 2010 € 28.400.000; c. c. voor het kalenderjaar 2011 € 42.600.000; en d. d. voor het kalenderjaar 2012 € 56.800.000; e. e. voor het kalenderjaar 2013 € 56.800.000.

Artikel 8

1. De wijze waarop voor de toepassing van de paragrafen 2 en 3 van deze regeling voor een van de schooljaren 20052006 en 20072008 tot en met 20112012 per onderwijsinstelling het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters wordt berekend per RMC-regio waarvoor door het bevoegd gezag van die onderwijsinstelling voor die onderwijsinstelling een convenant is ondertekend, is opgenomen in bijlage A bij deze regeling.

2. De Minister past voor de schooljaren 20072008 tot en met 20112012 een correctie toe op de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, indien sprake is van een onevenredige groei of krimp van het aantal leerlingen van een onderwijsinstelling ten opzichte van het schooljaar 20052006. De wijze waarop wordt vastgesteld of sprake is van onevenredige groei of krimp en de berekening van de correctie zijn opgenomen in bijlage B bij deze regeling.

3. In afwijking van het eerste lid wordt bij de berekeningswijze, bedoeld in het eerste lid, voor een van de schooljaren 20052006 en 20072008 tot en met 20112012 het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor een onderwijsinstelling dat woonachtig is in een RMC-regio waarvoor het bevoegd gezag van die onderwijsinstelling geen convenant heeft ondertekend meegenomen, indien het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor die onderwijsinstelling voor die RMC-regio voor het schooljaar 20052006 kleiner is dan 35.

Artikel 9

1. Het bedrag van de subsidie aan het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling wordt voor het kalenderjaar 2009 berekend door het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor die onderwijsinstelling voor het schooljaar 20052006 te verminderen met het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor die onderwijsinstelling voor het schooljaar 20072008 en de uitkomst daarvan te vermenigvuldigen met € 2.000, met dien verstande dat de subsidie, onverminderd artikel 11, niet hoger kan zijn dan het voorschot, berekend op grond van artikel 10 en wordt vastgesteld op nihil indien het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor die onderwijsinstelling niet is gedaald ten opzichte van het schooljaar 20052006.

2. Het bedrag van de subsidie aan het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling wordt voor elk van de kalenderjaren 2010 tot en met 2013 berekend door het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor die onderwijsinstelling voor het schooljaar 20052006 te verminderen met het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor die onderwijsinstelling voor het schooljaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar en de uitkomst daarvan te vermenigvuldigen met € 2.500, met dien verstande dat de subsidie, onverminderd artikel 11, niet hoger kan zijn dan het voorschot, berekend op grond van artikel 10 en de subsidie altijd ten minste een vijfde van het voor dat kalenderjaar verstrekte voorschot bedraagt.

Artikel 10

1. Op het bedrag van de subsidie voor het jaar 2009 wordt in de maand oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft, een voorschot betaald.

2. Op het bedrag van de subsidie voor de jaren 2010 tot en met 2012 wordt vier vijfde deel van het bedrag als voorschot uitbetaald in de maand oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft. Een vijfde deel van het bedrag wordt betaald in de maand januari van het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft, met uitzondering van het jaar 2010 waarin een vijfde deel van het bedrag betaald wordt in de maand juli van dat kalenderjaar. Op het bedrag van de subsidie voor het jaar 2013 wordt het volledige bedrag als voorschot uitbetaald in de maand oktober van het jaar 2012.

3.

Het voorschot, bedoeld in het eerste en het tweede lid, eerste en tweede volzin, wordt berekend door het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor de onderwijsinstelling voor het schooljaar 2005-2006 te vermenigvuldigen met het voor het desbetreffende kalenderjaar op grond van het vierde lid vastgestelde percentage. Onverminderd het zesde lid wordt de uitkomst van de berekening in de vorige volzin rekenkundig afgerond en vermenigvuldigd met:

a. a. voor het jaar 2009 een bedrag van € 2.000; b. b. voor de jaren 2010 tot en met 2013 een bedrag van € 2.500.

4.

Het percentage, bedoeld in het derde lid, bedraagt:

a. a. voor het kalenderjaar 2009 15%, b. b. voor het kalenderjaar 2010 20%, c. c. voor het kalenderjaar 2011 30%, d. d. voor het kalenderjaar 2012 40%, en e. e. voor het kalenderjaar 2013 40%.

