rijk/ministeriele-regeling/vaststellingsregeling-wijze-van-verlenging-geldigheidsduur-van-vliegbewijzen-en/BWBR0009488
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Vaststellingsregeling wijze van verlenging geldigheidsduur van vliegbewijzen en bewijzen van bevoegdheid BWBR0009488 ministeriele-regeling geldend 1998-03-29 https://wetten.overheid.nl/BWBR0009488 Vaststellingsregeling wijze van verlenging geldigheidsduur van vliegbewijzen en bewijzen van bevoegdheid

Vaststellingsregeling wijze van verlenging geldigheidsduur van vliegbewijzen en bewijzen van bevoegdheid

Artikel 1

Voor de verlenging van de termijn van geldigheid van bewijzen van bevoegdheid en de daarin gestelde bevoegdverklaringen moet de houder, op de wijze als aangegeven in de bij deze regeling behorende bijlage 1, aantonen dat hij zijn bekwaamheid heeft behouden. Van deze verplichting kan door de Minister van Verkeer en Waterstaat ontheffing worden verleend.

Artikel 2

1. Proeven van bekwaamheid moeten steeds worden afgelegd binnen een termijn van twee maanden voorafgaande aan de datum, waarop de termijn van geldigheid van het bewijs van bevoegdheid eindigt.

2. De proeven van bekwaamheid moeten volgens een door de Minister van Verkeer en Waterstaat vast te stellen programma worden afgelegd ten overstaan van een door hem daartoe aangewezen persoon of instelling.

3. De proeven van bekwaamheid moeten worden afgelegd op een type vliegtuig, aangegeven op het bewijs van bevoegdheid. Zijn meer dan één type vermeld, dan moeten de proeven worden afgelegd op het type met de grootste startmassa.

4. Vlieguren worden slechts in beschouwing genomen, voorzover deze uren zijn gevlogen als eerste bestuurder of als tweede bestuurder in de functie van eerste bestuurder.

Artikel 3

Als personen zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 2 van deze regeling worden aangewezen:

1.

voor de proeven van bekwaamheid voor verlenging van het beperkt vliegbewijs A en het vliegbewijs A:

a. a. de chef-instructeur van vliegopleidingen, die zijn erkend in de zin van artikel 39 van de Regeling Toezicht Luchtvaart; b. b. leden van de examencommissie voor privé-vlieger voor zover zij zijn aangewezen voor het afnemen van praktische examens; c. c. nader door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen personen.

2.

Voor de proeven van bekwaamheid in het blindvliegen:

a. a. de inspecteurs-vlieger van de Inspectie Verkeer en Waterstaat; b. b. de door het hoofd Vliegdienst van de Directie Rijksluchtvaartschool te Eelde aangewezen vlieginstructeurs; c. c. de door het hoofd Vliegdienst van luchtvaartmaatschappijen, in het bezit van een geldige Vergunning tot Vluchtuitoefening, aangewezen vliegers; d. d. de door het hoofd Vliegdienst van Fokker B.V. te Schiphol-Oost aangewezen vliegers; e. e. de door het hoofd Vliegbedrijf van Philips Gloeilampenfabriek te Eindhoven aangewezen vliegers; f. f. de door het hoofd Vliegdienst van de Nationale Luchtvaartschool te Beek aangewezen vlieginstructeurs; g. g. leden van de examencommissie voor beroepsvlieger voor zover zij zijn aangewezen voor het afnemen van praktische examens; h. h. nader door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen personen.

3. Met uitzondering van de in het tweede lid onder a genoemde personen mogen de in dit artikel genoemde personen de proeven van bekwaamheid slechts afnemen op vliegtuigtypen, die zij als eerste bestuurder mogen bedienen, dan wel op daartoe gekwalificeerde vluchtnabootsers van overeenkomstige klasse en type.

4. Van de in het tweede lid onder b tot en met f genoemde aanwijzing moet binnen één maand na datum van deze regeling en daarna jaarlijks in de maand januari aan de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat een schriftelijke opgave worden verstrekt.

