40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vaststellingsregeling bedragen Regeling toezichtskosten Wte 1995 voor 2002 | BWBR0013526 | ministeriele-regeling | geldend | 2002-03-24 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0013526 | Vaststellingsregeling bedragen Regeling toezichtskosten Wte 1995 voor 2002 |
Vaststellingsregeling bedragen Regeling toezichtskosten Wte 1995 voor 2002
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder de Regeling toezichtskosten: de Regeling toezichtskosten Wet toezicht effectenverkeer 1995.
Artikel 2
1.
De bedragen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Regeling toezichtskosten worden als volgt vastgesteld:
a. a. aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet: € 1.699; b. b. aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet: € 736; c. c. aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 6c, eerste lid, van de wet: € 3.775; d. d. aanvraag door de bieder of doelvennootschap van een ontheffing als bedoeld in artikel 6a, vijfde lid, van de wet: € 1.887, met dien verstande dat geen heffing in rekening wordt gebracht voor een ontheffing ten aanzien van het biedingsbericht; e. e. aanvraag door een bestuurder of commissaris van een ontheffing als bedoeld in artikel 6a, vijfde lid, van de wet: € 188; f. f. aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 7, vierde of zesde lid, van de wet: € 12.800 euro; g. g. het bedrag onder f wordt vermeerderd met € 1.600 voor deskundigheidstoetsing en € 1.600 voor betrouwbaarheidstoetsing voor elke persoon, bedoeld in artikel 10, van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995, die getoetst wordt; h. h. aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16, vierde lid, van de wet: € 1.100 euro met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd wordt met een bedrag van € 1.600 voor deskundigheidstoetsing en een bedrag van € 1.600 voor betrouwbaarheidstoetsing voor elke persoon, bedoeld in artikel 10 van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995, die getoetst wordt; i. i. indien het voor het afgeven van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16 van de wet, noodzakelijk is om meer dan één persoon te toetsen wordt het bedrag vermeld onder h vermeerderd met € 1.600 voor elke extra deskundigheidstoetsing of betrouwbaarheidstoetsing, met dien verstande dat niet meer dan 10 toetsingen in rekening worden gebracht; j. j. aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16 van de wet, in verband met het vergroten van een gekwalificeerde deelneming binnen een jaar na de afgifte van een verklaring van geen bezwaar voor het houden of verwerven van een gekwalificeerde deelneming: € 1.100, met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd wordt met een bedrag van € 1.600 voor deskundigheidstoetsing en een bedrag van € 1.600 voor betrouwbaarheidstoetsing voor elke persoon, bedoeld in artikel 10 van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995, die getoetst wordt; k. k. uitbreiding van een vergunning als bedoeld in artikel 7, vierde of zesde lid, van de wet: € 12.800, met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd wordt met een bedrag van € 1.600 voor deskundigheidstoetsing en een bedrag van € 1.600 voor betrouwbaarheidstoetsing voor elke persoon, bedoeld in artikel 10 van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995, die getoetst wordt; l. l. wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 7, vierde of zesde lid, van de wet: € 1.963.
2. Het bedrag, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Regeling toezichtskosten, wordt voor zowel de deskundigheidstoetsing als de betrouwbaarheidstoetsing vastgesteld op € 1.600.
3. Het bedrag, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Regeling toezichtskosten, wordt vastgesteld op € 245.
4. Het bedrag, bedoeld in artikel 4, vierde lid, onder a, van de Regeling toezichtskosten, wordt vastgesteld op € 3.775.
5. Het bedrag, bedoeld in artikel 4, vierde lid, onder b, van de Regeling toezichtskosten wordt vastgesteld op € 18.877.
6. Het bedrag, bedoeld in artikel 4, vierde lid, onder c, van de Regeling toezichtskosten, bedraagt 0,0033 procent van het totale bedrag dat door de bieder wordt betaald voor het aantal effecten dat door hem wordt verkregen vanaf het intreden van de omstandigheid van artikel 9b, tweede lid, onder a of b, van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995, tot aan het moment van gestanddoening, bedoeld in artikel 9u van dat besluit, met dien verstande dat geen hoger bedrag in rekening wordt gebracht dan € 259.562. In geval van een geheel of gedeeltelijk ruilbod wordt het bedrag in de vorige volzin, voor zover het betrekking heeft op de in ruil aangeboden effecten van de bieder, berekend naar de koers van deze effecten op het moment van gestanddoening.
