40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleidsregels inzake de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels | BWBR0033348 | zbo | geldend | 2008-06-28 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0033348 | Beleidsregels inzake de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels |
Beleidsregels inzake de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels
1. Inleiding
-
- De Autoriteit Consument en Markt geeft in de onderhavige beleidsregels invulling aan haar taken en bevoegdheden die verband houden met de aanleg, instandhouding en opruiming (hierna gezamenlijk: aanleg) van kabels ten behoeve van openbare elektronische communicatienetwerken (hierna: kabels).
-
- De aanleg van kabels is geregeld in hoofdstuk 5 Telecommunicatiewet (hierna: Tw). Onder bepaalde voorwaarden moet de gedoogplichtige op grond van artikel 5.2 Tw de aanleg van kabels in en op gronden of gebouwen of de aanleg van netwerkaansluitpunten in en aan gebouwen toestaan. De Autoriteit Consument en Markt is bevoegd om geschillen te beslechten ten aanzien van de gedoogplicht (artikel 5.3 Tw), de kosten die verband houden met het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels (artikel 5.8 Tw) en het medegebruik van voorzieningen (artikel 5.12 Tw jo. artikel 12.2, eerste lid, Tw). Daarnaast heeft de Autoriteit Consument en Markt een handhavende bevoegdheid.
-
Hoofdstuk 5 Tw is op 1 februari 2007 ingrijpend gewijzigd. Op grond van artikel 5.1 Tw en artikel 5.15 Tw is hoofdstuk 5 Tw1Op grond van artikel 5.16 Tw wordt voor de toepassing van hoofdstuk 5 Tw, met uitzondering van artikel 5.12 Tw, een door de Minister van Economische Zaken aangewezen elektronisch communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt wordt voor vitale overheidstaken, gelijkgesteld met een openbaar elektronisch communicatienetwerk. sindsdien tevens van toepassing op het in eigen naam en voor eigen rekening aanleggen van kabels en ondergrondse ondersteunings- en beschermingswerken waarin of waarop geen kabels zijn aangebracht, en die zijn of worden aangelegd met het oogmerk deel uit te zullen maken van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. De aanlegger hoeft het netwerk derhalve niet zelf te exploiteren noch zelf diensten aan te bieden over het netwerk. Thans valt al hetgeen wordt aangelegd (met uitzondering van de zelfstandige aanleg van luchtkabels), onder de gedoogplicht (artikel 5.2 Tw) en geldt daarvoor de verplichting om overeenstemming te bereiken met de gedoogplichtige (artikel 5.3 Tw).
-
- De herziening van hoofdstuk 5 Tw vormt aanleiding om de beleidregels van het college van 23 juli 2003 (OPTA/IBT/2003/202555) aan te passen. De voornoemde beleidsregels worden hierbij ingetrokken. De onderhavige beleidsregels hebben ten doel inzicht te verschaffen in de criteria die de Autoriteit Consument en Markt hanteert bij de uitoefening van zijn bevoegdheden ex hoofdstuk 5 Tw. De procedures voor geschilbeslechting en handhaving komen vrijwel overeen. De Autoriteit Consument en Markt toetst in deze procedures aan de hand van dezelfde criteria en de Autoriteit Consument en Markt dient daarbij over dezelfde informatie te beschikken. De Autoriteit Consument en Markt beslecht een geschil indien partijen geen overeenstemming ten aanzien van een verzoek kunnen bereiken. Een geschil wordt beslecht middels een beschikking. In het geval dat een wetsovertreding wordt vermoed, kan de Autoriteit Consument en Markt worden verzocht handhavend op te treden. Tevens kan de Autoriteit Consument en Markt handhavend optreden indien zij zelf een wetsovertreding vermoedt of constateert. Handhaving ziet op reparatie (last onder dwangsom) en/of sanctionering (boete).
-
- De onderhavige beleidsregels beperken zich tot de bevoegdheden van de Autoriteit Consument en Markt ten aanzien van het beslechten van geschillen en het behandelen van handhavingsverzoeken met betrekking tot hoofdstuk 5 Tw. De beleidsregels hebben geen betrekking op de taken en bevoegdheden van andere (bestuurs)organen die hen in het kader van hoofdstuk 5 Tw zijn toebedeeld. Tevens laten de beleidsregels bezwaarprocedures bij andere instanties en de mogelijkheid geschillen bij de civiele dan wel de bestuursrechter aanhangig te maken buiten beschouwing. Ook het snoeien van bomen (artikelen 5.10 en 5.11 Tw), het overgangsrecht ten aanzien van luchtkabels (artikel 20.11 Tw), ernstige belemmeringen en storingen (artikel 5.6 Tw) en de tien jaar termijn voor ingebruikname van kabels (artikel 5.2, achtste lid, Tw) vallen buiten het bereik van deze beleidsregels. Hinder ten aanzien van andere ondergrondse infrastructuur (artikel 5.9 Tw) vormde onderdeel van de consultatie, maar niet van de onderhavige beleidsregels, aangezien de betreffende bepaling vervalt met de inwerkingtreding van de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten.2Stb. 2008, 120. Aan haar adviserende rol ten aanzien van het continueren of afstoten van gemeentelijke belangen in ondernemingen die openbare elektronische communicatienetwerken of - diensten aanbieden zal de Autoriteit Consument en Markt wellicht over vier jaar invulling geven (artikel 5.14 Tw).
-
- Voorafgaand aan het opstellen van deze beleidsregels heeft het college op 16 november 2007 een consultatiedocument gepubliceerd, getiteld ‘Consultatiedocument inzake de gedoogplicht voor de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels’ (hierna: codo). In het kader van het consultatieproces hebben belanghebbenden op 10 januari 2008 tijdens een hoorzitting hun eerder schriftelijk ingediende zienswijzen ten aanzien van het codo toegelicht. Het college heeft bij het opstellen van de onderhavige beleidsregels de reacties van belanghebbenden betrokken. In een nota van bevindingen gaat het college nader in op de zienswijzen van belanghebbenden (ons kenmerk: OPTA/ACNB/2008/201264).
-
- De opbouw van de beleidsregels is als volgt. Allereerst zal een aantal definities worden vastgesteld. Daarna wordt kort ingegaan op de bevoegdheden van de Autoriteit Consument en Markt ten aanzien van procedures waarin gemeentes en andere overheden zijn betrokken. Vervolgens worden de geschilbeslechtingprocedures uiteengezet. In dit verband wordt (voor zover relevant) een onderscheid gemaakt tussen de aanleg van kabels, de maatregelen ten aanzien van kabels en het medegebruik van voorzieningen. De Autoriteit Consument en Markt zet uiteen wat partijen in de voorfases van elkaar kunnen verwachten, wat de Autoriteit Consument en Markt voor partijen kan betekenen op het gebied van bemiddeling, welke informatie de Autoriteit Consument en Markt nodig heeft om een geschil te kunnen beslechten en op welke wijze de Autoriteit Consument en Markt invulling geeft aan haar bevoegdheid ter zake. Ten slotte wordt de handhavingsprocedure uiteengezet. De relevante wetsartikelen zijn als bijlage opgenomen.
