rijk/verdrag/stabilisatie-en-associatieovereenkomst-tussen-de-europese-gemeenschappen-en-hun/BWBV0003075
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds en de Republiek Servië, anderzijds BWBV0003075 verdrag geldend 2010-02-01 https://wetten.overheid.nl/BWBV0003075 Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds en de Republiek Servië, anderzijds

Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds en de Republiek Servië, anderzijds

Artikel 1

1. Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds.

2.

Deze associatie heeft ten doel:

a. a. de inspanningen van Servië te ondersteunen om de democratie en de rechtsstaat te versterken; b. b. bij te dragen aan de politieke, economische en institutionele stabiliteit in Servië, alsmede aan de stabilisatie van de regio; c. c. een passend kader voor de politieke dialoog tot stand te brengen, zodat nauwe politieke betrekkingen tussen de partijen kunnen ontstaan; d. d. de inspanningen van Servië voor de ontwikkeling van de economische en internationale samenwerking te ondersteunen, onder meer door de aanpassing van zijn wetgeving aan die van de Gemeenschap; e. e. de inspanningen van Servië te ondersteunen om de overgang naar een goed functionerende markteconomie te voltooien; f. f. harmonieuze economische betrekkingen te bevorderen en geleidelijk een vrijhandelszone tussen de Gemeenschap en Servië in te stellen; g. g. de regionale samenwerking op alle gebieden die onder deze overeenkomst vallen te bevorderen.

Titel I. ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 2

Eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, zoals deze zijn vastgesteld in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en gedefinieerd in het Europees Verdrag betreffende de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa, eerbiediging van de beginselen van het internationale recht (waaronder volledige medewerking aan het Internationaal Strafhof voor het voormalige Joegoslavië) en de rechtsstaat en de beginselen van de markteconomie zoals deze zijn neergelegd in het document van de CVSE-conferentie van Bonn over economische samenwerking, vormt de grondslag van het binnen- en buitenlandse beleid van de partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst.

Artikel 3

De partijen zijn van mening dat de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel overheids- als niet-overheidsactoren, een van de ernstigste bedreigingen van de internationale stabiliteit en veiligheid vormt. De partijen komen derhalve overeen samen te werken en een bijdrage te leveren aan de bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en hun overbrengingsmiddelen, door de volledige naleving en de uitvoering op nationaal niveau van de verbintenissen die zij zijn aangegaan in het kader van de internationale verdragen en overeenkomsten op het gebied van ontwapening en non-proliferatie, alsmede van hun andere internationale verplichtingen op dat gebied. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel element is van deze overeenkomst en deel uitmaakt van de politieke dialoog die deze elementen begeleiden en consolideren.

De partijen komen bovendien overeen samen te werken en bij te dragen aan de strijd tegen massavernietigingswapens en hun overbrengingsmiddelen:

door maatregelen te nemen, gericht op de ondertekening of de ratificatie van alle andere internationale instrumenten ter zake, of, in voorkomend geval, op aansluiting daarbij, en op de volledige tenuitvoerlegging daarvan; door de instelling van een effectief stelsel van nationale exportcontroles met het oog op de beheersing van uitvoer en doorvoer van goederen die betrekking hebben op massavernietigingswapens, met inbegrip van een controle op eindgebruik als massavernietigingswapen van technologieën voor tweeërlei gebruik, alsmede effectieve sancties op overtreding van de exportcontroles.

De politieke dialoog hierover kan op regionale basis plaatsvinden.

Artikel 4

De partijen bevestigen nogmaals het belang dat zij hechten aan het nakomen van internationale verplichtingen, met name volledige samenwerking met het Internationale Strafhof voor voormalig Joegoslavië.

Artikel 5

Internationale en regionale vrede en stabiliteit, de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap, mensenrechten en de bescherming van minderheden staan centraal in het stabilisatie- en associatieproces, als bedoeld in de conclusies van de Raad van de Europese Unie van 21 juni 1999. De sluiting en de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst geschieden in het kader van de conclusies van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1997, en zijn gebaseerd op de afzonderlijke verdiensten van Servië.

Artikel 6

Servië verbindt zich ertoe de samenwerking en de betrekkingen van goed nabuurschap met de overige landen van de regio te blijven bevorderen, wat mede inhoudt dat een passend niveau van wederzijdse concessies op het gebied van het verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten wordt ingesteld en dat projecten van wederzijds belang worden ontwikkeld, met name inzake grensbeheer, de bestrijding van georganiseerde misdaad, corruptie, witwassen van geld, illegale migratie en smokkel, met name van mensen, lichte wapens en drugs. Deze verbintenis is van fundamenteel belang voor de ontwikkeling van de betrekkingen en de samenwerking tussen de partijen en draagt bij tot de regionale stabiliteit.

Artikel 7

De partijen bevestigen nogmaals het belang dat zij hechten aan de bestrijding van terrorisme en de nakoming van internationale verplichtingen op dit gebied.

Artikel 8

De associatie wordt geleidelijk volledig verwezenlijkt gedurende een overgangsperiode van maximaal zes jaar.

De overeenkomstig artikel 119 opgerichte Stabilisatie- en associatieraad onderzoekt op gezette tijden, normaal gezien jaarlijks, de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst en de goedkeuring en uitvoering door Servië van de juridische, bestuurlijke, institutionele en economische hervormingen, in het licht van de preambule en in overeenstemming met de algemene principes van deze overeenkomst. Daarbij zal rekening worden gehouden met de voor deze overeenkomst relevante prioriteiten die in het kader van het Europees Partnerschap zijn vastgesteld en zal worden toegezien op de samenhang met de mechanismen die in het kader van het stabilisatie- en associatieproces zijn ingesteld, met name het voortgangsverslag dat in dat verband wordt opgesteld.

Op basis van deze toetsing doet de Stabilisatie- en associatieraad aanbevelingen en neemt hij besluiten. Als de toetsing bijzondere problemen aan het licht brengt, kunnen deze worden onderworpen aan de mechanismen voor geschillenbeslechting die bij de overeenkomst zijn ingesteld.

De volledige associatie zal geleidelijk tot stand worden gebracht. Uiterlijk in het derde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst verricht de Stabilisatie- en associatieraad een grondige toetsing van de toepassing van de overeenkomst. Op basis van deze toetsing evalueert de Stabilisatie- en associatieraad de vorderingen die Servië heeft gemaakt en kan hij besluiten nemen over de volgende fasen van het associatieproces.

Deze toetsing geldt niet voor het vrije verkeer van goederen, waarvoor in titel IV een aparte regeling wordt vastgesteld.

Artikel 9

De overeenkomst moet volledig verenigbaar zijn met de relevante WTO-bepalingen, met name artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (GATT 1994) en artikel V van de Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten (GATS), en moet dienovereenkomstig worden uitgevoerd.

Titel II. POLITIEKE DIALOOG

Artikel 10

1. In het kader van deze overeenkomst wordt de politieke dialoog tussen de partijen verder ontwikkeld. Deze dialoog begeleidt en consolideert de toenadering tussen de Europese Unie en Servië en draagt bij tot nauwe solidariteitsbanden en nieuwe vormen van samenwerking tussen de partijen.

2.

De politieke dialoog moet met name bijdragen tot het bevorderen van:

a. a. volledige integratie van Servië in de gemeenschap van democratische naties en de geleidelijke toenadering tot de Europese Unie; b. b. convergentie van de standpunten van de partijen inzake internationale kwesties, waaronder op het gebied van het GBVB, mede door de uitwisseling van informatie, voor zover van toepassing, met name inzake kwesties die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de partijen; c. c. regionale samenwerking en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap; d. d. gezamenlijke standpunten inzake veiligheid en stabiliteit in Europa, met inbegrip van samenwerking op de gebieden die vallen onder het GBVB van de Europese Unie.

Artikel 11

1. De politieke dialoog vindt plaats binnen de Stabilisatie- en associatieraad, die de algemene verantwoordelijkheid draagt voor alle aangelegenheden die de partijen hem voorleggen.

2.

Op verzoek van de partijen kan de politieke dialoog ook de volgende vormen aannemen:

a. a. vergaderingen, waar nodig, van hoge ambtenaren van enerzijds Servië en anderzijds het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie, de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) en de Europese Commissie; b. b. optimaal gebruik van alle diplomatieke kanalen tussen de partijen, met inbegrip van passende contacten in derde landen en binnen de Verenigde Naties, de OVSE, de Raad van Europa en andere internationale fora; c. c. alle andere middelen die een zinvolle bijdrage kunnen leveren aan de consolidatie, ontwikkeling en intensivering van de dialoog, zoals onder meer vastgesteld in de agenda van Thessaloniki, die werd vastgesteld in de conclusies van de Europese Raad van Thessaloniki van 19 en 20 juni 2003.

Artikel 12

Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het bij artikel 125 ingestelde parlementair Stabilisatie- en associatiecomité.

Artikel 13

De politieke dialoog kan plaatsvinden in multilateraal verband en als regionale dialoog waarbij andere landen in de regio worden betrokken, onder meer in het kader van het forum tussen de EU en de westelijke Balkan.

Titel III. REGIONALE SAMENWERKING

Artikel 14

In overeenstemming met zijn verbintenis op het gebied van internationale en regionale vrede en stabiliteit en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap, bevordert Servië actief de regionale samenwerking. Ook kan de Gemeenschap via haar programmas voor technische bijstand projecten steunen met een regionale of grensoverschrijdende dimensie.

Telkens wanneer Servië voornemens is de samenwerking met een van de in de artikelen 15, 16 en 17 genoemde landen te intensiveren, stelt het de Gemeenschap en haar lidstaten daarvan in kennis en voert het overleg met hen overeenkomstig de bepalingen van titel X.

Servië zorgt voor de volledige tenuitvoerlegging van de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst, die op 19 december 2006 in Boekarest werd ondertekend.

Artikel 15

Na de ondertekening van deze overeenkomst opent Servië met de landen die reeds een Stabilisatie- en associatieovereenkomst hebben ondertekend, onderhandelingen over de sluiting van bilaterale overeenkomsten inzake regionale samenwerking, waarvan het doel is de samenwerking tussen de betrokken landen uit te breiden.

De hoofdelementen van dergelijke overeenkomsten zijn:

a. a. politieke dialoog; b. b. de totstandbrenging van met de relevante WTO-bepalingen verenigbare vrijhandelszones; c. c. wederzijdse concessies betreffende het verkeer van werknemers, vestiging, dienstverlening, lopende betalingen en kapitaalverkeer en andere beleidsterreinen die betrekking hebben op het verkeer van personen, op een niveau dat gelijkwaardig is met dat in deze overeenkomst; d. d. bepalingen inzake samenwerking op andere al dan niet onder deze overeenkomst vallende terreinen, met name justitie, vrijheid en veiligheid.

Deze overeenkomsten zullen in voorkomend geval bepalingen omvatten met betrekking tot de oprichting van de nodige institutionele mechanismen.

Deze overeenkomsten worden gesloten binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst. De bereidheid van Servië om deze overeenkomsten te sluiten is een voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van de betrekkingen tussen Servië en de Europese Unie.

Servië opent vergelijkbare onderhandelingen met de resterende landen van de regio, zodra deze landen een Stabilisatie- en associatieovereenkomst hebben ondertekend.

Artikel 16

Servië streeft naar regionale samenwerking met de andere bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken staten op sommige of alle onder deze overeenkomst vallende samenwerkingsgebieden, met name die van wederzijds belang. Deze samenwerking moet te allen tijde verenigbaar zijn met de beginselen en doelstellingen van deze overeenkomst.

Artikel 17

1. Servië zou met elke kandidaat-lidstaat van de Europese Unie de samenwerking moeten versterken en een overeenkomst sluiten voor regionale samenwerking op elk van de onder deze overeenkomst vallende samenwerkingsterreinen. Een dergelijke overeenkomst moet de bilaterale betrekkingen tussen Servië en dat land geleidelijk afstemmen op het relevante onderdeel van de betrekkingen tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten en dat land.

2.

Servië moet onderhandelingen openen met Turkije, dat een douane-unie met de Europese Gemeenschap heeft ingesteld, om op een tot wederzijds voordeel strekkende basis een overeenkomst te sluiten, waarbij een vrijhandelszone tussen beide partijen wordt ingesteld overeenkomstig artikel XXIV van de GATT 1994, alsmede vestiging en dienstverlening tussen de partijen te liberaliseren op een niveau dat gelijkwaardig is aan dat van deze overeenkomst, volgens artikel V van de GATS.

Deze onderhandelingen moeten zo snel mogelijk worden geopend om de bovengenoemde overeenkomst voor het einde van de in artikel 18, lid 1, genoemde overgangsperiode te kunnen sluiten.

Titel IV. VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

Artikel 18

1. De Gemeenschap en Servië brengen in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste zes jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst geleidelijk een bilaterale vrijhandelszone tot stand overeenkomstig de bepalingen van deze overeenkomst, de GATT 1994 en de WTO. Daarbij houden zij rekening met de hierna vermelde specifieke eisen.

2. In het handelsverkeer tussen de partijen worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur.

3.

Voor de toepassing van deze overeenkomst omvatten douanerechten en heffingen van gelijke werking alle rechten en heffingen op de in- of uitvoer van goederen, met inbegrip van eventuele aanvullende heffingen of belastingen, maar geen:

a. a. heffingen die gelijk zijn aan een binnenlandse belasting die wordt geheven overeenkomstig artikel III, lid 2, van de GATT 1994; b. b. antidumpingrechten of compenserende rechten; c. c. retributies of andere rechten evenredig aan de kosten van verleende diensten.

4.

Het basisrecht waarop de in de overeenkomst vastgestelde opeenvolgende verlagingen worden toegepast, is voor elk product:

a. a. het overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2658/873)Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1352/2007 van de Commissie (PB L 303 van 21.11.2007, blz. 3). van de Raad gemeenschappelijk douanetarief van de Gemeenschap dat erga omnes daadwerkelijk wordt toegepast op de dag van ondertekening van de overeenkomst; b. b. het door Servië toegepaste tarief4)Staatsblad nr. 62/2005 en 61/2007 van Servië. .

5.

Als na de ondertekening van deze overeenkomst tariefverlagingen op erga-omnesgrondslag worden toegepast, in het bijzonder verlagingen die:

a. a. voortvloeien uit de tariefonderhandelingen in de WTO, b. b. voortvloeien uit de toetreding van Servië tot de WTO, of c. c. worden ingevoerd na de toetreding van Servië tot de WTO,

komen deze verlaagde rechten vanaf de datum waarop de verlagingen worden toegepast in de plaats van de in lid 4 bedoelde basisrechten.

6. De Gemeenschap en Servië delen elkaar hun respectieve basisrechten en eventuele veranderingen daarin mede.

Hoofdstuk I. INDUSTRIEPRODUCTEN

Artikel 19

1. Dit hoofdstuk is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Servië, vermeld in de hoofdstukken 25 tot en met 97 van de gecombineerde nomenclatuur, met uitzondering van de producten genoemd in bijlage 1, punt I, onder ii), van de WTO-overeenkomst inzake de landbouw.

2. De handel tussen de partijen in producten die onder het Euratom-Verdrag vallen, geschiedt in overeenstemming met de bepalingen van dat Verdrag.

Artikel 20

1. De douanerechten en heffingen van gelijke werking die van toepassing zijn bij invoer in de Gemeenschap van industrieproducten van oorsprong uit Servië, worden bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst afgeschaft.

2. Kwantitatieve beperkingen bij invoer in de Gemeenschap van industrieproducten van oorsprong uit Servië en maatregelen van gelijke werking worden bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst afgeschaft.

Artikel 21

1. De douanerechten die van toepassing zijn bij invoer in Servië van niet in bijlage I vermelde industrieproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.

2. Heffingen van gelijke werking als douanerechten die van toepassing zijn bij invoer in Servië van industrieproducten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.