Artikel 3
1. De percentages, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, van de Regeling toezichtskosten worden voorlopig vastgesteld op 0,3.
2. De minimumbedragen, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, worden vastgesteld op: € 4.908.
Artikel 4
De bedragen, bedoeld in artikel 5, derde lid van de Regeling toezichtskosten worden als volgt vastgesteld:
a. a. voor kredietinstellingen die op grond van artikel 38 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 in Nederland het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefenen wordt het percentage voorlopig vastgesteld op 0,3 en wordt het minimumbedrag vastgesteld op € 4.908; b. b. in afwijking van onderdeel a wordt voor kredietinstellingen die op grond van artikel 38 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 in Nederland het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefenen en die onder adequaat toezicht staan van een toezichthoudende autoriteit in hun land van herkomst, het percentage voorlopig vastgesteld op 0,15 en wordt het minimumbedrag vastgesteld op € 2.454; c. c. voor andere kredietinstellingen en financiële instellingen wordt het percentage voorlopig vastgesteld op 0,15 en wordt het minimumbedrag vastgesteld op € 2.454.
Artikel 5
De bedragen, bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Regeling toezichtskosten worden als volgt vastgesteld:
a. a. voor niet in Nederland gevestigde effecteninstellingen met een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet, wordt het percentage vastgesteld op 0,3 en wordt het minimumbedrag vastgesteld op € 4.908; b. b. in afwijking van onderdeel a wordt voor niet in Nederland gevestigde effecteninstellingen met een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet, en die onder adequaat toezicht staan van een toezichthoudende autoriteit in hun land van herkomst, het percentage vastgesteld op 0,15 en wordt het minimumbedrag vastgesteld op € 2.454; c. c. voor effecteninstellingen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder i of j van de wet, wordt het percentage vastgesteld op 0,15 en wordt het minimumbedrag vastgesteld op € 2.454.
Artikel 6
De bedragen, bedoeld in artikel 5, zesde lid, van de Regeling toezichtskosten, worden als volgt vastgesteld:
a. a. aan Euronext NV en Euronext Amsterdam NV wordt voor de door haar gehouden effectenbeurzen een bedrag in rekening gebracht van € 2.362.111; b. b. aan de houders van een effectenbeurs aan wie voor 1 januari 2002 een ontheffing als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet is verleend wordt een bedrag in rekening gebracht op grond van een tarief van € 216 per uur met een minimumbedrag van € 4.908; c. c. aan andere houders van een effectenbeurs wordt een bedrag in rekening gebracht op grond van een tarief van € 216 per uur.
Artikel 7
Het bedrag, bedoeld in artikel 5, zevende lid, van de Regeling toezichtskosten wordt als volgt vastgesteld:
a. a. voor natuurlijke en rechtspersonen als bedoeld in artikel 12 van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995: € 172; b. b. voor natuurlijke en rechtspersonen als bedoeld in artikel 14 van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995: € 588; c. c. voor particuliere participatiemaatschappijen als bedoeld in artikel 15 van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995: € 2.454.
Artikel 8
Het bedrag, bedoeld in artikel 5, achtste lid, van de Regeling toezichtskosten, wordt als volgt vastgesteld:
a. a. voor beleggingsmaatschappijen met veranderlijk kapitaal als bedoeld in artikel 76a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek: € 2.832; b. b. voor andere dan de onder a genoemde uitgevende instellingen: € 4.663, indien aandelen zijn genoteerd en € 2.832 indien uitsluitend schuldpapier is genoteerd.
Artikel 9
Het bedrag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Regeling toezichtskosten wordt vastgesteld op € 25.
Artikel 10
Het uurtarief, bedoeld in artikel 9 van de Regeling toezichtskosten wordt vastgesteld op € 216.
Artikel 11
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.