40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken | BWBR0007165 | ministeriele-regeling | geldend | 2025-11-22 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0007165 | Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken |
Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken
Artikel 1
1. Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 2, 3, 4, 5, 6 en 7 van het Uitvoeringsbesluit onderbouwing en uitvoering waardebepaling Wet waardering onroerende zaken.
2. In deze regeling wordt verstaan onder
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
1. Het college van burgemeester en wethouders verzamelt, analyseert en registreert voortdurend de waarderelevante objectgegevens.
2.
Het college van burgemeester en wethouders verifieert de waarderelevante objectgegevens van woningen bij de eigenaar van die woning. Waarderelevante objectgegevens zijn in ieder geval:
a. a. de in de waarde betrokken primaire objectkenmerken; b. b. de in de waarde betrokken secundaire objectkenmerken.
3. Waarderelevante objectgegevens van woningen worden na iedere verkoop geverifieerd bij de nieuwe eigenaar van die woning. Secundaire objectkenmerken worden voorts ten minste iedere vijf jaar geverifieerd bij de eigenaar.
4.
Het college van burgemeester en wethouders verzamelt voortdurend marktgegevens met betrekking tot de volgende handelingen in het economische verkeer:
a. a. verkooptransacties van woningen en niet-woningen; b. b. verhuurtransacties van niet-woningen; c. c. stichtingskosten van niet-woningen; en d. d. gronduitgifteprijzen.
5. Het verzamelen van verhuurgegevens van niet-woningen geschiedt door middel van het inlichtingenformulier verhuurgegevens niet-woningen dat in overeenstemming is met het in bijlage 2 opgenomen model.
6. Het verzamelen van gegevens over gebruikers van niet-woningen geschiedt door middel van het inlichtingenformulier gebruikers niet-woningen dat in overeenstemming is met het in bijlage 3 opgenomen model.
7. Met betrekking tot de handelingen, bedoeld in het vierde lid, wordt geanalyseerd in hoeverre de omstandigheden overeenstemmen met het voorschrift voor de waardebepaling, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet, in hoeverre de gegevens overeenstemmen met vergelijkbare handelingen in het economische verkeer en in hoeverre de bij deze handelingen betrokken onroerende zaken overeenstemmen met de onroerende zaken, bedoeld in artikel 16 van de wet.
8. Het college van burgemeester en wethouders registreert de gegevens, bedoeld in het vierde lid, en de resultaten van de analyses, bedoeld in het zevende lid. Bij deze registratie wordt tevens vastgelegd de datum waarop de handelingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, hebben plaatsgevonden.
9. Het college van burgemeester en wethouders ziet erop toe dat taxateurs die zijn aangesteld als ambtenaar der gemeentelijke belastingen buiten bezwaar van den lande in tijdelijke dienst voor onbepaalde tijd en die het beroep van bemiddelaar bij transacties met onroerende zaken uitoefenen, niet de informatie ingevolge het Besluit gegevensverstrekking Wet waardering onroerende zaken inwinnen bij de informatieplichtige, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2° van dat besluit. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing indien de gegevensdragers van de in die volzin bedoelde informatieplichtige zich bevinden bij een administratiekantoor.
Artikel 4
1. De waarde, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet, wordt bepaald voor
2. De vervangingswaarde, bedoeld in artikel 17, derde lid, van de wet, wordt berekend door bij de waarde van de grond van de onroerende zaak op te tellen de waarde van de opstal van de onroerende zaak. De waarde van de grond wordt bepaald door middel van een methode van vergelijking als bedoeld in het eerste lid, onder a, rekening houdend met de bestemming van de zaak. De waarde van de opstal wordt gesteld op de kosten die herbouw van een vervangend identiek object zouden vergen, gecorrigeerd met een factor wegens technische veroudering gebaseerd op de verstreken en de resterende gebruiksduur en met inachtneming van de restwaarde, en gecorrigeerd met een factor wegens functionele veroudering gebaseerd op economische veroudering, verouderde bouwwijze, ondoelmatigheid en excessieve gebruikskosten.