5.

Voor de proeven van bekwaamheid in het wolkenvliegen:

a. a. leden van de examencommissie voor Zweefvlieginstructeur en Wolkenvliegen, voor zover zij zijn aangewezen voor het examen voor de bevoegdverklaring Wolkenvliegen; b. b. nader door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen personen.

6. In daartoe aanleiding gevende gevallen kan door de Minister van Verkeer en Waterstaat worden bepaald wie van de bij deze regeling aangewezen personen een proeve van bekwaamheid afneemt.

Artikel 4

Indien de houder van een bewijs van bevoegdheid niet voldoet aan de middels deze regeling gestelde voorwaarden voor de verlenging van het bewijs van bevoegdheid of daarin gestelde bevoegdverklaringen, kan eerst tot wederuitreiking worden overgegaan nadat hij door middel van een hem door de Minister van Verkeer en Waterstaat opgedragen examen, heeft aangetoond over de noodzakelijke kennis en bedrevenheid te beschikken.

Artikel 5

De houder van een verlopen Nederlands bewijs van bevoegdheid, uitgezonderd die als grondwerktuigkundige en als zweefvliegtechnicus, kan voor wederuitreiking in aanmerking komen indien hij:

a. a. gedurende de periode dat het Nederlands bewijs van bevoegdheid niet meer geldig is een gelijkwaardig buitenlands bewijs van bevoegdheid heeft geldig gehouden; b. b. met goed gevolg een praktisch examen aflegt ten overstaan van de betreffende Nederlandse examencommissie zoals aangegeven in de examenreglementen gebaseerd op art. 45 en 54 van de Regeling Toezicht Luchtvaart; c. c. met goed gevolg een examen aflegt over hoofdstuk 2 Nationale Wetgeving van het vak Voorschriften ten overstaan van de betreffende Nederlandse examencommissie; d. d. een medische keuring ondergaat zoals vereist voor het betreffende bewijs van bevoegdheid of een schriftelijke geldigverklaring overlegt van de Stichting Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Geneeskundig Centrum (hierna afgekort NLRGC) op grond van het voor bedoelde keuring aan het NLRGC te verstrekken keuringsrapport, waaruit blijkt, dat de keuringseisen waaraan is voldaan, tenminste gelijk zijn aan de voor het betreffende Nederlandse bewijs van bevoegdheid of voor de Nederlandse bevoegdverklaring Blindvliegen vastgestelde eisen inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid.

Artikel 6

De regeling van de directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst van 22 mei 1978, nr. LI/11521, wordt ingetrokken evenals de op grond van die regeling afgegeven beschikkingen.

Bijlage 1

**Tabel 3. Bewijs van bevoegdheid als ballonvoerder **

2 vluchten per jaar, ieder van tenminste 1 uur, als gezagvoerder

Tabel 4. Bewijs van bevoegdheid als boordwerktuigkundige

10 uur ervaring per jaar in de funktie van boordwerktuigkundige waarin begrepen 5 uur per jaar per type. Per type een proeve van bekwaamheid op een daartoe goedgekeurde vluchtnabootser

Tabel 5. Bewijs van bevoegdheid als grondwerktuigkundige

In de vierentwintig maanden, onmiddellijk voorafgaande aan de datum van de aanvraag, ten aanzien van elke categorie en elk type vliegtuig, elke categorie en elk type voortstuwingsinrichting, alsmede elke categorie van installaties van het vliegtuig, waarop de aanvraag betrekking heeft, gedurende ten minste zes maanden een funktie hebbende uitgeoefend bij een vliegtuigonderhoudsbedrijf of als zelfstandig grondwerktuigkundige, waarvoor de op deze categorieën of typen betrekking hebbende bevoegdheden zijn vereist

**Tabel 6. Bewijs van bevoegdheid als zweefvliegtechnicus **

In de vierentwintig maanden, onmiddellijk voorafgaande aan de datum van de aanvraag, gedurende ten minste zes maanden een funktie hebbende uitgeoefend als zelfstandig zweefvliegtechnicus