3. De douanerechten die van toepassing zijn bij de invoer in Servië van de in bijlage I vermelde industrieproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden geleidelijk afgeschaft volgens het tijdschema in die bijlage.

4. Kwantitatieve beperkingen bij invoer in Servië van producten van oorsprong uit de Gemeenschap en maatregelen van gelijke werking worden bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.

Artikel 22

1. Bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaffen de Gemeenschap en Servië alle douanerechten bij uitvoer en heffingen die eenzelfde effect op hun onderlinge handel hebben af.

2. De Gemeenschap en Servië schaffen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst wederzijds alle kwantitatieve beperkingen bij de uitvoer en alle maatregelen van gelijke werking af.

Artikel 23

Servië verklaart zich bereid zijn douanerechten in het handelsverkeer met de Gemeenschap sneller te verlagen dan in artikel 21 bepaald, als de algemene economische situatie in Servië en de situatie in de betrokken sector van de economie dat toelaten.

De Stabilisatie- en associatieraad analyseert de situatie dienaangaande en doet daarover aanbevelingen.

Hoofdstuk II. LANDBOUW EN VISSERIJ

Artikel 24

1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de handel in landbouw- en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Servië.

2. Met „landbouw- en visserijproducten” worden de producten bedoeld die vermeld zijn in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur en in bijlage I, punt I, onder ii), bij de WTO-overeenkomst inzake de landbouw.

3. Deze definitie omvat vis en visserijproducten die vallen onder hoofdstuk 3, de posten 1604 en 1605, en de posten 0511 91, 2301 20 en ex 1902 20 („gevulde deegwaren, bevattende meer dan 20 gewichtspercenten vis, schaal- of weekdieren of andere ongewervelde waterdieren”).

Artikel 25

Protocol 1 bevat de handelsregeling voor de daarin genoemde bewerkte landbouwproducten.

Artikel 26

1. Met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft de Gemeenschap alle kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking af die van toepassing zijn op de invoer van landbouwproducten van oorsprong uit Servië.

2.

Met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft de Gemeenschap alle douanerechten en heffingen van gelijke werking af die van toepassing zijn op de invoer van landbouwproducten van oorsprong uit Servië, andere dan die van de posten 0102, 0201, 0202, 1701, 1702 en 2204 van de gecombineerde nomenclatuur.

Voor de producten die vallen onder de hoofdstukken 7 en 8 van de gecombineerde nomenclatuur, waarvoor het gemeenschappelijk douanetarief in een „ad valorem”-douanerecht en een specifiek douanerecht voorziet, is de afschaffing uitsluitend van toepassing op het „ad valorem”-deel van de douanerechten.

3. Bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst stelt de Gemeenschap de douanerechten die van toepassing zijn bij invoer in de Gemeenschap van de in bijlage II gedefinieerde producten van de categorie „baby beef” van oorsprong uit Servië vast op 20% van het recht ad valorem en 20% van het specifieke recht als vastgesteld in het gemeenschappelijk douanetarief van de Europese Gemeenschappen, binnen een jaarlijks tariefcontingent van 8 700 ton geslacht gewicht.

4. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van het protocol bij deze overeenkomst om rekening te houden met de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie ( hierna het „protocol om rekening te houden met de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie”) worden producten van oorsprong uit Servië van de posten 1701 en 1702 van de gecombineerde nomenclatuur binnen een jaarlijks tariefcontingent van 180 000 ton (nettogewicht) rechtenvrij in de Europese Unie ingevoerd.

Artikel 27

1. Bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft Servië alle kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking af die van toepassing zijn op de invoer van landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap.

2.

Bij de inwerkingtreding van de overeenkomst gaat Servië over tot

a. a. afschaffing van de douanerechten die van toepassing zijn op de invoer van de in bijlage III a) vermelde landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap; b. b. geleidelijke afschaffing van de douanerechten die van toepassing zijn op de invoer van de in bijlage III b) vermelde landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap volgens het voor ieder product in die bijlage vastgestelde tijdschema; c. c. geleidelijke verlaging van de douanerechten die van toepassing zijn op de invoer van de in bijlage III c) en d) vermelde landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap volgens het voor ieder product in die bijlage vastgestelde tijdschema.

3. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van het protocol om rekening te houden met de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie past Servië de douanerechten toe die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde landbouwproducten van oorsprong uit de Europese Unie, binnen de aangegeven hoeveelheden, als vermeld in bijlage IIIe.

Artikel 28

In protocol 2 is de regeling neergelegd die van toepassing is op de daarin genoemde wijn en gedistilleerde dranken.

Artikel 29

1. Met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft de Gemeenschap alle kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking af die van toepassing zijn op de invoer van vis en visserijproducten van oorsprong uit Servië.

2. Met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft de Gemeenschap alle douanerechten en maatregelen van gelijke werking op de niet in bijlage IV vermelde vis en visserijproducten van oorsprong uit Servië af. Op de in bijlage IV vermelde producten zijn de daarin opgenomen bepalingen van toepassing.

3. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van het protocol om rekening te houden met de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie verhoogt de Europese Unie de omvang van het jaarlijkse tariefcontingent voor de invoer van karper in bijlage IV met 26 ton.

4. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van het protocol om rekening te houden met de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie opent de Europese Unie een rechtenvrij tariefcontingent voor producten van de GS-subrubriek 1604 binnen een jaarlijkse maximumhoeveelheid van 15 ton. Voor invoer buiten de vastgestelde quota geldt een invoerrecht van 70% van het meestbegunstigingsrecht.

Artikel 30

1. Met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft Servië alle kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking af die van toepassing zijn op de invoer van vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap.

2. Met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft Servië alle douanerechten en maatregelen van gelijke werking op de niet in bijlage V vermelde vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap af. Op de in bijlage V vermelde producten zijn de daarin opgenomen bepalingen van toepassing.

3. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van het protocol om rekening te houden met de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie opent Servië een tariefcontingent voor de invoer van levende karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus) van de GN-code 0301 93 00 met een invoerrecht van 10% binnen een jaarlijkse maximumhoeveelheid van 20 ton. Voor invoer buiten het vastgestelde contingent geldt een invoerrecht van 60 % van het meestbegunstigingsrecht.

Artikel 31

Rekening houdend met de omvang van het handelsverkeer in landbouw- en visserijproducten tussen de partijen, de bijzondere gevoeligheden van die producten, de regels van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid van de Gemeenschap en het landbouw- en visserijbeleid van Servië, de rol van landbouw en visserij in de Servische economie en de gevolgen van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de WTO, alsmede de eventuele toetreding van Servië tot de WTO, onderzoeken de Gemeenschap en Servië binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst in de Stabilisatie- en associatieraad per product, systematisch en op basis van passende wederkerigheid, de mogelijkheden om elkaar verdere concessies te verlenen teneinde de handel in landbouw- en visserijproducten verder te liberaliseren.

Artikel 32

1. Onverminderd de andere bepalingen van deze overeenkomst, met name artikel 41, plegen beide partijen, indien, wegens de bijzondere gevoeligheid van de markten voor landbouw- en visserijproducten, de invoer van producten van oorsprong uit een partij waarvoor de concessies uit hoofde van de artikelen 25 tot en met 30 zijn verleend, ernstige problemen veroorzaakt op de markt of voor de binnenlandse regelingen van de andere partij, zo spoedig mogelijk overleg om een passende oplossing te vinden voor het probleem. In afwachting van deze oplossing kan de betrokken partij de passende maatregelen nemen die zij noodzakelijk acht.

2.

Wanneer de omvang van de invoer van de in bijlage V bij protocol 3 genoemde producten van oorsprong uit Servië samen 115% bereikt van het gemiddelde van de drie voorgaande kalenderjaren, treden Servië en de Gemeenschap binnen vijf werkdagen in overleg om de handelsstromen van deze producten naar de Gemeenschap te analyseren en te evalueren en eventueel passende oplossingen te vinden om verstoring van de handel in deze producten te voorkomen.

Wanneer de omvang van de invoer van de in bijlage V bij protocol 3 genoemde producten van oorsprong uit Servië samen gedurende een kalenderjaar met meer dan 30% toeneemt vergeleken met het gemiddelde van de drie voorgaande kalenderjaren, kan de Gemeenschap onverminderd lid 1 overgaan tot stopzetting van de preferentiële behandeling van de producten die de stijging veroorzaken.

Als besloten wordt de preferentiële behandeling stop te zetten, stelt de Gemeenschap het Stabilisatie- en associatiecomité binnen vijf werkdagen in kennis van deze maatregel en treedt zij in overleg met Servië om maatregelen te vinden om verstoring van de handel in de in bijlage V bij protocol 3 genoemde producten te voorkomen.

De Gemeenschap herstelt de preferentiële behandeling zodra de verstoring van de handel is opgelost door effectieve implementatie van de overeengekomen maatregelen of door andere door de partijen getroffen passende maatregelen.

De leden 3 tot en met 6 van artikel 41 zijn van overeenkomstige toepassing op maatregelen uit hoofde van dit lid.

3. Uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst evalueren de partijen de werking van het in lid 2 beschreven mechanisme. De Stabilisatie- en associatieraad kan besluiten het in lid 2 beschreven mechanisme aan te passen.

Artikel 33

1. Servië beschermt de geografische aanduidingen van de Gemeenschap die in de Gemeenschap zijn geregistreerd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen5)PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1). , overeenkomstig dit artikel. Geografische aanduidingen van Servië kunnen in de Gemeenschap worden geregistreerd onder de voorwaarden zoals beschreven in genoemde verordening.

2. Servië verbiedt het gebruik op zijn grondgebied van de in de Gemeenschap beschermde namen voor vergelijkbare producten die niet voldoen aan de kenmerken van de geografische aanduiding. Dit geldt ook wanneer de werkelijke oorsprong van het product wordt vermeld, wanneer de betrokken geografische aanduiding in een andere taal is vertaald of wanneer de benaming vergezeld gaat van uitdrukkingen als „genre”, „type”, „wijze”, „stijl”, „imitatie”, „methode” of soortgelijke uitdrukkingen.

3. Servië weigert de registratie van handelsmerken in gevallen zoals beschreven in lid 2.

4. Handelsmerken die overeenkomen met de in lid 2 beschreven gevallen en die in Servië zijn geregistreerd of gangbaar zijn, mogen vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst niet meer worden gebruikt. Dit geldt echter niet voor handelsmerken die in Servië zijn geregistreerd of gangbaar zijn en die eigendom zijn van onderdanen van derde landen, mits het publiek niet wordt misleid met betrekking tot de aard, de kenmerken of de geografische oorsprong van de producten.

5. Overeenkomstig lid 1 beschermde geografische aanduidingen die in de omgangstaal van Servië gebruikelijk zijn voor dergelijke producten, mogen vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst niet meer worden gebruikt.

6. Servië zorgt ervoor dat de goederen die na vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst uit zijn grondgebied worden uitgevoerd geen inbreuk maken op dit artikel.

7. Servië waarborgt de in de leden 1 tot en met 6 bedoelde bescherming op eigen initiatief alsmede op verzoek van een betrokken partij.

Hoofdstuk III. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel 34

Behoudens andersluidende bepalingen in dit hoofdstuk of in protocol 1 zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op de handel tussen de partijen in alle producten.

Artikel 35

De bepalingen van deze titel vormen in geen geval een belemmering voor de eenzijdige toepassing van gunstiger maatregelen door een partij.

Artikel 36

1. Zodra deze overeenkomst in werking treedt, mogen in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Servië geen nieuwe douanerechten bij invoer of bij uitvoer of heffingen van gelijke werking worden ingesteld, noch mogen de rechten of heffingen die reeds van toepassing zijn, worden verhoogd.

2. Zodra deze overeenkomst in werking treedt, mogen in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Servië geen nieuwe kwantitatieve beperkingen bij invoer of bij uitvoer of maatregelen van gelijke werking worden ingesteld, noch mogen reeds bestaande beperkingen restrictiever worden gemaakt.

3. Onverminderd de overeenkomstig de artikelen 26 tot en met 30 verleende concessies vormen de leden 1 en 2 van dit artikel in geen enkel opzicht een beletsel voor de voortzetting van het landbouwbeleid van Servië en van de Gemeenschap, noch voor het nemen van enige maatregel in het kader van dit beleid, voor zover de invoerregeling in de bijlagen II tot en met V en protocol 1 daardoor niet wordt beïnvloed.

Artikel 37

1. De Gemeenschap en Servië onthouden zich van alle binnenlandse maatregelen of praktijken van fiscale aard die, direct of indirect, discrimineren tussen de producten van de ene partij en soortgelijke producten van oorsprong uit het grondgebied van de andere partij, en schaffen dergelijke bestaande maatregelen of praktijken af.

2. De teruggave van binnenlandse indirecte belastingen voor producten die naar het grondgebied van een van de partijen worden uitgevoerd, mag niet hoger zijn dan de daarop geheven indirecte belastingen.

Artikel 38

De bepalingen betreffende de afschaffing van de douanerechten bij invoer zijn eveneens van toepassing op douanerechten van fiscale aard.

Artikel 39

1. De overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of de oprichting van douane-unies, vrijhandelszones of regelingen voor grensverkeer, mits de in deze overeenkomst neergelegde handelsregelingen daardoor niet worden gewijzigd.

2. Gedurende de in artikel 18 vermelde overgangsperioden mag deze overeenkomst geen invloed hebben op de tenuitvoerlegging van de specifieke preferentiële regelingen voor het goederenverkeer die ofwel zijn vastgelegd in grensovereenkomsten die eerder zijn gesloten tussen een of meer lidstaten en Servië en Montenegro, ofwel voortvloeien uit de in titel III gespecificeerde bilaterale overeenkomsten die door Servië zijn gesloten ter bevordering van de regionale handel.

3. De partijen plegen in de Stabilisatie- en associatieraad overleg over de in de leden 1 en 2 bedoelde overeenkomsten en desgewenst over andere belangrijke onderwerpen in verband met hun respectieve handelspolitiek ten aanzien van derde landen. Een dergelijk overleg vindt met name plaats bij de toetreding van een derde land tot de Gemeenschap, teneinde rekening te kunnen houden met de onderlinge belangen van de Gemeenschap en Servië als omschreven in deze overeenkomst.

Artikel 40

1. De bepalingen in deze overeenkomst beletten de partijen niet handelsbeschermingsmaatregelen overeenkomstig lid 2 van dit artikel en artikel 41 te treffen.

2. Als een partij constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping plaatsvindt en/of tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies worden gegeven, kan die partij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk op grond van de WTO-overeenkomst betreffende de tenuitvoerlegging van artikel VI van de GATT 1994, de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen, en haar eigen wetgeving ter zake.

Artikel 41

1. De bepalingen van artikel XIX van de GATT 1994 en van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen zijn van toepassing in de betrekkingen tussen de partijen.

2.

In afwijking van lid 1 geldt dat, wanneer een product uit een van de partijen in het grondgebied van de andere partij wordt ingevoerd in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige omstandigheden dat:

a. a. ernstige moeilijkheden worden veroorzaakt of dreigen te worden veroorzaakt voor binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten op het grondgebied van de invoerende partij; of b. b. bepaalde sectoren van de economie ernstig worden verstoord of dreigen te worden verstoord of moeilijkheden worden veroorzaakt of dreigen te worden veroorzaakt die een ernstige verslechtering van de economische situatie in een regio van de invoerende partij ten gevolge kunnen hebben.

De invoerende partij passende bilaterale vrijwaringsmaatregelen kan nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van dit artikel.

3.

