rijk/ministeriele-regeling/uitvoeringsregeling-voorraadvorming-aardolieproducten-2001/BWBR0012424
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Uitvoeringsregeling voorraadvorming aardolieproducten 2001 BWBR0012424 ministeriele-regeling geldend 2001-04-27 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012424 Uitvoeringsregeling voorraadvorming aardolieproducten 2001

Uitvoeringsregeling voorraadvorming aardolieproducten 2001

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1

Gegevensverstrekking op grond van deze regeling geschiedt aan de Minister van Economische Zaken en, naar keuze van degene die de gegevens verstrekt, op schriftelijke of elektronische wijze.

Hoofdstuk 2. Het aanhouden van voorraden ter naleving van internationale verplichtingen van Nederland

Paragraaf 1. Grondslag en jaaropgave

Artikel 2

1.

Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, van de Wet voorraadvorming aardolieproducten 2001, wordt de uitslag waarvoor geen aangifte is gedaan omdat geen accijns is verschuldigd, als volgt vastgesteld:

a. a. de uitslag waarvoor in het referentiejaar vrijstelling van accijns is verleend op grond van artikel 66, eerste lid, van de Wet op de accijns, wordt verminderd met dat deel van die uitslag waarvan de bestemming was: internationale zeevaart; b. b. de uitslag waarvoor in het referentiejaar vrijstelling van accijns is verleend op grond van andere artikelen van de Wet op de accijns, wordt op nihil gesteld.

2. De omvang van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt berekend naar de verklaringen, bedoeld in de artikelen 19, eerste lid, onderdeel b, en 21, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit accijns.

Artikel 3

1. Iedere voorraadplichtige verstrekt de gegevens die zijn aangeduid in bijlage I, met gebruikmaking van een conform die bijlage opgemaakt formulier.

2. De gegevens worden jaarlijks verstrekt, uiterlijk op de 1e maart die volgt op het referentiejaar.

Paragraaf 2. Maandopgave

Artikel 4

1. De voorraadplichtige en degene die, zelf niet voorraadplichtig, ten behoeve van een voorraadplichtige een voorraad beheert, verstrekt de gegevens die zijn aangeduid in bijlage II, met gebruikmaking van de conform die bijlage opgemaakte bladen I tot en met IIC.

2. De gegevens worden maandelijks verstrekt, uiterlijk op de 20ste dag na afloop van de maand waarop de opgave betrekking heeft.

Paragraaf 3. Reserveringen binnenland

Artikel 5

1. Degene die voornemens is ten behoeve van een voorraadplichtige een voorraad te gaan beheren die in Nederland is gelegen, verstrekt de gegevens die zijn aangeduid in bijlage III, met gebruikmaking van een conform die bijlage opgemaakt formulier.

2. De gegevens worden uiterlijk verstrekt op de 25ste dag voorafgaand aan de periode waarop de opgave betrekking heeft.

Paragraaf 4. Reserveringen buitenland

Artikel 6

1. De voorraadplichtige die voornemens is zijn wettelijke voorraad in een andere staat dan Nederland aan te houden of te laten aanhouden, en daartoe op grond van het betrokken bilaterale akkoord een aanvraag moet indienen bij de Minister van Economische Zaken, dient die aanvraag in met gebruikmaking van een conform bijlage IV opgemaakt formulier.

2. De aanvraag wordt ingediend op uiterlijk de 15e dag voorafgaand aan het kwartaal waarop de aanvraag betrekking heeft.

Hoofdstuk 3. Het in Nederland aanhouden van voorraden ter naleving van verplichtingen van andere landen

Artikel 7

1. Degene die voornemens is in Nederland een voorraad aardolieproducten aan te houden ten behoeve van een andere staat dan Nederland, dan wel ten behoeve van een onderdaan van die staat, en daartoe op grond van het betrokken bilaterale akkoord een aanvraag moet indienen bij de Minister van Economische Zaken, dient die aanvraag in met gebruikmaking van het conform bijlage IV opgemaakte formulier.

2. De aanvraag wordt ingediend op uiterlijk de 15e dag voorafgaand aan het kwartaal waarop de aanvraag betrekking heeft.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling voorraadvorming aardolieproducten 2001.