2. Definities
-
-
De Autoriteit Consument en Markt vult de volgende begrippen uit hoofdstuk 5 Tw die door de wetgever niet zijn gedefinieerd als volgt in:
a) Gedoogplichtige: degene die een recht heeft in de zin van het burgerlijk recht op de gronden, gebouwen, lucht en wateren (hierna te samen: gronden)waarin de kabels worden aangelegd. Hierbij kan gedacht worden aan de eigenaar, beheerder of degene die een recht van erfpacht, opstal, vruchtgebruik, gebruik, huur of pacht heeft ten aanzien van dat deel van de gronden waar de kabels worden aangelegd.3Kamerstukken II 2004/05, 29 834, nr. 3, p. 47. b) Lokale kabels van een openbaar elektronisch communicatienetwerk: alle kabels van een openbaar elektronisch communicatienetwerk tussen netwerkaansluitpunten zoals bedoeld in artikel 1.1, onder k, Tw en een lokale centrale, concentrator of een vergelijkbare faciliteit. Daar waar een openbaar elektronisch communicatienetwerk niet op traditionele wijze is opgebouwd, zijn dit de kabels vanaf de netwerkaansluitpunten tot aan de dichtstbijzijnde plaats in het netwerk waar routering van signalen plaatsvindt. c) Lokale kabels van een omroepnetwerk:4Artikel 1.1, onder o, Tw (1998), Stb. 1998, 610. alle kabels van een omroepnetwerk tussen netwerkaansluitpunten van een omroepnetwerk en het dichtstbijzijnde wijkcentrum in het netwerk waar overdracht, conversie of manipulatie van de signalen die over het netwerk worden verzonden, kan plaatsvinden. Dit houdt in dat de veelal stervormige distributienetten als lokaal worden aangemerkt en de ringvormige trunkkabels als interlokaal. d) Andere dan lokale kabels: trunkkabels, die de punten waarin (andere dan) lokale kabels bijeenkomen (wijkcentrum, lokale centrale, concentrator of vergelijkbare faciliteit) met elkaar verbinden. e) Instemmingsbesluit: beschikking waarin een gemeente instemming geeft omtrent tijdstip, plaats en werkwijze van uitvoering van de werkzaamheden met betrekking tot de aanleg, instandhouding of de opruiming van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk in openbare grond. f) Maatregelen: 1) het nemen van beschermingsmaatregelen ten behoeve van de instandhouding van kabels, die het daadwerkelijk op een andere plek neerleggen van een kabel voorkomt; 2) het buiten werking stellen (en eventueel verwijderen) van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, en mogelijk het aankoppelen op een andere reeds bestaande kabel, dan wel het op een andere plaats neerleggen van een nieuwe kabel die de verwijderde kabel vervangt. g) Overgaan tot maatregelen: de voorbereiding en de uitvoering van het nemen van maatregelen binnen de gestelde termijn dan wel de termijn die de gedoogplichtige heeft aangegeven. h) Werken: het oprichten van een constructie, niet zijnde een gebouw, zoals een viaduct, een tunnel, een kade, een dijk, alsmede de uitvoering van werkzaamheden, bijvoorbeeld het afgraven van grond, het verwijderen van riolering, en dergelijke. i) Door of vanwege: de gedoogplichtige geeft zelf opdracht om (ten behoeve van hem) een gebouw op te richten dan wel werken uit te voeren, waarvan de gedoogplichtige de rechthebbende is of wordt alsmede zeggenschap heeft over de wijze van uitvoering van de werkzaamheden. j) Voldoende bepaalbaar: de oprichting van een of meer voor bewoning bestemde gebouwen is voldoende bepaalbaar indien een aanvraag voor een bouwvergunning, waaruit concrete bouwplannen blijken, ontvankelijk is verklaard.
-
-
a) Gedoogplichtige: degene die een recht heeft in de zin van het burgerlijk recht op de gronden, gebouwen, lucht en wateren (hierna te samen: gronden)waarin de kabels worden aangelegd. Hierbij kan gedacht worden aan de eigenaar, beheerder of degene die een recht van erfpacht, opstal, vruchtgebruik, gebruik, huur of pacht heeft ten aanzien van dat deel van de gronden waar de kabels worden aangelegd.3Kamerstukken II 2004/05, 29 834, nr. 3, p. 47.
-
b) Lokale kabels van een openbaar elektronisch communicatienetwerk: alle kabels van een openbaar elektronisch communicatienetwerk tussen netwerkaansluitpunten zoals bedoeld in artikel 1.1, onder k, Tw en een lokale centrale, concentrator of een vergelijkbare faciliteit. Daar waar een openbaar elektronisch communicatienetwerk niet op traditionele wijze is opgebouwd, zijn dit de kabels vanaf de netwerkaansluitpunten tot aan de dichtstbijzijnde plaats in het netwerk waar routering van signalen plaatsvindt.
-
c) Lokale kabels van een omroepnetwerk:4Artikel 1.1, onder o, Tw (1998), Stb. 1998, 610. alle kabels van een omroepnetwerk tussen netwerkaansluitpunten van een omroepnetwerk en het dichtstbijzijnde wijkcentrum in het netwerk waar overdracht, conversie of manipulatie van de signalen die over het netwerk worden verzonden, kan plaatsvinden. Dit houdt in dat de veelal stervormige distributienetten als lokaal worden aangemerkt en de ringvormige trunkkabels als interlokaal.
-
d) Andere dan lokale kabels: trunkkabels, die de punten waarin (andere dan) lokale kabels bijeenkomen (wijkcentrum, lokale centrale, concentrator of vergelijkbare faciliteit) met elkaar verbinden.
-
e) Instemmingsbesluit: beschikking waarin een gemeente instemming geeft omtrent tijdstip, plaats en werkwijze van uitvoering van de werkzaamheden met betrekking tot de aanleg, instandhouding of de opruiming van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk in openbare grond.
-
f) Maatregelen:
1) het nemen van beschermingsmaatregelen ten behoeve van de instandhouding van kabels, die het daadwerkelijk op een andere plek neerleggen van een kabel voorkomt; 2) het buiten werking stellen (en eventueel verwijderen) van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, en mogelijk het aankoppelen op een andere reeds bestaande kabel, dan wel het op een andere plaats neerleggen van een nieuwe kabel die de verwijderde kabel vervangt. -
- het nemen van beschermingsmaatregelen ten behoeve van de instandhouding van kabels, die het daadwerkelijk op een andere plek neerleggen van een kabel voorkomt;
-
- het buiten werking stellen (en eventueel verwijderen) van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, en mogelijk het aankoppelen op een andere reeds bestaande kabel, dan wel het op een andere plaats neerleggen van een nieuwe kabel die de verwijderde kabel vervangt.
-
g) Overgaan tot maatregelen: de voorbereiding en de uitvoering van het nemen van maatregelen binnen de gestelde termijn dan wel de termijn die de gedoogplichtige heeft aangegeven.
-
h) Werken: het oprichten van een constructie, niet zijnde een gebouw, zoals een viaduct, een tunnel, een kade, een dijk, alsmede de uitvoering van werkzaamheden, bijvoorbeeld het afgraven van grond, het verwijderen van riolering, en dergelijke.
-
i) Door of vanwege: de gedoogplichtige geeft zelf opdracht om (ten behoeve van hem) een gebouw op te richten dan wel werken uit te voeren, waarvan de gedoogplichtige de rechthebbende is of wordt alsmede zeggenschap heeft over de wijze van uitvoering van de werkzaamheden.
-
j) Voldoende bepaalbaar: de oprichting van een of meer voor bewoning bestemde gebouwen is voldoende bepaalbaar indien een aanvraag voor een bouwvergunning, waaruit concrete bouwplannen blijken, ontvankelijk is verklaard.
3. Gemeenten en andere overheden
Hoofdstuk 5 Tw geeft tevens bevoegdheden aan gemeenten, andere (overheids)instellingen die op basis van andere wetgeving vergunningen verlenen ten aanzien van de aanleg van kabels en de kantonrechter. De beleidsregels geven, zoals reeds aangegeven, alleen invulling aan de bevoegdheden van de Autoriteit Consument en Markt. De Autoriteit Consument en Markt constateert evenwel dat er misverstanden kunnen ontstaan omtrent de invulling van een aantal specifiek op gemeenten en andere voornoemde instellingen toegesneden bepalingen5Artikel 5.4, zevende lid, Tw (“Indien een gemeente gedoogplichtig is, vindt artikel 5.3 geen toepassing voor zover de belangen van de gemeente kunnen worden behartigd in het door burgemeester en wethouders te verlenen instemmingsbesluit.”) en artikel 5.5, derde lid, Tw (“Artikel 5.4, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing in het geval van vergunningverlening als bedoeld in het eerste lid.”). en de bevoegdheden van de Autoriteit Consument en Markt. In de onderstaande twee randnummers geeft de Autoriteit Consument en Markt aan in welke situatie zij zich in beginsel bevoegd acht een geschil te beslechten als bedoeld in artikel 5.3 Tw.
Artikel 5.2 Tw brengt alle rechthebbenden en beheerders van gronden onder de gedoogplicht van hoofdstuk 5 Tw. Echter, aan de Autoriteit Consument en Markt zijn niet voor alle gevallen gelijke bevoegdheden toegekend. De Autoriteit Consument en Markt constateert dat enerzijds op grond van artikel 5.4 Tw (instemmingsbesluit voor aanleg in openbare gronden) voor gemeenten een aparte regeling is getroffen, anderzijds gelden onverminderd op grond van artikel 5.2, tiende lid, Tw voorschriften bij of krachtens andere wetten ter zake van het gebruik van gronden, waaraan artikel 5.5, derde lid, Tw6Zie voetnoot 5. invulling geeft. Daar waar hoofdstuk 5 Tw een dergelijke bevoegdheid verleent aan gemeenten of de bevoegdheid van andere (overheids)instellingen op basis van andere wetgeving onderschrijft, komt de Autoriteit Consument en Markt geen geschilbeslechtende bevoegdheid toe.
-
Dit neemt niet weg dat de Autoriteit Consument en Markt bevoegdheden ter zake heeft. De Autoriteit Consument en Markt is in ieder geval in de volgende situaties bevoegd:
– gemeenten en andere overheden kunnen de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 5.3 Tw om een beschikking vragen indien zij menen ten onrechte in hun civielrechtelijke hoedanigheid als gedoogplichtige te zijn aangesproken; – gemeenten en andere overheden kunnen de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 5.3 Tw om een beschikking vragen indien zij in hun civielrechtelijke hoedanigheid als gedoogplichtige geen overeenstemming kunnen bereiken met een aanbieder inzake de gedoogplicht; – gemeenten kunnen de Autoriteit Consument en Markt om een beschikking vragen in alle gevallen waarin geen sprake is van openbare grond, waarover zij in hun civielrechtelijke hoedanigheid als gedoogplichtige met de aanbieder geen overeenstemming kunnen bereiken; – andere overheden kunnen de Autoriteit Consument en Markt om een beschikking vragen in alle gevallen waarin de vigerende regelgeving niet voorziet; – gemeenten en andere overheden kunnen de Autoriteit Consument en Markt om een beschikking vragen indien zij geen overeenstemming kunnen bereiken met een aanbieder over het medegebruik van voorzieningen ex artikel 5.2, zevende lid, Tw of artikel 5.12 Tw; en – in de gevallen waarin een aanbieder van mening is dat een gemeente of een ander overheidsorgaan ten onrechte andere wetgeving aanwendt om zich te onttrekken aan de gedoogplicht, staat de Autoriteit Consument en Markt haar handhavende bevoegdheid ter beschikking.
- – gemeenten en andere overheden kunnen de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 5.3 Tw om een beschikking vragen indien zij menen ten onrechte in hun civielrechtelijke hoedanigheid als gedoogplichtige te zijn aangesproken; – gemeenten en andere overheden kunnen de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 5.3 Tw om een beschikking vragen indien zij in hun civielrechtelijke hoedanigheid als gedoogplichtige geen overeenstemming kunnen bereiken met een aanbieder inzake de gedoogplicht; – gemeenten kunnen de Autoriteit Consument en Markt om een beschikking vragen in alle gevallen waarin geen sprake is van openbare grond, waarover zij in hun civielrechtelijke hoedanigheid als gedoogplichtige met de aanbieder geen overeenstemming kunnen bereiken; – andere overheden kunnen de Autoriteit Consument en Markt om een beschikking vragen in alle gevallen waarin de vigerende regelgeving niet voorziet; – gemeenten en andere overheden kunnen de Autoriteit Consument en Markt om een beschikking vragen indien zij geen overeenstemming kunnen bereiken met een aanbieder over het medegebruik van voorzieningen ex artikel 5.2, zevende lid, Tw of artikel 5.12 Tw; en – in de gevallen waarin een aanbieder van mening is dat een gemeente of een ander overheidsorgaan ten onrechte andere wetgeving aanwendt om zich te onttrekken aan de gedoogplicht, staat de Autoriteit Consument en Markt haar handhavende bevoegdheid ter beschikking.
4. Procedure geschilbeslechting
4.1. Streven naar overeenstemming
4.1.1. Aanleg van kabels
4.1.2. Maatregelen ten aanzien van kabels
Artikel 5.8 Tw voorziet in een regeling met betrekking tot de maatregelen die een aanbieder op verzoek van de gedoogplichtige dient te nemen en de daaraan verbonden kosten. Uit artikel 5.8, zevende lid, Tw volgt dat partijen moeten streven naar overeenstemming. Dit vergt inspanning van beide partijen. In het onderhandelingsproces dienen partijen informatie uit te wisselen, op grond waarvan zij vervolgens een afweging moeten maken omtrent de kosten en/of de te nemen maatregelen. De Autoriteit Consument en Markt stelt vast dat de Tw niet voorziet in een procedure volgens welke de betrokken partijen informatie moeten uitwisselen. Wel valt uit de eisen waaraan de gedoogplichtige en de aanbieder moeten voldoen om aanspraak te maken op de regeling af te leiden over welke informatie zij moeten beschikken om een juiste inschatting te kunnen maken. Deze informatie wijkt niet wezenlijk af van de informatie die de Autoriteit Consument en Markt nodig heeft om een beschikking te geven.
-
Een gedoogplichtige verschaft een aanbieder in ieder geval de volgende informatie: – een bewijs de gedoogplichtige te zijn; – een beschrijving van de aard van de (bouw)werkzaamheden vergezeld van de bouw- of bestektekeningen9Rb. Rotterdam 23 november 2005 (Gemeente Westland/KPN), 02/1470, LJN AV2656. De Rechtbank wijst er op dat “(…) de gemeente nog geen inzage in het bestek heeft verstrekt waardoor de exacte plaats van de verankeringselementen en de diepte ervan niet bekend is, zodat KPN niet kan beoordelen of door het plaatsen van de speeltoestellen schade aan de kabels kan ontstaan.” waarin in ieder geval de afstand tussen de voorgenomen werken en de in het geding zijnde kabel(s) is opgenomen; – een eventuele opdracht tot het uitvoeren van de werkzaamheden; – de termijn waarbinnen de werkzaamheden zijn gepland of afgerond; – een voorstel tot het nemen van maatregelen en een omschrijving van de voorziene maatregelen; – een onderbouwing van de noodzaak tot het nemen van maatregelen; – de termijn waarbinnen de maatregelen dienen te worden getroffen; – indien mogelijk, een omschrijving van het voorgestelde nieuwe tracé van de onderhavige kabel; en – waar van toepassing, dat de bestemming van de grond is veranderd.
-
Op basis van deze informatie kan een aanbieder inschatten wat van hem wordt verwacht, welke maatregelen gepast zijn en of hij van mening is dat hij de kosten dient te dragen. Indien de aanbieder van mening is dat de maatregelen waarom wordt verzocht niet proportioneel zijn, kan hij een alternatief voorstellen. De aanbieder moet vervolgens informatie verstrekken aan de gedoogplichtige. Dit betreft in ieder geval:
– de exacte ligging van de kabel; – soort kabel; – een in detail uitgewerkt plan waarin de door hem voorgestelde maatregelen zijn uitgewerkt; – uitleg dat zijn voorstel past in de plannen van de gedoogplichtige; – de termijn waarbinnen de maatregelen worden genomen; – de planning en werkzaamheden die moeten worden verricht voordat de maatregelen worden genomen, uitgewerkt in een tijdpad; – een onderbouwde vergelijking tussen de kosten van de maatregelen en een volledige verplaatsing (ook indien de kabels reeds op verzoek volledig zijn verplaatst); – indien er een alternatief tracé is voorgesteld, een reactie daarop; en – indien de grond van bestemming is veranderd, splitst de aanbieder zijn kabels uit in lokale en interlokale kabels.
- – de exacte ligging van de kabel;
- – soort kabel;
- – een in detail uitgewerkt plan waarin de door hem voorgestelde maatregelen zijn uitgewerkt;
- – uitleg dat zijn voorstel past in de plannen van de gedoogplichtige;
- – de termijn waarbinnen de maatregelen worden genomen;
- – de planning en werkzaamheden die moeten worden verricht voordat de maatregelen worden genomen, uitgewerkt in een tijdpad;
- – een onderbouwde vergelijking tussen de kosten van de maatregelen en een volledige verplaatsing (ook indien de kabels reeds op verzoek volledig zijn verplaatst);
- – indien er een alternatief tracé is voorgesteld, een reactie daarop; en
- – indien de grond van bestemming is veranderd, splitst de aanbieder zijn kabels uit in lokale en interlokale kabels.
4.1.3. Medegebruik van voorzieningen
-
Zowel ten aanzien van het medegebruik zoals bedoeld in artikel 5.2, zevende lid, Tw (medegebruik van voorzieningen op verzoek van de gedoogplichtige die door hem of een derde zijn aangelegd) als ten aanzien van het medegebruik zoals bedoeld in artikel 5.12 Tw (medegebruik van voorzieningen waarop de gedoogplicht van toepassing is tussen aanbieders onderling) geldt dat partijen naar overeenstemming moeten streven. Indien er ten aanzien van de laatstgenoemde vorm van medegebruik een geschil ontstaat, kunnen aanbieders de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 12.2, eerste lid, Tw verzoeken het geschil te beslechten. Ook hieruit leidt de Autoriteit Consument en Markt af dat partijen moeten hebben gestreefd naar overeenstemming. Voor een geschil op basis van artikel 5.2, zevende lid, Tw moet de procedure van artikel 5.3 Tw gevolgd worden.
-
Bij een verzoek tot medegebruik stuurt de verzoekende aanbieder (hierna: verzoeker) schriftelijk een concreet en gespecificeerd verzoek tot medegebruik aan de aanbieder wiens voorziening hij wil gebruiken (hierna: ontvanger). In het verzoek is in ieder geval opgenomen:
– (een beschrijving van) de locaties voor het gewenste medegebruik; – de gewenste voorzieningen; – een omschrijving van hetgeen in, aan of op de voorzieningen wordt aangelegd; – een omschrijving van de wijze waarop de werken worden uitgevoerd, inclusief een opsomming van de daarbij te gebruiken materialen en het tijdstip waarop de werkzaamheden aanvangen; en – de gewenste contractduur.
- – (een beschrijving van) de locaties voor het gewenste medegebruik;
- – de gewenste voorzieningen;
- – een omschrijving van hetgeen in, aan of op de voorzieningen wordt aangelegd;
- – een omschrijving van de wijze waarop de werken worden uitgevoerd, inclusief een opsomming van de daarbij te gebruiken materialen en het tijdstip waarop de werkzaamheden aanvangen; en
- – de gewenste contractduur.
-
De Autoriteit Consument en Markt is van oordeel dat een zorgvuldige behandeling van een verzoek er toe strekt dat de ontvanger gehouden is aan de verzoeker aan te geven wanneer een verzoek onvoldoende is gespecificeerd en deze in staat te stellen om het verzoek nader te specificeren. Het enkele feit dat een verzoek niet voldoende is gespecificeerd, kan op voorhand geen aanleiding zijn voor de ontvanger het verzoek niet in behandeling te nemen.
-
De ontvanger beslist binnen twee weken na ontvangst van een verzoek tot medegebruik of aan het verzoek kan worden voldaan. De ontvanger dient in een eventueel onderzoek tevens voorzieningen te betrekken, waarvan de capaciteit niet volledig door hem wordt benut.
-
Wanneer de ontvanger van mening is dat sprake is van een redelijk verzoek, dient hij in zijn antwoord aan de verzoeker alle relevante informatie met betrekking tot het verzoek te verstrekken. Dit omvat in ieder geval:
– informatie over de locatie, die in ieder geval technische informatie met betrekking tot de voorzieningen bevat; – informatie over de toegang tot de voorziening; – het tarief waartegen van de voorziening gebruik kan worden gemaakt; en – een voorstel betreffende de contractsperiode.
- – informatie over de locatie, die in ieder geval technische informatie met betrekking tot de voorzieningen bevat;
- – informatie over de toegang tot de voorziening;
- – het tarief waartegen van de voorziening gebruik kan worden gemaakt; en – een voorstel betreffende de contractsperiode.
- – inwilliging van het verzoek zou leiden tot technische onbruikbaarheid of ingrijpende verandering van de voorziening; of
- – er geen voorzieningen beschikbaar zijn of deze nieuw dienen te worden aangelegd.
4.2. Bemiddeling
4.2.1. Geschilbeslechting
-
Als onderdeel van
– of voorafgaand aan – het proces van geschilbeslechting kan de Autoriteit Consument en Markt worden verzocht, of kan hij aan partijen aanbieden, om onder leiding van een neutrale voorzitter (alsnog) op minnelijke wijze overeenstemming trachten te bereiken. Deze optie bergt in zich dat de kosten van langdurige procedures kunnen worden voorkomen, indien het bemiddelingsproces tot een voor beide partijen aanvaardbaar resultaat leidt.
- – of voorafgaand aan
- – het proces van geschilbeslechting kan de Autoriteit Consument en Markt worden verzocht, of kan hij aan partijen aanbieden, om onder leiding van een neutrale voorzitter (alsnog) op minnelijke wijze overeenstemming trachten te bereiken. Deze optie bergt in zich dat de kosten van langdurige procedures kunnen worden voorkomen, indien het bemiddelingsproces tot een voor beide partijen aanvaardbaar resultaat leidt.
-
Partijen mogen van de Autoriteit Consument en Markt verwachten dat:
– zij niet verplicht kunnen worden gesteld om deel te nemen aan de bemiddelingssessie; – de Autoriteit Consument en Markt een neutrale voorzitter levert, die voldoende gekwalificeerd is de sessie te leiden; – de sessie in een voor partijen neutrale omgeving wordt gehouden; en – indien partijen geen overeenstemming bereiken, alsnog om een onafhankelijke beschikking kan worden gevraagd.
- – zij niet verplicht kunnen worden gesteld om deel te nemen aan de bemiddelingssessie; – de Autoriteit Consument en Markt een neutrale voorzitter levert, die voldoende gekwalificeerd is de sessie te leiden; – de sessie in een voor partijen neutrale omgeving wordt gehouden; en – indien partijen geen overeenstemming bereiken, alsnog om een onafhankelijke beschikking kan worden gevraagd.
-
Van partijen vraagt de Autoriteit Consument en Markt op voorhand, nadat zij hebben ingestemd met bemiddeling, dat zij vooraf:
– akkoord gaan met het opschorten van de wettelijke beslistermijn; – zich bereid verklaren met open vizier deel te nemen aan het bemiddelingsproces; – per partij één van de afgevaardigden machtigen een beslissing te nemen indien de situatie daar om vraagt; – zich een beeld vormen van de punten die hen gescheiden houden; en – zich een beeld vormen van de punten waarover zij het eens zijn.
- – akkoord gaan met het opschorten van de wettelijke beslistermijn;
- – zich bereid verklaren met open vizier deel te nemen aan het bemiddelingsproces;
- – per partij één van de afgevaardigden machtigen een beslissing te nemen indien de situatie daar om vraagt;
- – zich een beeld vormen van de punten die hen gescheiden houden; en
- – zich een beeld vormen van de punten waarover zij het eens zijn.
4.2.2. Handhaving
4.3. Aanvraag tot geschilbeslechting
4.3.1. Aanvraag tot geschilbeslechting
-
In het verzoek om een beschikking verstrekt de gedoogplichtige in ieder geval de volgende informatie:
– een kopie van de schriftelijke kennisgevingen; – een kopie van alle relevante verdere correspondentie, gespreksverslagen, etc.; en – de bedenkingen tegen de voorgenomen werkzaamheden. Deze kunnen tevens zijn gebaseerd op lokale omstandigheden, plannen ten aanzien van gronden, bepalingen bij of krachtens andere wetgeving, etc.
- – een kopie van de schriftelijke kennisgevingen;
- – een kopie van alle relevante verdere correspondentie, gespreksverslagen, etc.; en
- – de bedenkingen tegen de voorgenomen werkzaamheden. Deze kunnen tevens zijn gebaseerd op lokale omstandigheden, plannen ten aanzien van gronden, bepalingen bij of krachtens andere wetgeving, etc.
-
Na ontvangst van een verzoek van een gedoogplichtige neemt de Autoriteit Consument en Markt per omgaande contact op met de aanbieder en wijst hem er op dat het recht op uitvoering van de werkzaamheden op grond van artikel 5.3, vijfde lid, Tw is geschorst.
-
De Autoriteit Consument en Markt oordeelt in een geschil of de aanbieder terecht aanspraak maakt op de gedoogplicht zoals geregeld in artikel 5.2 Tw. De aanbieder moet in ieder geval voldoen aan de volgende randvoorwaarden:
– hij is een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk; – hij legt kabels aan die ten dienste komen van een dergelijk netwerk; – er is sprake van een gedoogplicht, zoals omschreven in artikel 5.2, eerste tot en met vijfde lid, Tw of artikel 20.11, eerste lid, Tw; en – de ontvanger van de schriftelijke kennisgevingen dient als gedoogplichtige te kunnen worden aangemerkt.
- – hij is een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk;
- – hij legt kabels aan die ten dienste komen van een dergelijk netwerk;
- – er is sprake van een gedoogplicht, zoals omschreven in artikel 5.2, eerste tot en met vijfde lid, Tw of artikel 20.11, eerste lid, Tw; en
- – de ontvanger van de schriftelijke kennisgevingen dient als gedoogplichtige te kunnen worden aangemerkt.
Artikel 5.2, vierde lid, Tw regelt de aanleg van (kabels ten behoeve van) netwerkaansluitpunten in en aan gebouwen. Deze regeling maakt het bijvoorbeeld mogelijk dat aanbieders op netwerkniveau kunnen concurreren in nieuw te bouwen projecten, maar ook dat eindgebruikers op verzoek kunnen worden aangesloten op een netwerk. Aangezien het aanleggen van kabels en netwerkaansluitpunten in en aan een gebouw doorgaans van ingrijpender aard is dan het aanleggen van kabels in de grond, geeft de aanbieder, in aanvulling op de algemene gegevens die hij aan de gedoogplichtige moet verstrekken, de gedoogplichtige een gedetailleerd inzicht in de uit te voeren werkzaamheden, het tijdstip waarop wordt gewerkt en de plaats waar de kabels worden aangelegd. De Autoriteit Consument en Markt toetst tevens deze gedetailleerde informatie met betrekking tot de voorgenomen werkzaamheden ten opzichte van de omstandigheden in en rond het gebouw. Met inachtneming van deze werkzaamheden en omstandigheden kan de Autoriteit Consument en Markt, indien nodig, aan de aanbieder regels opleggen, zodat deze op proportionele wijze de werkzaamheden kan uitvoeren zonder overmatige overlast.14Zie bijvoorbeeld OPTA, Last onder dwangsom “het opleggen van de gedoogplicht inzake kabels en netwerkaansluitpunten in wooncomplex Westerduin o.b.v. artikel 5.5, eerste lid, onder b, Tw”, H.4.01, 1 mei 2002 (datum publicatie website).
4.3.2. Maatregelen ten aanzien van kabels
Artikel 5.8 Tw schrijft voor wie de kosten van maatregelen ten aanzien van kabels moet dragen. De Autoriteit Consument en Markt neemt waar het de te volgen procedure betreft in beginsel het volgende standpunt in.
-
Naar de mening van de Autoriteit Consument en Markt verhouden artikel 5.8, eerste en tweede lid, Tw zich als volgt tot artikel 5.8, vijfde lid, Tw. Het staat de aanbieder niet vrij om te bepalen of artikel 5.8, vijfde lid, Tw van toepassing is als de gedoogplichtige hem verzoekt over te gaan tot het nemen van maatregelen.15CBb 4 februari 2005, AWB 04/480 en 04/486, LJN AS5102. De aanbieder kan slechts het verzoek tot maatregelen beoordelen. Indien hij daar bedenkingen tegen heeft, maakt hij deze kenbaar aan de gedoogplichtige. Daarna is het aan beide partijen om nadere informatie uit te wisselen en te trachten tot overeenstemming te komen. Als dit niet lukt, kan de gedoogplichtige vervolgens een keuze maken. Indien de gedoogplichtige wederom verzoekt maatregelen te nemen, is de aanbieder verplicht daartoe over te gaan. Beide partijen kunnen de Autoriteit Consument en Markt daarna verzoeken een beschikking te geven die ziet op de kostenverdeling. De Autoriteit Consument en Markt concludeert op basis van de wetssystematiek dat slechts indien de gedoogplichtige op voorhand stelt niet aan de vereisten te voldoen, de regeling van artikel 5.8, vijfde lid, Tw van toepassing is. In dat geval komen de kosten van de maatregelen voor rekening van de gedoogplichtige.
-
Voorop staat dat de gedoogplichtige niet kan worden verplicht zijn plannen bij te stellen vanwege de kabels van de aanbieder. Dit neemt niet weg dat hij gehouden is mee te denken over de proportionaliteit van (alternatieve) maatregelen. De gedoogplichtige moet zich actief inspannen om te voorkomen dat onnodig kosten worden gemaakt. Gebeurt dit niet en de aanbieder kan in een geschilprocedure aantonen dat minder vergaande maatregelen redelijkerwijs mogelijk waren geweest, dan kan dit financiële consequenties hebben voor de gedoogplichtige, aangezien het verschil in kosten aan hem kan worden toegerekend.
-
De Autoriteit Consument en Markt leidt uit de memorie van toelichting af dat het adagium ‘eens gedoogd, altijd gedoogd’ niet langer van toepassing is. Hieruit volgt dat een gedoogplichtige volledige verplaatsing van kabels kan eisen op basis van een verandering van bestemming van grond. Desgevraagd toetst de Autoriteit Consument en Markt deze verandering van bestemming indien partijen niet tot overeenstemming kunnen komen.
-
Als aanbieder en gedoogplichtige geen overeenstemming kunnen bereiken over de toedeling van de kosten van de maatregelen, kan een van beide partijen de Autoriteit Consument en Markt verzoeken een beschikking te geven. De geschilbehandeling schorst de voorgenomen werkzaamheden niet, doch biedt de aanbieder een (financiële) waarborg tegen misbruik van deze regeling.
-
Bij een aanvraag ontvangt de Autoriteit Consument en Markt van de aanbieder in ieder geval de volgende informatie:
– een beschrijving van het onderhandelingsproces, inclusief een afschrift van het verzoek, correspondentie, verslagen, etc. en zijn gemotiveerde bedenkingen tegen het verzoek tot maatregelen; – kaarten waarop de ligging van de kabel is gemarkeerd ten opzichte van de plaats van de voorziene werkzaamheden; en – informatie betreffende de (on)mogelijkheid dan wel noodzaak tot het nemen van maatregelen; of – een omschrijving van een alternatieve maatregel, die hetzelfde effect bereikt, maar waarschijnlijk goedkoper is.
- – een beschrijving van het onderhandelingsproces, inclusief een afschrift van het verzoek, correspondentie, verslagen, etc. en zijn gemotiveerde bedenkingen tegen het verzoek tot maatregelen;
- – kaarten waarop de ligging van de kabel is gemarkeerd ten opzichte van de plaats van de voorziene werkzaamheden; en
- – informatie betreffende de (on)mogelijkheid dan wel noodzaak tot het nemen van maatregelen; of
- – een omschrijving van een alternatieve maatregel, die hetzelfde effect bereikt, maar waarschijnlijk goedkoper is.
-
Bij een aanvraag overlegt de gedoogplichtige in ieder geval de volgende informatie:
– een beschrijving van het onderhandelingsproces, inclusief een afschrift van het verzoek en kopieën van verdere correspondentie en gespreksverslagen; – een bewijs de gedoogplichtige te zijn; – een beschrijving van de aard van de (bouw)werkzaamheden onderbouwd met de bouw- of bestektekeningen, waarin in ieder geval is opgenomen de afstand tussen de voorgenomen werken en de in het geding zijnde kabel; – een eventuele opdracht tot het uitvoeren van de werkzaamheden; – de onderbouwing van de noodzaak tot maatregelen; – de termijn waarbinnen de verplaatsing dient plaats te vinden; – voor zover van toepassing, een omschrijving van het voorgestelde nieuwe tracé van de onderhavige kabel; en – voor zover van toepassing, zijn bedenkingen tegen de alternatieve maatregelen die de aanbieder voorstelt.
- – een beschrijving van het onderhandelingsproces, inclusief een afschrift van het verzoek en kopieën van verdere correspondentie en gespreksverslagen;
- – een bewijs de gedoogplichtige te zijn;
- – een beschrijving van de aard van de (bouw)werkzaamheden onderbouwd met de bouw- of bestektekeningen, waarin in ieder geval is opgenomen de afstand tussen de voorgenomen werken en de in het geding zijnde kabel;
- – een eventuele opdracht tot het uitvoeren van de werkzaamheden;
- – de onderbouwing van de noodzaak tot maatregelen;
- – de termijn waarbinnen de verplaatsing dient plaats te vinden;
- – voor zover van toepassing, een omschrijving van het voorgestelde nieuwe tracé van de onderhavige kabel; en
- – voor zover van toepassing, zijn bedenkingen tegen de alternatieve maatregelen die de aanbieder voorstelt.
-
In het geval de aanbieder twijfelt of de om maatregelen verzoekende partij de gedoogplichtige is, vraagt hij deze om zijn status aan te tonen. Indien partijen hierover geen overeenstemming kunnen bereiken, kan dit worden meegenomen in de normale procedure.
-
Indien de aanbieder en de gedoogplichtige geen overeenstemming kunnen bereiken over de ligging van de kabel, stelt de aanbieder de ligging vast.
-
De Autoriteit Consument en Markt oordeelt in een geschil of de beoogde gedoogplichtige terecht aanspraak maakt op de regeling betreffende de maatregelen ten aanzien van kabels. Hij moet voldoen aan de volgende randvoorwaarden:
– hij moet de gedoogplichtige zijn; – door of vanwege hem; – worden gebouwen opgericht of werken uitgevoerd; – de maatregelen moeten noodzakelijk zijn; en – waar van toepassing dient de gedoogplichtige mee te denken over alternatieve maatregelen. Indien de gedoogplichtige aan deze criteria voldoet, dient de aanbieder op eigen kosten maatregelen te nemen.
- – hij moet de gedoogplichtige zijn;
- – door of vanwege hem;
- – worden gebouwen opgericht of werken uitgevoerd;
- – de maatregelen moeten noodzakelijk zijn; en
- – waar van toepassing dient de gedoogplichtige mee te denken over alternatieve maatregelen. Indien de gedoogplichtige aan deze criteria voldoet, dient de aanbieder op eigen kosten maatregelen te nemen.
-
Overigens stelt de Autoriteit Consument en Markt vast dat een geschil ook de vraag zou kunnen betreffen of bepaalde kosten aan de genomen maatregelen kunnen worden toegerekend of niet. De Autoriteit Consument en Markt zal per geval beoordelen welke informatie zij nodig heeft om een dergelijk geschil te beslechten.
-
De Autoriteit Consument en Markt toetst de in de Tw opgenomen criteria en de kosten van maatregelen als volgt.
a) Gedoogplichtige De gedoogplichtige toont zijn status aan door gegevens betreffende zijn rechten te overleggen. Dit gebeurt bij voorkeur door middel van kadastrale gegevens of een contract. b) Peildatum De peildatum is de datum waarop het begrip gedoogplichtige wordt getoetst. De Autoriteit Consument en Markt gaat uit van de datum waarop het verzoek tot het nemen van maatregelen tot de aanbieder wordt gericht.16OPTA, Beschikking inzake het geschil ex artikel 5.8, zevende lid, Tw (KPN B.V. e.a./Gemeenten Lansingerland en Zevenhuizen-Moerkapelle), 5 maart 2008, randnummers 48-54. c) Door of vanwege Het begrip ‘door of vanwege’ ziet op de omstandigheid dat de (bouw)werkzaamheden door of in opdracht van de gedoogplichtige worden uitgevoerd. Dit kan bijvoorbeeld worden aangetoond door het overleggen van contracten, opdrachtbonnen, een (bouw)vergunning, etc. d) Oprichten van gebouwen of uitvoeren van werken Het oprichten van gebouwen en het uitvoeren van werken, dat ook werkzaamheden omvat, wordt aangetoond door het overleggen van de betreffende (bestek)tekeningen, plannen, etc. De ligging van de kabel(s) van de aanbieder ten opzichte van de voorgenomen werken wordt in de tekeningen verwerkt. e) Noodzakelijk Het nemen van maatregelen is noodzakelijk indien de gedoogplichtige het werk redelijkerwijs niet kan uitvoeren of gebouwen niet kan oprichten zoals hij dit zelf wenst.17Kamerstukken II 2004/05, 29 834, nr. 3, p. 57.Deze regel geldt ongeacht waar de gedoogplichtige in, aan of op zijn (van) eigendom (afgeleide rechten) kabels of netwerkaansluitpunten gedoogt. De noodzaak tot maatregelen wordt aangetoond door middel van bijvoorbeeld een kaart waarop de voorgenomen (bouw)werkzaamheden afgezet zijn tegen de betrokken kabel(s) en schriftelijke omschrijving van de hinder die de aanwezigheid van de kabel oplevert voor de werkzaamheden. f) Alternatief tracé De Autoriteit Consument en Markt meent dat het al dan niet aangeven van een alternatief tracé niet bepalend mag zijn voor de uitkomst van een verzoek tot het nemen van maatregelen. Enerzijds is de gedoogplichtige in de gevallen dat hij zinvolle suggesties kan doen over maatregelen ten aanzien van kabels in zijn eigen grond, daartoe gehouden, anderzijds bepaalt een aanbieder zelf zijn netwerkstructuur. Het aanbieden van een alternatief tracé door de gedoogplichtige kan een procedure echter wel versnellen. g) Kosten van maatregelen Als kosten van maatregelen kunnen in ieder geval worden opgevoerd: uitgaven die rechtstreeks, hetzij door planning, overleg, voorbereiding, gebruikt materiaal en materieel, noodzakelijke over- en/of instemmingen en arbeid, zijn toe te schrijven aan de maatregelen, inclusief uitgaven die in opdracht van de gedoogplichtige geschieden en aan de maatregelen zijn toe te schrijven.
- a) Gedoogplichtige De gedoogplichtige toont zijn status aan door gegevens betreffende zijn rechten te overleggen. Dit gebeurt bij voorkeur door middel van kadastrale gegevens of een contract.
- b) Peildatum De peildatum is de datum waarop het begrip gedoogplichtige wordt getoetst. De Autoriteit Consument en Markt gaat uit van de datum waarop het verzoek tot het nemen van maatregelen tot de aanbieder wordt gericht.16OPTA, Beschikking inzake het geschil ex artikel 5.8, zevende lid, Tw (KPN B.V. e.a./Gemeenten Lansingerland en Zevenhuizen-Moerkapelle), 5 maart 2008, randnummers 48-54.
- c) Door of vanwege Het begrip ‘door of vanwege’ ziet op de omstandigheid dat de (bouw)werkzaamheden door of in opdracht van de gedoogplichtige worden uitgevoerd. Dit kan bijvoorbeeld worden aangetoond door het overleggen van contracten, opdrachtbonnen, een (bouw)vergunning, etc.
- d) Oprichten van gebouwen of uitvoeren van werken Het oprichten van gebouwen en het uitvoeren van werken, dat ook werkzaamheden omvat, wordt aangetoond door het overleggen van de betreffende (bestek)tekeningen, plannen, etc. De ligging van de kabel(s) van de aanbieder ten opzichte van de voorgenomen werken wordt in de tekeningen verwerkt.
- e) Noodzakelijk Het nemen van maatregelen is noodzakelijk indien de gedoogplichtige het werk redelijkerwijs niet kan uitvoeren of gebouwen niet kan oprichten zoals hij dit zelf wenst.17Kamerstukken II 2004/05, 29 834, nr. 3, p. 57.Deze regel geldt ongeacht waar de gedoogplichtige in, aan of op zijn (van) eigendom (afgeleide rechten) kabels of netwerkaansluitpunten gedoogt. De noodzaak tot maatregelen wordt aangetoond door middel van bijvoorbeeld een kaart waarop de voorgenomen (bouw)werkzaamheden afgezet zijn tegen de betrokken kabel(s) en schriftelijke omschrijving van de hinder die de aanwezigheid van de kabel oplevert voor de werkzaamheden.
- f) Alternatief tracé De Autoriteit Consument en Markt meent dat het al dan niet aangeven van een alternatief tracé niet bepalend mag zijn voor de uitkomst van een verzoek tot het nemen van maatregelen. Enerzijds is de gedoogplichtige in de gevallen dat hij zinvolle suggesties kan doen over maatregelen ten aanzien van kabels in zijn eigen grond, daartoe gehouden, anderzijds bepaalt een aanbieder zelf zijn netwerkstructuur. Het aanbieden van een alternatief tracé door de gedoogplichtige kan een procedure echter wel versnellen.
- g) Kosten van maatregelen Als kosten van maatregelen kunnen in ieder geval worden opgevoerd: uitgaven die rechtstreeks, hetzij door planning, overleg, voorbereiding, gebruikt materiaal en materieel, noodzakelijke over- en/of instemmingen en arbeid, zijn toe te schrijven aan de maatregelen, inclusief uitgaven die in opdracht van de gedoogplichtige geschieden en aan de maatregelen zijn toe te schrijven.
Artikel 5.8, tweede lid, Tw verklaart het eerste lid van toepassing indien de gedoogplichtige jegens een derde is gehouden grond, die door de gedoogplichtige is bestemd voor het oprichten van één of meerdere gebouwen met een woonbestemming,18Kamerstukken II 2004/05, 29 834, nr. 3, p. 58. zodanig op te leveren dat die derde na verkrijging van die grond bij het door of vanwege hem op te richten gebouw niet wordt gehinderd door in de grond aanwezige kabels. Deze bepaling beoogt dat kabels kunnen worden verplaatst in een situatie waarin de gedoogplichtige zelf geen werken uitvoert, bijvoorbeeld om de grond bouwrijp te maken, althans geen werken die op zichzelf het nemen van maatregelen rechtvaardigen. Was dit wel het geval, dan kan de gedoogplichtige immers op grond van artikel 5.8, eerste lid, Tw aanspraak maken op het nemen van maatregelen.
-
De Tw bevat de volgende criteria waaraan een verzoek van de gedoogplichtige in dit geval additioneel moet voldoen en die de Autoriteit Consument en Markt dientengevolge moet toetsen in het geval van een geschil:
– het betreft gebouwen met een woonbestemming; – de gedoogplichtige heeft de bestemming gegeven of veranderd; – het contract tussen de gedoogplichtige en de derde; – de bepalingen in het contract met betrekking tot de aangegane verplichtingen; – de vastlegging dat de genoemde derde de grond in eigendom zal verkrijgen; – de oprichting van het gebouw moet voldoende bepaald zijn; en – de hinder19De Autoriteit Consument en Markt acht ‘hinder’ van dezelfde orde als ‘noodzaak’ in artikel 5.8, eerste lid, Tw. door kabels ten opzichte van de bouwplannen.
- – het betreft gebouwen met een woonbestemming;
- – de gedoogplichtige heeft de bestemming gegeven of veranderd;
- – het contract tussen de gedoogplichtige en de derde;
- – de bepalingen in het contract met betrekking tot de aangegane verplichtingen;
- – de vastlegging dat de genoemde derde de grond in eigendom zal verkrijgen;
- – de oprichting van het gebouw moet voldoende bepaald zijn; en
- – de hinder19De Autoriteit Consument en Markt acht ‘hinder’ van dezelfde orde als ‘noodzaak’ in artikel 5.8, eerste lid, Tw. door kabels ten opzichte van de bouwplannen.
Artikel 5.8, derde lid, Tw biedt de aanbieder een waarborg tegen onjuist gebruik of misbruik van de regeling in artikel 5.8, tweede lid, Tw. Indien de aanbieder, nadat hij zijn kabels heeft verplaatst, het vermoeden heeft dat de aangekondigde gebouwen niet of anders zijn opgetrokken, kan hij de gedoogplichtige om de volgende informatie vragen:
– het (gewijzigde) tijdstip van uitvoering;
– wijzigingen in het werkschema;
– wijzigingen ten opzichte van het eerder gepresenteerde bouwplan;
– het effect van de wijziging ten aanzien van de kabels; en indien van toepassing, definitief afstel.
- – het (gewijzigde) tijdstip van uitvoering;
- – wijzigingen in het werkschema;
- – wijzigingen ten opzichte van het eerder gepresenteerde bouwplan;
- – het effect van de wijziging ten aanzien van de kabels; en indien van toepassing, definitief afstel.
Artikel 5.8, vierde lid, Tw schrijft voor dat in het geval de gedoogplichtige binnen vijf jaar na het eerste verzoek opnieuw een verzoek tot maatregelen aan de aanbieder richt, de kosten van de maatregelen voor rekening van de gedoogplichtige zijn.20Kamerstukken II 2004/05, 29 834, nr 3, p. 58. Deze situatie geldt eveneens bij de aanleg van nieuwe kabels. Het college legt nieuwe kabels zoals hier bedoeld uit als nieuwe kabels die ter vervanging van de kabels in het oude tracé door de aanbieder worden aangelegd.
-
De Autoriteit Consument en Markt stelt dat sprake is van het opnieuw doen van een verzoek, indien dezelfde gedoogplichtige binnen vijf jaar een nieuw verzoek om maatregelen ten aanzien van dezelfde kabel(s) richt aan dezelfde aanbieder. Hieruit volgt dat in het geval van een (vermeend) nieuw verzoek:
– het slechts die kabels betreft, die onderwerp waren van het eerste verzoek van de gedoogplichtige om maatregelen, waaronder verplaatsing, te treffen; – de betreffende kabels slechts op twee plaatsen kunnen liggen, te weten: de locatie waar maatregelen zijn getroffen dan wel de nieuwe locatie van de kabels; – alle andere kabels, dat wil zeggen de niet bij het eerste verzoek betrokken kabels, van de aanbieder hiervan uitgesloten zijn; – kabels van een andere aanbieder, waarop het verplaatsingsverzoek geen betrekking heeft, hiervan uitgesloten zijn; – derde locaties uitgesloten zijn; en – deze regeling pas geldt voor een nieuwe gedoogplichtige, indien hij een nieuw verzoek tot de aanbieder richt. Hij heeft immers niet eerder een verzoek tot de aanbieder gericht.