3. Bij de berekening van de vervangingswaarde, bedoeld in artikel 17, derde lid, van de wet, voor kerkgebouwen en andere onroerende zaken met cultuurhistorische betekenis wordt een zodanige factor voor functionele veroudering toegepast dat de waarde overeenstemt met de benuttingswaarde van die onroerende zaak.
4. Bij de berekening van de vervangingswaarde, bedoeld in artikel 17, derde lid, van de wet voor bedrijfsmatig gebruikte onroerende zaken wordt een zodanige factor voor functionele veroudering toegepast dat de waarde overeenkomt met de bedrijfswaarde van die onroerende zaak rekening houdend met de economische situatie in de desbetreffende branche of bedrijfstak.
Artikel 5
Het college van burgemeester en wethouders rapporteert desgevraagd binnen vier weken aan de Waarderingskamer over de stand van zaken, de planning en de voortgang van de werkzaamheden in het kader van de Wet waardering onroerende zaken, alsmede over de kwaliteit van die werkzaamheden. Deze rapportage vindt plaats aan de hand van door de Waarderingskamer te stellen vragen.
Artikel 6
1. Als model van het taxatieverslag van woningen wordt vastgesteld de tabel opgenomen in bijlage 4.
2. Als model van het taxatieverslag van niet-woningen waarvan de waarde is bepaald op de vervangingswaarde wordt vastgesteld het formulier dat in overeenstemming is met het in bijlage 5 opgenomen model.
3. Als model van het taxatieverslag van niet-woningen waarvan de waarde is bepaald door middel van een methode van kapitalisatie van de bruto huur wordt vastgesteld het formulier dat in overeenstemming is met het in bijlage 6 opgenomen model.
Artikel 6a
1.
Het taxatieverslag van woningen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, vermeldt in ieder geval:
a. a. de gegevens om de onroerende zaak te identificeren; b. b. de op voet van hoofdstuk IV van de wet vastgestelde waarde van de onroerende zaak; c. c. de in de waardering betrokken primaire objectkenmerken; d. d. de in de waardering betrokken secundaire objectkenmerken, inclusief de beoordeling daarvan; e. e. de in de waardering betrokken referentieobjecten; f. f. de identificatie- en contactgegevens van de voor de waardering verantwoordelijke organisatie.
2. De elementen, bedoeld in het eerste lid, worden nader uitgewerkt in de tabel in bijlage 4, onderdeel 1.
3.
Het taxatieverslag vermeldt voor zover van toepassing:
a. a. de toestandspeildatum; b. b. de marktgegevens van de onroerende zaak van de afgelopen vijf jaar, te weten:
1°
de verkoopprijs;
2°
de verkoopdatum;
1° 1° de verkoopprijs; 2° 2° de verkoopdatum; c. c. de totale grootte van het woningdeel.
4. Het taxatieverslag kan aanvullende elementen bevatten die de gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, relevant acht voor de op voet van hoofdstuk IV van de wet vastgestelde waarde.
Artikel 6b
Degene ten wiens aanzien de beschikking, bedoeld in artikel 22 van de wet, is genomen krijgt op verzoek een afschrift van de gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde waarde, waaronder:
a. a. de gegevens van de referentieobjecten die niet zijn vermeld in het taxatieverslag; b. b. de reden dat toestandspeildatum is toegepast in plaats van de waardepeildatum; c. c. grondstaffels voor zover deze in de waardering zijn betrokken.
Artikel 7
Het college van burgemeester en wethouders voert voortdurend kwaliteitscontroles uit op de verrichte werkzaamheden in het kader van de uitvoering van de wet.
Artikel 8
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1995.
Artikel 9
Deze regeling kan worden aangehaald als: Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken.
Bijlage 1
Vervallen
Bijlage 2. Model inlichtingenformulier verhuurgegevens niet-woningen
[afbeelding]
Bijlage 3. MODEL INLICHTINGENFORMULIER GEBRUIKERS NIET-WONINGEN
[afbeelding]
Bijlage 4. Elementen model taxatieverslag woningen
Bijlage 5. Model taxatieverslag niet-woningen (vervangingswaarde)
[afbeelding]
Bijlage 6. Model taxatieverslag niet-woningen (huurkapitalisatie)
[afbeelding]