40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden runderdrijfmest 2019–2023 | BWBR0041918 | ministeriele-regeling | geldend | 2019-02-19 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0041918 | Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden runderdrijfmest 2019–2023 |
Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden runderdrijfmest 2019–2023
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
– –
*bedrijf:* bedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Meststoffenwet;
– –
*runderdrijfmest:* drijfmest als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van het Besluit gebruik meststoffen, en afkomstig van runderen uit de diercategorieën met de diernummers 100, 101, 102, 104 of 120, als bedoeld in bijlage D van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
– –
*vaste rundermest: * vaste mest als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit gebruik meststoffen, en afkomstig van runderen uit de diercategorieën met de diernummers 100, 101, 102, 104 of 120, als bedoeld in bijlage D van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
– –
*tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond:* tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel m, van de Meststoffenwet.
Artikel 2
1.
Vrijstelling van het verbod, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen, wordt verleend voor zover het gaat om de aanwending van runderdrijfmest, waarbij de runderdrijfmest:
a. a. geproduceerd is op het eigen bedrijf; b. b. op grasland van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond wordt aangewend; c. c. niet wordt aangewend binnen een afstand van ten minste twee meter vanaf de insteek van een watergang.
2. De vrijstelling geldt niet voor de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond van een landbouwer die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 25a van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet of daarvoor een aanvraag heeft gedaan.
Artikel 3
1.
Aan de vrijstelling, bedoeld in artikel 2, zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a. a. in het jaar voorafgaand aan en in het jaar dat gebruik wordt gemaakt van de vrijstelling:
1°.
bestaat minimaal 85 procent van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond uit grasland;
2°.
bedraagt de kunstmestgift op het bedrijf minder dan 100 kilogram stikstof per hectare grasland;
3°.
is het stikstofoverschot op het bedrijf maximaal 100 kilogram stikstof per hectare, berekend volgens het principe van een stikstofbalans op bedrijfsniveau;
4°.
worden de runderen met het diernummer 100, bedoeld in bijlage D, tabel IA of tabel IB, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, vanaf twee weken na de afkalfdatum in de periode van 15 maart tot en met 30 november geweid gedurende minimaal 6 uur per dag en minimaal 150 dagen per jaar;
5°
worden de niet-melkgevende runderen met het diernummer 100, bedoeld in bijlage D, tabel IA of tabel IB, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, in de periode van 1 mei tot en met 30 september in afwijking van onderdeel 4° dag en nacht geweid tot minimaal drie weken voor de verwachte afkalfdatum;
6°
worden de runderen met de diernummers 102 en 120, bedoeld in bijlage D, tabel IA of tabel IB, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, in de periode van 15 maart tot en met 30 november dag en nacht geweid gedurende minimaal 150 dagen per jaar;
7°.
worden de runderen met het diernummer 101, bedoeld in bijlage D, tabel IA of tabel IB, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, en met een leeftijd van zes maanden of ouder, in de periode van 1 juni tot en met 31 augustus dag en nacht geweid;
8°.
in afwijking van het onder 4°, 5°, 6° en 7° bepaalde hoeven runderen op de dagen dat zij ziek zijn niet geweid te worden;
1°. 1°. bestaat minimaal 85 procent van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond uit grasland; 2°. 2°. bedraagt de kunstmestgift op het bedrijf minder dan 100 kilogram stikstof per hectare grasland; 3°. 3°. is het stikstofoverschot op het bedrijf maximaal 100 kilogram stikstof per hectare, berekend volgens het principe van een stikstofbalans op bedrijfsniveau; 4°. 4°. worden de runderen met het diernummer 100, bedoeld in bijlage D, tabel IA of tabel IB, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, vanaf twee weken na de afkalfdatum in de periode van 15 maart tot en met 30 november geweid gedurende minimaal 6 uur per dag en minimaal 150 dagen per jaar; 5° 5° worden de niet-melkgevende runderen met het diernummer 100, bedoeld in bijlage D, tabel IA of tabel IB, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, in de periode van 1 mei tot en met 30 september in afwijking van onderdeel 4° dag en nacht geweid tot minimaal drie weken voor de verwachte afkalfdatum; 6° 6° worden de runderen met de diernummers 102 en 120, bedoeld in bijlage D, tabel IA of tabel IB, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, in de periode van 15 maart tot en met 30 november dag en nacht geweid gedurende minimaal 150 dagen per jaar; 7°. 7°. worden de runderen met het diernummer 101, bedoeld in bijlage D, tabel IA of tabel IB, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, en met een leeftijd van zes maanden of ouder, in de periode van 1 juni tot en met 31 augustus dag en nacht geweid; 8°. 8°. in afwijking van het onder 4°, 5°, 6° en 7° bepaalde hoeven runderen op de dagen dat zij ziek zijn niet geweid te worden; b. b. indien in 2019 gebruikt wordt gemaakt van de vrijstelling geldt, in afwijking van onderdeel a, dat in 2018 is voldaan aan de voorwaarden zoals vermeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden runderdrijfmest 2017–2018; c. c. op het bedrijf mag, ten behoeve van bemesting van tot het bedrijf behorende oppervlakte bouwland, geen andere dierlijke mest worden aangevoerd dan runderdrijfmest of vaste rundermest; d. d. uiterlijk op 1 februari van elk jaar dat de landbouwer van de vrijstelling gebruik maakt, meldt hij het bedrijf voor de toepassing van artikel 2 aan bij de minister waarmee de landbouwer verklaart te voldoen aan artikel 2 en aan de voorwaarden, bedoeld in de onderdelen a en b, en het tweede lid; indien in 2019 gebruik wordt gemaakt van de vrijstelling dient deze aanmelding te worden gedaan voorafgaand aan de eerste keer dat de landbouwer gebruik wil maken van de vrijstelling, doch uiterlijk op 1 maart 2019; e. e. de landbouwer houdt een weidegangkalender bij waarop per dag wordt bijgehouden hoeveel runderen per diernummer geweid worden en gedurende hoeveel uren; de weidegangkalender loopt niet meer dan 1 week achter; f. f. de landbouwer houdt gegevens bij waarmee kan worden aangetoond dat aan de voorwaarden, bedoeld in de onderdelen a tot en met e, en het tweede lid, wordt voldaan, stelt daarvan tenminste jaarlijks een rapport op en bewaart deze gegevens, het jaarlijks rapport en een afschrift van de aanmelding als onderdeel van de administratie, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet; de landbouwer toont deze gegevens op verzoek aan de toezichthouder bij een controle.
2.
De vrijstelling voor een bedrijf waar in ieder geval runderen met diernummer 100, bedoeld in bijlage D, tabel IA of tabel IB, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet worden gehouden, wordt verleend onder de voorwaarde dat in het jaar voorafgaand aan en in het jaar dat gebruik wordt gemaakt van de vrijstelling:
a. a. de melkproductie van het bedrijf niet hoger dan 14.000 kilogram per hectare is, indien de op het bedrijf geproduceerde mest niet volledig kan worden geplaatst op het eigen bedrijf; b. b. het gemiddeld gewogen ureumgetal van de op het bedrijf tijdens de perioden van 1 januari tot en met 31 maart en van 1 december tot en met 31 december geproduceerde melk lager is dan 21 milligram per 100 gram melk.
Artikel 4
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 januari 2024.
Artikel 5
Deze regeling wordt aangehaald als: Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden runderdrijfmest 2019–2023.