5. Indien de subsidie voor een kalenderjaar, berekend op grond van artikel 9, lager is dan het voor dat kalenderjaar verstrekte voorschot, wordt het verschil in mindering gebracht op het voorschot voor het daaropvolgende kalenderjaar, voorzover daarvan sprake is.

6.

Indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in de eerste volzin van het derde lid, voor een onderwijsinstelling groter is dan nihil en lager dan 0,5, wordt de hoogte van het voorschot, in afwijking van het eerste en tweede lid, vastgesteld op:

a. a. voor het jaar 2009 een bedrag van € 2.000; b. b. voor het jaar 2010 tot en met 2013 een bedrag van € 2.500.

Artikel 11

1. Indien de subsidie voor het kalenderjaar 2012 of 2013, berekend op grond van artikel 9, tweede lid, hoger is dan het voor dat kalenderjaar verstrekte voorschot, wordt de subsidie vastgesteld op dat hogere bedrag, voor zover daarvoor aan de Minister, gelet op het subsidieplafond, bedoeld in artikel 7, onderdelen d of e, voldoende middelen ter beschikking staan, een en ander naar rato van het aantal begunstigden van de subsidie dat daarvoor in aanmerking komt en van de hoogte van het subsidiebedrag.

2. Indien de subsidie voor het kalenderjaar 2012 of 2013, berekend op grond van artikel 9, tweede lid, lager is dan het voor dat kalenderjaar verstrekt voorschot, wordt het verschil teruggevorderd.

Artikel 12

1. De subsidie wordt verstrekt als tegemoetkoming in de uitgaven die zijn verbonden aan het in de regeling omschreven doel. Zij kan ook worden aangewend voor andere activiteiten van de instelling waarvoor bekostiging wordt verstrekt. Verrekening van eventueel niet-bestede middelen vindt niet plaats.

2. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel omtrent de rechtmatige besteding van de subsidie.

Artikel 13

1. Indien het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling uiterlijk op 1 augustus 2012 toetreedt tot een convenant ontstaat aanspraak op subsidie op grond van deze paragraaf met ingang van het kalenderjaar na de toetreding.

2. Indien het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling op grond van artikel 11, tweede lid, van een convenant, uiterlijk op 1 augustus 2012 het convenant schriftelijk opzegt, vervalt de aanspraak op subsidie op grond van deze paragraaf met ingang van het kalenderjaar na de opzegging. Artikel 11, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14

Indien als gevolg van oprichting, splitsing, samenvoeging of verplaatsing van een onderwijsinstelling de toepassing van de gegevens van het schooljaar 20052006 als uitgangspunt voor de berekening van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor de desbetreffende onderwijsinstelling, bedoeld in deze paragraaf, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, kan de Minister afwijken van deze gegevens.

Paragraaf 3. Uitvoeringsvoorschriften inzake projectsubsidie ten behoeve van de onderwijsprogrammas

Artikel 15

1. In deze paragraaf wordt onder RMC-regio niet begrepen regio 19: Utrecht, regio 21: Agglomeratie Amsterdam, regio 28: Haaglanden/Westland, en regio 29: Rijnmond.

2.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. a. contactschool: contactschool als bedoeld in artikel 18; b. b. onderwijsprogramma: onderwijsprogramma als bedoeld in artikel 19.

Artikel 16

De Minister verstrekt voor de kalenderjaren 2008 tot en met 2012 op grond van deze paragraaf op aanvraag subsidie aan het bevoegd gezag van een contactschool ten behoeve van het uitvoeren van het onderwijsprogramma door de onderwijsinstellingen waarvoor door het bevoegd gezag van die onderwijsinstellingen het convenant voor de RMC-regio is ondertekend.

Artikel 17

1. In een RMC-regio werken de onderwijsinstellingen waarvoor door het bevoegd gezag van die onderwijsinstellingen het convenant voor die RMC-regio is ondertekend samen op basis van een samenwerkingsovereenkomst ten behoeve van het ontwikkelen en uitvoeren van het onderwijsprogramma voor de desbetreffende RMC-regio.

2.

