40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Wpg-machtigingsbesluit RIEC’s/werkproces integrale casusanalyse | BWBR0032992 | ministeriele-regeling | geldend | 2013-03-15 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0032992 | Wpg-machtigingsbesluit RIEC’s/werkproces integrale casusanalyse |
Wpg-machtigingsbesluit RIEC’s/werkproces integrale casusanalyse
Artikel 1
Aan de korpschef van het landelijk politiekorps en de verantwoordelijken voor de Koninklijke marechaussee en de bijzondere opsporingsdiensten van het ministerie van Financiën en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt toestemming verleend tot het verstrekken van politiegegevens, zoals in artikel 2 omschreven, aan de daartoe aangewezen vertegenwoordigers van de aan de Regionale Informatie en Expertisecentra (RIEC’s) deelnemende partners, voor zover zij deze gegevens behoeven voor het realiseren van de doelstellingen, bedoeld in artikel 3.
Artikel 2
De in artikel 1 bedoelde toestemming betreft uitsluitend politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 9 en 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet politiegegevens.
Artikel 3
1. De verstrekking van politiegegevens, bedoeld in de artikelen 1 en 2, vindt uitsluitend plaats ten behoeve van de aanpak van georganiseerde criminaliteit, zoals omschreven in het Geactualiseerd Bestuurlijk Akkoord, onder artikel 2.1 en 2.2, en in het Convenant, onder artikel 2.1 en 2.2.
2.
De in het eerste lid bedoelde verstrekking vindt uitsluitend plaats met het oog op het verrichten van een integrale casusanalyse ten behoeve van het bepalen van een gezamenlijke interventiestrategie en, voor zover de betreffende wetgeving dat toelaat1O.a. de Wet Bibob (jo. de Wpg) kent een eigen wettelijk regime voor gegevensverstrekking door de politie. Gegevens uit het werkproces integrale casusanalyse kunnen startpunt zijn voor Bibob-onderzoek, maar – voor dat doeleinde – niet integraal aan het bestuur worden verstrekt. De Wet Bibob regelt wel, in samenhang met de Wpg, dat politiegegevens over personen die in een zakelijk samenwerkingsverband staan tot de betrokkene (wederpartij van de overheid) aan het Landelijk Bureau Bibob kunnen worden verstrekt en zo -via het advies- bij het bestuur terecht kunnen komen., het uitvoeren daarvan door de partners in de RIEC’s, welke verenigbaar is met de volgende doeleinden:
• • het voorkomen, opsporen en vervolgen van strafbare feiten, • • het handhaven van de openbare orde en nationale veiligheid.
Artikel 4
1.
De verstrekking van politiegegevens als bedoeld in artikel 1 en 2 vindt uitsluitend plaats na een beoordeling per casus, aan de bij de concrete casus betrokken partner(s), waarbij de volgende procedure en fasering in acht wordt genomen:
• • Bij binnenkomst bij een RIEC van een signaal – zijnde (een) aanwijzing(en) van één of meerdere partners in het RIEC dat bepaalde gedragingen en/of situaties mogelijk verband zouden kunnen houden met (verschijningsvormen van) georganiseerde criminaliteit zoals omschreven in het Geactualiseerd Bestuurlijk Akkoord, onder artikel 2.1 en 2.2, en in het Convenant, onder artikel 2.1 en 2.2 – wordt bij voorkeur op basis van ‘hit-no-hit’, nagegaan of de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon en bijbehorend adres bij een of meer partners bekend is; • • Zo ja, dan wordt op getrapte wijze informatie vergaard van de partner(s): eerst wordt informatie verzameld uit half open bronnen (m.n. informatie van de gemeente), vervolgens uit gesloten bronnen (waaronder politiegegevens verwerkt overeenkomstig artikel 8 en 13 Wet politiegegevens); hieraan kan informatie uit open bronnen (bijv. internet) worden toegevoegd. Het signaal wordt op deze wijze opgewerkt tot een casus. • • Indien de casus aanwijzingen bevat dat er sprake is van georganiseerde criminaliteit en indien nodig geacht voor het verrichten van de integrale casusanalyse ten behoeve van het bepalen van een gezamenlijke interventiestrategie en het uitvoeren daarvan, wordt bij de regionale politie-eenheid gevraagd of er relevante gegevens aanwezig zijn welke overeenkomstig artikel 9 en/of 10 van de Wet politiegegevens worden verwerkt. Vorenstaande laat onverlet dat ook de regionale politie-eenheid op eigen initiatief, indien zij beschikt over politiegegevens welke overeenkomstig artikel 9 en/of 10 van de Wet politiegegevens zijn verwerkt en die relevant of noodzakelijk worden geacht voor de casus, deze gegevens zelfstandig kan verstrekken. • • Zo ja, en mits voldaan is aan de criteria en voorwaarden voor verstrekking zoals in deze machtiging opgenomen, ligt verstrekking van de relevante politiegegevens door de desbetreffende regionale politie-eenheid in de rede, hetgeen onverlet laat dat een zwaarwegend opsporingsbelang, de nationale veiligheid of het belang van de bescherming van de veiligheid van personen, zich in het concrete geval tegen verstrekking kan verzetten. Indien niet tot verstrekking wordt overgegaan dan wordt dit, indien mogelijk, door de regionale politie-eenheid medegedeeld en nader toegelicht.
2.
