40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij | BWBR0019211 | AMvB | geldend | 2008-04-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0019211 | Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij |
Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij
Artikel 1
1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
ammoniakemissie: emissie van ammoniak, uitgedrukt in kg NH_3 per jaar;
bouwvergunning: vergunning krachtens artikel 40, eerste lid, van de Woningwet;
bijlage: bij dit besluit behorende bijlage;
diercategorie: in de bijlagen gehanteerde aanduiding, binnen hoofdcategorieën, van dieren;
dierenverblijf: al dan niet overdekte ruimte waarbinnen dieren worden gehouden;
dierplaats: deel van een huisvestingssysteem, bestemd voor het houden van één dier;
emissiefactor: ammoniakemissie per dierplaats, zoals bepaald krachtens artikel 1, eerste lid, van de Wet ammoniak en veehouderij;
Groen-Labelstalsysteem: huisvestingssysteem dat voldoet aan de omschrijving van een stalsysteem waarvoor een Groen Label als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van het Convenant Groen Label (Stcrt. 1993, 21) is verleend;
huisvestingssysteem: gedeelte van een dierenverblijf waarin dieren van één diercategorie op dezelfde wijze worden gehouden;
veehouderij: inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en is bestemd voor het kweken, fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren;
vergunning: omgevingsvergunning voor een inrichting.
2.
Voor de toepassing van dit besluit wordt onder een bestaand huisvestingssysteem verstaan:
a. a. een huisvestingssysteem dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit in de veehouderij aanwezig was; b. b. een huisvestingssysteem dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit nog niet in de veehouderij aanwezig was, maar waarvoor op dat tijdstip wel een vergunning of, indien geen vergunning vereist was, een bouwvergunning was verleend; c. c. een huisvestingssysteem dat ontstaat door verandering van een huisvestingssysteem als bedoeld onder a of b, mits de emissiefactor van dat systeem niet hoger is dan die van het oorspronkelijke huisvestingssysteem en slechts voorzover het aantal dierplaatsen niet wordt uitgebreid; d. d. een huisvestingssysteem dat ontstaat door verandering van een huisvestingssysteem als bedoeld onder a of b, waarbij die verandering bestaat uit aanpassing van het systeem in verband met de wettelijke voorschriften op het gebied van dierenwelzijn en slechts voorzover het aantal dierplaatsen niet wordt uitgebreid; of e. e. een huisvestingssysteem dat ontstaat door verandering van een huisvestingssysteem als bedoeld onder a of b, waarbij die verandering bestaat uit het huisvesten van dieren van een andere diercategorie die tot dezelfde hoofdcategorie behoort, op voorwaarde dat de ammoniakemissie niet toeneemt en slechts voorzover het vloeroppervlak niet wordt vergroot.
Artikel 2
1. Indien in een veehouderij dieren worden gehuisvest van een diercategorie waarvoor in bijlage 1 een maximale emissiewaarde is aangegeven, worden voor die dieren geen huisvestingssystemen toegepast met een emissiefactor die hoger is dan deze maximale emissiewaarde dan wel de emissiewaarde die het bevoegd gezag heeft vastgesteld op grond van artikel 2a, eerste lid.
2. Aan het eerste lid wordt ook voldaan indien de som van de ammoniakemissies uit de tot de veehouderij behorende huisvestingssystemen niet groter is dan de som van de ammoniakemissies die deze huisvestingssystemen zouden veroorzaken indien voldaan wordt aan het eerste lid. Een huisvestingssysteem dat op 1 januari 2007 nog niet in de veehouderij aanwezig was, voldoet afzonderlijk aan het eerste lid.
3. In afwijking van het eerste lid geldt ten aanzien van een bestaand Groen-Labelstalsysteem waarvan de emissiefactor hoger is dan de maximale emissiewaarde bedoeld in het eerste lid en waarvoor een vergunning of, indien geen vergunning vereist was, een bouwvergunning is verleend voor 8 mei 2002, die emissiefactor als maximale emissiewaarde.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een huisvestingssysteem waarvoor een bijzondere emissiefactor is vastgesteld als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij.
Artikel 2a
1. Indien tot een in artikel 2, eerste lid, bedoelde veehouderij een IPPC-installatie behoort en met de in artikel 2, eerste lid, bedoelde maximale emissiewaarde niet wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.14 en 2.22 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, stelt het bevoegd gezag voor een tot de IPPC-installatie behorend huisvestingssysteem een strengere emissiewaarde vast.
2. Indien tot een in artikel 2, eerste lid, bedoelde veehouderij een IPPC-installatie behoort en met de in artikel 4, eerste lid, bedoelde tijdstippen voor de aanpassing van een bestaand huisvestingssysteem niet wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.14 en 2.22 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, stelt het bevoegd gezag voor een tot de IPPC-installatie behorend huisvestingssysteem een eerder tijdstip vast.
Artikel 3
1. Voor de diercategorie melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar is artikel 2 niet van toepassing ten aanzien van een bestaand huisvestingssysteem en evenmin ten aanzien van de uitbreiding daarvan, zolang het aantal dierplaatsen als gevolg van de uitbreiding met niet meer dan 20 toeneemt ten opzichte van het aantal dat aanwezig was op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.
2. Artikel 2 is evenmin van toepassing voorzover het betreft een diercategorie waarvan in de veehouderij niet meer dieren worden gehouden dan het aantal dat in bijlage 1 voor die diercategorie is aangegeven.
3. Artikel 2 is voorts niet van toepassing indien de dieren worden gehouden overeenkomstig de biologische productiemethoden, zoals bedoeld in het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode, of overeenkomstig de Algemene Voorwaarden PVV-regeling scharrelvarkens.
Artikel 4
1. Onverminderd artikel 3 is voor de in bijlage 2 vermelde diercategorieën artikel 2, eerste lid, ten aanzien van een bestaand huisvestingssysteem niet van toepassing tot 1 januari 2010, tenzij in die bijlage anders is aangegeven, dan wel tot het tijdstip dat het bevoegd gezag heeft vastgesteld op grond van artikel 2a, tweede lid.
2. Zolang van een diercategorie niet meer dieren worden gehouden dan het aantal dat in bijlage 2 voor die diercategorie is aangegeven, geldt in afwijking van het eerste lid voor die diercategorie als datum 1 januari 2013.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 6
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij.
Bijlage 1. bij het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij
^1 Voor de bepaling van het aantal dieren worden de bij de kraamzeugen behorende biggen (de niet-gespeende biggen) niet meegeteld.
^2 Indien het een huisvestingssysteem betreft waarbij de mestdroging in het huisvestingssysteem is geïntegreerd, bedraagt de maximale emissiewaarde 0,016.
^3 Indien het een huisvestingssysteem betreft waarbij de mestdroging in het huisvestingssysteem is geïntegreerd, bedraagt de maximale emissiewaarde 0,028.
^4 De maximale emissiewaarde geldt niet voor aangepaste kooien als bedoeld in de artikelen 2.71 en 2.72 van het Besluit houders van dieren.
Bijlage 2. bij het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij
^1 Indien het een huisvestingssysteem betreft waarvoor de vergunning is verleend na 1-1-1997, geldt als datum 1-1-2012.
^2 Voor de bepaling van het aantal dieren worden de bij de kraamzeugen behorende biggen (de niet-gespeende biggen) niet meegeteld.