In de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, is in elk geval geregeld:

a. a. de onderwijsinstellingen die aan het onderwijsprogramma deelnemen, b. b. de onderwijsinstelling die optreedt als contactschool, c. c. het onderwijsprogramma dat in de RMC-regio, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgevoerd, d. d. het deel van de subsidie voor het onderwijsprogramma dat bestemd is voor de aan dat onderwijsprogramma verbonden beheerskosten van de contactschool, met dien verstande dat dit bedrag niet hoger is dan 10% van de toegekende subsidie voor het onderwijsprogramma, en e. e. de afspraken over het besteden van de subsidie die wordt verstrekt op grond van deze paragraaf.

Artikel 18

1. De onderwijsinstellingen, bedoeld in artikel 17, wijzen uit hun midden een onderwijsinstelling aan die optreedt als contactschool.

2.

Het bevoegd gezag van de contactschool, bedoeld in het eerste lid, heeft in ieder geval tot taak:

a. a. het informeren van de onderwijsinstellingen waarvan het bevoegd gezag het convenant voor die onderwijsinstellingen voor de desbetreffende RMC-regio heeft ondertekend over deelname aan het onderwijsprogramma dat in die RMC-regio wordt uitgevoerd, b. b. het mede namens de overige onderwijsinstellingen, bedoeld in het eerste lid, optreden als aanvrager en ontvanger van de subsidie die wordt verstrekt op grond van deze paragraaf, c. c. het onderhouden van contacten met de desbetreffende RMC-contactgemeente over de uitvoering van het onderwijsprogramma voor de desbetreffende RMC-regio, en d. d. het uitvoering geven aan de afspraken in de samenwerkingsovereenkomst inzake de besteding van de subsidie die wordt verstrekt op grond van deze paragraaf.

Artikel 19

1. Het onderwijsprogramma dat in de jaren 2008 tot en met 2011 in een RMC-regio wordt uitgevoerd, bevat maatregelen die door de onderwijsinstellingen, bedoeld in artikel 17, worden uitgevoerd en die zijn gericht op structurele borging van het voorkomen van voortijdig schoolverlaten in het onderwijsproces van de onderwijsinstellingen.

2. De maatregelen in het onderwijsprogramma voor de jaren 2008 tot en met 2011 passen binnen een of meer van de onderwerpen die zijn opgenomen in de menulijst in bijlage C bij deze regeling en omvatten in ieder geval een maatregel die past binnen het onderwerp verzuim melden en aanpakken, bedoeld bij punt 8 van die menulijst.

3. De onderwijsinstellingen in de desbetreffende RMC-regio kunnen in gezamenlijk overleg voor het onderwijsprogramma, bedoeld in het tweede lid, een maatregel kiezen die niet past binnen de onderwerpen uit de menulijst van bijlage C bij deze regeling, indien zij van oordeel zijn dat deze maatregel een grotere bijdrage levert aan het realiseren van het doel, bedoeld in het eerste lid, dan maatregelen die wel passen binnen die onderwerpen.

4. Het bevoegd gezag van de contactschool motiveert de keuze van de maatregelen in het onderwijsprogramma, bedoeld in het tweede lid, op het formulier in bijlage D bij deze regeling.

Artikel 19a

1. Het onderwijsprogramma dat in het jaar 2012 in een RMC-regio wordt uitgevoerd, bevat maatregelen die door de onderwijsinstellingen, bedoeld in artikel 17, worden uitgevoerd en die zijn gericht op structurele borging van het voorkomen van voortijdig schoolverlaten in het onderwijsproces van de onderwijsinstellingen.

2. De maatregelen in het onderwijsprogramma voor het jaar 2012 bestaan uit ten hoogste vier maatregelen die zijn gericht op het bestrijden van voortijdig schoolverlaten voor de doelgroepen, opgenomen in bijlage J bij deze regeling.

3.

Het bevoegd gezag van de contactschool kiest de maatregelen in het onderwijsprogramma voor het jaar 2012 op grond van de volgende uitgangspunten:

a. a. de maatregelen zijn gericht op doelgroepen waarvan het uitvalpercentage voor de betreffende RMC-regio hoger is dan het landelijke uitvalpercentage, b. b. indien in de betreffende RMC-regio voor alle doelgroepen de uitvalpercentages hoger liggen dan het landelijk uitvalpercentage, zijn de maatregelen gericht op doelgroepen met de hoogste aantallen uitvallers in de RMC-regio, c. c. indien in de betreffende RMC-regio voor alle doelgroepen de uitvalpercentages lager liggen dan het landelijk uitvalpercentage, zijn de maatregelen gericht op doelgroepen met de hoogste aantallen uitvallers in de RMC-regio.

4. De subsidie per maatregel bedraagt in het jaar 2012 ten hoogste € 5.000 per deelnemer.

5. Het bevoegd gezag van de contactschool motiveert de keuze van de maatregelen in het onderwijsprogramma op het formulier in bijlage J bij deze regeling.

6. Onvoldoende gemotiveerde aanvragen worden afgewezen.

7. Indien het bevoegd gezag voor 2012 een maatregel kiest die onderdeel uitmaakt van een reeds eerder gekozen onderwijsprogramma voor de jaren 2008 tot en met 2011, motiveert het bevoegd gezag deze keuze op het formulier in bijlage K bij deze regeling.

8. Het bevoegd gezag van de contactschool legt het onderwijsprogramma ter instemming voor aan de RMC-contactgemeente van de desbetreffende RMC-regio.

Artikel 20

1.

Voor subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf zijn de volgende bedragen beschikbaar:

a. a. voor het kalenderjaar 2008 € 6.800.000, b. b. voor het kalenderjaar 2009 € 10.400.000, c. c. voor het kalenderjaar 2010 € 15.700.000, d. d. voor het kalenderjaar 2011 € 19.300.000, e. e. voor het kalenderjaar 2012 € 19.300.000.

2.

Het bedrag voor de subsidieverstrekking per RMC-regio wordt berekend op grond van onderstaand schema:

2008 2009 2010 2011 2012
Nr. Aantal nieuwe vsv-ers per RMC-regio schooljaar 05/06 Bedrag per RMC-regio Bedrag per RMC-regio Bedrag per RMC-regio Bedrag per RMC-regio Bedrag per RMC-regio
1 < 500 € 73.118 € 111.828 € 168.817 € 207.527 € 207.527
2 500 tot en met 999 € 146.237 € 223.656 € 337.634 € 415.054 € 415.054
3 1000 tot en met 1499 € 219.355 € 335.484 € 506.452 € 622.581 € 622.581
4 1500 tot en met 1999 € 292.473 € 447.312 € 675.269 € 830.108 € 830.108
5 ≥ 2000 € 365.591 € 559.140 € 844.086 € 1.037.634 € 1.037.364

Artikel 21

De aanvraag van de subsidie geschiedt door inzending van het volledig ingevulde formulier dat als bijlage D bij deze regeling is vastgesteld en de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in artikel 17.

Artikel 22

1. Het bevoegd gezag van de contactschool dient de subsidieaanvraag voor de jaren 2008 en 2009 uiterlijk op 15 oktober 2008 in bij de Minister. Aanvragen die na deze datum worden ingediend, worden afgewezen.

2. Het bevoegd gezag van de contactschool dient de subsidieaanvraag voor de jaren 2010 en 2011 uiterlijk op 1 december 2009 in bij de Minister. Aanvragen die na deze datum worden ingediend, worden afgewezen.

3. De Minister beslist uiterlijk op 1 december 2008 op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid.

4. De Minister beslist uiterlijk op 1 februari 2010 op de aanvraag, bedoeld in het tweede lid.

5. De betaling van de subsidie vindt plaats in het tweede kwartaal van het desbetreffende jaar. In afwijking van het eerste lid, vindt de betaling voor 2008 plaats in december 2008.

6. Het bevoegd gezag van de contactschool dient de subsidieaanvraag voor het jaar 2012 uiterlijk op 15 september 2011 in bij de Minister. Aanvragen die na deze datum worden ontvangen, worden afgewezen.

7. De Minister beslist uiterlijk op 15 november 2011 op de aanvraag, bedoeld in het zesde lid. De betaling van de subsidie vindt plaats in november 2011.

Artikel 23

1. Uiterlijk op 1 juli 2013 dient het bevoegd gezag van de contactschool een rapportage in bij de Minister. In de rapportage wordt een beschrijving gegeven van de resultaten van het onderwijsprogramma.

2. Uiterlijk op 1 juli 2010 dient het bevoegd gezag van de contactschool een tussenrapportage in bij de Minister. In de tussenrapportage wordt een beschrijving gegeven van de stand van zaken van de uitvoering van het onderwijsprogramma.

