rijk/ministeriele-regeling/vaststellingsbesluit-beleidsregel-kortingen-universitair-medische-centra-algemen/BWBR0018194
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Vaststellingsbesluit beleidsregel kortingen universitair medische centra, algemene ziekenhuizen en categorale ziekenhuizen vanaf 2005 BWBR0018194 ministeriele-regeling geldend 2005-04-30 https://wetten.overheid.nl/BWBR0018194 Vaststellingsbesluit beleidsregel kortingen universitair medische centra, algemene ziekenhuizen en categorale ziekenhuizen vanaf 2005

Vaststellingsbesluit beleidsregel kortingen universitair medische centra, algemene ziekenhuizen en categorale ziekenhuizen vanaf 2005

Artikel 1

Dit besluit is van toepassing op organen voor gezondheidszorg als vermeld in artikel 1, onder A, nummers 1, 2, 4 en 28a van het Besluit werkingssfeer WTG 1992. Ter uitvoering van de artikelen 3 tot en met 5 van dit besluit stelt het College tarieven gezondheidszorg op grond van artikel 11 van de Wet Tarieven Gezondheidszorg beleidsregels vast voor de in de eerste volzin bedoelde organen.

Artikel 2

Deze beleidsregel verstaat onder:

a. a. Categorale ziekenhuizen: Dit betreft instellingen in artikel 1, onder A, nummers 4 en 28a van het Besluit werkingssfeer WTG 1992. b. b. Universitair medische centra (UMC): Dit betreft instellingen zoals bedoeld in artikel 1, onder A, nummer 2, van het Besluit werkingssfeer WTG 1992.

Artikel 3

1.

Voor de algemene ziekenhuizen en categorale ziekenhuizen gelden de volgende kortingsbedragen:

a. a. voor 2005 een kortingsbedrag van € 90,8 mln. (prijspeil 2004) b. b. voor 2006 een kortingsbedrag van € 195,4 mln. (prijspeil 2004) c. c. vanaf 2007 structureel een kortingsbedrag van € 190,8 mln. (prijspeil 2004)

2. Voor de toedeling van onder lid 1 vermelde kortingsbedragen naar de individuele instellingen wordt het aandeel van de individuele instelling in het macrobudget 2003, peildatum juni 2004, geschoond voor kapitaallasten en loonkosten medisch specialisten/agios, gebruikt.

3.

Bij de algemene ziekenhuizen en de instellingen voor revalidatie wordt het kortingsbedrag per individuele instelling verhoogd of verlaagd op basis van een indicator die als maatstaf voor doelmatigheid wordt vastgesteld. Voor algemene ziekenhuizen is die indicator voor 2005 de feitelijke verpleegduur gedeeld door de verwachte ligduur gebaseerd op de klinische opnamen, waarbij tevens rekening is gehouden met dagopnamen en potentiële dagopnamen.

Voor de instellingen voor revalidatie is de indicator voor 2005 gebaseerd op geproduceerde RBUs, calculatorische plaatsen, verpleegdagen en calculatorische bedden.

Artikel 4

1.

Voor de UMCs gelden de volgende kortingsbedragen:

a. a. voor 2005 een kortingsbedrag van € 24,6 mln. (prijspeil 2004) b. b. vanaf 2006 structureel een kortingsbedrag van € 49,2 mln. (prijspeil 2004)

2. De toedeling van de onder lid 1 vermelde kortingsbedragen naar de individuele instellingen gebeurt door iedere instelling naar evenredigheid een korting op te leggen op de budgetten voor reguliere, topklinische en topreferente zorg. Hierbij wordt als grondslag genomen de betreffende budgetstanden ultimo 2003 (na verwerking voorlopige nacalculatie).

Artikel 5

1. De in de voorgaande artikelen opgenomen kortingsbedragen worden gekort als nominale bedragen.

2. Deze nominale kortingsbedragen zijn onderhevig aan nominale aanpassingen (indexering). De eerste nominale aanpassing vindt plaats over het jaar 2005.

Artikel 6

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 1 januari 2005.