Bilaterale vrijwaringsmaatregelen die gericht zijn tegen invoer uit de andere partij mogen niet meer inhouden dan wat nodig is om de als gevolg van de toepassing van deze overeenkomst gerezen moeilijkheden zoals beschreven in lid 2 te compenseren. Deze vrijwaringsmaatregelen bestaan normaliter uit de opschorting van de verdere verhoging of verlaging van de preferentiemarges krachtens deze overeenkomst voor het betrokken product tot een maximum dat overeenkomt met het in artikel 18, lid 4, onder a) en b), en in artikel 18, lid 5 bedoelde basisrecht voor dat product. Dergelijke maatregelen bevatten duidelijke elementen die uiterlijk aan het einde van de vastgestelde periode geleidelijk leiden tot de intrekking ervan, en mogen voor een periode van maximaal twee jaar worden genomen.

In zeer uitzonderlijke omstandigheden mogen dergelijke maatregelen met maximaal twee jaar worden verlengd. Ten aanzien van de invoer van een product waartegen reeds eerder vrijwaringsmaatregelen zijn genomen, mogen gedurende een periode die gelijk is aan de duur van de eerdere vrijwaringsmaatregelen niet opnieuw bilaterale vrijwaringsmaatregelen worden genomen, waarbij deze maatregelen ten minste twee jaar verstreken moeten zijn.

4. In de in dit artikel genoemde gevallen verstrekt de Gemeenschap of Servië, vóór de in dit artikel bedoelde maatregelen worden genomen of, in de gevallen waarop lid 5, onder b), van toepassing is, zo spoedig mogelijk, de Stabilisatie- en associatieraad alle relevante informatie teneinde een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

5.

Voor de tenuitvoerlegging van de leden 1 tot en met 4 gelden de volgende bepalingen:

a. a. De moeilijkheden die voortvloeien uit de in dit artikel bedoelde situatie worden onmiddellijk ter bespreking voorgelegd aan de Stabilisatie- en associatieraad, die alle noodzakelijke beslissingen kan nemen om een oplossing te vinden voor deze moeilijkheden. Indien binnen 30 dagen nadat de kwestie aan de Stabilisatie- en associatieraad is voorgelegd, deze raad of de exporterende partij geen beslissing heeft genomen die een einde maakt aan de moeilijkheden en geen andere bevredigende oplossing wordt gevonden, kan de invoerende partij passende maatregelen nemen om het probleem in overeenstemming met dit artikel op te lossen. Bij de keuze van vrijwaringsmaatregelen wordt voorrang gegeven aan maatregelen die de werking van de bij deze overeenkomst vastgestelde regelingen het minst verstoren. Vrijwaringsmaatregelen die overeenkomstig artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen worden toegepast, dienen het niveau en de marges van de bij deze overeenkomst toegekende preferenties in stand te houden. b. b. Wanneer uitzonderlijke en kritieke omstandigheden die onmiddellijk maatregelen vereisen, voorafgaande kennisgeving of onderzoek onmogelijk maken, kan de betrokken partij, in de in dit artikel vermelde omstandigheden, onmiddellijk de nodige vrijwaringsmaatregelen nemen, op voorwaarde dat zij de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis stelt.

De vrijwaringsmaatregelen worden de Stabilisatie- en associatieraad onmiddellijk ter kennis gebracht en worden in deze raad op gezette tijden aan een onderzoek onderworpen, in het bijzonder om een tijdschema vast te stellen voor de afschaffing ervan, zodra de omstandigheden dat mogelijk maken.

6. Wanneer de Gemeenschap of Servië de invoer van producten die de in dit artikel bedoelde moeilijkheden kunnen doen rijzen aan een administratieve procedure onderwerpen die ten doel heeft snel informatie te verschaffen over de tendens van de handelsstromen, stelt de betrokken partij de andere partij daarvan in kennis.

Artikel 42

1.

Wanneer naleving van de bepalingen van deze titel leidt tot:

a. a. een ernstig tekort of een dreigend ernstig tekort aan levensmiddelen of andere producten die voor de exporterende partij van wezenlijk belang zijn, of b. b. wederuitvoer naar een derde land van een product waarop de exporterende partij kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen of heffingen van gelijke werking toepast, en de bovengenoemde situaties aanleiding geven of vermoedelijk aanleiding zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende partij,

kan die partij passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van dit artikel.

2. Bij de keuze van deze maatregelen wordt voorrang gegeven aan maatregelen die de werking van de bij deze overeenkomst vastgestelde regelingen het minst verstoren. Dergelijke maatregelen mogen niet worden toegepast op een wijze die in gelijke omstandigheden willekeurige of onrechtvaardige discriminatie of een verkapte beperking van het handelsverkeer zou inhouden, en moeten worden opgeheven zodra de omstandigheden verdere handhaving niet meer rechtvaardigen.

3. Alvorens de in lid 1 bedoelde maatregelen te nemen, of in de gevallen waarin lid 4 van toepassing is, zo spoedig mogelijk, verstrekt de Gemeenschap of Servië de Stabilisatie- en associatieraad alle relevante informatie om de raad in staat te stellen een voor beide partijen aanvaardbare oplossing voor het probleem te vinden. De partijen kunnen in de Stabilisatie- en associatieraad besluiten tot maatregelen die nodig zijn om de moeilijkheden te beëindigen. Indien dertig dagen nadat de zaak aan het Stabilisatie- en associatieraad is voorgelegd geen overeenstemming is bereikt, kan de exporterende partij uit hoofde van dit artikel maatregelen toepassen ten aanzien van de uitvoer van het betrokken product.

4. Wanneer uitzonderlijke en kritieke omstandigheden die onmiddellijk maatregelen vereisen voorafgaande informatie of voorafgaand onderzoek onmogelijk maken, kan de Gemeenschap of Servië om het probleem op te lossen onmiddellijk voorzorgsmaatregelen nemen, waarvan de andere partij onmiddellijk in kennis wordt gesteld.

5. Alle krachtens dit artikel genomen maatregelen worden de Stabilisatie- en associatieraad onmiddellijk ter kennis gebracht en worden in die raad op gezette tijden aan een onderzoek onderworpen, in het bijzonder om een tijdschema vast te stellen voor de afschaffing ervan zodra de omstandigheden dat toelaten.

Artikel 43

Met betrekking tot staatsmonopolies van commerciële aard zorgt Servië er geleidelijk voor dat er drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst geen sprake meer is van discriminatie tussen onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie en onderdanen van Servië ten aanzien van de omstandigheden waaronder goederen worden verworven en op de markt gebracht.

Artikel 44

Tenzij anders bepaald in deze overeenkomst, zijn de oorsprongsregels voor de toepassing van deze overeenkomst in protocol 3 vastgesteld.

Artikel 45

Deze overeenkomst vormt geen beletsel voor verbodsbepalingen of beperkingen ten aanzien van invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde en de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten, de bescherming van het nationale artistieke, historische en archeologische erfgoed, of de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, of regels betreffende goud en zilver. Dergelijke verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie, noch een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen.

Artikel 46

1. De partijen komen overeen dat administratieve samenwerking essentieel is voor de uitvoering van en controle op de preferentiële behandeling die op grond van deze titel wordt verleend en benadrukken zich te zullen inzetten om onregelmatigheden en fraude in douane- en aanverwante aangelegenheden te bestrijden.

2. Wanneer een partij op basis van objectieve informatie tot de conclusie is gekomen dat geen administratieve medewerking is verleend en/of dat zich uit hoofde van deze titel onregelmatigheden of gevallen van fraude hebben voorgedaan, kan de betrokken partij de preferentiële regeling ten aanzien van de betrokken producten overeenkomstig dit artikel tijdelijk opschorten.

3.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder het niet verlenen van administratieve medewerking verstaan:

a. a. het herhaaldelijk niet nakomen van de verplichtingen om de oorsprong van de betrokken producten te controleren, b. b. het herhaaldelijk weigeren de daaropvolgende controle van het bewijs van oorsprong uit te voeren en/of de resultaten daarvan mee te delen, of onnodige vertraging daarbij; c. c. het herhaaldelijk weigeren toestemming te verlenen om administratieve samenwerkingsmissies uit te voeren om de authenticiteit van documenten of de juistheid van informatie te controleren die van belang zijn voor de betrokken preferentiële regeling, of onnodige vertraging daarbij.

In het kader van dit artikel is onder andere sprake van onregelmatigheden of fraude wanneer de invoer van goederen snel stijgt, zonder dat daar een bevredigende verklaring voor is, wanneer die invoer het gebruikelijke niveau van de productie- en uitvoercapaciteit van de andere partij te boven gaat, en de stijging verband houdt met objectieve informatie betreffende onregelmatigheden of fraude.

4.

Voor een tijdelijke schorsing moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

a. a. de partij die op basis van objectieve informatie tot de conclusie is gekomen dat geen administratieve samenwerking is verleend en/of dat zich onregelmatigheden of gevallen van fraude hebben voorgedaan, moet het Stabilisatie- en associatiecomité onverwijld in kennis stellen van haar conclusies, en deze kennisgeving vergezeld doen gaan van de objectieve informatie en in overleg treden met het Stabilisatie- en associatiecomité, teneinde een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden; b. b. wanneer de partijen als hierboven beschreven in overleg zijn getreden in het kader van het bovengenoemde Stabilisatie- en associatiecomité en het niet binnen drie maanden na die kennisgeving eens zijn geworden over een aanvaardbare oplossing, kan de betrokken partij de preferentiële regeling voor de betrokken producten tijdelijk schorsen. Het Stabilisatie- en associatiecomité moet onverwijld van een tijdelijke schorsing in kennis worden gesteld; c. c. tijdelijke schorsingen op grond van dit artikel mogen alleen dienen ter bescherming van de financiële belangen van de betrokken partij. De schorsingen duren uiterlijk zes maanden, maar zij mogen wel worden verlengd. Tijdelijke schorsingen moeten onmiddellijk na goedkeuring ervan worden gemeld aan het Stabilisatie- en associatiecomité. Binnen het Stabilisatie- en associatiecomité moet hierover periodiek overleg plaatsvinden, met name om tot beëindiging ervan te komen, zodra de omstandigheden die aanleiding gaven tot toepassing ervan, niet meer gelden.

5. Tegelijk met de kennisgeving aan het Stabilisatie- en associatiecomité overeenkomstig lid 4, onder a), moet de betrokken partij in haar officiële publicatieblad een kennisgeving voor importeurs publiceren. De voor de importeurs bestemde kennisgeving moet voor het betrokken product aangeven dat op basis van objectieve informatie is geconcludeerd dat geen administratieve samenwerking is verleend en/of dat er sprake is van onregelmatigheden of fraude.

Artikel 47

Indien de bevoegde autoriteiten de preferentiële uitvoerregeling niet op de juiste wijze hebben beheerd, en met name indien zij protocol 3 bij de overeenkomst niet juist hebben toegepast en dit gevolgen heeft voor de overeenkomstsluitende partij die te maken krijgt met die consequenties in de vorm van invoerrechten, mag de Stabilisatie- en associatieraad verzoeken de mogelijkheden van de goedkeuring van passende maatregelen te onderzoeken om de situatie op te lossen.

Artikel 48

De toepassing van deze overeenkomst laat de toepassing van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht op de Canarische Eilanden onverlet.

Titel V. VERKEER VAN WERKNEMERS, VESTIGING, VERRICHTEN VAN DIENSTEN, KAPITAAL

Hoofdstuk I. VERKEER VAN WERKNEMERS

Artikel 49

1.

Met inachtneming van de in elke lidstaat geldende voorwaarden en modaliteiten:

a. a. is de behandeling van werknemers die onderdaan van Servië zijn en die legaal op het grondgebied van een lidstaat werkzaam zijn, wat betreft arbeidsvoorwaarden, beloning en ontslag vrij van elke vorm van discriminatie op grond van nationaliteit ten opzichte van de nationale onderdanen van die lidstaat; b. b. hebben de legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijvende echtgenoot en kinderen van een legaal op het grondgebied van een lidstaat werkzame werknemer, met uitzondering van seizoenwerknemers en werknemers die onder bilaterale overeenkomsten in de zin van artikel 50 vallen, tenzij in dergelijke overeenkomsten anders is bepaald, gedurende de periode dat het verblijf van die werknemer voor arbeidsdoeleinden is toegestaan, toegang tot de arbeidsmarkt van die lidstaat.

2. Servië verleent, volgens de in dat land geldende voorwaarden en modaliteiten, aan werknemers die onderdaan zijn van een lidstaat en die legaal op zijn grondgebied werkzaam zijn, alsmede aan hun echtgenoot en kinderen die daar legaal verblijven, de in lid 1 vermelde behandeling.

Artikel 50

1.

Rekening houdend met de arbeidsmarktsituatie in de lidstaten, hun wetgeving en de voorschriften die in de lidstaten gelden op het gebied van de mobiliteit van werknemers:

a. a. dienen de door de lidstaten in het kader van bilaterale overeenkomsten verleende werkgelegenheidsmogelijkheden voor Servische werknemers behouden te blijven en zo mogelijk te worden verbeterd; b. b. dienen de overige lidstaten de mogelijkheid van het sluiten van soortgelijke overeenkomsten te overwegen.

2. Na drie jaar onderzoekt de Stabilisatie- en associatieraad of andere verbeteringen, zoals bijvoorbeeld toegang tot beroepsopleiding, overeenkomstig de in de lidstaten geldende regels en procedures en met inachtneming van de arbeidsmarktsituatie in de lidstaten en de Gemeenschap tot stand kunnen worden gebracht.

Artikel 51

1.

Er worden regels vastgesteld voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels die van toepassing zijn op legaal op het grondgebied van een lidstaat werkzame werknemers die onderdaan van Servië zijn en hun legaal in die lidstaat verblijvende gezinsleden. Hiertoe worden bij een besluit van de Stabilisatie- en associatieraad, dat alle rechten en verplichtingen uit hoofde van bilaterale overeenkomsten onverlet laat indien deze in een gunstigere behandeling voorzien, de volgende bepalingen ingevoerd:

a. a. alle door dergelijke werknemers in de verschillende lidstaten vervulde verzekerings-, arbeids- of verblijfsperioden worden bijeengeteld met het oog op pensioenen en renten uit hoofde van ouderdom, invaliditeit of overlijden, alsmede met het oog op de medische zorg voor deze werknemers en hun gezinsleden; b. b. alle pensioenen of renten uit hoofde van ouderdom, overlijden, arbeidsongevallen of beroepsziekten dan wel wegens daaruit voortvloeiende invaliditeit, met uitzondering van uitkeringen waarvoor geen premie is betaald, kunnen vrij worden overgemaakt tegen de koers die krachtens de wetgeving van de lidstaat of lidstaten die deze verschuldigd zijn, wordt toegepast; c. c. de werknemers in kwestie ontvangen gezinsbijslagen voor hun gezinsleden zoals hierboven omschreven.

2. Servië kent aan legaal op zijn grondgebied werkzame werknemers die onderdaan van een lidstaat zijn en aan hun aldaar legaal verblijvende gezinsleden een soortgelijke behandeling toe als die welke in lid 1, onder b) en c), wordt omschreven.

Hoofdstuk II. VESTIGING

Artikel 52

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

a. a. „communautaire vennootschap” respectievelijk „Servische vennootschap”: een volgens de wetgeving van een lidstaat respectievelijk Servië opgerichte vennootschap die haar statutaire zetel, centrale administratie of belangrijkste handelsactiviteit op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Servië heeft. Indien een volgens het recht van de Gemeenschap respectievelijk Servië opgerichte vennootschap uitsluitend haar statutaire zetel op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Servië heeft, wordt deze vennootschap als vennootschap uit de Gemeenschap respectievelijk Servische vennootschap beschouwd, indien uit haar transacties een werkelijke en permanente band met de economie van een van de lidstaten respectievelijk van Servië blijkt; b. b. „dochteronderneming”: een vennootschap waarover een andere vennootschap daadwerkelijk zeggenschap heeft; c. c. „filiaal”: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodat die derden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er zo nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact behoeven te hebben met deze moedermaatschappij, maar hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die het agentschap vormt; d. d. „vestiging”:

      i.
      voor onderdanen: het recht op toegang tot economische activiteiten anders dan in loondienst en de uitoefening daarvan, alsmede het recht ondernemingen, met name vennootschappen, op te richten en daadwerkelijk te besturen. De toegang tot werkzaamheden anders dan in loondienst en de oprichting en het beheer van ondernemingen door onderdanen strekt zich niet uit tot het zoeken naar of het aannemen van werk op de arbeidsmarkt van een andere partij en geeft geen recht op toegang tot de arbeidsmarkt van de andere partij. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op personen die ook in loondienst werkzaam zijn;
    
    
      ii.
      voor communautaire respectievelijk Servische vennootschappen: het recht op toegang tot en uitoefening van economische activiteiten door middel van de oprichting van dochterondernemingen en filialen in Servië respectievelijk de Gemeenschap;

i. i. voor onderdanen: het recht op toegang tot economische activiteiten anders dan in loondienst en de uitoefening daarvan, alsmede het recht ondernemingen, met name vennootschappen, op te richten en daadwerkelijk te besturen. De toegang tot werkzaamheden anders dan in loondienst en de oprichting en het beheer van ondernemingen door onderdanen strekt zich niet uit tot het zoeken naar of het aannemen van werk op de arbeidsmarkt van een andere partij en geeft geen recht op toegang tot de arbeidsmarkt van de andere partij. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op personen die ook in loondienst werkzaam zijn; ii. ii. voor communautaire respectievelijk Servische vennootschappen: het recht op toegang tot en uitoefening van economische activiteiten door middel van de oprichting van dochterondernemingen en filialen in Servië respectievelijk de Gemeenschap; e. e. „werkzaamheden”: het verrichten van economische activiteiten; f. f. „economische activiteiten”: in beginsel activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen, alsmede activiteiten van ambachtslieden; g. g. „onderdaan van de Gemeenschap” respectievelijk „onderdaan van Servië”: een natuurlijke persoon die onderdaan is van een lidstaat respectievelijk van Servië; Wat het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk en van hoofdstuk III van deze titel eveneens van toepassing op buiten de Gemeenschap of Servië gevestigde onderdanen van de Gemeenschap respectievelijk Servië, en op buiten de Gemeenschap of Servië gevestigde scheepvaartondernemingen die worden bestuurd door onderdanen van de Gemeenschap respectievelijk Servië, indien hun vaartuigen in die lidstaat respectievelijk in Servië in overeenstemming met de respectieve wetgevingen zijn ingeschreven; h. h. „financiële diensten”: de in bijlage VI omschreven activiteiten. De Stabilisatie- en associatieraad kan de werkingssfeer van die bijlage uitbreiden of wijzigen.

Artikel 53

1.

Servië vereenvoudigt het op zijn grondgebied opzetten van werkzaamheden door vennootschappen en onderdanen van de Gemeenschap. Servië verleent daartoe vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst:

a. a. voor de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap op het grondgebied van Servië een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die het verleent aan de eigen vennootschappen, of de behandeling die het verleent aan vennootschappen uit derde landen, indien deze behandeling gunstiger is; b. b. voor de werkzaamheden van op het grondgebied van Servië gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die wordt verleend aan de eigen vennootschappen en filialen, of de behandeling die wordt verleend aan de dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit derde landen, indien deze behandeling gunstiger is.

2.

De Gemeenschap en haar lidstaten verlenen vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst:

a. a. voor de vestiging van Servische vennootschappen een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die de lidstaten verlenen aan eigen vennootschappen of de behandeling die zij verlenen aan vennootschappen uit derde landen, indien die behandeling gunstiger is; b. b. voor de werkzaamheden van op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van Servische vennootschappen een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die de lidstaten verlenen aan hun eigen vennootschappen en filialen, of de behandeling die zij verlenen aan op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit derde landen, indien deze behandeling gunstiger is.

3. De partijen voeren geen nieuwe wettelijke regelingen of maatregelen in die discriminerend zijn ten aanzien van de vestiging van communautaire of Servische vennootschappen op hun grondgebied of ten aanzien van de werkzaamheden van op hun grondgebied gevestigde communautaire of Servische vennootschappen in vergelijking tot de eigen vennootschappen.

4. Vier jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst stelt de Stabilisatie- en associatieraad de voorwaarden vast voor de uitbreiding van bovenstaande bepalingen tot de vestiging van onderdanen van de Gemeenschap en van Servië die economische activiteiten anders dan in loondienst wensen uit te oefenen.

5.

Onverminderd het bepaalde in dit artikel:

a. a. hebben dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het recht om in Servië onroerend goed te huren en te gebruiken; b. b. hebben dochterondernemingen van vennootschappen uit de Gemeenschap vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst hetzelfde recht om eigendomsrechten op onroerend goed te verwerven en te genieten als Servische vennootschappen en, wat betreft openbare goederen en goederen van algemeen belang, dezelfde rechten als Servische vennootschappen, wanneer zulks noodzakelijk is voor de uitoefening van de economische activiteiten waarvoor zij zich gevestigd hebben; c. c. onderzoekt de Stabilisatie- en Associatieraad vier jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst of de onder b) bedoelde rechten kunnen worden uitgebreid tot filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap.

Artikel 54

1. Met inachtneming van artikel 56 en uitgezonderd de in bijlage VI beschreven financiële diensten kan elke partij de vestiging van en de werkzaamheden van vennootschappen en onderdanen op haar grondgebied regelen, voor zover deze regelingen vennootschappen en onderdanen van de andere partij niet discrimineren ten opzichte van de eigen vennootschappen en onderdanen.

2. Ten aanzien van financiële diensten vormt geen van de bepalingen van deze overeenkomst voor een partij een beletsel om prudentiële maatregelen te treffen, zoals om investeerders, depositohouders, verzekeringsnemers of personen jegens wie een fiduciaire verplichting is aangegaan, te beschermen, of om de integriteit en stabiliteit van het financiële systeem te waarborgen. Dergelijke maatregelen mogen door een partij niet worden aangewend om zich aan de uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen te onttrekken.

3. Geen van de bepalingen van deze overeenkomst mag op zodanige wijze worden geïnterpreteerd dat zij een partij verplicht tot het verstrekken van informatie betreffende de zaken en de boekhouding van individuele cliënten, dan wel vertrouwelijke of geheime informatie die in het bezit is van overheidsinstanties.

Artikel 55

1. Onverminderd de multilaterale overeenkomst voor een Europese Gemeenschappelijke Luchtvaartruimte6)Multilaterale Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, de Republiek Albanië, Bosnië en Herzegovina, de Republiek Bulgarije, de Republiek Kroatië, de Republiek IJsland, de Republiek Montenegro, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, het Koninkrijk Noorwegen, Roemenië, de Republiek Servië en de Missie van de Verenigde Naties voor interimbestuur in Kosovo (UNMIK) betreffende de totstandbrenging van een Europese Gemeenschappelijke Luchtvaartruimte (PB L 285 van 16.10.2006, blz. 3). (hierna: „ECAA” genoemd), is dit hoofdstuk niet van toepassing op het luchtvervoer, de binnenvaart en cabotage in het zeevervoer.

2. De Stabilisatie- en associatieraad kan aanbevelingen doen voor verbetering van de voorwaarden voor vestiging en voor het uitoefenen van activiteiten op de in lid 1 vermelde gebieden.

Artikel 56

1. De artikelen 53 en 54 vormen geen beletsel voor de toepassing door een partij, met betrekking tot de vestiging en uitoefening van activiteiten op haar grondgebied van filialen van vennootschappen van een andere partij die op het grondgebied van de eerste partij geen rechtspersoonlijkheid bezitten, van bijzondere regels die gerechtvaardigd zijn op grond van juridische of technische verschillen tussen bedoelde filialen en filialen van vennootschappen die op het grondgebied van de eerste partij rechtspersoonlijkheid bezitten, of, wat financiële diensten betreft, om prudentiële redenen.

2. Het verschil in behandeling blijft beperkt tot hetgeen als gevolg van dergelijke juridische of technische verschillen strikt noodzakelijk is of, wat financiële diensten betreft, tot hetgeen om prudentiële redenen noodzakelijk is.

Artikel 57

Teneinde de toegang tot en de uitoefening van gereglementeerde activiteiten in het kader van vrije beroepen in Servië respectievelijk de Gemeenschap voor onderdanen van de Gemeenschap respectievelijk Servië te vergemakkelijken, onderzoekt de Stabilisatie- en associatieraad welke maatregelen moeten worden getroffen met het oog op de onderlinge erkenning van diplomas. De raad kan daartoe alle noodzakelijke maatregelen nemen.

Artikel 58

1. Een op het grondgebied van Servië respectievelijk de Gemeenschap gevestigde vennootschap uit de Gemeenschap respectievelijk Servische vennootschap heeft het recht, met inachtneming van de wetgeving van het gastland van vestiging, op het grondgebied van Servië respectievelijk de Gemeenschap werknemers die onderdaan zijn van een lidstaat van de Gemeenschap respectievelijk van Servië in dienst te nemen of deze door een van haar dochterondernemingen of filialen in dienst te laten nemen, indien dergelijke werknemers een sleutelpositie in de zin van lid 2 van dit artikel bekleden en zij uitsluitend een dienstverband hebben met vennootschappen, dochterondernemingen of filialen. De geldigheidsduur van de verblijfs- en werkvergunningen van deze werknemers is beperkt tot de periode waarin zij als zodanig werkzaam zijn.

2.

Werknemers met een sleutelpositie die in dienst zijn van bovengenoemde vennootschappen, hierna „organisaties” genoemd, zijn „binnen de organisatie overgeplaatste personen” als omschreven onder c) van dit lid, van de hierna volgende categorieën, met dien verstande dat de organisatie een rechtspersoon moet zijn en de betrokkenen gedurende ten minste het onmiddellijk aan de overplaatsing voorafgaande jaar in dienst waren van deze organisatie of daarin partners (doch geen aandeelhouders met een meerderheidsbelang) waren:

a. a. personen met een hogere leidinggevende functie binnen een organisatie die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de vestiging, onder leiding en algemeen toezicht van met name de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen, met inbegrip van personeelsleden die:

        i.
        leiding geven aan een vestiging of een afdeling of onderafdeling van de vestiging;
      
      
        ii.
        belast zijn met toezicht en controle op de werkzaamheden van andere toezichthoudende, gespecialiseerde of leidinggevende werknemers;
      
      
        iii.
        persoonlijk bevoegd zijn werknemers in dienst te nemen en te ontslaan of de indienstneming of het ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen;

i. i. leiding geven aan een vestiging of een afdeling of onderafdeling van de vestiging; ii. ii. belast zijn met toezicht en controle op de werkzaamheden van andere toezichthoudende, gespecialiseerde of leidinggevende werknemers; iii. iii. persoonlijk bevoegd zijn werknemers in dienst te nemen en te ontslaan of de indienstneming of het ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen; b. b. binnen een organisatie werkzame personen die beschikken over buitengewone kennis die van wezenlijk belang is voor de dienstverlening van het bedrijf, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden of het management. Afgezien van de specifieke kennis met betrekking tot de betrokken vestiging, kan deze kennis betrekking hebben op de bekwaamheid om bepaalde werkzaamheden uit te voeren of een bepaald beroep uit te oefenen waarvoor specifieke technische vaardigheden en eventueel het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep vereist zijn; c. c. een „binnen de organisatie overgeplaatste persoon” is een natuurlijke persoon die voor een organisatie op het grondgebied van een partij werkzaam is en die tijdelijk wordt overgeplaatst in het kader van economische activiteiten op het grondgebied van de andere partij; de betrokken organisatie dient haar belangrijkste handelsactiviteit op het grondgebied van een partij te hebben en de overplaatsing dient te geschieden naar een vestiging (dochteronderneming, filiaal) van deze organisatie die op het grondgebied van de andere partij daadwerkelijk soortgelijke economische handelingen verricht.

3.

Toegang tot het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Servië van onderdanen van respectievelijk Servië en de Gemeenschap wordt verleend en tijdelijk verblijf is toegestaan voor vertegenwoordigers van vennootschappen met een hogere leidinggevende functie als gedefinieerd in lid 2, onder a), binnen een vennootschap, die belast zijn met het opzetten van een dochteronderneming of filiaal in de Gemeenschap van een Servische vennootschap, respectievelijk een dochteronderneming of filiaal in Servië van een vennootschap uit de Gemeenschap, mits:

a. a. deze vertegenwoordigers zich niet bezig houden met rechtstreekse verkoop of dienstverlening en geen vergoeding ontvangen vanuit een bron binnen het grondgebied van het gastland, en b. b. de vennootschap haar belangrijkste handelsactiviteit buiten de Gemeenschap respectievelijk Servië heeft, en geen andere vertegenwoordigers, kantoren, filialen of dochterondernemingen in de betrokken lidstaat van de Gemeenschap respectievelijk Servië heeft.

Hoofdstuk III. HET VERLENEN VAN DIENSTEN

Artikel 59

1. De Gemeenschap en Servië verbinden zich ertoe overeenkomstig de hiernavolgende bepalingen de nodige stappen te ondernemen om geleidelijk het verrichten van diensten mogelijk te maken door vennootschappen en onderdanen van de Gemeenschap en Servië die zijn gevestigd op het grondgebied van een andere partij dan die van de persoon voor wie de diensten worden verricht.

2. Naarmate de in lid 1 genoemde liberalisering tot stand komt, staan de partijen de tijdelijke verplaatsing toe van natuurlijke personen die de dienst verlenen of als werknemer voor de dienstverlener een sleutelpositie bekleden als omschreven in artikel 58, met inbegrip van natuurlijke personen die vertegenwoordigers zijn van een vennootschap of onderdaan van de Gemeenschap of Servië en die tijdelijk toegang wensen te krijgen voor onderhandelingen over de verkoop van diensten of voor het aangaan van overeenkomsten over de verkoop van diensten namens de dienstverlener, voor zover deze vertegenwoordigers niet zelf betrokken zijn bij de openbare directe verkoop of bij de eigenlijke dienstverlening.

3. Vier jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst neemt de Stabilisatie- en associatieraad de nodige maatregelen om het bepaalde in lid 1 geleidelijk ten uitvoer te leggen. Hierbij wordt rekening gehouden met de vorderingen die de partijen maken bij de onderlinge aanpassing van hun wetgeving.

Artikel 60

1. De partijen treffen geen maatregelen en ondernemen geen acties die de voorwaarden voor het verrichten van diensten door vennootschappen of onderdanen van de Gemeenschap of Servië die gevestigd zijn op het grondgebied van een andere partij dan die van de persoon voor wie de diensten worden verricht aanmerkelijk restrictiever maken ten opzichte van de situatie op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze overeenkomst.

2. Indien een partij van mening is dat maatregelen die door de andere partij na de inwerkingtreding van deze overeenkomst zijn genomen, tot een situatie leiden die ten aanzien van het verrichten van diensten aanmerkelijk restrictiever is dan op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, kan eerstgenoemde partij de andere partij om overleg verzoeken.

Artikel 61

Ten aanzien van vervoersdiensten tussen de Gemeenschap en Servië zijn de volgende bepalingen van toepassing:

    1. Wat het vervoer over land betreft, stelt protocol 4 de regels vast die van toepassing zijn op de betrekkingen tussen de partijen teneinde te voorzien in onbeperkt transitoverkeer over de weg door Servië en de gehele Gemeenschap, de effectieve toepassing van het verbod op discriminatie en de geleidelijke aanpassing van de Servische vervoerswetgeving aan die van de Gemeenschap.
    1. Op het gebied van internationaal zeevervoer verbinden de partijen zich ertoe het beginsel van onbeperkte toegang tot de markt en het verkeer op commerciële basis toe te passen en de internationale en Europese verplichtingen op het gebied van veiligheid, beveiliging en milieunormen na te komen. De partijen bevestigen een omgeving van vrije concurrentie na te streven als een essentieel aspect van internationaal zeevervoer.
    1. De partijen verbinden zich ertoe bij de toepassing van de beginselen van lid 2:

      a.
      in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen geen bepalingen inzake vrachtverdeling op te nemen;
      
      
      b.
      bij de inwerkingtreding van de overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een beperkende of discriminerende invloed kunnen hebben op het vrij verrichten van diensten in het internationaal maritiem vervoer;
      
      
      c.
      door onderdanen en vennootschappen van de andere partij geëxploiteerde schepen onder meer geen minder gunstige behandeling te verlenen dan die welke zij aan haar eigen schepen verleent, ten aanzien van de toegang tot havens die opengesteld zijn voor de internationale handel, het gebruik van de infrastructuur en van de maritieme hulpdiensten van deze havens, alsmede de daarmee verband houdende vergoedingen en kosten, de douanefaciliteiten en de toewijzing van aanlegplaatsen en installaties voor het laden en lossen.
      

a. a. in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen geen bepalingen inzake vrachtverdeling op te nemen; b. b. bij de inwerkingtreding van de overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een beperkende of discriminerende invloed kunnen hebben op het vrij verrichten van diensten in het internationaal maritiem vervoer; c. c. door onderdanen en vennootschappen van de andere partij geëxploiteerde schepen onder meer geen minder gunstige behandeling te verlenen dan die welke zij aan haar eigen schepen verleent, ten aanzien van de toegang tot havens die opengesteld zijn voor de internationale handel, het gebruik van de infrastructuur en van de maritieme hulpdiensten van deze havens, alsmede de daarmee verband houdende vergoedingen en kosten, de douanefaciliteiten en de toewijzing van aanlegplaatsen en installaties voor het laden en lossen. 4. 4. Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling en geleidelijke liberalisering van het vervoer tussen de partijen in overeenstemming met hun respectieve handelsbehoeften moeten de voorwaarden betreffende de wederzijdse toegang tot elkaars markten voor het luchtvervoer worden vastgelegd in de ECAA. 5. 5. Alvorens de ECAA te sluiten nemen de partijen geen maatregelen die meer beperkingen of discriminatie tot gevolg hebben dan de situatie op de dag die voorafgaat aan de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst. 6. 6. Servië zal zijn wetgeving, met inbegrip van zijn administratieve, technische en andere voorschriften, geleidelijk aanpassen aan de communautaire wetgeving op het gebied van het vervoer door de lucht, over zee, via binnenwateren en over land, zoals die op enig ogenblik van kracht is, voor zover dit dienstig is voor de liberalisering en wederzijdse toegang tot de markten van de partijen, en het verkeer van reizigers en goederen vergemakkelijkt. 7. 7. De Stabilisatie- en associatieraad onderzoekt, met inachtneming van de stand van zaken betreffende de gezamenlijke verwezenlijking van de doelstellingen van dit hoofdstuk, hoe de noodzakelijke voorwaarden voor het vergroten van de vrijheid van dienstlening in het vervoer door de lucht, over land en via de binnenwateren tot stand kunnen worden gebracht.

Hoofdstuk IV. BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

Artikel 62

De partijen verbinden zich ertoe, overeenkomstig artikel VIII van de statuten van het Internationaal Monetair Fonds, machtiging te verlenen tot alle betalingen en overboekingen in vrij convertibele valuta op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de Gemeenschap en Servië.

Artikel 63

1. Met betrekking tot de verrichtingen op de kapitaalrekening en de financiële rekening van de betalingsbalans garanderen de partijen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal dat verband houdt met directe investeringen in ondernemingen die in overeenstemming met de wetten van het gastland zijn opgericht, en met investeringen in overeenstemming met hoofdstuk II van titel V, alsook de liquidatie of de repatriëring van die investeringen en van alle opbrengsten daarvan.

2. Met betrekking tot verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans waarborgen de partijen vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot kredieten die verband houden met handelstransacties of het verrichten van diensten waarbij een ingezetene van een der partijen betrokken is, alsmede met financiële leningen en kredieten met een looptijd van meer dan een jaar.

3. Vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst staat Servië, door volledige en snelle gebruikmaking van zijn bestaande procedures, onderdanen van de Europese Unie toe onroerend goed te verwerven op het grondgebied van Servië. Gedurende de vier jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst past Servië zijn wetgeving inzake de verwerving van onroerend goed door onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie geleidelijk aan, zodat deze dezelfde behandeling genieten als Servische onderdanen.

4. De Gemeenschap en Servië waarborgen voorts vanaf het vierde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal in verband met beleggingen en financiële leningen en kredieten met een looptijd van minder dan een jaar.

5. Onverminderd het bepaalde in lid 1 stellen de partijen geen nieuwe beperkingen in op het kapitaalverkeer en de lopende betalingen tussen ingezetenen van de Gemeenschap en van Servië, en brengen zij in de bestaande regelingen geen verdere restricties aan.

6. Onverminderd het bepaalde in artikel 62 en in dit artikel mogen de Gemeenschap en Servië in uitzonderlijke gevallen, wanneer het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Servië ernstige moeilijkheden veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor de werking van het wisselkoersbeleid of het monetaire beleid in de Gemeenschap of Servië, vrijwaringsmaatregelen nemen ten aanzien van het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Servië voor een periode van ten hoogste zes maanden, indien dergelijke maatregelen absoluut noodzakelijk zijn.

7. Geen van bovenstaande bepalingen mag worden uitgelegd als een beperking van het recht van de economische subjecten van de partijen op een gunstiger behandeling, waarin kan zijn voorzien in bestaande bilaterale of multilaterale overeenkomsten waarbij de partijen bij deze overeenkomst betrokken zijn.

8. De partijen plegen overleg teneinde het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Servië te vergemakkelijken met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.

Artikel 64

1. Gedurende de eerste vier jaar volgend op de inwerkingtreding van de overeenkomst nemen de Gemeenschap en Servië maatregelen om de voorwaarden tot stand te brengen voor verdere geleidelijke toepassing van de communautaire regelgeving betreffende het vrije verkeer van kapitaal.

2. Aan het einde van het vierde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst gaat de Stabilisatie- en associatieraad na op welke wijze de communautaire regelgeving betreffende het kapitaalverkeer in Servië volledig kan worden toegepast.

Hoofdstuk V. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 65

1. De bepalingen van deze titel zijn van toepassing onder voorbehoud van de beperkingen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid.

2. Zij zijn niet van toepassing op werkzaamheden die, al dan niet incidenteel, verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag op het grondgebied van de partijen.

Artikel 66

Voor de toepassing van deze titel belet geen enkele bepaling van deze overeenkomst de partijen hun wetten en voorschriften betreffende toelating en verblijf, werkgelegenheid, arbeidsvoorwaarden, vestiging van natuurlijke personen en het verrichten van diensten toe te passen, met name wat betreft het toekennen, verlengen of weigeren van een verblijfsvergunning, mits zij ze niet toepassen op een manier die de voor een partij uit een specifieke bepaling van de overeenkomst voortvloeiende voordelen tenietdoet of beperkt. Deze bepaling laat de toepassing van artikel 65 onverlet.

Artikel 67

Deze titel is eveneens van toepassing op vennootschappen die gezamenlijk door Servische en communautaire vennootschappen of onderdanen worden bestuurd en hun exclusieve eigendom zijn.

Artikel 68

1. De overeenkomstig de bepalingen van deze titel toegekende meestbegunstigingsbehandeling is niet van toepassing op de belastingvoordelen waarin de partijen voorzien of in de toekomst zullen voorzien in het kader van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing of andere fiscale regelingen.

2. Geen van de bepalingen van deze titel kan worden uitgelegd als een beletsel voor de vaststelling of tenuitvoerlegging door de partijen van maatregelen ter voorkoming van belastingvlucht of belastingontduiking overeenkomstig de belastingvoorschriften van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing en andere fiscale regelingen of de nationale fiscale wetgeving.

3. Niets in deze titel kan worden uitgelegd als een beletsel voor de lidstaten of Servië om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van hun fiscaal recht een onderscheid te maken tussen belastingplichtigen die zich niet in identieke situaties bevinden, in het bijzonder met betrekking tot hun woonplaats.

Artikel 69

1. De partijen spannen zich waar mogelijk in om het opleggen van beperkende maatregelen te vermijden, waaronder maatregelen met betrekking tot de invoer om met de betalingsbalans verband houdende redenen. Indien dergelijke maatregelen worden genomen, verstrekt de partij die ze heeft genomen de andere partij zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing ervan.

2. Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans van één of meer lidstaten of van Servië ernstige moeilijkheden voordoen of hiervoor gevaar bestaat, kan de Gemeenschap of Servië in overeenstemming met de in de WTO-overeenkomst bepaalde voorwaarden beperkende maatregelen treffen, met inbegrip van maatregelen met betrekking tot de invoer, die van beperkte duur moeten zijn en niet verder mogen reiken dan wat noodzakelijk is om de situatie van de betalingsbalans te corrigeren. De andere partij wordt daarvan onmiddellijk in kennis gesteld.

3. De beperkende maatregelen mogen geen betrekking hebben op overmakingen in verband met investeringen, met name de repatriëring van geïnvesteerde of geherinvesteerde bedragen en van daaruit voortvloeiende inkomsten van ongeacht welke aard.

Artikel 70

De bepalingen van deze titel worden geleidelijk aangepast, met name in het licht van de eisen die in artikel V van de GATS worden gesteld.

Artikel 71

De bepalingen van deze overeenkomst doen geen afbreuk aan toepassing door elke partij van alle maatregelen die nodig zijn om te voorkomen dat de door haar getroffen maatregelen ten aanzien van toegang van derde landen tot haar markt worden ontdoken via de bepalingen van deze overeenkomst.

Titel VI. HARMONISATIE VAN WETGEVING, RECHTSHANDHAVING EN MEDEDINGINGSREGELS

Artikel 72

1. De partijen erkennen het belang van de aanpassing van de bestaande wetgeving van Servië aan die van de Gemeenschap en van de doeltreffende toepassing daarvan. Servië streeft ernaar zijn huidige en toekomstige wetgeving geleidelijk in overeenstemming te brengen met het acquis van de Gemeenschap. Servië ziet erop toe dat de bestaande en toekomstige wetgeving naar behoren ten uitvoer wordt gelegd en nageleefd.

2. Deze aanpassing begint bij de inwerkingtreding van de overeenkomst en wordt in de loop van de overgangsperiode die is vastgesteld in artikel 8 van deze overeenkomst geleidelijk uitgebreid tot alle in de overeenkomst genoemde onderdelen van het acquis van de Gemeenschap.

3.

In eerste instantie richt deze aanpassing zich op fundamentele elementen van het acquis betreffende de interne markt, justitie, vrijheid en veiligheid, alsmede handelsgerelateerde vraagstukken. In een later stadium zal Servië zich op de resterende delen van het acquis richten.

De aanpassing vindt plaats op basis van een programma waarover de Europese Commissie en Servië overeenstemming moeten bereiken.

4. Servië stelt tevens, in overeenstemming met de Europese Commissie, de voorwaarden vast voor het toezicht op de uitvoering van de aanpassing van de wetgeving en de te treffen rechtshandhavingsmaatregelen.

Artikel 73

1.

Onverenigbaar met de goede werking van de overeenkomst zijn, voor zover de handel tussen de Gemeenschap en Servië daardoor ongunstig kan worden beïnvloed:

i. i. alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen die ertoe strekken of ten gevolg hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst; ii. ii. misbruik van een machtspositie door een of meer ondernemingen op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van Servië, of op een wezenlijk deel daarvan; iii. iii. alle steunmaatregelen van de staten die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde goederen vervalsen of dreigen te vervalsen.

2. Alle handelwijzen die met dit artikel in strijd zijn, worden beoordeeld aan de hand van de criteria die voortvloeien uit de toepassing van de mededingingsregels die van toepassing zijn in de Gemeenschap, inzonderheid de artikelen 81, 82, 86 en 87 van het EG-Verdrag en de besluiten die ter interpretatie hiervan door de instellingen van de Gemeenschap zijn vastgesteld.

3. De partijen zien erop toe dat een overheidsinstantie die onafhankelijk kan optreden, de nodige bevoegdheden krijgt voor de volledige toepassing van lid 1, onder i) en ii), ten aanzien van particuliere en overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan bijzondere rechten zijn verleend.

4. Binnen één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst stelt Servië een overheidsinstantie in die onafhankelijk kan optreden en die wordt voorzien van de bevoegdheden die noodzakelijk zijn voor de volledige toepassing van lid 1, onder iii). Deze instantie beschikt onder meer over de bevoegdheid toestemming te verlenen voor steunregelingen van de overheid, overeenkomstig lid 2, alsmede de bevoegdheid terugbetaling van onwettig verleende overheidssteun te vorderen.

5. Elke partij draagt zorg voor transparantie ten aanzien van de overheidssteun, met name door de andere partij een jaarverslag of een gelijkwaardig rapport te doen toekomen, waarbij de methodologie en de presentatie worden gevolgd van het overzicht van de overheidssteun dat door de Gemeenschap wordt opgesteld. Op verzoek van een van de partijen verstrekt de andere partij informatie over bepaalde afzonderlijke steunmaatregelen van de overheid.

6. Servië stelt een volledig overzicht op van de steunregelingen die vóór de oprichting van de instantie bedoeld in lid 4 zijn ingesteld, en past deze steunregelingen binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst aan volgens de in lid 2 van dit artikel bedoelde criteria.

7. a. a. Voor de toepassing van lid 1, onder iii), komen de partijen overeen dat gedurende de eerste vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst alle door Servië toegekende overheidssteun wordt beoordeeld met inachtneming van het feit dat Servië wordt beschouwd als een regio zoals bedoeld in artikel 87, lid 3, onder a), van het EG-Verdrag. b. b. Binnen vier jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst verstrekt Servië de Europese Commissie de BBP-cijfers per hoofd van de bevolking, geharmoniseerd op NUTS II-niveau. De in lid 4 bedoelde instantie en de Europese Commissie zullen dan gezamenlijk evalueren welke regios van Servië voor overheidssteun in aanmerking komen, alsmede hoeveel de maximale steun voor die regios mag bedragen, teneinde op basis van de desbetreffende communautaire richtsnoeren het regionale steunoverzicht op te stellen.

8. In protocol 5 worden de regels vastgesteld voor staatssteun in de staalindustrie in geval van steun voor herstructurering. Hierbij ligt de nadruk op het uitzonderlijke karakter van deze steun; de steun moet beperkt in tijd zijn en verband houden met capaciteitsverminderingen in het kader van haalbaarheidsprogrammas.

9.

Met betrekking tot de producten vermeld in hoofdstuk II van titel IV:

a. a. is het bepaalde in lid 1, onder iii), niet van toepassing; b. b. dienen alle praktijken die in strijd zijn met lid 1, onder i), te worden beoordeeld aan de hand van de criteria die door de Gemeenschap zijn vastgesteld op grond van de artikelen 36 en 37 van het EG-Verdrag en specifieke communautaire instrumenten die op deze basis zijn vastgesteld.

10. Als een van de partijen van mening is dat een bepaalde praktijk onverenigbaar is met lid 1, kan zij, na overleg in de Stabilisatie- en associatieraad, of 30 werkdagen na het verzoek om dergelijk overleg, passende maatregelen nemen. Niets in dit artikel vormt een beletsel of een hindernis voor het nemen van antidumpingmaatregelen of compenserende maatregelen door de partijen overeenkomstig de desbetreffende artikelen van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen, of hun interne wetgeving op dit gebied.

Artikel 74

Uiterlijk aan het einde van het derde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst past Servië op overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan bijzondere of uitsluitende rechten zijn toegekend, de beginselen van het EG-Verdrag toe, en met name artikel 86.

