rijk/verdrag/verdrag-inzake-luchtdiensten-tussen-het-koninkrijk-der-nederlanden-en-de-federat/BWBV0006834
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verdrag inzake luchtdiensten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Federatieve Republiek Brazilië BWBV0006834 verdrag geldend 2021-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBV0006834 Verdrag inzake luchtdiensten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Federatieve Republiek Brazilië

Verdrag inzake luchtdiensten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Federatieve Republiek Brazilië

Hoofdstuk I. INLEIDING

Artikel 1

1.

Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij anders is bepaald:

a. a. wordt onder „luchtvaartautoriteiten” verstaan, wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat; wat de Federatieve Republiek Brazilië betreft, de burgerluchtvaartautoriteit vertegenwoordigd door de Agência Nacional de Aviação Civil (ANAC); of, in beide gevallen, elke persoon of instantie die bevoegd is de functies te vervullen die thans door de genoemde autoriteiten worden vervuld; b. b. wordt onder „overeengekomen dienst” en „omschreven route” verstaan respectievelijk de internationale luchtdienst overeenkomstig dit Verdrag en de route omschreven in de Bijlage bij dit Verdrag; c. c. wordt onder „Verdrag” verstaan dit Verdrag en de Bijlage erbij, alsmede elke wijziging van het Verdrag of de Bijlage; d. d. hebben „luchtdienst”, „internationale luchtdienst”, „luchtvaartmaatschappij” en „landing anders dan voor verkeersdoeleinden” de betekenis die daaraan in artikel 96 van het Verdrag van Chicago respectievelijk wordt toegekend; e. e. wordt onder „verandering van luchtvaartuig” verstaan de exploitatie van een van de overeengekomen diensten door een aangewezen luchtvaartmaatschappij op zodanige wijze dat op een of meer delen van de omschreven route wordt gevlogen met verschillende luchtvaartuigen; f. f. wordt onder „het Verdrag van Chicago” verstaan het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, opengesteld voor ondertekening te Chicago op 7 december 1944, met inbegrip van alle overeenkomstig artikel 90 van het Verdrag van Chicago aangenomen Bijlagen en elke wijziging van de Bijlagen of van het Verdrag ingevolge de artikelen 90 en 94 daarvan, voor zover deze Bijlagen en wijzigingen in werking zijn getreden voor, of zijn bekrachtigd door beide verdragsluitende partijen; g. g. wordt onder „aangewezen luchtvaartmaatschappij” verstaan een luchtvaartmaatschappij die is aangewezen en gemachtigd overeenkomstig artikel 3 (Aanwijzing en verlening van vergunningen) van dit Verdrag; h. h. wordt onder „boordproviand” verstaan consumptiegoederen bestemd voor gebruik of verkoop aan boord van een luchtvaartuig tijdens de vlucht, met inbegrip van verstrekte etenswaren en dranken; i. i. wordt onder „tarief” verstaan elk bedrag of tarief of elke prijs of heffing dat of die door de luchtvaartmaatschappijen, rechtstreeks of via haar agenten, in rekening wordt gebracht of zal worden gebracht aan alle natuurlijke personen of rechtspersonen voor het vervoer door de lucht van passagiers (en hun bagage) en/of vracht (post uitgezonderd), daarbij inbegrepen:

        i.
        de voorwaarden betreffende het beschikbaar zijn en het van toepassing zijn van een tarief; en
      
      
        ii.
        de heffingen en voorwaarden voor alle bij dergelijk vervoer bijkomende diensten alsmede elke andere wijze van vervoer in verband daarmee die door de luchtvaartmaatschappijen worden aangeboden;

i. i. de voorwaarden betreffende het beschikbaar zijn en het van toepassing zijn van een tarief; en ii. ii. de heffingen en voorwaarden voor alle bij dergelijk vervoer bijkomende diensten alsmede elke andere wijze van vervoer in verband daarmee die door de luchtvaartmaatschappijen worden aangeboden; j. j. heeft „grondgebied” met betrekking tot een verdragsluitende partij de betekenis die eraan wordt toegekend in artikel 2 van het Verdrag van Chicago; k. k. wordt onder „gebruikersheffing” verstaan een heffing die door de bevoegde autoriteiten wordt opgelegd of mag worden opgelegd aan luchtvaartmaatschappijen voor de levering van passende luchthaven-, luchtnavigatie- en/of luchtvaartbeveiligingseigendommen, -voorzieningen en/of -diensten op de luchthaven of binnen het luchthavensysteem, met inbegrip van daarmee verband houdende diensten en voorzieningen voor luchtvaartuigen, hun bemanningen, passagiers en vracht; l. l. wordt onder „capaciteit” verstaan het aantal diensten dat uit hoofde van dit Verdrag wordt geleverd, gewoonlijk gemeten als het aantal vluchten (frequenties) of stoelen of tonnen vracht die op een markt worden aangeboden (stedenpaar of land naar land) of op een omschreven route gedurende een specifiek tijdvak, bijvoorbeeld dagelijks, wekelijks, in een bepaald seizoen of jaarlijks; m. m. wordt onder „lidstaat van de Europese Unie” verstaan een staat die nu of in de toekomst partij is of wordt bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; n. n.

        i.
        worden verwijzingen in dit Verdrag naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden uitgelegd als verwijzingen naar onderdanen van lidstaten van de Europese Unie;
      
      
        ii.
        worden verwijzingen in dit Verdrag naar luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk der Nederlanden uitgelegd als verwijzingen naar door het Koninkrijk der Nederlanden aangewezen luchtvaartmaatschappijen;
      
      
        iii.
        worden verwijzingen in dit Verdrag naar „verdragen van de Europese Unie” uitgelegd als verwijzingen naar het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

i. i. worden verwijzingen in dit Verdrag naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden uitgelegd als verwijzingen naar onderdanen van lidstaten van de Europese Unie; ii. ii. worden verwijzingen in dit Verdrag naar luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk der Nederlanden uitgelegd als verwijzingen naar door het Koninkrijk der Nederlanden aangewezen luchtvaartmaatschappijen; iii. iii. worden verwijzingen in dit Verdrag naar „verdragen van de Europese Unie” uitgelegd als verwijzingen naar het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; o. o. wordt onder „Nederland” verstaan:

        i.
        het Europese deel van Nederland, en
      
      
        ii.
        het Caribische deel van Nederland;

i. i. het Europese deel van Nederland, en ii. ii. het Caribische deel van Nederland; p. p. wordt onder „het Europese deel van Nederland” verstaan het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat geografisch in Europa is gelegen; q. q. wordt onder „het Caribische deel van Nederland” verstaan de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba; r. r. wordt onder „inwoners van het Caribische deel van Nederland” verstaan inwoners met de nationaliteit van het Koninkrijk der Nederlanden die afkomstig zijn uit het Caribische deel van Nederland; en s. s. wordt onder „luchthavenslot” (of „slot”) verstaan de toestemming die door een coördinator wordt gegeven om gebruik te maken van alle luchthaveninfrastructuur die nodig is om een geplande luchtdienst op een gecoördineerde luchthaven uit te voeren op een specifieke datum en tijd ten behoeve van landen of opstijgen.

2. De wetgeving die in het Europese deel van Nederland van toepassing is omvat de van toepassing zijnde wetgeving van de Europese Unie.

Hoofdstuk II. DOELSTELLINGEN

Artikel 2

1.

Elke verdragsluitende partij verleent de andere verdragsluitende partij, behoudens andersluidende bepalingen in de Bijlage bij dit Verdrag, de volgende rechten voor het verrichten van internationale luchtdiensten door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere verdragsluitende partij op de routes omschreven in de Bijlage bij dit Verdrag:

Onverminderd de bepalingen van dit Verdrag geniet(en) de door elke verdragsluitende partij aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) de volgende rechten:

a. a. het recht zonder te landen over het grondgebied van de andere verdragsluitende partij te vliegen; b. b. het recht op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij te landen anders dan voor verkeersdoeleinden; en c. c. terwijl zij een overeengekomen dienst op een omschreven route exploiteert, het recht te landen op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij ten behoeve van het opnemen en afzetten van het internationaal verkeer in de vorm van passagiers, bagage, vracht en post, afzonderlijk of gecombineerd.

2. Niets in het eerste lid van dit artikel wordt geacht de luchtvaartmaatschappij(en) van de ene verdragsluitende partij het recht te verlenen deel te nemen in luchtvervoer tussen punten op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij (cabotage).

3. De luchtvaartmaatschappijen van elke verdragsluitende partij, anders dan die aangewezen uit hoofde van artikel 3 (Aanwijzing en verlening van vergunningen) van dit Verdrag genieten eveneens de rechten die omschreven zijn in het eerste lid, onderdelen a en b, van dit artikel.

Artikel 3

1. Elke verdragsluitende partij heeft het recht langs diplomatieke weg bij een schriftelijke kennisgeving aan de andere verdragsluitende partij een luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor het exploiteren van de overeengekomen diensten op de omschreven routes en de aanwijzing van een luchtvaartmaatschappij in te trekken of een eerder aangewezen luchtvaartmaatschappij te vervangen door een andere luchtvaartmaatschappij of deze aanwijzing te wijzigen.

2.

Na ontvangst van een dergelijke aanwijzing en van een aanvraag van de aangewezen luchtvaartmaatschappij, in de vorm en op de wijze die is voorgeschreven voor exploitatievergunningen, verleent elke verdragsluitende partij met een zo gering mogelijke procedurele vertraging de aldus aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere verdragsluitende partij de desbetreffende exploitatievergunningen met inachtneming van de bepalingen van dit artikel, mits:

a. a. in het geval van een luchtvaartmaatschappij in het Europese deel van Nederland aangewezen door het Koninkrijk der Nederlanden:

        i.
        de luchtvaartmaatschappij op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden gevestigd is overeenkomstig de verdragen van de Europese Unie en beschikt over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming met het recht van de Europese Unie; en
      
      
        ii.
        de lidstaat van de Europese Unie die verantwoordelijk is voor de afgifte van het bewijs luchtvaartexploitant daadwerkelijk controleert of de luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft en de desbetreffende luchtvaartautoriteit duidelijk wordt vermeld in de aanwijzing; en
      
      
        iii.
        de luchtvaartmaatschappij rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom is van en daadwerkelijk onder toezicht staat van lidstaten van de Europese Unie of de Europese Vrijhandelsassociatie en/of van onderdanen van deze staten;

i. i. de luchtvaartmaatschappij op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden gevestigd is overeenkomstig de verdragen van de Europese Unie en beschikt over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming met het recht van de Europese Unie; en ii. ii. de lidstaat van de Europese Unie die verantwoordelijk is voor de afgifte van het bewijs luchtvaartexploitant daadwerkelijk controleert of de luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft en de desbetreffende luchtvaartautoriteit duidelijk wordt vermeld in de aanwijzing; en iii. iii. de luchtvaartmaatschappij rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom is van en daadwerkelijk onder toezicht staat van lidstaten van de Europese Unie of de Europese Vrijhandelsassociatie en/of van onderdanen van deze staten; b. b. in het geval van een luchtvaartmaatschappij aangewezen door de Federatieve Republiek Brazilië:

        i.
        de luchtvaartmaatschappij gevestigd is op het grondgebied van de Federatieve Republiek Brazilië en beschikt over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetgeving van de Federatieve Republiek Brazilië; en
      
      
        ii.
        de Federatieve Republiek Brazilië daadwerkelijk controleert of de luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft; en
      
      
        iii.
        de luchtvaartmaatschappij rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom is van en daadwerkelijk onder toezicht staat van de Federatieve Republiek Brazilië en/of haar onderdanen en/of van lidstaten van de Latijns-Amerikaanse Commissie voor de Burgerluchtvaart en/of van onderdanen van deze staten;

i. i. de luchtvaartmaatschappij gevestigd is op het grondgebied van de Federatieve Republiek Brazilië en beschikt over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetgeving van de Federatieve Republiek Brazilië; en ii. ii. de Federatieve Republiek Brazilië daadwerkelijk controleert of de luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft; en iii. iii. de luchtvaartmaatschappij rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom is van en daadwerkelijk onder toezicht staat van de Federatieve Republiek Brazilië en/of haar onderdanen en/of van lidstaten van de Latijns-Amerikaanse Commissie voor de Burgerluchtvaart en/of van onderdanen van deze staten; c. c. in het geval van een luchtvaartmaatschappij in het Caribische deel van Nederland aangewezen door het Koninkrijk der Nederlanden:

        i.
        de luchtvaartmaatschappij in het Caribische deel van Nederland gevestigd is en beschikt over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetgeving voor het Caribische deel van Nederland; en
      
      
        ii.
        Nederland daadwerkelijk controleert of de luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft; en
      
      
        iii.
        de luchtvaartmaatschappij rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom is van en daadwerkelijk onder toezicht staat van inwoners van het Caribische deel van Nederland met de Nederlandse nationaliteit;

i. i. de luchtvaartmaatschappij in het Caribische deel van Nederland gevestigd is en beschikt over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetgeving voor het Caribische deel van Nederland; en ii. ii. Nederland daadwerkelijk controleert of de luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft; en iii. iii. de luchtvaartmaatschappij rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom is van en daadwerkelijk onder toezicht staat van inwoners van het Caribische deel van Nederland met de Nederlandse nationaliteit; d. d. de regering die de luchtvaartmaatschappij aanwijst de in artikel 8 (Eerlijke concurrentie), artikel 13 (Veiligheid) en artikel 14 (Beveiliging van de luchtvaart) van dit Verdrag vervatte normen handhaaft en toepast; en e. e. de aangewezen luchtvaartmaatschappij in staat is te voldoen aan de in de wetten en voorschriften gestelde voorwaarden die de verdragsluitende partij die de aanvraag of aanvragen behandelt gewoonlijk toepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten.

3. Na ontvangst van de exploitatievergunning in overeenstemming met het tweede lid van dit artikel kan (kunnen) de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) op elk moment geheel of ten dele een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten, mits zij de bepalingen van dit Verdrag naleeft (naleven).

Artikel 4

1.

Elke verdragsluitende partij kan de exploitatievergunning of technische vergunningen van een door de andere verdragsluitende partij aangewezen luchtvaartmaatschappij tijdelijk of permanent weigeren, intrekken, schorsen of beperken, wanneer:

a. a. in het geval van een luchtvaartmaatschappij in het Europese deel van Nederland aangewezen door het Koninkrijk der Nederlanden:

        i.
        de luchtvaartmaatschappij niet gevestigd is op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden overeenkomstig de verdragen van de Europese Unie of niet beschikt over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming met het recht van de Europese Unie; of
      
      
        ii.
        de lidstaat van de Europese Unie die verantwoordelijk is voor de afgifte van het bewijs luchtvaartexploitant niet daadwerkelijk controleert of de aangewezen luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft of de desbetreffende luchtvaartautoriteit niet duidelijk wordt vermeld in de aanwijzing; of
      
      
        iii.
        de luchtvaartmaatschappij niet rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom is van of niet daadwerkelijk onder toezicht staat van lidstaten van de Europese Unie of de Europese Vrijhandelsassociatie en/of van onderdanen van deze staten;

i. i. de luchtvaartmaatschappij niet gevestigd is op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden overeenkomstig de verdragen van de Europese Unie of niet beschikt over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming met het recht van de Europese Unie; of ii. ii. de lidstaat van de Europese Unie die verantwoordelijk is voor de afgifte van het bewijs luchtvaartexploitant niet daadwerkelijk controleert of de aangewezen luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft of de desbetreffende luchtvaartautoriteit niet duidelijk wordt vermeld in de aanwijzing; of iii. iii. de luchtvaartmaatschappij niet rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom is van of niet daadwerkelijk onder toezicht staat van lidstaten van de Europese Unie of de Europese Vrijhandelsassociatie en/of van onderdanen van deze staten; b. b. in het geval van een luchtvaartmaatschappij aangewezen door de Federatieve Republiek Brazilië:

        i.
        de luchtvaartmaatschappij niet gevestigd is op het grondgebied van de Federatieve Republiek Brazilië of niet beschikt over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetgeving van de Federatieve Republiek Brazilië; of
      
      
        ii.
        de Federatieve Republiek Brazilië niet daadwerkelijk controleert of de luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft; of
      
      
        iii.
        de luchtvaartmaatschappij niet rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom is van en daadwerkelijk onder toezicht staat van de Federatieve Republiek Brazilië en/of haar onderdanen en/of van lidstaten van de Latijns-Amerikaanse Commissie voor de Burgerluchtvaart en/of onderdanen van deze staten;

i. i. de luchtvaartmaatschappij niet gevestigd is op het grondgebied van de Federatieve Republiek Brazilië of niet beschikt over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetgeving van de Federatieve Republiek Brazilië; of ii. ii. de Federatieve Republiek Brazilië niet daadwerkelijk controleert of de luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft; of iii. iii. de luchtvaartmaatschappij niet rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom is van en daadwerkelijk onder toezicht staat van de Federatieve Republiek Brazilië en/of haar onderdanen en/of van lidstaten van de Latijns-Amerikaanse Commissie voor de Burgerluchtvaart en/of onderdanen van deze staten; c. c. in het geval van een luchtvaartmaatschappij in het Caribische deel van Nederland aangewezen door het Koninkrijk der Nederlanden:

        i.
        de luchtvaartmaatschappij niet gevestigd is in het Caribische deel van Nederland en niet beschikt over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetgeving voor het Caribische deel van Nederland; of
      
      
        ii.
        Nederland niet daadwerkelijk controleert of de luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft; of
      
      
        iii.
        de luchtvaartmaatschappij niet rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom is van of niet daadwerkelijk onder toezicht staat van inwoners van het Caribische deel van Nederland met de Nederlandse nationaliteit;

i. i. de luchtvaartmaatschappij niet gevestigd is in het Caribische deel van Nederland en niet beschikt over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetgeving voor het Caribische deel van Nederland; of ii. ii. Nederland niet daadwerkelijk controleert of de luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft; of iii. iii. de luchtvaartmaatschappij niet rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom is van of niet daadwerkelijk onder toezicht staat van inwoners van het Caribische deel van Nederland met de Nederlandse nationaliteit; d. d. de andere verdragsluitende partij de in artikel 8 (Eerlijke concurrentie), artikel 13 (Veiligheid) en artikel 14 (Beveiliging van de luchtvaart) van dit Verdrag vervatte normen niet handhaaft en toepast; of e. e. een dergelijke luchtvaartmaatschappij nalaat ten genoegen van de luchtvaartautoriteiten van de verdragsluitende partij die de vergunning controleren aan te tonen dat zij voldoet aan de door die autoriteiten gewoonlijk en redelijkerwijze in overeenstemming met het Verdrag van Chicago ten aanzien van de exploitatie van internationale luchtdiensten toegepaste wetten en voorschriften.

2. Tenzij onmiddellijk ingrijpen van wezenlijk belang is ter voorkoming van verdere inbreuken op de voorwaarden als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, worden de bij dit artikel vastgestelde rechten slechts uitgeoefend na overleg met de andere verdragsluitende partij. Tenzij anders overeengekomen door de verdragsluitende partijen, vangt dergelijk overleg aan binnen een termijn van zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek.

3. Dit artikel doet geen afbreuk aan de rechten van de verdragsluitende partijen de exploitatievergunning van een of meerdere luchtvaartmaatschappijen van de andere verdragsluitende partij in overeenstemming met artikel 13 (Veiligheid) en artikel 14 (Beveiliging van de luchtvaart) van dit Verdrag te weigeren, in te trekken, te schorsen, te beperken of hieraan voorwaarden te verbinden.

Hoofdstuk III. COMMERCIËLE BEPALINGEN

Artikel 5

1. Elke verdragsluitende partij staat toe dat elke aangewezen luchtvaartmaatschappij op basis van commerciële marktoverwegingen tarieven voor luchtdiensten vaststelt. Geen van de verdragsluitende partijen verlangt van haar aangewezen luchtvaartmaatschappijen dat zij andere luchtvaartmaatschappijen raadplegen over de tarieven die zij in rekening brengen of voorstellen voor diensten waarop dit Verdrag van toepassing is.

2. Elk van de verdragsluitende partijen kan verlangen dat haar eigen aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) of de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere verdragsluitende partij ter informatie kennisgeeft (kennisgeven) van de in rekening te brengen tarieven.

3. Geen van de verdragsluitende partijen neemt eenzijdige maatregelen ter voorkoming van de invoering of handhaving van een tarief dat wordt berekend of voorgesteld door een luchtvaartmaatschappij van de andere verdragsluitende partij.

4. Indien een van de verdragsluitende partijen van mening is dat een tarief strijdig is met het bepaalde in dit artikel, kan zij verzoeken om overleg teneinde de andere verdragsluitende partij in kennis te stellen van de redenen van haar ongenoegen. Dit overleg vindt plaats uiterlijk veertien (14) dagen na de ontvangst van het verzoek. Bij gebreke van een dergelijke wederzijdse overeenstemming wordt of blijft het tarief van kracht.

5. Onverminderd de bepalingen van dit artikel is op de tarieven die door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de Federatieve Republiek Brazilië voor vervoer dat geheel binnen de Europese Unie plaatsvindt in rekening dienen te worden gebracht het recht van de Europese Unie van toepassing.

Artikel 6

1.

De aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van elke verdragsluitende partij heeft (hebben) het recht:

a. a. op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij kantoren te vestigen ten behoeve van de bevordering, verkoop en marketing van internationale luchtdiensten en bijkomende of aanvullende diensten (met inbegrip van het recht tot verkoop en verstrekking van eigen vliegbiljetten en/of vrachtbrieven voor internationale luchtdiensten en/of intermodaal vervoer, en vliegbiljetten en/of vrachtbrieven van elke andere luchtvaartmaatschappij) alsmede andere voorzieningen die nodig zijn voor het verzorgen van luchtvervoer, zowel online of offline; b. b. zich op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij rechtstreeks en, naar goeddunken van die luchtvaartmaatschappij(en), via haar (hun) agenten en/of andere luchtvaartmaatschappijen, bezig te houden met de verkoop van luchtdiensten en bijkomende of aanvullende diensten; c. c. dit luchtvervoer en deze bijkomende of aanvullende diensten te verkopen in de valuta van dat grondgebied of, met inachtneming van haar nationale wet- en regelgeving, in vrij omwisselbare valuta van andere landen en het staat elke persoon vrij dit vervoer of deze diensten te kopen in elke valuta.

2. Het is een (de) aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van elke verdragsluitende partij toegestaan haar (hun) in verband met het verzorgen van luchtdiensten en/of intermodaal vervoer en bijkomende of aanvullende diensten benodigde leidinggevend, commercieel, operationeel en technisch personeel te zenden naar en te doen verblijven op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij, in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de andere verdragsluitende partij inzake binnenkomst, verblijf en tewerkstelling.

3. In deze personeelsbehoefte kan naar keuze van de aangewezen luchtvaartmaatschappij worden voorzien door haar eigen personeel of door gebruikmaking van de diensten van een andere organisatie, onderneming of luchtvaartmaatschappij die werkzaam is op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij en die gemachtigd is dergelijke diensten te verlenen op het grondgebied van die verdragsluitende partij.

4.

De geldende wet- en regelgeving van de andere verdragsluitende partij is op de vertegenwoordigers en het personeel van toepassing en in overeenstemming met deze wet- en regelgeving:

a. a. verleent elke verdragsluitende partij, op basis van wederkerigheid en met een zo gering mogelijke vertraging, de noodzakelijke werkvergunningen, bezoekersvisa of overige soortgelijke documenten aan de in het derde lid van dit artikel bedoelde vertegenwoordigers en personeelsleden; en b. b. vergemakkelijken en bespoedigen beide verdragsluitende partijen de vereiste werkvergunningen voor personeel dat bepaalde tijdelijke taken verricht die niet langer dan negentig (90) dagen voortduren.

5. Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij heeft het recht op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij zelf haar gronddiensten (“self-handling”) te verrichten, of, naar haar keuze, voor al deze gronddiensten of een deel daarvan een concurrerende aanbieder te kiezen. Dit recht mag slechts worden beperkt door specifieke beperkingen qua beschikbare ruimte of capaciteit. Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij wordt bij de toegang tot self-handling of gronddiensten verricht door een aanbieder of aanbieders behandeld op basis van non-discriminatie. Gronddiensten worden verricht in overeenstemming met de wet- en regelgeving van elke verdragsluitende partij en in het geval van Nederland, met inbegrip van het recht van de Europese Unie.

6.

Bij de exploitatie of het onderhouden van de luchtdiensten op de omschreven routes kan elke aangewezen luchtvaartmaatschappij van een verdragsluitende partij onder de volgende voorwaarden commerciële en/of samenwerkingsregelingen op het gebied van de verkoop aangaan:

a. a. de commerciële en/of samenwerkingsregelingen op het gebied van de verkoop kunnen bestaan uit, maar zijn niet beperkt tot, vast af te nemen plaatsen, code-sharing- en leaseregelingen, met:

        i.
        de luchtvaartmaatschappij(en) van dezelfde verdragsluitende partij;
      
      
        ii.
        de luchtvaartmaatschappij(en) van de andere verdragsluitende partij, met inbegrip van binnenlandse code-sharing;
      
      
        iii.
        de luchtvaartmaatschappij(en) van een derde land; of
      
      
        iv.
        een aanbieder van vrachtvervoer over land en/of water van elk land,

i. i. de luchtvaartmaatschappij(en) van dezelfde verdragsluitende partij; ii. ii. de luchtvaartmaatschappij(en) van de andere verdragsluitende partij, met inbegrip van binnenlandse code-sharing; iii. iii. de luchtvaartmaatschappij(en) van een derde land; of iv. iv. een aanbieder van vrachtvervoer over land en/of water van elk land, b. b. de uitvoerende luchtvaartmaatschappij(en) betrokken bij de samenwerkingsregelingen op het gebied van de verkoop bezit (bezitten) de desbetreffende verkeersrechten met inbegrip van de rechten op routes en capaciteit en voldoet (voldoen) aan de vereisten die gewoonlijk van toepassing zijn op dergelijke regelingen; c. c. alle verkopende luchtvaartmaatschappijen betrokken bij de samenwerkingsregelingen bezitten de desbetreffende rechten op routes en voldoen aan de vereisten die gewoonlijk op dergelijke regelingen van toepassing zijn; d. d. de totale capaciteit luchtdiensten die geëxploiteerd worden in het kader van deze regelingen wordt uitsluitend verrekend met het recht op capaciteit van de verdragsluitende partij die de exploiterende luchtvaartmaatschappij(en) heeft aangewezen. De door de verkopende luchtvaartmaatschappij(en) aangeboden capaciteit bij deze diensten wordt niet verrekend met het recht op capaciteit van de verdragsluitende partij die die luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen; e. e. bij het aanbieden van luchtdiensten voor de verkoop uit hoofde van dergelijke regelingen stelt de desbetreffende luchtvaartmaatschappij of haar agent de koper op het tijdstip van de verkoop op de hoogte van de luchtvaartmaatschappij die de uitvoerende luchtvaartmaatschappij is op elke sector van de dienst en met welke luchtvaartmaatschappij(en) de koper een contractuele verbintenis aangaat; f. f. alle luchtvaartmaatschappijen die aan dergelijke regelingen deelnemen dienen te voldoen aan de vereisten die gewoonlijk op dergelijke regelingen van toepassing zijn, zoals beveiliging en het informeren van passagiers inzake aansprakelijkheid.

Deze bepalingen zijn van toepassing op passagiers-, combinatie- en vrachtdiensten.

Code-sharingregelingen en andere commerciële regelingen kunnen alvorens te worden ingevoerd door de desbetreffende autoriteiten worden goedgekeurd.

7. Niettegenstaande andere bepalingen van dit Verdrag, is het aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) en indirecte aanbieders van luchtdiensten van beide verdragsluitende partijen onverminderd toegestaan ten behoeve van internationale luchtdiensten gebruik te maken van vervoer over land en/of water voor passagiers, bagage, vracht en post naar of vanuit punten op het grondgebied van beide verdragsluitende partijen of in derde landen, met inbegrip van vervoer naar en vanaf alle luchthavens met douanevoorzieningen en waar van toepassing met inbegrip van het recht vracht en post onder douanetoezicht met inachtneming van de toepasselijke wetten en voorschriften te vervoeren. Deze passagiers, bagage, vracht en post, ongeacht of deze over land en/of water of door de lucht worden vervoerd, worden toegelaten tot de douaneafhandeling en douanevoorzieningen op de luchthaven. Aangewezen luchtvaartmaatschappijen kunnen ervoor kiezen zelf hun vervoer over land en/of water te verrichten of door middel van regelingen met andere vervoerders over land en/of water, met inbegrip van vervoer over land en/of water geëxploiteerd door andere luchtvaartmaatschappijen en indirecte aanbieders van luchtvrachtvervoer. Deze intermodale diensten kunnen worden aangeboden tegen een allesomvattende prijs voor het vervoer door de lucht en over land en/of water tezamen, mits de passagiers en vervoerders niet worden misleid ten aanzien van de feiten aangaande dergelijk vervoer.

8. De in dit artikel genoemde activiteiten worden verricht in overeenstemming met de wetten en voorschriften van de andere verdragsluitende partij. Wat betreft het Europese deel van Nederland is het van toepassing zijnde recht van de Europese Unie daarbij inbegrepen.

Artikel 7

1. Op elk deel of alle delen van de omschreven routes kan een aangewezen luchtvaartmaatschappij internationale luchtdiensten verzorgen, met inbegrip van code-sharing regelingen met andere luchtvaartmaatschappijen, zonder beperkingen ten aanzien van verandering van het type of aantal ingezette luchtvaartuigen op elk punt of alle punten van de omschreven route, met dien verstande dat bij uitgaande vluchten het vervoer voorbij dat punt een voortzetting is van het vervoer vanuit het grondgebied van de verdragsluitende partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen, en bij binnenkomende vluchten het vervoer naar het grondgebied van de verdragsluitende partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen een voortzetting is van het vervoer voorbij dat punt.

2. Bij verandering van luchtvaartuig kan een aangewezen luchtvaartmaatschappij gebruikmaken van haar eigen uitrusting en, met inachtneming van de nationale voorschriften, van geleasete uitrusting, en kan zij de exploitatie verrichten overeenkomstig commerciële regelingen en/of samenwerkingsregelingen op het gebied van de verkoop met andere luchtvaartmaatschappijen.

3. Een aangewezen luchtvaartmaatschappij kan verschillende of dezelfde vluchtnummers gebruiken voor de sectoren waarop haar verandering van luchtvaartuig betrekking heeft.

Artikel 8

1. De verdragsluitende partijen erkennen dat zij gezamenlijk streven naar een eerlijke en concurrerende omgeving en eerlijke en gelijke kansen voor de luchtvaartmaatschappijen van beide verdragsluitende partijen om te kunnen concurreren bij het verzorgen van de overeengekomen diensten op de omschreven routes. De verdragsluitende partijen treffen derhalve alle passende maatregelen om te waarborgen dat deze doelstelling volledig wordt verwezenlijkt.

2. De verdragsluitende partijen verklaren dat vrije, eerlijke en onvervalste mededinging van belang is voor het bevorderen van de doelstellingen van dit Verdrag en merken op dat het bestaan van een veelomvattende mededingingswetgeving en van een onafhankelijke mededingingsautoriteit alsmede van de correcte en doeltreffende handhaving van hun onderscheiden mededingingswetgeving belangrijk zijn voor de doelmatige levering van internationale luchtdiensten. De mededingingswetten van elke verdragsluitende partij die betrekking hebben op de kwesties die onder dit artikel vallen, zoals van tijd tot tijd gewijzigd, zijn van toepassing op de exploitatie door de luchtvaartmaatschappijen die onder de rechtsmacht van de desbetreffende verdragsluitende partijen vallen. De verdragsluitende partijen delen de doelstellingen van verenigbaarheid en convergentie van de mededingingswetgeving en van de effectieve toepassing daarvan. Zij zullen, naargelang van toepassing en waar relevant, samenwerken aan de doeltreffende toepassing van de mededingingswetgeving, onder andere door toe te staan, in overeenstemming met hun onderscheiden regels en jurisprudentie, dat hun onderscheiden luchtvaartmaatschappijen of andere onderdanen, informatie openbaar maken die betrekking heeft op maatregelen uit hoofde van de mededingingswetgeving uitgevoerd door hun mededingingsautoriteiten.

3. Het gezag en de bevoegdheden van de betreffende mededingingsautoriteiten en rechters van elke verdragsluitende partij en, in het geval van het Europese deel van Nederland, de Europese Commissie, worden door geen enkele bepaling van dit Verdrag op enigerlei wijze beïnvloed, beperkt of in het geding gebracht, en alle zaken die betrekking hebben op de handhaving van de mededingingswetgeving blijven onder de exclusieve bevoegdheid van deze autoriteiten en rechters vallen. Elke maatregel die een verdragsluitende partij ingevolge dit artikel neemt laat mogelijke maatregelen door deze autoriteiten en rechters derhalve onverlet.

4. Elke maatregel die ingevolge dit artikel wordt genomen valt onder de exclusieve verantwoordelijkheid van de verdragsluitende partijen en is uitsluitend gericht tegen de andere verdragsluitende partij en/of de luchtvaartmaatschappij(en) die luchtdiensten verzorgt (verzorgen) naar of van de grondgebieden van de verdragsluitende partijen. Op deze maatregelen is de procedure voor de regeling van geschillen in artikel 17 (Regeling van geschillen) van dit Verdrag van toepassing.

5. Elke verdragsluitende partij dient alle vormen van discriminatie of oneerlijke concurrentiepraktijken die nadelige gevolgen zouden hebben voor de wijze waarop de luchtvaartmaatschappijen van de andere verdragsluitende partij in de gelegenheid worden gesteld eerlijk en op voet van gelijkheid te concurreren bij het verzorgen van het internationale luchtdiensten, uit te bannen

6. Geen van de verdragsluitende partijen verstrekt overheidssubsidie of overheidssteun aan hun onderscheiden luchtvaartmaatschappijen, of staat deze toe, indien deze op ongerechtvaardigde wijze belangrijke nadelige gevolgen zou hebben voor de wijze waarop de luchtvaartmaatschappijen van de andere verdragsluitende partij in de gelegenheid worden gesteld eerlijk en op voet van gelijkheid te concurreren bij het verzorgen van het internationale luchtdiensten. Dergelijke overheidssubsidie of overheidssteun kan bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend het volgende omvatten: kruissubsidiëring, compensatie voor bedrijfsverliezen, het verschaffen van kapitaal, toelagen, waarborgen, leningen of verzekeringen tegen gunstige voorwaarden, bescherming tegen faillissement, het achterwege laten van de inning van vorderingen, het afzien van een normaal rendement op de aangewende openbare middelen, fiscale tegemoetkoming of belastingvrijstelling; vergoeding van door overheden opgelegde financiële lasten; en toegang op discriminatoire of niet-commerciële basis tot luchtnavigatie- of luchthavenvoorzieningen en -diensten, brandstof, gronddiensten, beveiliging, computerreserveringssystemen, slottoewijzing of overige daarmee samenhangende voorzieningen en diensten die nodig zijn voor de exploitatie van internationale luchtdiensten.

7. Wanneer een verdragsluitende partij overheidssubsidie of overheidssteun verleent aan een luchtvaartmaatschappij in de zin van het zesde lid van dit artikel, waarborgt zij de transparantie van een dergelijke maatregel met elk passend middel, waaronder door eventueel te verlangen dat de luchtvaartmaatschappij de subsidie of steun duidelijk en afzonderlijk in haar boekhouding vermeldt.

8. Elke verdragsluitende partij verstrekt, op verzoek van de andere verdragsluitende partij, de andere verdragsluitende partij, binnen een redelijk tijdsbestek, financiële rapporten over de entiteiten die onder de rechtsmacht van de eerste verdragsluitende partij vallen, en elke andere informatie die redelijkerwijs gevraagd kan worden door de andere verdragsluitende partij om te waarborgen dat aan de bepalingen van dit artikel wordt voldaan. Hieronder kan gedetailleerde informatie over de subsidies of steun in de zin van het zesde lid van dit artikel begrepen zijn.

9.

Onverminderd enige maatregel die genomen wordt door de betreffende mededingingsautoriteit en/of rechter ter handhaving van de in het vijfde en zesde lid van dit artikel bedoelde regels, bevestigen de verdragsluitende partijen dat:

a. a. indien een van de verdragsluitende partijen oordeelt dat een luchtvaartmaatschappij onderworpen wordt aan discriminatoire of oneerlijke praktijken in de zin van het vijfde of het zesde lid van dit artikel en dit kan worden onderbouwd, de verdragsluitende partij schriftelijke opmerkingen bij de andere verdragsluitende partij kan indienen. Na de andere verdragsluitende partij in kennis te hebben gesteld, kan een verdragsluitende partij ook verantwoordelijke overheidsentiteiten op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij benaderen, met inbegrip van entiteiten op centraal, regionaal, provinciaal of lokaal niveau om kwesties te bespreken die verband houden met de bepalingen van dit artikel. Een verdragsluitende partij kan bovendien verzoeken om overleg met de andere verdragsluitende partij over deze kwestie teneinde het probleem op te lossen. Dergelijk overleg vangt aan binnen een termijn van dertig (30) dagen na de ontvangst van het verzoek. In de tussentijd wisselen de verdragsluitende partijen voldoende informatie uit die een volledig onderzoek van de door een van de verdragsluitende partijen geuite zorg mogelijk te maken. b. b. indien de verdragsluitende partijen er niet in slagen de kwestie door middel van overleg op te lossen binnen dertig (30) na aanvang van het overleg of het overleg niet aanvangt binnen een termijn van dertig (30) dagen na ontvangst van het verzoek inzake een mogelijke schending van het vijfde of zesde lid van dit artikel, de verdragsluitende partij die om overleg heeft verzocht het recht heeft de uitoefening van de in dit Verdrag omschreven rechten door de luchtvaartmaatschappij(en) van de andere verdragsluitende partij te schorsen door het weigeren, intrekken, schorsen of beperken van de exploitatievergunningen of een andere vergunning/vergunningen, of door de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te stellen aan de uitoefening van dergelijke rechten, of door voorwaarden op te leggen of andere maatregelen te nemen. Maatregelen die worden genomen ingevolge de bepalingen van dit lid zijn passend, proportioneel en qua reikwijdte en duur beperkt tot hetgeen strikt genomen noodzakelijk is.

10.

Elke verdragsluitende partij past op effectieve wijze antitrustwetten toe in overeenstemming met het tweede lid van dit artikel en verbiedt (een) luchtvaartmaatschappij(en):

a. a. samen met (een) andere luchtvaartmaatschappij(en) overeenkomsten aan te gaan, beslissingen te nemen of feitelijke gedragingen op elkaar af te stemmen die van invloed kunnen zijn op luchtdiensten naar of van die verdragsluitende partij en die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst. Dit verbod kan niet van toepassing worden verklaard indien dergelijke overeenkomsten, beslissingen of feitelijke gedragingen bijdragen aan de verbetering van de productie of distributie van diensten of aan verbetering van de technische of economische vooruitgang mits een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen de gebruikers ten goede komt, en zonder a. aan de betrokken luchtvaartmaatschappijen beperkingen op te leggen die voor het bereiken van deze doelen niet onmisbaar zijn; b. de luchtvaartmaatschappijen de mogelijkheid te geven, voor een wezenlijk deel van de betrokken diensten de mededinging uit te schakelen; of b. b. een dominante positie te misbruiken die de luchtdiensten van en naar het grondgebied van die verdragsluitende partij kunnen beïnvloeden.

11. Elke verdragsluitende partij draagt de handhaving van de in het tiende lid van dit artikel bedoelde antitrustregels uitsluitend op aan haar betreffende en onafhankelijke mededingingsautoriteit en/of de rechter.

12. Onverminderd enige maatregelen genomen door de betreffende mededingingsautoriteit en/of de rechter met het oog op de handhaving van de in het tiende lid van dit artikel bedoelde regels, bevestigen de verdragsluitende partijen dat indien een verdragsluitende partij oordeelt dat een luchtvaartmaatschappij wordt benadeeld door een vermeende schending van het tiende lid van dit artikel en dat hiervoor onderbouwing is, de verdragsluitende partij schriftelijk commentaar kan indienen bij de andere verdragsluitende partij. Na de andere verdragsluitende partij in kennis te hebben gesteld, kan een verdragsluitende partij ook verantwoordelijke overheidsentiteiten op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij benaderen, met inbegrip van entiteiten op centraal, regionaal, provinciaal of lokaal niveau om kwesties te bespreken die verband houden met dit artikel. Een verdragsluitende partij kan bovendien verzoeken om overleg met de andere verdragsluitende partij over deze kwestie teneinde het probleem op te lossen. Dergelijk overleg vangt aan binnen een termijn van dertig (30) dagen na de ontvangst van het verzoek. In de tussentijd wisselen de verdragsluitende partijen voldoende informatie uit die een volledig onderzoek van de door een van de verdragsluitende partijen geuite zorg mogelijk te maken.

13. Indien de verdragsluitende partijen er niet in slagen de kwestie door middel van overleg op te lossen binnen dertig (30) na aanvang van het overleg of het overleg niet aanvangt binnen een termijn van dertig (30) dagen na ontvangst van het verzoek inzake een mogelijke schending van het tiende lid van dit artikel, en mits de relevante bevoegde mededingingsautoriteit of rechter een schending van de antitrustregels heeft vastgesteld, heeft de verdragsluitende partij die om overleg heeft verzocht het recht de uitoefening van de in dit Verdrag omschreven rechten door de luchtvaartmaatschappij(en) van de andere verdragsluitende partij te schorsen door het weigeren, intrekken, schorsen of beperken van de exploitatievergunningen of (een) andere vergunning/vergunningen, of door de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te stellen aan de uitoefening van dergelijke rechten, of door heffingen op te leggen of andere maatregelen te nemen. Maatregelen die worden genomen ingevolge de bepalingen van dit lid zijn passend, proportioneel en qua reikwijdte en duur beperkt tot hetgeen strikt genomen noodzakelijk is.

Hoofdstuk IV. FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 9

1. Gebruikersheffingen die aan de luchtvaartmaatschappij(en) van een verdragsluitende partij kunnen worden opgelegd door en/of onder toezicht van de bevoegde inningsautoriteiten of -lichamen van de andere verdragsluitende partij dienen juist, rechtvaardig en niet onredelijk discriminatoir te zijn en in redelijkheid en billijkheid te worden opgelegd aan de categorieën gebruikers. In alle gevallen worden deze gebruikersheffingen opgelegd aan de luchtvaartmaatschappijen van de andere verdragsluitende partij onder voorwaarden die niet minder gunstig zijn dan de gunstigste voorwaarden die op het tijdstip waarop de heffingen worden opgelegd gelden voor elke andere luchtvaartmaatschappij, rekening houdend met de van kracht zijnde nationale voorschriften.

2. Gebruikersheffingen die worden opgelegd aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere verdragsluitende partij mogen overeenkomen met, maar niet hoger zijn dan, de volledige kosten voor de bevoegde inningsautoriteiten of -lichamen van het verstrekken van passende luchthaven-, milieu-, luchtvaartnavigatie-, en luchtvaartbeveiligingsvoorzieningen en -diensten op de luchthaven of binnen het luchthavensysteem. Deze volledige kosten kunnen een redelijk rendement op vermogensbestanddelen na afschrijving omvatten. De voorzieningen en diensten waarvoor heffingen worden opgelegd, worden efficiënt en economisch verstrekt, rekening houdend met de van kracht zijnde nationale voorschriften.

3. Elke verdragsluitende partij moedigt overleg aan tussen de bevoegde inningsautoriteiten of -lichamen op haar grondgebied en de luchtvaartmaatschappij(en) die gebruik maakt of gebruik maken van de diensten en voorzieningen, en moedigt de bevoegde inningsautoriteiten of -lichamen en de luchtvaartmaatschappij(en) aan de informatie uit te wisselen die nodig kan zijn voor accurate toetsing van de redelijkheid van de heffingen in overeenstemming met de grondbeginselen van het eerste en tweede lid van dit artikel. Elke verdragsluitende partij moedigt de bevoegde inningsautoriteiten aan de gebruikers binnen een redelijke termijn in kennis te stellen van voorstellen tot wijziging van gebruikersheffingen zodat de gebruikers in staat zijn hun mening kenbaar te maken voordat de wijzigingen plaatsvinden.

4. Geen van de verdragsluitende partijen wordt geacht inbreuk te maken op een bepaling van dit artikel, tenzij: (i) zij nalaat een heffing of praktijk die voorwerp is van een klacht van de andere verdragsluitende partij binnen een redelijke termijn te toetsen; of (ii) na een dergelijke toetsing nalaat alle maatregelen te treffen die in haar vermogen liggen om heffingen of praktijken die onverenigbaar zijn met dit artikel ongedaan te maken.

Artikel 10

1. De aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van elke verdragsluitende partij heeft/hebben het recht het na aftrek van plaatselijke uitgaven overblijvende bedrag van de op het grondgebied van verkoop verkregen inkomsten uit de verkoop van luchtvervoer en daarmee samenhangende activiteiten die rechtstreeks verband houden met luchtvervoer over te maken van het grondgebied van verkoop naar hun eigen grondgebied. In deze netto-overmaking zijn begrepen de baten uit verkopen, rechtstreeks of via agenten, van luchtdiensten en bijkomende of aanvullende diensten, alsmede de gebruikelijke handelsrente die over deze inkomsten wordt ontvangen terwijl deze in afwachting van de overmaking in deposito zijn gegeven.

2. Indien de nationale wetgeving toestemming vereist, verkrijgt/verkrijgen de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van elke verdragsluitende partij binnen ten hoogste dertig (30) dagen na de aanvraag toestemming voor de overmaking, in elke valuta, tegen de officiële koers voor het inwisselen van de plaatselijke valuta.

3. De aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van elke verdragsluitende partij heeft/hebben het recht de feitelijke overmaking te verrichten zodra de toestemming is verkregen.

Hoofdstuk V. BEPALINGEN BETREFFENDE REGELGEVING

Artikel 11

1. De wetten, voorschriften en procedures van de ene verdragsluitende partij met betrekking tot de binnenkomst op, het verblijf op of het vertrek uit haar grondgebied van voor internationale luchtdiensten ingezette luchtvaartuigen, of met betrekking tot de exploitatie van en het vliegen met deze luchtvaartuigen terwijl deze op haar grondgebied verblijven, worden door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere verdragsluitende partij nageleefd zodra een luchtvaartuig het genoemde grondgebied binnenkomt, er verblijft en totdat een luchtvaartuig het genoemde grondgebied heeft verlaten.

2. De wetten, voorschriften en procedures van de ene verdragsluitende partij met betrekking tot immigratie, paspoorten of andere erkende reisdocumenten, binnenkomst, vrijgave, douane en quarantaine, worden nageleefd door of namens bemanningen of passagiers en/of vracht en post vervoerd door luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere verdragsluitende zodra deze het grondgebied van de genoemde verdragsluitende partij binnenkomen, er verblijven en totdat deze het grondgebied van de genoemde verdragsluitende partij hebben verlaten.

3. Passagiers, bagage, vracht en post in doorgaand verkeer via het grondgebied van een van de verdragsluitende partijen die de daarvoor gereserveerde zone van de luchthaven niet verlaten, worden, behalve in het kader van de veiligheidsmaatregelen tegen geweld en luchtpiraterij, slechts aan een vereenvoudigde controle onderworpen.

4. Geen van de verdragsluitende partijen begunstigt een andere luchtvaartmaatschappij die soortgelijke internationale luchtdiensten verricht ten opzichte van de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere verdragsluitende partij bij de toepassing van haar voorschriften inzake douane, immigratie, quarantaine en soortgelijke voorschriften of bij het gebruik van luchthavens, luchtwegen en luchtverkeersdiensten en aanverwante voorzieningen waarover zij zeggenschap heeft.

5. Elke verdragsluitende partij verschaft de andere verdragsluitende partij op verzoek afschriften van de in dit Verdrag bedoelde relevante wetten, voorschriften en procedures.

Artikel 12

1. Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die zijn afgegeven of geldig verklaard in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de ene verdragsluitende partij, met inbegrip van, in het geval van het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden, de wet- en regelgeving van de Europese Unie en die nog niet zijn verlopen, worden door de andere verdragsluitende partij als geldig erkend voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes, mits de vereisten voor de afgifte of geldigverklaring van deze bewijzen of vergunningen altijd ten minste gelijkwaardig zijn aan of zwaarder zijn dan de in overeenstemming met het Verdrag van Chicago van vastgestelde minimumeisen.

2. Elke verdragsluitende partij behoudt zich evenwel het recht voor de erkenning van bewijzen van bevoegdheid en vergunningen door de andere verdragsluitende partij verleend aan of geldig verklaard voor haar eigen onderdanen te weigeren voor vluchten boven of landingen op haar grondgebied.

Artikel 13

1. Elke verdragsluitende partij kan te allen tijde verzoeken om overleg inzake door de andere verdragsluitende partij aanvaarde veiligheidsnormen op elk gebied met betrekking tot bemanning, luchtvaartuigen of hun exploitatie. Dergelijk overleg vindt plaats binnen dertig (30) dagen na dat verzoek.

2. Indien het Koninkrijk der Nederlanden een luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en een andere lidstaat van de Europese Unie controleert of deze de regelgeving naleeft, zijn de rechten van de andere verdragsluitende partij uit hoofde van artikel 3 (Aanwijzing en verlening van vergunningen) van dit Verdrag op dezelfde wijze van toepassing op de aanneming, uitoefening of handhaving van veiligheidsnormen door die andere lidstaat van de Europese Unie en op de exploitatievergunning van die luchtvaartmaatschappij.

3. Indien een verdragsluitende partij na dergelijk overleg, zoals bedoeld in het eerste lid, oordeelt dat de andere verdragsluitende partij op een willekeurig gebied niet op doeltreffende wijze veiligheidsnormen en -eisen handhaaft en toepast die ten minste gelijk zijn aan de minimumnormen die op dat moment uit hoofde van het Verdrag van Chicago waren vastgesteld, stelt de eerstgenoemde verdragsluitende partij de andere verdragsluitende partij daarvan in kennis en van de noodzakelijk geachte stappen om te voldoen aan die minimumnormen en neemt die andere verdragsluitende partij passende corrigerende maatregelen. Indien de andere verdragsluitende partij nalaat binnen vijftien (15) dagen, of binnen een langere termijn als overeen te komen, passende maatregelen te nemen, is dit aanleiding voor de toepassing van artikel 4 (Intrekking en schorsing van vergunningen) van dit Verdrag.

4. Niettegenstaande de verplichtingen bedoeld in artikel 33 van het Verdrag van Chicago wordt overeengekomen dat elk luchtvaartuig dat door of op grond van een leaseregeling namens de luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de ene verdragsluitende partij wordt geëxploiteerd op luchtdiensten naar of van het grondgebied van de andere verdragsluitende partij, terwijl het zich op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij bevindt, mag worden onderworpen aan een inspectie door de bevoegde vertegenwoordigers van de andere verdragsluitende partij, aan boord en rond het luchtvaartuig om zowel de geldigheid van de documenten van het luchtvaartuig als die van zijn bemanning en de kennelijke toestand van het luchtvaartuig en zijn uitrusting te controleren (platforminspecties), mits dit niet leidt tot onredelijke vertraging.

5.

Indien een dergelijke platforminspectie of reeks platforminspecties leidt tot:

a. a. ernstige bezorgdheid dat een luchtvaartuig of de exploitatie van een luchtvaartuig niet voldoet aan de op dat moment uit hoofde van het Verdrag van Chicago vastgestelde minimumnormen; of b. b. ernstige bezorgdheid dat de op dat moment uit hoofde van het Verdrag van Chicago vastgestelde veiligheidsnormen onvoldoende worden bijgehouden en vastgelegd,

staat het de verdragsluitende partij die de inspectie verricht vrij, voor de toepassing van artikel 33 van het Verdrag van Chicago, de conclusie te trekken dat de vereisten krachtens welke de bewijzen of de vergunningen ten aanzien van dat luchtvaartuig of ten aanzien van de bemanning van dat luchtvaartuig zijn afgegeven of geldig verklaard, of dat de vereisten uit hoofde waarvan dat luchtvaartuig wordt geëxploiteerd niet gelijk zijn aan of zwaarder zijn dan de minimumnormen die zijn vastgesteld uit hoofde van het Verdrag van Chicago.

6. Ingeval toegang ten behoeve van de uitvoering van een platforminspectie van een luchtvaartuig in overeenstemming met het vierde lid van dit artikel van een door een luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van een verdragsluitende partij geëxploiteerd luchtvaartuig door de vertegenwoordiger van die luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen wordt geweigerd, staat het de andere verdragsluitende partij vrij daaruit af te leiden dat er aanleiding is voor ernstige bezorgdheid als bedoeld in het vijfde lid van dit artikel en de conclusies te trekken zoals bedoeld in dat lid.

7. Elke verdragsluitende partij behoudt zich het recht voor de exploitatievergunning van een luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere verdragsluitende partij onmiddellijk te schorsen of daarvan af te wijken, ingeval de eerstgenoemde verdragsluitende partij concludeert, naar aanleiding van een platforminspectie, een reeks platforminspecties, een weigering van toegang voor platforminspectie, overleg of anderszins, dat onverwijld ingrijpen essentieel is voor de veiligheid van de exploitatie van de luchtvaartmaatschappij.

8. Een maatregel door een verdragsluitende partij in overeenstemming met het derde of zevende lid van dit artikel wordt beëindigd, zodra de aanleiding voor de maatregel ophoudt te bestaan.

9. Elke verdragsluitende partij ziet erop toe dat de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) worden voorzien van communicatie-, luchtvaart- en meteorologische faciliteiten en elke andere dienst die nodig is voor de veilige exploitatie van de overeengekomen diensten.

Artikel 14

1. Overeenkomstig hun rechten en verplichtingen ingevolge het internationale recht bevestigen de verdragsluitende partijen opnieuw dat hun verplichtingen jegens elkaar tot bescherming van de veiligheid van de burgerluchtvaart tegen daden van wederrechtelijke inmenging een integrerend onderdeel uitmaken van dit Verdrag. Zonder hun rechten en verplichtingen ingevolge het internationale recht in het algemeen te beperken handelen de verdragsluitende partijen in het bijzonder overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen, ondertekend te Tokio op 14 september 1963, het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen, ondertekend te s-Gravenhage op 16 december 1970, het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, ondertekend te Montreal op 23 september 1971, het Aanvullend Protocol daarbij totbestrijding van wederrechtelijke daden van geweld op luchthavens voor de internationale burgerluchtvaart, ondertekend te Montreal op 24 februari 1988, het Verdrag inzake het merken van kneedspringstoffen ten behoeve van de opsporing ervan, ondertekend te Montreal op 1 maart 1991, alsmede elk ander verdrag of protocol inzake de beveiliging van de burgerluchtvaart dat voor de verdragsluitende partijen bindend wordt.

2. De verdragsluitende partijen verlenen elkaar op verzoek alle nodige bijstand ter voorkoming van gedragingen van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van burgerluchtvaartuigen en andere gedragingen gericht tegen de veiligheid van deze luchtvaartuigen, de passagiers en bemanning, luchthavens en luchtvaartvoorzieningen, alsmede elke andere bedreiging voor de beveiliging van de burgerluchtvaart.

3. De verdragsluitende partijen handelen, in hun onderlinge betrekkingen, in overeenstemming met de bepalingen inzake de beveiliging van de luchtvaart vastgesteld door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie en aangeduid als Bijlagen bij het Verdrag van Chicago. De verdragsluitende partijen verlangen dat exploitanten van luchtvaartuigen die in hun land geregistreerd zijn of die op hun grondgebied hun voornaamste plaats van bedrijfsuitoefening hebben of daar permanent zijn gevestigd of, in het geval van Nederland, exploitanten van luchtvaartuigen die op zijn grondgebied zijn gevestigd overeenkomstig de Verdragen van de Europese Unie en beschikken over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming met het recht van de Europese Unie en de exploitanten van luchthavens op hun grondgebied handelen in overeenstemming met deze bepalingen inzake de beveiliging van de luchtvaart. Elke verdragsluitende partij stemt ermee in dat van deze exploitanten van luchtvaartuigen kan worden verlangd dat zij, bij binnenkomst op, vertrek uit of tijdens verblijf op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij, de bepalingen inzake beveiliging van de luchtvaart in acht nemen in overeenstemming met de van kracht zijnde wetgeving van die verdragsluitende partij en in het geval van het Koninkrijk der Nederlanden, met inbegrip van het recht van de Europese Unie.

4. Elke verdragsluitende partij stemt ermee in dat van deze exploitanten van luchtvaartuigen kan worden verlangd dat deze de in het derde lid van dit artikel bedoelde bepalingen inzake de beveiliging van de luchtvaart die door de andere verdragsluitende partij worden vereist voor binnenkomst op, vertrek uit en verblijf op het grondgebied van die andere verdragsluitende partij in acht nemen. Elke verdragsluitende partij waarborgt dat op haar grondgebied adequate maatregelen op doeltreffende wijze worden uitgevoerd om de luchtvaartuigen te beschermen en dat passagiers, bemanning, handbagage, bagage, vracht en proviand vóór en tijdens het aan boord gaan of het laden aan controles worden onderworpen. Elke verdragsluitende partij neemt tevens elk verzoek van de andere verdragsluitende partij bijzondere veiligheidsmaatregelen te nemen om een specifieke dreiging het hoofd te bieden, in welwillende overweging.

5. Wanneer een incident van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van een burgerluchtvaartuig of andere wederrechtelijke gedragingen tegen de veiligheid van passagiers, bemanning, luchtvaartuigen, luchthavens of luchtvaartnavigatievoorzieningen plaatsvindt of dreigt plaats te vinden, verlenen de verdragsluitende partijen elkaar bijstand door het vergemakkelijken van de communicatie en andere passende maatregelen teneinde snel en veilig een einde te maken aan een dergelijk incident of dergelijke dreiging.

6. Elke verdragsluitende partij heeft het recht binnen zestig (60) dagen na een kennisgeving (of binnen een kortere termijn die de luchtvaartautoriteiten kunnen overeenkomen), haar luchtvaartautoriteiten op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij onderzoek te laten doen naar de beveiligingsmaatregelen die worden uitgevoerd of die volgens plan zullen worden uitgevoerd, door exploitanten van luchtvaartuigen ten aanzien van vluchten afkomstig van of vertrekkend naar het grondgebied van de eerstgenoemde verdragsluitende partij. De administratieve regelingen voor het uitvoeren van dergelijke onderzoeken worden overeengekomen tussen de luchtvaartautoriteiten en worden zonder vertraging uitgevoerd teneinde te waarborgen dat de onderzoeken voortvarend worden uitgevoerd.

7. Wanneer een verdragsluitende partij redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de andere verdragsluitende partij is afgeweken van de bepalingen in dit artikel, kan de eerstgenoemde verdragsluitende partij verzoeken om overleg. Dergelijk overleg vangt aan binnen vijftien (15) dagen na de ontvangst van een dergelijk verzoek van een van de verdragsluitende partijen. Indien zij er niet in slagen binnen vijftien (15) dagen na aanvang van dergelijk overleg tot een bevredigende oplossing te komen, vormt dit een grond voor het weigeren, intrekken, schorsen of beperken of opleggen van voorwaarden ten aanzien van de vergunningen van de luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen die door de andere verdragsluitende partij is of zijn aangewezen. Indien zulks gerechtvaardigd is vanwege een noodgeval of om verdere inbreuken op de bepalingen van dit artikel te voorkomen kan de eerstgenoemde verdragsluitende partij te allen tijde tussentijdse maatregelen nemen.

Hoofdstuk VI. PROCEDURELE BEPALINGEN

Artikel 15

1. De vluchtschema's van de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de ene verdragsluitende partij kunnen uitsluitend voor operationele doeleinden ter goedkeuring worden opgevraagd door de luchtvaartautoriteiten van de andere verdragsluitende partij.

2. In dat geval worden de vluchtschema's ten minste dertig (30) dagen voor het begin van de exploitatie toegezonden onder vermelding van, in het bijzonder, de dienstregeling, frequentie van diensten, typen luchtvaartuigen, configuratie en aantallen stoelen dat aan het publiek beschikbaar wordt gesteld. In sommige gevallen kan dit tijdvak van dertig (30) dagen worden verminderd indien de luchtvaartautoriteiten van beide verdragsluitende partijen hierover overeenstemming bereiken. Beide verdragsluitende partijen beperken de administratieve belasting tot een minimum.

3. De ene verdragsluitende partij kan verlangen dat veranderingen van de goedgekeurde vluchtschema's van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere verdragsluitende partij aan haar luchtvaartautoriteiten ter goedkeuring worden voorgelegd.

Artikel 16

1. In een geest van nauwe samenwerking kunnen de luchtvaartautoriteiten van de verdragsluitende partijen te allen tijde met elkaar overleg plegen teneinde te verzekeren dat de bepalingen van dit Verdrag worden uitgevoerd en geïmplementeerd en naar tevredenheid worden uitgelegd en nageleefd.

2. Elke verdragsluitende partij kan om overleg verzoeken met het oog op wijziging van dit Verdrag en/of van de Bijlage daarbij. Dit overleg begint binnen zestig (60) dagen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek door de andere verdragsluitende partij, tenzij anders wordt overeengekomen. Dit overleg kan zowel door middel van besprekingen als door middel van een briefwisseling worden gevoerd.

3. Dit Verdrag wordt bij diplomatieke notawisseling gewijzigd en de wijzigingen treden in werking in overeenstemming met de bepalingen van artikel 25 (Inwerkingtreding) van dit Verdrag.

4. Niettegenstaande de bepalingen van het derde lid van dit artikel, kunnen wijzigingen van de routetabel in de bijlage bij dit Verdrag tussen de luchtvaartautoriteiten van de verdragsluitende partijen worden overeengekomen en bij diplomatieke notawisseling worden bevestigd, en treden in werking op een in de diplomatieke notawisseling te bepalen datum. Deze uitzondering op het derde lid van dit artikel is niet van toepassing indien er verkeersrechten worden toegevoegd aan bovengenoemde bijlage.

Artikel 17

1. Indien er tussen de verdragsluitende partijen een geschil ontstaat met betrekking tot de uitlegging of toepassing van dit Verdrag, trachten de verdragsluitende partijen dit in de eerste plaats te regelen door middel van bilaterale onderhandelingen.

2. Indien de verdragsluitende partijen er niet in slagen door middel van onderhandelingen tot een regeling te komen, kan het geschil op verzoek van een van de verdragsluitende partijen ter beslissing worden voorgelegd aan een gerecht van drie scheidsmannen, van wie elke verdragsluitende partij er een benoemt, waarna over de derde overeenstemming dient te worden bereikt door de twee aldus gekozen scheidsmannen, met dien verstande dat deze derde scheidsman geen onderdaan is van een van de verdragsluitende partijen. Elk van de verdragsluitende partijen wijst een scheidsman aan binnen een termijn van zestig (60) dagen na de datum waarop de ene verdragsluitende partij van de andere verdragsluitende partij een diplomatieke nota heeft ontvangen waarin om een scheidsrechterlijke uitspraak wordt verzocht; over de derde scheidsman dient overeenstemming te worden bereikt binnen een volgende termijn van zestig (60) dagen. Indien een van de verdragsluitende partijen nalaat haar eigen scheidsman aan te wijzen binnen de termijn van zestig (60) dagen of indien niet binnen de aangegeven termijn overeenstemming is bereikt omtrent de derde scheidsman, kan de President van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaart door een van de verdragsluitende partijen worden verzocht een scheidsman of scheidsmannen te benoemen. Indien de President onderdaan is van hetzelfde land als dat van een van de partijen, dient de Vicepresident met de hoogste anciënniteit die niet op deze grond is uitgesloten de benoeming te verrichten.

3. Tenzij anders overeengekomen, bepaalt het scheidsgerecht de grenzen van zijn rechtsmacht in overeenstemming met dit Verdrag en stelt het zijn eigen procedure vast. Op initiatief van het scheidsgerecht of op verzoek van een van de partijen dient uiterlijk vijftien (15) dagen na de volledige samenstelling van het scheidsgerecht een bespreking plaats te vinden teneinde vast te stellen welke kwesties precies aan arbitrage worden onderworpen en welke concrete procedures worden gevolgd.

4. Tenzij anderszins door de verdragsluitende partijen overeengekomen of door het scheidsgerecht voorgeschreven brengt elke verdragsluitende partij verslag uit binnen vijfenveertig (45) dagen na de volledige samenstelling van het scheidsgerecht. De antwoorden dienen uiterlijk 60 dagen daarna te worden ontvangen. Het scheidsgerecht houdt een zitting op verzoek van een van de verdragsluitende partijen of op eigen initiatief binnen vijftien (15) dagen na afloop van de termijn voor de ontvangst van de antwoorden.

5. Het scheidsgerecht zal trachten schriftelijk uitspraak te doen binnen 30 dagen na het afsluiten van de zitting, of indien geen zitting wordt gehouden, na het indienen van de twee antwoorden. De beslissing van de meerderheid van het scheidsgerecht is doorslaggevend.

6. Binnen vijftien (15) dagen na het bekend maken van de uitspraak kunnen de verdragsluitende partijen verzoeken om een toelichting daarop en elke eventuele toelichting dient binnen vijftien (15) dagen na dat verzoek te worden gegeven.

7. De uitspraak van het scheidsgerecht is bindend voor de verdragsluitende partijen.

8. De kosten van het scheidsgerecht worden door de verdragsluitende partijen gelijkelijk gedeeld.

9. Indien en zo lang een van de verdragsluitende partijen niet voldoet aan een uit hoofde van het derde lid van dit artikel genomen beslissing, kan de andere verdragsluitende partij alle rechten of voorrechten die zij uit hoofde van dit Verdrag heeft toegekend aan de in gebreke blijvende partij, luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen weigeren, intrekken, schorsen of beperken.

Artikel 18

1. De verdragsluitende partijen onderschrijven de noodzaak van bescherming van het milieu door de duurzame ontwikkeling van de luchtvaart te bevorderen.

2. De verdragsluitende partijen erkennen de noodzaak passende maatregelen te nemen teneinde milieugevolgen van luchtvervoer te voorkomen of anderszins aan te pakken, mits deze maatregelen volledig verenigbaar zijn met hun rechten en verplichtingen uit hoofde van het internationale recht.

Artikel 19

1. Verkopers van geautomatiseerde boekingssystemen (hierna GBS) die werkzaam zijn op het grondgebied van de ene verdragsluitende partij hebben het recht hun GBS naar het grondgebied van de andere verdragsluitende partij te brengen, deze daar te onderhouden en vrijelijk beschikbaar te stellen aan reisbureaus of reisorganisaties die zich voornamelijk bezighouden met reisgerelateerde producten, mits de GBS voldoen aan de relevante vereisten in de regelgeving van de andere verdragsluitende partij.

2. De verdragsluitende partijen verklaren elke bestaande eis die vrije toegang voor de GBS van een verdragsluitende partij tot de markt van de andere verdragsluitende partij belemmert of die anderszins de concurrentie beperkt nietig. De verdragsluitende partijen onthouden zich in de toekomst van het aannemen van dergelijke eisen.

3. Geen van de verdragsluitende partijen legt op haar grondgebied eisen op aan de GBS-verkopers van de andere verdragsluitende partij, of staat toe dat deze worden opgelegd, met betrekking tot GBS-displays die anders zijn dan die worden gesteld aan haar eigen GBS-verkopers of enige andere GBS op haar markt. Geen van de verdragsluitende partijen verhindert het afsluiten van overeenkomsten tussen GBS-verkopers, hun leveranciers en hun abonnees die betrekking hebben op het uitwisselen van informatie over reizen en die het tonen van uitgebreide en objectieve informatie voor consumenten of het voldoen aan de vereisten in de regelgeving op neutrale displays vergemakkelijken.

4. Eigenaren en exploitanten van GBS van de ene verdragsluitende partij die voldoen aan de eventuele relevante vereisten in de regelgeving van de andere verdragsluitende partij, hebben dezelfde mogelijkheden om GBS op het grondgebied van die andere verdragsluitende partij te bezitten als de eigenaren en exploitanten van enig ander GBS dat op de markt van die andere verdragsluitende partij wordt gebruikt.

Hoofdstuk VII. SLOTBEPALINGEN

Artikel 20

1. Elk van de verdragsluitende partijen kan te allen tijde de andere verdragsluitende partij langs diplomatieke weg schriftelijk kennisgeving doen van haar besluit dit Verdrag te beëindigen.

2. Deze kennisgeving wordt tegelijkertijd toegezonden aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. In dat geval treedt dit Verdrag twaalf (12) maanden na de datum waarop de kennisgeving door de andere verdragsluitende partij is ontvangen buiten werking, tenzij de kennisgeving van beëindiging in onderling overleg tussen de verdragsluitende partijen vóór het verstrijken van deze termijn wordt ingetrokken. Indien de andere verdragsluitende partij nalaat de ontvangst te bevestigen, wordt de mededeling geacht te zijn ontvangen veertien (14) dagen na ontvangst van die mededeling door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

Artikel 21

Dit Verdrag en alle wijzigingen ervan worden na ondertekening geregistreerd bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie door de verdragsluitende partij op wier grondgebied dit Verdrag is ondertekend of zoals door de verdragsluitende partijen overeengekomen wordt.

Artikel 22

1. De bepalingen van het Verdrag van Chicago zijn van toepassing op dit Verdrag.

2. Indien een door beide verdragsluitende partijen aanvaarde multilaterale overeenkomst of multilateraal verdrag ter zake van een aangelegenheid die onder dit Verdrag valt, in werking treedt, hebben de desbetreffende bepalingen van dat multilaterale verdrag of die overeenkomst voorrang boven de desbetreffende bepalingen van dit Verdrag, tenzij de bepalingen van dit Verdrag flexibeler zijn.

3. De verdragsluitende partijen kunnen met elkaar overleg plegen teneinde de gevolgen van de voorrang als bedoeld in het tweede lid van dit artikel voor dit Verdrag te bepalen en de nodige wijzigingen van dit Verdrag overeen te komen.

Artikel 23

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag van toepassing op het grondgebied van het Europese deel van Nederland alsmede op het grondgebied van het Caribische deel van Nederland.

Artikel 24

1. Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum van ontvangst van de laatste schriftelijke kennisgeving langs diplomatieke weg waarmee de verdragsluitende partijen elkaar ervan in kennis hebben gesteld dat aan de formaliteiten en constitutionele vereisten voor de inwerkingtreding van het Verdrag in hun respectieve landen is voldaan.

2. De bepalingen van de Luchtvaartovereenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Federatieve Republiek Brazilië, ondertekend te Brasilia op 6 juli 1976, houden, in de betrekkingen tussen het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden en de Federatieve Republiek Brazilië, op van toepassing te zijn op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag