40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Wpg-machtigingsbesluit persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme | BWBR0039814 | ministeriele-regeling | geldend | 2017-07-21 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0039814 | Wpg-machtigingsbesluit persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme |
Wpg-machtigingsbesluit persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme
Artikel 1
1.
De verstrekking van politiegegevens op grond van deze machtiging heeft tot doel:
a. a. het reduceren van de risico’s van radicalisering, extremisme, het uitreizen naar en de terugkeer uit jihadistisch strijdgebied voor de samenleving; b. b. het bieden van zorg aan subjecten die betrokken zijn bij radicalisering, extremisme, het uitreizen naar en de terugkeer uit jihadistisch strijdgebied; en c. c. het reduceren van de risico’s voor de ontwikkeling van minderjarigen door radicalisering, extremisme, het uitreizen naar en de terugkeer uit jihadistisch strijdgebied.
2. Aan de korpschef wordt toestemming verleend om, voor zover dat noodzakelijk is voor de in het eerste lid omschreven doeleinden, politiegegevens, die op grond van artikel 9 en 10, eerste lid, onder a en c Wet politiegegevens worden verwerkt, te verstrekken aan het College van burgemeester en wethouders.
3. De verstrekking van de in het eerste lid bedoelde gegevens vindt slechts plaats indien een convenant is afgesloten tussen betrokken partijen naar het model zoals opgenomen in de bijlage.
Artikel 2
De verstrekking van de in artikel 1, tweede lid bedoelde gegevens vindt slechts plaats indien;
a. a. het opsporingsbelang zich hier niet tegen verzet; en b. b. het College van burgemeester en wethouders afdoende maatregelen hebben getroffen die waarborgen dat de op grond van deze machtiging verstrekte gegevens uitsluitend worden gebruikt voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt en niet langer worden bewaard dan noodzakelijk is voor het doel van de verwerking; en c. c. na overleg met de betreffende bevoegd functionaris zoals bedoeld in artikel 2:10 Besluit politiegegevens en het openbaar ministerie.
Artikel 3
Dit besluit wordt in de Staatscourant geplaatst en treedt in werking met ingang van de dag na datum uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en vervalt op de dag dat in het Besluit politiegegevens in deze verstrekking van politiegegevens wordt voorzien.
Artikel 4
Dit besluit wordt aangehaald als: Wpg-machtigingsbesluit persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme.
Bijlage . Persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme
Het (mondiale) jihadisme vormt een substantiële en langdurige bedreiging voor de internationale veiligheid en stabiliteit en voor de veiligheid van Nederland. Het ontstaan van de Islamitische Staat in Irak en Syrië (ISIS) en het uitroepen van ‘het kalifaat’ vormt een destabiliserende factor, zowel op lokaal, nationaal als mondiaal niveau. Deze internationale ontwikkelingen hebben hun weerslag op Nederland. Enerzijds doordat uit Nederland afkomstige jihadisten aansluiting zoeken bij internationale terroristische organisaties, anderzijds doordat aanhangers van het jihadisme zich ook in ons land openlijk manifesteren. In Nederland is de jihadistische beweging een kleine, maar gevaarlijke groepering die geweld legitimeert en propageert als middel om haar doelen te realiseren. Recente aanslagen, waaronder die in België, Turkije, Frankrijk en Duitsland, tonen het gebruik van geweld door extremisten op westers grondgebied.
De als gevolg van de oorlog in Syrië ontstane grootschalige asielstroom richting WestEuropa wakkert ook in Nederland een heftig maatschappelijk debat aan over de opvang van vluchtelingen, (gebrek aan) invloed op de besluitvorming en gevoelens van onveiligheid en van tweedeling in de maatschappij. Deze polarisatie kan een voedingsbodem zijn voor radicalisering en kan de weer baarheid van individuele personen sterk beïnvloeden. Ook kunnen links en rechtsextremistische groeperingen in reactie hierop extra in beweging komen.
Deze ontwikkelingen leiden tot een dreiging tegen de democratische rechtsorde die verschillende vormen aanneemt. Reeds enige tijd is de kans dat in Nederland een aanslag wordt gepleegd substantieel1Zie het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) 32 t/m 42. De druk op de open en vrije samenleving neemt toe door de groeiende invloed van personen en organisaties die aanzetten tot afzondering, onverdraagzaamheid en soms zelfs tot haat en daarmee de vrijheid en ontwikkeling van anderen proberen in te perken. De burger staat hierbij in meerdere opzichten centraal, want uiteindelijk zijn het burgers die zich bedreigd voelen of een bedreiging vormen, polariseren of samenbrengen, kwetsbaar of weerbaar blijken en dader of slachtoffer kunnen zijn.
De overheid, in de breedste zin des woords, staat vanuit verschillende taken en verantwoordelijkheden voor de uitdaging om deze dreiging te beperken en te keren. Zo heeft de overheid een taak in het maatschappelijk debat en de inrichting van de samenleving, heeft zij mede een belangrijke taak in de participatie en de ondersteuning van hulpbehoeftigen in de samenleving en heeft zij mede een taak ten aanzien van de psychosociale zorg en de ontwikkeling van personen.
