rijk/ministeriele-regeling/vaststelling-regeling-ter-bepaling-grondslag-uitkeringsgerechtigden/BWBR0004036
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Vaststelling Regeling ter bepaling grondslag uitkeringsgerechtigden BWBR0004036 ministeriele-regeling geldend 1986-10-22 https://wetten.overheid.nl/BWBR0004036 Vaststelling Regeling ter bepaling grondslag uitkeringsgerechtigden

Vaststelling Regeling ter bepaling grondslag uitkeringsgerechtigden

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Indien de belanghebbende geen onderwijs heeft kunnen volgen of indien het gevolgde onderwijs beperkt is gebleven tot basisonderwijs, wordt de grondslag vastgesteld op het bedrag, bedoeld in artikel 10, achtste lid, onder a, van de wet, tenzij de leeftijd van de belanghebbende, zijn verworven bekwaamheid en zijn persoonlijke instelling ten tijde van de aanvraag duidelijk redenen vormen om daarvan af te wijken.

Artikel 3

Indien de belanghebbende lager of middelbaar beroepsonderwijs dan wel algemeen voortgezet of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs heeft gevolgd, wordt de grondslag vastgesteld naar het inkomen dat hij na voltooiing van zijn opleiding uit arbeid in een met die opleiding overeenstemmende werkkring ten tijde van de aanvraag zou hebben verdiend.

Artikel 4

1. Indien de belanghebbende hoger beroepsonderwijs of wetenschappelijk onderwijs heeft gevolgd en de desbetreffende opleiding heeft voltooid, wordt de grondslag vastgesteld naar het inkomen dat hij, gezien de aard van de voltooide opleiding, uit arbeid in een met die opleiding overeenstemmende werkkring ten tijde van de aanvraag zou hebben verdiend.

2. Indien de belanghebbende de in het eerste lid bedoelde opleiding niet heeft kunnen voltooien, kan de grondslag, gezien de aard en de duur van die opleiding, en mede gezien zijn leeftijd, verworven bekwaamheid en persoonlijke instelling ten tijde van de aanvraag, worden vastgesteld op de wijze als in het eerste lid omschreven.

Artikel 5

Indien de belanghebbende, na beëindiging van zijn al dan niet voltooide opleiding, arbeid heeft aanvaard welke niet in overeenstemming is met het niveau van het gevolgde onderwijs, en de belanghebbende uit die arbeid een inkomen geniet of heeft genoten dat ten tijde van de aanvraag minder bedraagt of zou hebben bedragen dan het inkomen dat hij op grond van die opleiding ten tijde van de aanvraag redelijkerwijs had kunnen verwerven, kan de grondslag worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 2, 3 en 4.

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking in de Nederlandse Staatscourant en werkt terug tot en met 1 januari 1983.