De bijzondere rechten van overheidsondernemingen tijdens de overgangsperiode omvatten niet de mogelijkheid tot instelling van kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking op de invoer in Servië van goederen van oorsprong uit de Gemeenschap.

Artikel 75

1. Overeenkomstig de bepalingen van dit artikel en bijlage VII bevestigen de partijen het belang dat zij hechten aan een adequate en efficiënte bescherming van intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten.

2. Ten aanzien van de erkenning en bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom kennen de partijen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst aan elkaars ondernemingen en onderdanen een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke zij op grond van bilaterale overeenkomsten aan derde landen toekennen.

3. Servië treft de nodige maatregelen om te garanderen dat uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst de bescherming van de intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten op een niveau is dat overeenkomt met het niveau in de Gemeenschap, met inbegrip van effectieve middelen om deze rechten af te dwingen.

4. Servië verbindt zich ertoe binnen bovengenoemde periode toe te treden tot de in bijlage VII bedoelde multilaterale overeenkomsten inzake intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten. De Stabilisatie- en associatieraad kan besluiten Servië te verplichten toe te treden tot specifieke multilaterale overeenkomsten op dit terrein.

5. Indien zich op het gebied van intellectuele, industriële en commerciële eigendom problemen voordoen die de handelsvoorwaarden ongunstig beïnvloeden, dan worden zij, op verzoek van een der partijen, onverwijld aan de Stabilisatie- en associatieraad voorgelegd om tot een voor beide partijen bevredigende oplossing te komen.

Artikel 76

1. De partijen beschouwen het openstellen van de aanbesteding van overheidsopdrachten op basis van non-discriminatie en wederkerigheid, vooral in het kader van de WTO, als een na te streven doel.

2.

Servische vennootschappen krijgen, ongeacht of zij in de Gemeenschap zijn gevestigd, vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst, toegang tot aanbestedingsprocedures in de Gemeenschap overeenkomstig de daarvoor in de Gemeenschap geldende regelingen en krijgen daarbij een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die aan Servische vennootschappen wordt verleend.

Zodra de regering van Servië de wetgeving heeft goedgekeurd waarbij de communautaire regels op dit terrein worden ingevoerd, zullen bovenstaande bepalingen ook van toepassing zijn op contracten in de nutssector. De Gemeenschap onderzoekt op gezette tijden of Servië deze wetgeving inderdaad heeft ingevoerd.

3. Vennootschappen uit de Gemeenschap die overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II van titel V in Servië zijn gevestigd, krijgen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst toegang tot aanbestedingsprocedures, en krijgen daarbij een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die aan Servische vennootschappen wordt verleend.

4.

Vennootschappen uit de Gemeenschap die niet in Servië zijn gevestigd, krijgen uiterlijk 5 jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst, toegang tot aanbestedingsprocedures in Servië en krijgen daarbij een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die aan Servische vennootschappen wordt verleend.

Bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst zet Servië eventuele bestaande voordelen voor binnenlandse bedrijven om in prijspreferenties, die binnen 5 jaar geleidelijk worden afgebouwd volgens onderstaand schema:

aan het einde van het tweede jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst mag de preferentie ten hoogste 15% bedragen; aan het einde van het derde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst mag de preferentie ten hoogste 10% bedragen; aan het einde van het vierde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst mag de preferentie ten hoogste 5% bedragen; en aan het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden de preferenties volledig afgeschaft.

5. De Stabilisatie- en associatieraad onderzoekt op gezette tijden de mogelijkheid voor Servië om alle vennootschappen van de Gemeenschap toegang te verlenen tot aanbestedingsprocedures in Servië. Servië brengt jaarlijks verslag uit aan de Stabilisatie- en associatieraad over de maatregelen die zijn genomen om de transparantie te vergroten en ervoor te zorgen dat besluiten met betrekking tot overheidsopdrachten effectief juridisch worden getoetst.

6. Op de vestiging, de activiteiten en de verlening van diensten tussen de Gemeenschap en Servië, alsmede de werkgelegenheid en het verkeer van werknemers in verband met de uitvoering van overheidsopdrachten zijn de artikelen 49 tot en met 64 van toepassing.

Artikel 77

1. Servië neemt de nodige maatregelen om de wetgeving geleidelijk in overeenstemming te brengen met de technische regelgeving van de Gemeenschap en de Europese procedures voor normalisatie, metrologie, accreditering en conformiteitsbeoordeling.

2.

In dit verband verbinden de partijen zich tot:

a. a. het bevorderen van het gebruik van communautaire technische regelgeving en Europese normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures; b. b. het verlenen van bijstand bij het bevorderen van de ontwikkeling van een kwaliteitsinfrastructuur: normalisatie, metrologie, accreditering en conformiteitsbeoordeling; c. c. het stimuleren van de betrokkenheid van Servië bij de activiteiten van gespecialiseerde organisaties op het gebied van normen, conformiteitsbeoordeling, metrologie en dergelijke gebieden (bijv. CEN, CENELEC, ETSI, EA, WELMEC, EUROMET)7)Europese Commissie voor normalisatie, Europees Comité voor elektrotechnische normen, Europees Instituut voor telecommunicatienormen, Europese Samenwerking voor accredidatie, Europese Samenwerking in wettelijke metrologie, Europese Organisatie voor wettelijke metrologie. ; d. d. indien mogelijk, het sluiten van een overeenkomst inzake conformiteitsbeoordeling en aanvaarding van industrieproducten zodra Servië zijn wetgeving en procedures voldoende heeft aangepast aan die van de Gemeenschap en voldoende deskundigheid beschikbaar is.

Artikel 78

De partijen werken samen om de normen voor de bescherming van de consument in Servië aan te passen aan die in de Gemeenschap. Een effectieve consumentenbescherming is noodzakelijk voor een goed functionerende markteconomie, en deze bescherming is afhankelijk van de ontwikkeling van administratieve infrastructuren voor markttoezicht en wetshandhaving.

Daartoe en ter behartiging van hun gemeenschappelijke belangen stimuleren de partijen:

a. a. een beleid gericht op actieve bescherming van de consument overeenkomstig de wetgeving van de Gemeenschap, waaronder betere voorlichting en het opzetten van onafhankelijke organisaties; b. b. harmonisatie van de wetgeving inzake de bescherming van de consument in Servië met die in de Gemeenschap; c. c. efficiënte wettelijke bescherming van de consument teneinde de kwaliteit van verbruiksgoederen te verbeteren en passende veiligheidsnormen in stand te houden; d. d. toezicht op de naleving van de regels door bevoegde autoriteiten en toegang tot juridische procedures in geval van geschillen; e. e. uitwisseling van informatie over gevaarlijke producten.

Artikel 79

Servië moet zijn wetgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden geleidelijk aanpassen aan die van de Gemeenschap, met name op de gebieden gezondheid en veiligheid op het werk en gelijke kansen.

Titel VII. JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID

Artikel 80

Bij de samenwerking op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid schenken de partijen bijzondere aandacht aan de consolidering van de rechtsstaat en institutionele versterking op alle niveaus, bij de overheid in het algemeen en bij de rechtshandhaving en het justitiële apparaat in het bijzonder. De samenwerking is met name gericht op de versterking van de onafhankelijkheid van het justitiële apparaat en de verbetering van de doeltreffendheid daarvan, de verbetering van het functioneren van de politie en andere rechtshandhavingsinstanties, het voorzien in adequate opleiding en bestrijding van corruptie en de georganiseerde misdaad.

Artikel 81

Zodra deze overeenkomst in werking is getreden, past Servië zijn wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens aan de Gemeenschapswetgeving en internationale wetgeving op het gebied van privacy aan. Servië richt een of meer onafhankelijke toezichthoudende organen op die over voldoende financiële en personele middelen beschikken om efficiënt te kunnen toezien op de naleving van de wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens. De partijen zullen samenwerken om dit doel te bereiken.

Artikel 82

De partijen werken samen op het gebied van visa, grenstoezicht, asiel en migratie en zetten een kader op voor deze samenwerking, ook op regionaal niveau, waarbij in voorkomend geval rekening wordt gehouden met en optimaal geprofiteerd wordt van bestaande initiatieven op dit vlak.

De samenwerking op bovengenoemde gebieden is gebaseerd op wederzijds overleg en nauwe coördinatie van de activiteiten van de partijen en omvat tevens technische en administratieve bijstand bij:

a. a. de uitwisseling van statistieken en informatie over wetgeving en praktijken; b. b. het opstellen van wetgeving; c. c. de vergroting van de capaciteit en de verbetering van de efficiëntie van de instellingen; d. d. de opleiding van personeel; e. e. beveiliging van reisdocumenten en de herkenning van valse documenten; f. f. grensbeheer.

De samenwerking is vooral gericht op:

a. a. op het gebied van asiel: de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van nationale wetgeving die voldoet aan de normen van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen en het Protocol van New York van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingen, zodat het beginsel van non-refoulement alsmede andere rechten van asielzoekers en vluchtelingen gerespecteerd worden; b. b. op het gebied van legale migratie: toelatingsregels en de rechten en de status van de toegelaten personen. Ten aanzien van migratie komen de partijen overeen onderdanen van derde landen die legaal op hun grondgebied verblijven een billijke behandeling te geven, en een integratiebeleid te bevorderen dat deze onderdanen rechten en plichten geeft die vergelijkbaar zijn met die van hun staatsburgers.

Artikel 83

1.

De partijen werken samen met oog op de preventie en controle van illegale immigratie. Daartoe verbinden Servië en de lidstaten zich ertoe hun onderdanen die illegaal op het grondgebied van de andere partij verblijven over te nemen en de overnameovereenkomst tussen de Gemeenschap en Servië volledig uit te voeren, evenals de bilaterale overeenkomsten tussen de lidstaten en Servië, voor zover de bepalingen daarvan in overeenstemming zijn met de overnameovereenkomst tussen de Gemeenschap en Servië, met inbegrip van een verplichting tot overname van onderdanen van andere landen en stateloze personen.

De lidstaten en Servië verstrekken hun onderdanen passende identiteitsdocumenten en verlenen hun toegang tot de administratieve faciliteiten die daartoe vereist zijn.

Specifieke procedures in verband met de overname van elkaars onderdanen, onderdanen van derde landen en staatlozen worden vastgesteld in het kader van de overnameovereenkomst tussen de Gemeenschap en Servië.

2. Servië zegt toe overnameovereenkomsten te sluiten met de andere landen van het stabilisatie- en associatieproces en zegt toe alle noodzakelijke maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat alle in dit artikel bedoelde overnameovereenkomsten flexibel en snel worden uitgevoerd.

3. De Stabilisatie- en associatieraad onderzoekt welke andere gezamenlijke inspanningen kunnen worden geleverd met het oog op de preventie en controle van illegale immigratie, met inbegrip van mensenhandel en illegale migratienetwerken.

Artikel 84

1. De partijen werken samen om te voorkomen dat hun financiële systemen en relevante niet-financiële sectoren worden gebruikt voor het witwassen van de opbrengsten uit criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder, alsmede voor de financiering van terrorisme.

2. De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand met het oog op de tenuitvoerlegging van voorschriften en het efficiënt functioneren van passende normen en mechanismen ter voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme die gelijkwaardig zijn aan die welke zijn aangenomen door de Gemeenschap en internationale fora op dit gebied, in het bijzonder de Financial Action Task Force (FATF).

Artikel 85

1. Binnen het kader van hun respectieve bevoegdheden werken de partijen samen met het oog op een evenwichtige en geïntegreerde aanpak van drugsvraagstukken. Beleid en maatregelen met betrekking tot drugs zijn gericht op het versterken van de structuren om illegale drugs te bestrijden, waaronder het beperken van het aanbod aan, de handel in en de vraag naar illegale drugs, waarbij de gevolgen voor de gezondheid en de maatschappelijke consequenties van drugsgebruik worden aangepakt en precursoren beter gecontroleerd worden.

2. De partijen komen overeen welke samenwerkingsmethoden nodig zijn om deze doelstellingen te bereiken. De activiteiten worden gebaseerd op gezamenlijk overeengekomen principes in overeenstemming met het drugsbeleid van de EU.

Artikel 86

De partijen werken samen aan de voorkoming en bestrijding van al dan niet georganiseerde criminele en illegale activiteiten, zoals:

a. a. mensensmokkel en mensenhandel; b. b. illegale economische activiteiten, met name valsemunterij en namaak van niet-contante betaalmiddelen, illegale transacties met producten als industrieel afval en radioactief materiaal, en transacties met illegale of namaakproducten; c. c. corruptie, zowel in de publieke als in de particuliere sector, met name in verband met niet-transparante administratieve praktijken; d. d. belastingfraude; e. e. identiteitsdiefstal; f. f. illegale handel in drugs en psychotrope stoffen; g. g. illegale wapenhandel; h. h. het vervalsen van documenten; i. i. smokkel van en illegale handel in goederen, waaronder autos; j. j. computercriminaliteit.

Regionale samenwerking en de naleving van internationaal erkende normen op het gebied van de bestrijding van georganiseerde misdaad worden bevorderd.

Artikel 87

Overeenkomstig de internationale verdragen waarbij zij partij zijn en hun eigen wet- en regelgeving komen de partijen overeen samen te werken aan de voorkoming en bestrijding van terroristische daden en de financiering daarvan:

a. a. in het kader van de volledige tenuitvoerlegging van Resolutie 1373 van de VN-Veiligheidsraad (2001) en andere relevante VN-resoluties, internationale verdragen en instrumenten; b. b. door informatie uit te wisselen over terroristische groeperingen en ondersteunende netwerken, overeenkomstig het nationale en internationale recht; c. c. door ervaringen uit te wisselen over manieren om terrorisme te bestrijden, op technisch gebied en op het gebied van opleiding, en door ervaringen uit te wisselen over het voorkomen van terrorisme.

Titel VIII. SAMENWERKINGSBELEID

Artikel 88

1. De Gemeenschap en Servië werken nauw samen om de ontwikkeling en het groeipotentieel van Servië te bevorderen. Die samenwerking versterkt de bestaande economische banden op een zo breed mogelijke basis, ten voordele van beide partijen.

2. Het beleid en de andere maatregelen zijn gericht op de duurzame economische en sociale ontwikkeling van Servië. Daarbij dient ervoor te worden gezorgd dat de milieuaspecten vanaf het begin volledig in het beleid worden geïntegreerd, en moet rekening worden gehouden met een harmonieuze sociale ontwikkeling.

3. Het samenwerkingsbeleid moet in een regionaal samenwerkingskader worden geïntegreerd. Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan maatregelen die de samenwerking tussen Servië en zijn buurlanden, waaronder lidstaten, bevorderen en aldus bijdragen tot de regionale stabiliteit. De Stabilisatie- en associatieraad bepaalt welk van de hierna omschreven samenwerkingsterreinen prioriteit heeft, en wat prioriteit heeft binnen de verschillende terreinen, overeenkomstig het Europees partnerschap.

Artikel 89

De Gemeenschap en Servië vergemakkelijken het proces van economische hervormingen door middel van samenwerking die beoogt het inzicht in de basiselementen van hun respectieve economieën en het formuleren en uitvoeren van economisch beleid in een markteconomie te verbeteren.

De Gemeenschap en Servië werken daarom samen op de volgende terreinen:

a. a. uitwisseling van informatie over macro-economische prestaties en vooruitzichten en over ontwikkelingsstrategieën; b. b. gezamenlijke analyse van economische kwesties van wederzijds belang, met inbegrip van het uitstippelen van een economisch beleid en de instrumenten voor de tenuitvoerlegging daarvan; en c. c. bevordering van bredere samenwerking om de instroom van kennis en de toegang tot nieuwe technologieën te versnellen.

Servië streeft ernaar een goed functionerende markteconomie tot stand te brengen en zijn beleid geleidelijk aan te passen aan het op stabiliteit gerichte beleid in het kader van de Europese Economische en Monetaire Unie. Op verzoek van de autoriteiten van Servië kan de Gemeenschap bijstand verlenen ter ondersteuning van de inspanningen van Servië in dit verband.

De samenwerking is tevens gericht op de versterking van de rechtsstaat op zakelijk gebied door middel van een stabiel en niet-discriminerend wetgevingskader voor de handel.

Samenwerking op dit gebied omvat ook de uitwisseling van informatie over de beginselen en de werking van de Europese Economische en Monetaire Unie.

Artikel 90

De samenwerking tussen de partijen is in eerste instantie gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het acquis van de Gemeenschap op het gebied van de statistiek. De statistische samenwerking is met name gericht op de ontwikkeling van efficiënte en duurzame statistische stelsels die in staat zijn de betrouwbare, objectieve en nauwkeurige gegevens te leveren die nodig zijn om het overgangs- en hervormingsproces in Servië te plannen en te controleren. Ook moet de statistische samenwerking het bureau voor de statistiek van Servië in staat stellen beter te voldoen aan de behoeften van nationale en internationale afnemers (overheid en particuliere sector). Het statistisch stelsel moet de fundamentele beginselen van de statistiek die door de VN zijn uitgevaardigd, de Europese praktijkcode voor statistieken en de bepalingen van de Europese statistiekwetgeving eerbiedigen en zich ontwikkelen in de richting van het acquis. De partijen werken met name samen om de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens te waarborgen, de verzameling van gegevens en doorgifte daarvan aan het Europees statistisch systeem geleidelijk te intensiveren en informatie uit te wisselen inzake methoden, kennisoverdracht en opleiding.

Artikel 91

De samenwerking tussen Servië en de Gemeenschap is gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis voor het bank- en verzekeringswezen en financiële diensten. De partijen werken samen om een passend kader tot stand te brengen en verder te ontwikkelen voor het stimuleren van het bank- en verzekeringswezen en de sector financiële diensten in Servië, op basis van eerlijke concurrentie en de waarborging van gelijke marktvoorwaarden.

Artikel 92

De samenwerking tussen de partijen is gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van interne controle van de overheidsfinanciën (PIFC) en externe boekhoudkundige controle. De partijen werken door het uitwerken en goedkeuren van relevante regelgeving met name samen aan de ontwikkeling van efficiënte systemen voor PIFC (waaronder financieel beheer en financiële controle en operationeel onafhankelijke interne boekhoudkundige controle) en onafhankelijke externe boekhoudkundige controle in Servië overeenkomstig internationaal erkende normen en methoden en de op Europees niveau overeengekomen beste praktijken. De samenwerking zal zich ook richten op de opbouw van capaciteit voor de hoogste auditinstantie in Servië. Om de uit bovenstaande eisen voortvloeiende taken met betrekking tot coördinatie en harmonisatie te kunnen uitvoeren, moet de samenwerking zich ook richten op de oprichting en versterking van centrale harmonisatie-eenheden voor financieel beheer, financiële controle en interne boekhoudkundige controle.

Artikel 93

De samenwerking tussen de partijen, binnen de reikwijdte van hun respectieve bevoegdheden, op het gebied van de bevordering en bescherming van investeringen is erop gericht een gunstig klimaat te creëren voor binnenlandse en buitenlandse particuliere investeringen, die essentieel zijn voor de economische en industriële revitalisering van Servië. Servië zal zich met name toeleggen op de verbetering van het juridisch kader dat investeringen stimuleert en beschermt.

Artikel 94

De samenwerking richt zich op stimulering van de modernisering en herstructurering van de industrie van Servië en van individuele sectoren. Hieronder valt ook industriële samenwerking tussen het bedrijfsleven aan beide zijden om de particuliere sector te versterken, waarbij de bescherming van het milieu gewaarborgd moet zijn.

Samenwerkingsinitiatieven op het gebied van de industrie dienen een afspiegeling te zijn van prioriteiten die door de partijen zijn vastgesteld. Daarbij wordt rekening gehouden met de regionale aspecten van industriële ontwikkeling en worden, zo nodig, transnationale partnerschappen gestimuleerd. De initiatieven dienen in het bijzonder te zijn gericht op het creëren van een passend kader voor het bedrijfsleven, beter management, stimulering van markten, transparantie van de markt en het ondernemingsklimaat. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan het opzetten van efficiënte exportpromotieactiviteiten in Servië.

In het kader van de samenwerking wordt ook op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis op het gebied van industriebeleid.

Artikel 95

De partijen streven ernaar het midden- en kleinbedrijf in de particuliere sector te ontwikkelen en te versterken, nieuwe ondernemingen op te richten op terreinen met groeipotentieel en de samenwerking tussen het midden- en kleinbedrijf in de Gemeenschap en Servië te vergroten.

In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met prioritaire gebieden met betrekking tot het communautair acquis op het gebied van het midden- en kleinbedrijf en met de tien beginselen die zijn vastgelegd in het Europees Handvest voor kleine ondernemingen.

Artikel 96

De samenwerking tussen de partijen op het gebied van toerisme is voornamelijk gericht op de intensivering van de informatiestroom over toerisme (via internationale netwerken, databanken, enz.), waarbij de totstandbrenging van infrastructuur wordt gestimuleerd die tot investeringen in de toeristische sector kan leiden, en op deelname van Servië aan belangrijke Europese organisaties voor toerisme. Ook zullen de mogelijkheden worden onderzocht voor gemeenschappelijke activiteiten, de versterking van de samenwerking tussen de toeristische sector, deskundigen, regeringen en overheidsinstanties op het gebied van toerisme en kennisoverdracht (door middel van opleiding, uitwisselingen, workshops). In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis in verband met deze sector.

De samenwerking kan in een regionaal samenwerkingskader worden geïntegreerd.

Artikel 97

Op alle prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op landbouwgebied zal samenwerking tussen de partijen worden ontwikkeld, alsmede op veterinair en fytosanitair gebied. De samenwerking is met name gericht op de modernisering en herstructurering van de landbouw en levensmiddelensector, zodat wordt voldaan aan de gezondheidsvoorschriften van de Gemeenschap, de verbetering van het waterbeheer en plattelandsontwikkeling, alsmede de ontwikkeling van de bosbouwsector in Servië en op de ondersteuning van de geleidelijke aanpassing van de Servische wetgeving en praktijk aan de communautaire regels en normen.

Artikel 98

De partijen onderzoeken de mogelijkheid om in de visserijsector gebieden van wederzijds belang aan te wijzen waarop samenwerking voor elk van hen voordeel zou opleveren. In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis op visserijgebied, waaronder de naleving van internationale verplichtingen betreffende regels van de internationale en de regionale visserijorganisaties inzake het beheer en de instandhouding van de visbestanden.

Artikel 99

De samenwerking tussen de partijen op dit gebied is erop gericht de naleving te waarborgen van de op handelsgebied in te voeren bepalingen en het douanesysteem van Servië aan te passen aan dat van de Gemeenschap, teneinde zo de weg vrij te maken voor de in het kader van deze overeenkomst geplande liberaliseringsmaatregelen en de geleidelijke aanpassing van de Servische douanewetgeving aan het acquis.

In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis op douanegebied.

In protocol 6 worden de regels vastgesteld inzake wederzijdse administratieve bijstand tussen partijen op het gebied van douane.

Artikel 100

De door de partijen tot stand te brengen samenwerking op belastinggebied omvat maatregelen die gericht zijn op de verdere hervorming van het Servische belastingstelsel en de herstructurering van de belastingdienst, teneinde de efficiëntie van de belastinginning te verbeteren en belastingfraude te bestrijden.

In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met de prioritaire gebieden met betrekking tot het communautair acquis op fiscaal gebied en de bestrijding van schadelijke belastingconcurrentie. Schadelijke belastingconcurrentie moet tegengegaan worden op basis van de beginselen van de gedragscode inzake de belastingregeling voor ondernemingen, die de Raad op 1 december 1997 heeft goedgekeurd.

De samenwerking richt zich ook op het vergroten van de transparantie en het bestrijden van corruptie, alsmede het uitwisselen van informatie met de lidstaten, teneinde de handhaving van maatregelen ter voorkoming van belastingfraude, -ontwijking of -ontduiking te vergemakkelijken. Servië zal ook het netwerk van bilaterale overeenkomsten met de lidstaten voltooien, overeenkomstig de laatste versie van het OESO-modelverdrag inzake belasting naar inkomen en vermogen en de OESO-modelovereenkomst betreffende de uitwisseling van belastinggegevens, voor zover de verzoekende lidstaat hierbij aangesloten is.

Artikel 101

Op het gebied van de werkgelegenheid heeft de samenwerking tussen de partijen voornamelijk betrekking op het verbeteren van de diensten voor arbeidsbemiddeling en loopbaanadvies, ondersteuningsmaatregelen en het stimuleren van de plaatselijke ontwikkeling om de herstructurering van industrie en arbeidsmarkt te begeleiden. De samenwerking vindt tevens plaats in de vorm van studies, detachering van deskundigen, voorlichting en opleiding.

De samenwerking tussen de partijen is gericht op de vergemakkelijking van de hervorming van het Servische werkgelegenheidsbeleid in het kader van versterkte economische hervorming en integratie. De samenwerking is ook gericht op de ondersteuning van de aanpassing van het Servische stelsel van sociale zekerheid aan de nieuwe economische en sociale vereisten, en betreft eveneens de aanpassing van de Servische wetgeving inzake arbeidsvoorwaarden en gelijke kansen voor vrouwen en mannen, mensen met een handicap en mensen die behoren tot een minderheid of een andere kwetsbare groep, alsmede de verbetering van het beschermingsniveau voor de gezondheid en veiligheid van werknemers, waarbij het bestaande beschermingsniveau in de Gemeenschap maatstaf is.

In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op dit gebied.

Artikel 102

De partijen werken samen om het peil van het algemene onderwijs en van beroepsonderwijs en -opleiding, alsmede van het jongerenbeleid en jongerenwerk, waaronder niet-formeel onderwijs, in Servië te verhogen. De verwezenlijking van de doelstellingen van de Verklaring van Bologna (die in het kader van het intergouvernementele proces van Bologna is aangenomen) is een prioriteit voor het hoger onderwijs.

De partijen streven er ook naar dat iedereen in Servië gelijke toegang heeft tot alle onderwijsniveaus, zonder onderscheid naar sekse, huidskleur, etnische afkomst of religie.

De relevante communautaire programmas en instrumenten dragen bij tot de verbetering van de onderwijs- en opleidingsstructuren en -activiteiten in Servië.

In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op dit gebied.

Artikel 103

De partijen verbinden zich ertoe de samenwerking op cultureel gebied te bevorderen. Deze samenwerking beoogt onder meer het wederzijds begrip en het wederzijds respect voor personen, gemeenschappen en volkeren te doen toenemen. De partijen verbinden zich er eveneens toe om samen te werken om de culturele diversiteit te bevorderen, met name in het kader van het UNESCO-verdrag inzake de bescherming en bevordering van de diversiteit van culturele uitingen.

Artikel 104

De partijen werken samen ter bevordering van de audiovisuele industrie in Europa en stimuleren coproducties voor film en televisie.

De samenwerking kan programmas en faciliteiten omvatten voor de opleiding van journalisten en andere mensen die werkzaam zijn in de media, alsmede technische bijstand voor publieke en particuliere media, zodat hun onafhankelijkheid, hun professionele vaardigheden en hun contacten met Europese media worden versterkt.

Servië stemt zijn beleid inzake de regulering van de inhoudelijke aspecten van grensoverschrijdende televisie af op dat van de EG en past zijn wetgeving aan het EU-acquis aan. Servië besteedt daarbij bijzondere aandacht aan vraagstukken in verband met de verwerving van intellectuele-eigendomsrechten voor satelliet-, kabel- of etheruitzendingen.

Artikel 105

Op alle gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van de informatiemaatschappij zal samenwerking worden ontwikkeld. Er wordt voornamelijk steun verleend voor de geleidelijke aanpassing van beleid en wetgeving van Servië in deze sector aan beleid en wetgeving van de Gemeenschap.

De partijen werken tevens samen met het oog op de verdere ontwikkeling van de informatiemaatschappij in Servië. Algemene doelstellingen zijn de voorbereiding van de maatschappij als geheel op het digitale tijdperk, het aantrekken van investeringen en het zorgen voor de interoperabiliteit van netwerken en diensten.

Artikel 106

De samenwerking is in eerste instantie gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op dit gebied.

De partijen moeten met name de samenwerking op het gebied van elektronische-communicatienetwerken en -diensten versterken, waarbij het uiteindelijke doel is dat Servië het communautaire acquis op deze gebieden drie jaar na inwerkingtreding van deze overeenkomst overneemt.

Artikel 107

De Gemeenschap en Servië nemen de nodige maatregelen om de onderlinge uitwisseling van informatie te stimuleren. Prioriteit wordt verleend aan programmas die basisinformatie over de Gemeenschap verstrekken aan het algemene publiek en meer gespecialiseerde informatie aan professionele doelgroepen in Servië.

Artikel 108

De samenwerking tussen de partijen is gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van vervoer.

De samenwerking kan met name worden gericht op de herstructurering en modernisering van de Servische vervoerssystemen, de verbetering van het vrij verkeer van reizigers en goederen, de verbetering van de toegang tot de vervoersmarkt en -voorzieningen, met inbegrip van havens en luchthavens. Daarnaast kan steun worden verleend voor de ontwikkeling van multimodale infrastructuurvoorzieningen in verband met de voornaamste trans-Europese netwerken, met name ter versterking van regionale verbindingen in Zuidoost-Europa, overeenkomstig het memorandum van overeenstemming inzake het kernnetwerk voor regionaal vervoer. Gestreefd wordt naar exploitatienormen die vergelijkbaar zijn met die in de Gemeenschap en naar de ontwikkeling in Servië van een vervoerssysteem dat compatibel is met dat in de Gemeenschap en daarop aansluit, alsmede een betere bescherming van het milieu in de context van het vervoer.

Artikel 109

De samenwerking is voornamelijk gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op milieugebied. De samenwerking wordt gebaseerd op het regionale Verdrag tot oprichting van de energiegemeenschap en zal gericht zijn op de geleidelijke integratie van Servië in de Europese energiemarkten. De samenwerking omvat met name:

a. a. formulering en planning van energiebeleid, modernisering van infrastructuur, verbetering en diversificatie van de voorziening, verbetering van de toegang tot de energiemarkt, alsmede vergemakkelijking van doorvoer, transmissie en distributie, en herstel van koppelingen van regionaal belang met de energienetten van de buurlanden; b. b. de bevordering van energiebesparing en een efficiënt energiegebruik, duurzame energie en onderzoek naar de milieueffecten van energieproductie en -verbruik; c. c. formulering van randvoorwaarden voor de herstructurering van energiebedrijven en samenwerking tussen bedrijven in die sector.

Artikel 110

De partijen werken samen op het gebied van nucleaire veiligheid en splijtstofbewaking. De samenwerking kan de volgende onderwerpen omvatten:

a. a. verbetering van de wet- en regelgeving van de partijen inzake stralingsbescherming, nucleaire veiligheid, kernmateriaalboekhouding en de controle daarop, alsmede versterking van de toezichthoudende instanties en hun middelen; b. b. bevordering van het sluiten van overeenkomsten tussen de lidstaten of de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Servië over vroegtijdige kennisgeving en uitwisseling van informatie bij nucleaire ongevallen en over paraatheid bij rampen, en waar nodig nucleaire veiligheidskwesties in het algemeen; c. c. aansprakelijkheid van derden bij kernrampen.

Artikel 111

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking op milieugebied, vooral om de achteruitgang van het milieu een halt toe te roepen en te beginnen met het milieu te verbeteren met het oog op duurzame ontwikkeling.

De partijen werken met name samen met het oog op de versterking van de bestuurlijke structuren en procedures om strategische planning van milieuvraagstukken en coördinatie tussen de relevante actoren te waarborgen; de nadruk zal liggen op de aanpassing van de wetgeving van Servië aan die van de Gemeenschap. De samenwerking kan ook worden toegespitst op de ontwikkeling van strategieën om plaatselijke, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging aanzienlijk te verminderen, de totstandbrenging van een kader voor efficiënte, duurzame en schone energieproductie en -gebruik en de uitvoering van milieu-effectrapportage en strategische milieu-effectbeoordelingen. Bijzondere aandacht zal worden geschonken aan ratificatie en tenuitvoerlegging van het Kyoto-protocol.

Artikel 112

De partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van civiel wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling (OTO), met wederzijds voordeel als uitgangspunt en rekening houdend met de beschikbaarheid van hulpmiddelen en adequate toegang tot elkaars programmas, waarbij erop wordt toegezien dat intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten goed worden beschermd.

In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling.

Artikel 113

De partijen zetten zich in voor de versterking van de regionale en plaatselijke ontwikkelingssamenwerking, teneinde bij te dragen tot de economische ontwikkeling en de vermindering van regionale verschillen. Specifieke aandacht wordt geschonken aan grensoverschrijdende, internationale en interregionale samenwerking.

In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op het gebied van regionale ontwikkeling.

Artikel 114

De samenwerking is erop gericht dat de ontwikkeling van efficiënt en verantwoordelijk openbaar bestuur in Servië wordt gegarandeerd, zodat met name ondersteuning wordt verleend aan de invoering van de rechtsstaat, het juist functioneren van de staatsinstellingen ten behoeve van de Servische bevolking in het algemeen en de vlotte ontwikkeling van de verhoudingen tussen de EU en Servië.

De samenwerking is voornamelijk gericht op institutionele opbouw, waaronder de ontwikkeling en uitvoering van transparante en eerlijke wervings- en selectieprocedures, personeelsbeheer en loopbaanontwikkeling voor ambtenaren, permanente educatie en de bevordering van ethisch openbaar bestuur. De samenwerking zal betrekking hebben op alle overheidsniveaus, met inbegrip van lokaal bestuur.

Titel IX. FINANCIËLE SAMENWERKING

Artikel 115

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en in overeenstemming met de artikelen 5, 116 en 118 komt Servië in aanmerking voor financiële steun van de Gemeenschap in de vorm van subsidies en leningen, waaronder leningen van de Europese Investeringsbank. De steun van de Gemeenschap is afhankelijk van de vorderingen met betrekking tot de politieke criteria van Kopenhagen, en met name de verwezenlijking van de specifieke prioriteiten van het Europees Partnerschap. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de resultaten van het jaarlijks onderzoek van de landen van het stabilisatie- en associatieproces, met name wat betreft de toezeggingen van de begunstigde landen om democratische, economische en institutionele hervormingen door te voeren, en met andere conclusies van de Raad, met name ten aanzien van de naleving van aanpassingsprogrammas. De steun aan Servië wordt afgestemd op de geconstateerde behoeften, de overeengekomen prioriteiten, het vermogen tot opneming en terugbetaling en de maatregelen die worden getroffen om de economie te hervormen en te herstructureren.

Artikel 116

De financiële bijstand in de vorm van subsidies wordt verleend via operationele maatregelen die bij de relevante verordening van de Raad worden ingesteld, binnen een door de Gemeenschap na overleg met Servië vast te stellen meerjarig indicatief planningsdocument, met jaarlijkse evaluaties.

De financiële bijstand kan betrekking hebben op alle samenwerkingsterreinen, waarbij met name aandacht wordt besteed aan justitie, vrijheid en veiligheid, harmonisatie van wetgeving, duurzame ontwikkeling, armoedebestrijding en milieubescherming.

Artikel 117

In het geval van bijzondere noodzaak kan de Gemeenschap op verzoek van Servië, in overleg met de internationale financiële instellingen, onderzoeken of bij wijze van uitzondering macrofinanciële bijstand kan worden verleend, op bepaalde voorwaarden en met inachtneming van de beschikbaarheid van alle financiële middelen. Deze bijstand wordt dan vrijgegeven op bepaalde voorwaarden, die in het kader van een door Servië en het Internationaal Monetair Fonds overeen te komen programma worden vastgesteld.

Artikel 118

Met het oog op optimale benutting van de beschikbare middelen zien de partijen erop toe dat de bijdragen van de Gemeenschap worden verstrekt in nauwe coördinatie met andere financieringsbronnen, zoals lidstaten, andere landen en internationale financiële instellingen.

Daartoe wisselen de partijen regelmatig informatie uit over alle bronnen van bijstand.

Titel X. INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 119

Er wordt een Stabilisatie- en associatieraad opgericht, die toezicht houdt op de toepassing en de tenuitvoerlegging van de overeenkomst. De Stabilisatie- en associatieraad komt op passend niveau bijeen met regelmatige tussenpozen en wanneer de omstandigheden dat vereisen. Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel 120

1. De Stabilisatie- en associatieraad bestaat uit enerzijds leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Europese Commissie, en anderzijds leden van de regering van Servië.

2. De Stabilisatie- en associatieraad stelt zijn eigen reglement van orde vast.

3. De leden van de Stabilisatie- en associatieraad mogen zich laten vertegenwoordigen overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde vast te leggen voorwaarden.

4. De Stabilisatie- en associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Gemeenschap en een vertegenwoordiger van Servië, overeenkomstig de in het reglement van orde vast te leggen bepalingen.

5. De Europese Investeringsbank neemt, voor aangelegenheden die onder haar bevoegdheid vallen, als waarnemer deel aan de werkzaamheden van de Stabilisatie- en associatieraad.

Artikel 121

Om de doelstellingen van de overeenkomst te bereiken, heeft de Stabilisatie- en associatieraad de bevoegdheid besluiten te nemen binnen de toepassingssfeer van deze overeenkomst voor de in de overeenkomst vermelde gevallen. Deze besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Stabilisatie- en associatieraad mag ook passende aanbevelingen doen. De besluiten en aanbevelingen van de raad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.

Artikel 122

1. De Stabilisatie- en associatieraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Stabilisatie- en associatiecomité, bestaande uit enerzijds vertegenwoordigers van de Raad van de Europese Unie en vertegenwoordigers van de Europese Commissie, en anderzijds vertegenwoordigers van Servië.

2. In zijn reglement van orde bepaalt de Stabilisatie- en associatieraad de taken van het Stabilisatie- en associatiecomité, waaronder de voorbereiding van de vergaderingen van de Stabilisatie- en associatieraad, en stelt hij de werkwijze van dit comité vast.

3. De Stabilisatie- en associatieraad mag bevoegdheden aan het Stabilisatie- en associatiecomité delegeren. In dat geval neemt het Stabilisatie- en associatiecomité zijn besluiten volgens de voorwaarden van artikel 121.

Artikel 123

Het Stabilisatie- en associatiecomité kan subcomités oprichten. Voor het einde van het eerste jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst zet het Stabilisatie- en associatiecomité de nodige subcomités op voor de adequate uitvoering van de overeenkomst.

Er wordt een subcomité ingesteld voor aangelegenheden met betrekking tot migratie.

Artikel 124

De Stabilisatie- en associatieraad kan tot de oprichting besluiten van andere speciale comités of lichamen die hem bij de uitvoering van zijn taken kunnen bijstaan. In zijn reglement van orde legt de Stabilisatie- en associatieraad de samenstelling van deze comités of lichamen vast en bepaalt hij hun taken en werkwijze.

Artikel 125

Er wordt een parlementair Stabilisatie- en associatiecomité opgericht. Dit zal als forum dienen waar leden van het Servische parlement en het Europese Parlement elkaar kunnen ontmoeten en van gedachten kunnen wisselen. Dit comité komt met door hemzelf te bepalen tussenpozen bijeen.

Het parlementair Stabilisatie- en associatiecomité bestaat uit leden van het Europees Parlement en leden van het Servische parlement.

Het parlementair Stabilisatie- en associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.

Het parlementair Stabilisatie- en associatiecomité wordt beurtelings voorgezeten door een lid van het Europees Parlement en een lid van het Servische parlement, overeenkomstig de in het reglement van orde neer te leggen bepalingen.

Artikel 126

Binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst beijvert elk van beide partijen zich om ervoor te zorgen dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie ten opzichte van haar eigen onderdanen, toegang krijgen tot de ter zake bevoegde gerechtelijke instanties en administratieve lichamen van de partijen, ter verdediging van hun individuele rechten en hun eigendomsrechten.

Artikel 127

Niets in deze overeenkomst belet een partij maatregelen te nemen:

a. a. die zij nodig acht om onthulling te beletten van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist; b. b. die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of productie die absoluut vereist is voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn; c. c. die zij van vitaal belang acht voor haar eigen veiligheid, in geval van ernstige binnenlandse onlusten die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.

Artikel 128

1.

Op de door de overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen mogen:

a. a. de regelingen die Servië ten opzichte van de Gemeenschap toepast, geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van de lidstaten, hun onderdanen of hun vennootschappen; b. b. de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van Servië toepast, geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van Servische onderdanen of vennootschappen.

2. Lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van de partijen om de desbetreffende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtigen die niet in een identieke situatie verkeren ten aanzien van hun woonplaats.

Artikel 129

1. De partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens de overeenkomst te voldoen. Zij verzekeren dat de in de overeenkomst beschreven doelstellingen worden bereikt.

2. De partijen komen overeen op verzoek van elk van de partijen onmiddellijk overleg te plegen via passende kanalen om kwesties met betrekking tot de interpretatie of tenuitvoerlegging van deze overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de partijen te bespreken.

3.

De partijen leggen geschillen die verband houden met de toepassing of de interpretatie van deze overeenkomst voor aan de Stabilisatie- en associatieraad. In dat geval geldt artikel 130, en eventueel protocol 7.

De Stabilisatie- en associatieraad kan een dergelijk geschil door middel van een bindend besluit beslechten.

4.

Indien een van de partijen van mening is dat de andere partij een verplichting die uit de overeenkomst voortvloeit niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, behalve in bijzonder dringende gevallen, verstrekt zij de Stabilisatie- en associatieraad alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om een voor de partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

Bij de keuze van de maatregelen moet voorrang worden gegeven aan maatregelen die het functioneren van de overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Stabilisatie- en associatieraad gebracht en op verzoek van de andere partij besproken in de Stabilisatie- en associatieraad, het Stabilisatie- en associatiecomité of een ander op grond van de artikelen 123 of 124 opgericht orgaan.

5. De leden 2, 3 en 4 hebben geen invloed op en gelden onverminderd de artikelen 32, 40, 41, 42 en 46 en protocol 3 (Definitie van het begrip „producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking).

Artikel 130

1.

Wanneer tussen de partijen een meningsverschil ontstaat over de interpretatie of de tenuitvoerlegging van de overeenkomst, dient de ene partij bij de andere partij en bij de Stabilisatie- en associatieraad een formeel verzoek tot geschillenbeslechting in.

Wanneer een partij van mening is dat een maatregel van de andere partij of het niet-optreden van de andere partij een inbreuk vormt op haar verplichtingen in het kader van deze overeenkomst, moet in het formele verzoek tot geschillenbeslechting worden vermeld waarom de eerste partij deze mening is toegedaan en dat zij maatregelen kan nemen zoals bedoeld in artikel 129, lid 4.

2. De partijen streven ernaar geschillen op te lossen via overleg te goeder trouw binnen de Stabilisatie- en associatieraad en de andere in lid 3 beschreven organen, teneinde zo snel mogelijk tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen.

3.

De partijen verstrekken de Stabilisatie- en associatieraad alle relevante informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie.

Zolang het geschil niet is beslecht, wordt het tijdens elke vergadering van de Stabilisatie- en associatieraad besproken, tenzij de in protocol 7 beschreven arbitrageprocedure is ingeleid. Een geschil wordt geacht beslecht te zijn wanneer de Stabilisatie- en associatieraad een bindend besluit heeft genomen zoals bedoeld in artikel 129, lid 3, of wanneer hij heeft verklaard dat het geschil niet langer bestaat.

In overleg tussen de partijen of op verzoek van een van de partijen kan een geschil ook worden besproken tijdens een vergadering van het Stabilisatie- en associatiecomité of een ander relevant comité of orgaan dat is opgezet op grond van artikel 123 of 124. Overleg kan ook schriftelijk plaatsvinden.

Alle tijdens het overleg verstrekte informatie wordt vertrouwelijk behandeld.

4. Voor vraagstukken die onder protocol 7 vallen, kan een partij het geschil voor arbitrage voordragen overeenkomstig het protocol wanneer de partijen er niet in slagen binnen twee maanden na de inleiding van de in lid 1 bedoelde procedure voor geschillenbeslechting een oplossing te vinden.

Artikel 131

Zolang onder deze overeenkomst geen gelijkwaardige rechten zijn verworven voor personen en ondernemers, doet de overeenkomst geen afbreuk aan de rechten die hun worden verleend bij bestaande overeenkomsten tussen een of meer lidstaten, enerzijds, en Servië, anderzijds.

Artikel 132

De bijlagen I tot en met VII en de protocollen 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst.

De op 21 november 2004 ondertekende kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Servië en Montenegro inzake de algemene beginselen voor de deelname van Servië en Montenegro aan communautaire programmas en de bijlage daarbij vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst. De in artikel 8 van deze kaderovereenkomst bedoelde evaluatie wordt uitgevoerd binnen de Stabilisatie- en associatieraad, die bevoegd is om de kaderovereenkomst eventueel te wijzigen.

Artikel 133

Deze overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

Elk van beide partijen kan deze overeenkomst opzeggen door de andere partij van deze opzegging in kennis te stellen. De overeenkomst verstrijkt zes maanden na de datum van die kennisgeving.

Elk van beide partijen kan de overeenkomst met onmiddellijke ingang schorsen wanneer de andere partij een essentieel element van deze overeenkomst schendt.

Artikel 134

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden onder „partijen” verstaan de Gemeenschap, of haar lidstaten, of de Gemeenschap en haar lidstaten, in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds.

Artikel 135

Deze overeenkomst is enerzijds van toepassing op het grondgebied waarop de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing zijn, onder de in die Verdragen neergelegde voorwaarden, en anderzijds op het grondgebied van Servië.

De overeenkomst is niet van toepassing op Kosovo, dat momenteel onder internationaal bestuur staat overeenkomstig Resolutie nr. 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 10 juni 1999. Dit doet geen afbreuk aan de huidige status van Kosovo of de vaststelling van de definitieve status in het kader van de genoemde resolutie.

Artikel 136

De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van deze overeenkomst.

Artikel 137

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Bulgaarse, de Spaanse, de Tsjechische, de Deense, de Duitse, de Estse, de Griekse, de Engelse, de Franse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Hongaarse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Slowaakse, de Sloveense, de Finse, de Zweedse en de Servische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel 138

De overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de partijen elkaar ervan in kennis stellen dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.

Artikel 139

De partijen komen overeen dat, indien in afwachting van de voltooiing van de procedures die nodig zijn voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst, de bepalingen van sommige gedeelten van deze overeenkomst, met name die inzake het vrije verkeer van goederen, alsmede de relevante bepalingen inzake vervoer, door middel van een interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en Servië ten uitvoer worden gelegd, voor de toepassing van titel IV, van de artikelen 73, 74 en 75 van deze overeenkomst en van de protocollen 1, 2, 3, 5, 6 en 7 alsmede de relevante bepalingen van protocol 4, onder de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt verstaan de datum van inwerkingtreding van de interimovereenkomst, voor wat betreft de verplichtingen die in deze artikelen en protocollen zijn opgenomen.