De te verstrekken politiegegevens, zoals omschreven in artikel 2, betreffen uitsluitend gegevens van de volgende categorieën van personen:
a. a. Personen ten aanzien van wie het redelijk vermoeden bestaat dat zij de strafbare feiten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, Wet politiegegevens, beramen of plegen; b. b. Personen ten aanzien van wie, op basis van feiten en omstandigheden, aanwijzingen bestaan dat zij strafbare feiten beramen of plegen en wiens gegevens worden verwerkt ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in artikel 9 Wet politiegegevens; c. c. Personen ten aanzien van wie aanwijzingen bestaan van betrokkenheid bij het beramen of plegen van strafbare feiten door de onder a en b genoemde personen, zoals personen die, terzake (een transactie betreffende) een roerend of onroerend goed, in een relatie staan tot die personen of personen van wie het vermoeden bestaat dat zij op enigerlei wijze bijdragen aan versluiering of afscherming van het beramen of plegen van strafbare feiten door die personen.
Artikel 5
1.
Aan de toestemming, bedoeld in artikel 1, worden de volgende voorwaarden verbonden:
a. a. er worden niet meer gegevens verstrekt dan noodzakelijk voor de in artikel 3 beschreven doelstellingen en voor zover de goede uitvoering van de politietaak zich daartegen niet verzet; of aan de noodzakelijkheideis is voldaan wordt per casus beoordeeld aan de hand en binnen de grenzen van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Deze boordeling wordt schriftelijk vastgelegd en bewaard overeenkomstig het bepaalde in artikel 7; b. b. de politiegegevens worden uitsluitend verstrekt aan personen werkzaam bij de aan de RIEC’s deelnemende partners die hiertoe zijn geautoriseerd en voor zover de autorisatie strekt; c. c. de autorisatie, bedoeld in onderdeel b, wordt uitsluitend verleend na een in onderling overleg overeengekomen veiligheidsscreening van de betrokken personen; d. d. de in artikel 7, tweede lid, van de Wet politiegegevens neergelegde geheimhoudingsplicht bij verstrekking van politiegegevens wordt nageleefd; e. e. de verstrekking van politiegegevens vindt slechts plaats na overleg met de bevoegde functionaris, bedoeld in artikel 2:10 van het Besluit politiegegevens, en met instemming van de zaaksofficier respectievelijk de CIE-officier van justitie.
2. Bij de verstrekking van politiegegevens en verwerking daarvan door de partners in de RIEC’s worden de overige voorwaarden, zoals gesteld in het Geactualiseerd Bestuurlijk Akkoord, inclusief de bijbehorende bijlage en in het Convenant, inclusief het bijbehorende Privacyprotocol RIEC-LIEC bestel, in acht genomen, in het bijzonder de in laatstgenoemde document gestelde voorwaarden inzake beveiliging en rechtstreekse toegang tot persoonsgegevens (hoofdstuk 14), inzake informatieverstrekking aan betrokkene (hoofdstuk 16.1) en rechten van betrokkenen (hoofdstuk 16.2), en inzake bewaren en verwijderen van persoonsgegevens (hoofdstuk 18).
Artikel 6
De verstrekking van politiegegevens, als bedoeld in artikel 1 en 2, vindt plaats op regionaal niveau door de regionale politie-eenheid aan een of meer partner(s) van het in de regio gevestigde RIEC.
Doorverstrekking van deze gegevens aan een of meer partner(s) van in een andere regio gevestigd RIEC vindt niet plaats zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de verstrekkende regionale politie-eenheid, meer in het bijzonder de in artikel 5, eerste lid, onder e, genoemde functionarissen.
Doorverstrekking van deze gegevens aan een derde, niet zijnde een convenantpartner, vindt slechts plaats indien dit noodzakelijk is om aan een wettelijke verplichting te voldoen die rust op de betreffende convenantpartner of indien dit noodzakelijk is voor de goede vervulling van zijn taak dan wel die van de derde zijnde een bestuursorgaan en mits doorverstrekking niet onverenigbaar is met de oorspronkelijke doeleinde(n) waarvoor de gegevens door de convenantpartner zijn verkregen, e.e.a. overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 en 9 van de Wet bescherming persoonsgegevens. Doorverstrekking vindt niet plaats zonder voorafgaande toestemming van de oorspronkelijk verstrekkende regionale politie-eenheid, meer in het bijzonder de in artikel 5, eerste lid, onder e, genoemde functionarissen. De overige partners in het betreffende RIEC worden in alle gevallen hierover geïnformeerd.
Artikel 7
1. De overeenkomstig deze machtiging aan de partners in de RIEC’s verstrekte politiegegevens worden niet langer bewaard dan noodzakelijk voor het doel van de verstrekking en worden zo spoedig mogelijk nadat de integrale casusanalyse is verricht en de gezamenlijke interventiestrategie door de partners in de RIEC’s is uitgevoerd, vernietigd.
2. Indien geanonimiseerd kunnen politiegegevens, na afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn, verder bewaard worden voor statistische en wetenschappelijke doeleinden. De beslissing hiertoe wordt vóór de afloop van bedoelde termijn door de partners in de RIEC’s, in overleg met de oorspronkelijk verstrekkende regionale politie-eenheid, genomen.
Artikel 8
Dit besluit wordt in de Staatscourant geplaatst en treedt in werking met ingang van 15 maart 2013 en vervalt op de dag dat de wijziging van artikel 4:5 van het Besluit politiegegevens dienaangaande in werking is getreden, doch uiterlijk op 31 december 2014.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Wpg-machtigingsbesluit RIEC’s/werkproces integrale casusanalyse.