Ook is zij verantwoordelijk voor de integriteit van overheidsinstituties, de handhaving van de rechtsorde en de veiligheid.
De overheid bestaat uit verschillende organen en instanties, met eigen taken en verantwoordelijkheden:
De overheid staat bij het realiseren van deze taken niet alleen.
Aan het daadwerkelijk omarmen van het gewelddadige gedachtengoed gaat een proces van radicalisering vooraf, dat niet altijd op eenduidige wijze verloopt. Van personen die zich vanuit hun diepste overtuiging afkeren van onze democratische rechtsorde kan slechts tot een optimale aanpak worden gekomen als de overheid, dat wil zeggen al die verschillende organen en instanties, vanuit hun eigen taak en verantwoordelijkheid, als één geheel werkt aan de oplossing van de bredere problematiek en samenwerkt met andere maatschappelijke instellingen die hierbij een rol kunnen spelen. In deze gevallen is het geheel meer dan de som der delen. Het kan hierbij gaan om instellingen van maatschappelijk werk, instellingen voor de geestelijke gezondheidszorg, stichtingen voor reclassering, (jeugd)zorgaanbieders en gecertificeerde (jeugd)hulpinstellingen. Zo kunnen instellingen voor de geestelijke gezondheidszorg personen met een psychiatrische aandoening helpen zoveel mogelijk de regie over hun eigen leven te houden, hen helpen om hun rol in de samenleving weer op te pakken en met hen werken aan ontwikkeling of herstel van de zelfstandigheid.
Deze verschillende taken en verantwoordelijkheden vormen, samen met onze fundamentele normen en waarden, een belangrijk deel van de fundering van de democratische rechtsorde waarop onze samenleving is gebaseerd. Dat het fundament van onze open en vrije samenleving door extremistische en / of terroristische groeperingen wordt bedreigd brengt mee dat een gemeenschappelijke en integrale aanpak op persoonsniveau noodzakelijk is.
In de Nationale Contraterrorismestrategie is de inzet van het kabinet en de lokale partners voor de komende jaren weergegeven. Onderdeel van de nationale aanpak van terrorisme en extremisme is een multidisciplinair casusoverleg in alle betrokken gemeenten, dat is gericht op het voorkomen van radicalisering en op deradicalisering van diegenen die er reeds extremistische denkbeelden op nahouden. Deze multidisciplinaire aanpak is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de lokale veiligheids en zorginstanties. Waar dit voor de casuïstiek noodzakelijk is, werken de betrokken landelijke en lokale partijen intensief samen in een casusoverleg. Vanuit hun eigen rol en gelet op hun eigen taak en verantwoordelijkheid, dragen deze organisaties bij aan de verdediging en versterking van de democratische rechtsorde. Doel van dit samen werkingsverband is daarmee de risico’s voor de samenleving die uitgaan van radicalisering, extremisme, uitreizen of terugkeer te reduceren en zorg te bieden aan subjecten, waaronder minderjarigen. De deelnemende partijen wisselen waar nodig en mogelijk informatie uit, schatten het risico in dat van een persoon uitgaat en stellen aan de hand daarvan een persoonsgericht pakket met effectieve maatregelen samen. Het betreft hier maatregelen en/of interventies die door het bestuur, de strafrechtelijke instanties of door maatschappelijke instellingen kunnen worden getroffen.
Er is geen standaard aanpak mogelijk gebleken ten aanzien van personen die gevoelig zijn voor extremistisch gedachtengoed. Uit wetenschappelijk onderzoek naar radicalisering en uit de ervarings praktijk blijkt dat er geen eenduidig profiel van ‘de jihadist’ of ‘de terrorist’ bestaat. Telkens spelen diverse (sociale, economische, culturele) factoren op meerdere niveaus een rol in processen van radicalisering. Een eenduidige verklaring bestaat dan ook niet. Ook is bekend dat risicogedrag niet alleen verband houdt met ideologische overtuiging. Dat betekent dat telkens, in elke casus, zorgvuldig gekeken moet worden naar de achterliggende oorzaken van risicogedrag. Vanuit dat inzicht in achterliggende oorzaken zal vervolgens, in iedere casus, bezien moeten worden welke aanpak en interventies nodig zijn. Dat vergt een persoonsgerichte aanpak en vereist nauwe samenwerking tussen en inzet van verschillende instanties en disciplines: van veiligheid tot specialistische zorg. Op basis van de specifieke omstandigheden van het geval wordt per casus op grond van een referentiekader met objectieve criteria beoordeeld of een persoonsgerichte, integrale benadering van het subject noodzakelijk is. Indien dit het geval is, wordt voor elke casus beoordeeld welke organen of instanties een taak hebben en betrokken dienen te worden bij de aanpak, en door welk organen of instanties derhalve relevante gegevens, waaronder ook persoonsgegevens, verwerkt moeten worden. Het is van belang dat deze gegevensverwerking rechtmatig en zorgvuldig geschiedt en dat geheimhouding van de persoonsgegevens die de partners aan elkaar verstrekken wordt gegarandeerd. Dit wordt met de navolgende afspraken beoogd.
Partijen:
Kernpartijen
Casuspartijen
Overwegende dat:
Spreken het volgende af: