40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Mandaatbesluit AS | BWBR0043606 | pbo | geldend | 2021-10-04 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0043606 | Mandaatbesluit AS |
Mandaatbesluit AS
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- algemeen secretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 34 van de Advocatenwet;
- machtiging: de toestemming tot het verrichten van handelingen die besluit noch privaatrechtelijke rechtshandeling zijn als bedoeld in artikel 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht;
- Regeling: Regeling op de advocatuur;
- uitvoeringsorganisatie: de uitvoeringsorganisatie, bedoeld in artikel 3.24 van de Verordening;
- Verordening: Verordening op de advocatuur.
Artikel 2
1. De algemeen secretaris staat niet toe dat geheel of gedeeltelijk ondermandaat wordt verleend van de in dit besluit gemandateerde bevoegdheden op grond van artikel 10:9, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2. Voor toepassing van dit mandaatbesluit wordt onder mandaat ook begrepen het op grond van machtiging verrichten van feitelijke handelingen, alsmede het verrichten van alle benodigde voorbereidingshandelingen, voeren van correspondentie en het verstrekken van informatie.
Artikel 3
Artikel 3 van het Mandaatbesluit AR is van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 2. Mandaatverlening
Artikel 4
Aan de plaatsvervangend algemeen secretaris wordt mandaat verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
a. a. onderzoeken naar het afsluitend examen en de verworven beroepservaring en het eisen van een proeve van bekwaamheid of aanvullende examens op grond van artikel 2, vierde lid, van de Advocatenwet; b. b. schrapping van het tableau na drie jaar voorwaardelijke inschrijving als advocaat op grond van artikel 8c, vierde lid, van de Advocatenwet; c. c. verlenen goedkeuring aan een besluit tot stageverkorting op grond van artikel 9b, tweede lid, van de Advocatenwet; d. d. vrijstelling vereiste onvoorwaardelijke inschrijving als advocaat voor een advocaat bij de Hoge Raad op grond van artikel 9j, zesde lid, van de Advocatenwet; e. e. ontheffing vanwege vestiging kantoor buiten Nederland op grond van artikel 12, derde lid, van de Advocatenwet; f. f. ontheffing vanwege detachering op grond van artikel 12, vierde lid, van de Advocatenwet; g. g. inschrijving op het tableau op grond van artikel 16h van de Advocatenwet; h. h. aanwijzing als deskundige op grond van artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet.
Artikel 5
Aan de plaatsvervangend algemeen secretaris wordt mandaat verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
a. a. toelating tot de beroepsopleiding op grond van artikel 3.16, vijfde lid, van de Verordening; b. b. hardheidsclausule ten hoogste driemaal een toets afleggen op grond van artikel 3.19, zesde lid, juncto artikel 3.19, vierde lid, van de Verordening; c. c. terme de grâce op grond van artikel 3.22 van de Verordening; d. d. vrijstelling voorafgaande opleidingspunten cassatie op grond van artikel 4.9, tweede lid, van de Verordening; e. e. verlengen termijn voorwaardelijke aantekening cassatie op grond van artikel 4.11, tweede lid, van de Verordening; f. f. vrijstelling praktijkeisen cassatie op grond van artikel 4.14, tweede lid, van de Verordening; g. g. doorhalen voorwaardelijke aantekening advocaat bij de Hoge Raad op grond van artikel 4.15 van de Verordening; h. h. toelating beroepsopleiding vanwege overgangsrecht op grond van artikel 9.2a, derde lid, van de Verordening; i. i. erkenning opleidingsinstelling op grond van artikelen 16 en 17 van de Regeling; j. j. intrekking erkenning opleidingsinstelling op grond van artikel 19 van de Regeling.
Artikel 6
Aan de plaatsvervangend algemeen secretaris wordt mandaat verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
a. a. dwangsommen als bedoeld in artikel 4:17 van de Algemene wet bestuursrecht; b. b. klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover de klacht niet ziet op gedragingen van leden van de algemene raad, de algemeen secretaris of de plaatsvervangend algemeen secretaris; c. c. erkenning van een beroepskwalificatie op grond van de Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties advocatuur; d. d. openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid; e. e. verstrekken van informatie, rectificatie en gegevenswissing op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming.
Artikel 7
Aan de manager financiën en organisatie wordt mandaat en volmacht verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
a. a. vergoedingen aan de Nederlandse orde van advocaten als bedoeld in paragraaf 2.2.1 van de Verordening; b. b. vergoedingen door de Nederlandse orde van advocaten als bedoeld in paragraaf 2.2.3 van de Verordening; c. c. vergoedingen aan de Nederlandse orde van advocaten als bedoeld in artikel 3 van het Besluit tarieven openbaarheid van bestuur NOvA.
Artikel 8
Aan de manager toetsen van de uitvoeringsorganisatie wordt mandaat verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
a. a. hardheidsclausule deelname onderwijs op grond van artikel 3.17, vijfde lid, van de Verordening; b. b. hardheidclausule examinering op grond van artikel 3.19, zesde lid, juncto artikel 3.19, vijfde lid, van de Verordening.
Artikel 9
Aan telkens twee door de voorzitter van de commissie cassatie aangewezen leden van die commissie wordt gezamenlijk mandaat verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
a. a. afnemen examen en proeve van bekwaamheid op grond van artikel 4.9, respectievelijk artikel 4.11 van de Verordening; b. b. verstrekken verklaring en bewijsstuk op grond van artikel 4.9, eerste lid, respectievelijk artikel 4.11, achtste lid, van de Verordening.
Artikel 10
1.
Aan de stafjurist en aan de juridisch medewerker wordt mandaat verleend voor het verrichten van handelingen die verband houden met:
a. a. bezwaar, met uitzondering van het beslissen op het bezwaarschrift; b. b. voorbereiden van administratief beroep, met uitzondering van het beslissen op het administratief beroepschrift.
2. Aan de stafjurist en aan de juridisch medewerker wordt mandaat en volmacht verleend voor het verrichten van handelingen en het vertegenwoordigen van de algemene raad in rechte in zaken die verband houden met beroep en hoger beroep bij de bestuursrechter.
Artikel 11
Aan de manager financiën en organisatie wordt mandaat verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
a. a. verwerken van gegevens op het tableau, bedoeld in artikel 8 van de Advocatenwet; b. b. mededelingen aan de advocaat en de griffier van de Hoge Raad op grond van artikel 9j, tweede lid, van de Advocatenwet; c. c. openbaar maken van gegevens over advocaten op grond van artikel 8b van de Advocatenwet; d. d. verwerken en verstrekken van geheimhoudernummers op grond van afdeling 6.3 van de Verordening; e. e. informeren van leveranciers van de advocatenpas en het authenticatiemiddel op grond van artikel 6.17 van de Verordening.
Artikel 12
Het op grond van mandaat ondertekenen van besluiten geschiedt als volgt:
De algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten,
Namens deze,
[handtekening]
[naam gemandateerde]
[functie gemandateerde]
Paragraaf 2a. Overgangsbepalingen
Artikel 12a
De artikelen 5, 6 en 8 van het Mandaatbesluit AR, zoals deze artikelen luidden op 31 oktober 2021, blijven van toepassing op verzoeken van stagiaires die uiterlijk in september 2020 de beroepsopleiding advocaten aanvingen en met ingang van 1 oktober 2020 zonder onderbreking op het tableau staan ingeschreven.
Paragraaf 3. Slotbepalingen
Artikel 13
Het Mandaatbesluit AS 2015 wordt ingetrokken.
Artikel 14
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juni 2020.
Artikel 15
Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit AS.