- – het slechts die kabels betreft, die onderwerp waren van het eerste verzoek van de gedoogplichtige om maatregelen, waaronder verplaatsing, te treffen; – de betreffende kabels slechts op twee plaatsen kunnen liggen, te weten: de locatie waar maatregelen zijn getroffen dan wel de nieuwe locatie van de kabels;
- – alle andere kabels, dat wil zeggen de niet bij het eerste verzoek betrokken kabels, van de aanbieder hiervan uitgesloten zijn;
- – kabels van een andere aanbieder, waarop het verplaatsingsverzoek geen betrekking heeft, hiervan uitgesloten zijn;
- – derde locaties uitgesloten zijn; en
- – deze regeling pas geldt voor een nieuwe gedoogplichtige, indien hij een nieuw verzoek tot de aanbieder richt. Hij heeft immers niet eerder een verzoek tot de aanbieder gericht.
4.3.3. Medegebruik van voorzieningen
Hoofdstuk 5 Tw kent twee artikelen waarin medegebruik wordt voorgeschreven aan aanbieders: artikel 5.2, zevende lid, Tw en artikel 5.12 Tw. In beginsel zal de wijze waarop de Autoriteit Consument en Markt geschillen over het begrip marktconforme vergoeding beoordeelt, overeenstemmen.21Geschilbeslechting ten aanzien van medegebruik zoals bedoeld in artikel 5.2, zevende lid, Tw valt onder artikel 5.3 Tw, geschilbeslechting ten aanzien van medegebruik zoals bedoeld in artikel 5.12 Tw valt onder artikel 12.2, eerste lid, Tw. De Autoriteit Consument en Markt constateert dat de voorzieningen die zijn aangelegd op grond van artikel 5.2, zevende lid, Tw zijn aangelegd om graafrust te garanderen en dat de voorzieningen zoals bedoeld in artikel 5.12 Tw met een winstoogmerk zijn aangelegd.
Medegebruik artikel 5.2, zevende lid, Tw
Artikel 5.14 Tw verbiedt gemeenten openbare elektronische netwerken of -diensten aan te bieden en een belang te hebben in ondernemingen die voornoemde netwerken en diensten aanbieden.24Zie voor uitzonderingen artikel 20.12 Tw. Hieruit volgt dat een gemeente geen lege voorzieningen mag aanleggen met een winstoogmerk. De wetgever staat wel toe dat een gemeente ter bevordering van graafrust voorzieningen aanlegt in zijn grond.
Medegebruik artikel 5.12 Tw jo. artikel 12.2, eerste lid, Tw
Artikel 5.12 Tw schrijft voor dat aanbieders over en weer moeten voldoen aan redelijke verzoeken tot het medegebruik van de voorzieningen waarop de gedoogplicht van toepassing is.25Deze plicht geldt ook voor ‘derden’ als bedoeld in artikel 5.12, tweede lid, Tw. De regeling ziet op het medegebruik van de bij een kabel behorende ondersteunings- en beschermingswerken. Het medegebruik van de koper- of coaxdraad of glasvezel zelf alsmede van de bij een kabel behorende signaal- en verbindingsinrichtingen, is uitgesloten van de onderhavige medegebruikregeling.
-
Het begrip ‘voorziening’ omvat in dit verband in ieder geval de volgende elementen:
– kabelgoten en -sleuven met bijbehorende ruimten, zoals vloer-, plafonden wandoppervlakte waaraan kabels bevestigd, op neergezet of doorheen geleid worden; – lege of gedeeltelijk lege buizen ter bescherming van kabels; en – koppelruimten zoals man- en handholes, straatkabinetten.
- – kabelgoten en -sleuven met bijbehorende ruimten, zoals vloer-, plafonden wandoppervlakte waaraan kabels bevestigd, op neergezet of doorheen geleid worden;
- – lege of gedeeltelijk lege buizen ter bescherming van kabels; en
- – koppelruimten zoals man- en handholes, straatkabinetten.
Redelijk verzoek
-
Indien de verzoeker geen overeenstemming heeft kunnen bereiken met de ontvanger, kan de verzoeker de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 12.2, eerste lid, Tw verzoeken het geschil te beslechten. Het verzoek tot geschilbeslechting bevat in ieder geval:
– de zienswijze van de verzoekende partij; – alle relevante stukken, correspondentie, gespreksverslagen, etc.; en – een motivering waarom het verzoek redelijk is.
- – de zienswijze van de verzoekende partij;
- – alle relevante stukken, correspondentie, gespreksverslagen, etc.; en
- – een motivering waarom het verzoek redelijk is.
-
Ten aanzien van de vraag of sprake is van een redelijk verzoek beoordeelt de Autoriteit Consument en Markt allereerst het verzoek. De verzoeker dient schriftelijk een concreet en gespecificeerd verzoek tot medegebruik in bij de ontvanger. Hierin is in ieder geval opgenomen:
– (een beschrijving van) de locaties voor het gewenste medegebruik; – de gewenste voorzieningen; – een omschrijving van hetgeen in, aan of op de voorzieningen wordt aangelegd; – een omschrijving van de wijze waarop de werken worden uitgevoerd, inclusief een opsomming van de daarbij te gebruiken materialen en het tijdstip waarop de werkzaamheden aanvangen; en – de gewenste contractduur.
- – (een beschrijving van) de locaties voor het gewenste medegebruik;
- – de gewenste voorzieningen;
- – een omschrijving van hetgeen in, aan of op de voorzieningen wordt aangelegd;
- – een omschrijving van de wijze waarop de werken worden uitgevoerd, inclusief een opsomming van de daarbij te gebruiken materialen en het tijdstip waarop de werkzaamheden aanvangen; en
- – de gewenste contractduur.
Redelijke vergoeding
5. Procedure handhaving
-
Op grond van artikel 15.1, eerste lid, onder 3, Tw zijn de bij besluit van de Autoriteit Consument en Markt aangewezen ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van hoofdstuk 5 Tw.33Uitgezonderd de artikelen 5.1, 5.4, 5.5, 5.6, tweede, derde lid, vierde en vijfde lid, 5.7, 5.13 en 5.14 Tw. Dit houdt in dat de Autoriteit Consument en Markt haar handhavende bevoegdheid kan uitoefenen in geval van overtredingen van hoofdstuk 5 Tw. De Autoriteit Consument en Markt onderscheidt twee procedures:
– de Autoriteit Consument en Markt ontvangt een verzoek tot handhaving, waarin wordt gesteld dat er sprake is van een overtreding van hoofdstuk 5 Tw; en – de Autoriteit Consument en Markt kan naar aanleiding van een klacht of bij het vermoeden van een overtreding van hoofdstuk 5 Tw ambtshalve een onderzoek instellen.
- – de Autoriteit Consument en Markt ontvangt een verzoek tot handhaving, waarin wordt gesteld dat er sprake is van een overtreding van hoofdstuk 5 Tw; en
- – de Autoriteit Consument en Markt kan naar aanleiding van een klacht of bij het vermoeden van een overtreding van hoofdstuk 5 Tw ambtshalve een onderzoek instellen.
5.1.1. Aanleg van kabels
5.1.2. Maatregelen ten aanzien van kabels
Artikel 5.8, zesde lid, Tw stelt termijnen waarbinnen de aanbieder maatregelen moet hebben genomen. Deze termijnen komen voort uit het verzoek tot het nemen van maatregelen van de gedoogplichtige.