3. Bij de rapportage, bedoeld in het eerste lid, en de tussenrapportage, bedoeld in het tweede lid, maakt het bevoegd gezag van de contactschool gebruik van het formulier dat als bijlage E bij deze regeling is vastgesteld.

Artikel 24

1. De subsidie wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt. Eventueel niet-bestede middelen na afloop van de looptijd van de subsidie zullen worden teruggevorderd. De subsidie wordt uiterlijk in 2012 besteed.

2. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarrekening met model G, bedoeld in de richtlijn RJ 660, alinea 212, zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving. De verantwoording van eventueel niet-bestede middelen geschiedt in de jaarrekening van het laatste jaar van besteding.

3. De verklaring van de accountant bij de jaarverslaggeving omvat tevens een oordeel omtrent de rechtmatige besteding van de subsidie.

Paragraaf 4. Uitvoeringsvoorschriften inzake regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten

Artikel 25

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. a. besluit: Besluit regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten; b. b. effectrapportage: effectrapportage als bedoeld in artikel 118h, zevende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 8.3.2, zevende lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 162b, zevende lid, van de Wet op de expertisecentra; c. c. bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, alsmede het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra. d. d. voortijdig schoolverlater: voortijdig schoolverlater als bedoeld in artikel 8.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 118g van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 162a van de Wet op de expertisecentra.

Artikel 26

1. Het vaste bedrag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van het besluit bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2008 € 211.431,45.

2. Het budget, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, dat over de RMC-regios wordt verdeeld, bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2008 € 3.386.349,19.

3. Het budget, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van het besluit dat over de RMC-regios wordt verdeeld, bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2008 € 5.303.013,45.

4. Het budget, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, van het besluit dat over de RMC-regios wordt verdeeld, bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2008 € 13.000.000.

Artikel 27

In bijlage F bij deze regeling zijn de gegevens opgenomen die het bevoegd gezag ten minste opneemt in de opgave, bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 8.1.8, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs dan wel artikel 47a, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra.

Artikel 28

1. De inrichting van de effectrapportage geschiedt conform bijlage G bij deze regeling.

2. Burgemeester en wethouders dienen de effectrapportage uiterlijk op 1 december van het jaar volgend op het schooljaar waarop deze betrekking heeft, in bij de Minister.

Artikel 29

1. De vaststelling van de RMC-regios geschiedt conform bijlage H bij deze regeling.

2. De gemeenten die op grond van een andere regeling reeds een vergoeding voor de bestrijding van het voortijdig schoolverlaten ontvangen, zijn aangewezen in bijlage I bij deze regeling.

Paragraaf 5. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 30

De Uitvoeringsregeling regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten wordt ingetrokken.

Artikel 31

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat artikel 29 terugwerkt tot en met 30 april 2008.

Artikel 32

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling bestrijding voortijdig schoolverlaten en regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten.

Bijlage A. behorende bij

Bijlage B. behorende bij

Bijlage C. behorende bij

Bijlage D. behorende bij de

Bijlage E. behorende bij

Wilt u per maatregel ter bestrijding van VSV die u in het onderwijsprogramma heeft opgenomen de vragenlijst apart invullen?

^* per maatregel de vragenlijst apart invullen

Bijlage F. behorende bij

Bijlage G. behorende bij

Bijlage H. behorende bij

Bijlage I. behorende bij

Bijlage J. Aanvraagformulier subsidie onderwijsprogramma's 2012

Bijlage K

Behoort bij Maatregel

Deze maatregel heeft overeenkomsten met

Naam maatregel of maatregelen uit Onderwijsprogramma 20082011:

Subsidiebedrag voor 2008 €

Subsidiebedrag voor 2009 €

Subsidiebedrag voor 2010 €

Subsidiebedrag voor 2011 €

Kwalitatieve onderbouwing om subsidie te vragen voor een continuering van deze maatregel (Max 200w)

(M.a.w. Wat is de reden waarom de maatregel moet worden voortgezet? Waarom is de maatregel nog niet geborgd?)

Kwantitatieve onderbouwing om subsidie te vragen voor continuering van deze maatregel (Max 200w)

(M.a.w. Wat is het bereikte resultaat op de vermindering van het aantal vsvers tot nu toe en wat is het te verwachte effect op de vermindering van het aantal vsvers bij voortzetting?)