40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Dominicaanse Republiek | BWBV0006630 | verdrag | geldend | 2021-02-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBV0006630 | Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Dominicaanse Republiek |
Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Dominicaanse Republiek
Artikel 1
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
a. a. „veroordeling”: elke straf of vrijheidsbenemende maatregel wegens een strafbaar feit opgelegd door een rechter; b. b. „vonnis”: een beslissing of bevel van een rechter waarbij een veroordeling wordt uitgesproken; c. c. „gevonniste persoon”: een persoon die bij onherroepelijk vonnis is veroordeeld door een rechter van een van de Partijen en zijn veroordeling ondergaat in de Staat van veroordeling; d. d. „de Staat van veroordeling”: de Staat waarin veroordeling is uitgesproken. Met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden wordt onder de Staat van veroordeling verstaan: Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten, al naargelang in welk van die delen van het Koninkrijk de veroordeling heeft plaatsgevonden; e. e. „de Staat van tenuitvoerlegging”: de Staat waarnaar de gevonniste persoon kan worden of reeds is overgebracht, teneinde zijn veroordeling te ondergaan. Met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden wordt onder de Staat van tenuitvoerlegging verstaan: Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten, al naargelang in welk van die delen van het Koninkrijk de gevonniste persoon zijn hoofdverblijf heeft, tenzij dit Verdrag anders bepaalt; f. f. het ministerie van Justitie: in de Dominicaanse Republiek, het Bureau van de Procureur-Generaal van de Republiek en in het Koninkrijk der Nederlanden het ministerie van Veiligheid en Justitie van Nederland, het ministerie van Justitie van Aruba, het ministerie van Justitie van Curaçao of het ministerie van Justitie van Sint Maarten, al naargelang in welk van die delen van het Koninkrijk de veroordeelde persoon zijn hoofdverblijf heeft of de veroordeling is uitgesproken.
Artikel 2
1. De Partijen verbinden zich elkaar, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag, in zo ruim mogelijke mate samenwerking te verlenen met betrekking tot de overbrenging van gevonniste personen en de tenuitvoerlegging van strafvonnissen.
2. Een op het grondgebied van een Partij gevonniste persoon kan, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag, naar het grondgebied van de andere Partij worden overgebracht, teneinde de tegen hem uitgesproken veroordeling te ondergaan. Te dien einde kan hij de Staat van veroordeling of de Staat van tenuitvoerlegging zijn wens te kennen geven overeenkomstig dit Verdrag te worden overgebracht.
3. De overbrenging kan door de Staat van veroordeling of door de Staat van tenuitvoerlegging worden verzocht.
Artikel 3
1.
Een gevonniste persoon kan overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag slechts onder de navolgende voorwaarden worden overgebracht:
a. a. indien die persoon een onderdaan is van de Partij op wier grondgebied het vonnis ten uitvoer dient te worden gelegd; b. b. indien het vonnis onherroepelijk en voor tenuitvoerlegging vatbaar is; c. c. indien de gevonniste persoon, op het tijdstip van ontvangst van het verzoek, nog ten minste zes maanden van de veroordeling moet ondergaan; d. d. indien het handelen of het nalaten op grond waarvan de veroordeling werd uitgesproken een strafbaar feit oplevert naar het recht van de Staat van tenuitvoerlegging of een strafbaar feit zou opleveren indien dit op zijn grondgebied zou zijn gepleegd; e. e. indien de gevonniste persoon met de overbrenging instemt; f. f. indien de gevonniste persoon de bij vonnis opgelegde boete en schadeloosstelling heeft betaald. Dit is niet van toepassing op personen die naar behoren hebben aangetoond onvermogend te zijn; en g. g. indien de Staat van veroordeling en de Staat van tenuitvoerlegging instemmen met de overbrenging.
2. In uitzonderingsgevallen kunnen de Staat van veroordeling en de Staat van tenuitvoerlegging zich akkoord verklaren met de overbrenging, zelfs wanneer de duur van het nog door de gevonniste persoon te ondergane gedeelte van de veroordeling korter is dan die in het eerste lid, onderdeel c, is vermeld.
Artikel 4
1. Elke gevonniste persoon op wie dit Verdrag mogelijk van toepassing is, dient door de Staat van veroordeling van de strekking van dit Verdrag in kennis te worden gesteld.
2. Indien de gevonniste persoon zijn wens tot overbrenging ingevolge dit Verdrag aan de Staat van veroordeling kenbaar heeft gemaakt, dient die Staat de Staat van tenuitvoerlegging zo spoedig mogelijk daarvan in kennis te stellen, nadat het vonnis onherroepelijk en voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden.
3.
De kennisgeving dient de navolgende inlichtingen te omvatten:
a. a. naam, geboortedatum en geboorteplaats van de gevonniste persoon; b. b. in voorkomend geval zijn adres in de Staat van tenuitvoerlegging; c. c. een opgave van de feiten waarop de veroordeling is gebaseerd; en d. d. de aard, duur en aanvangsdatum van de tenuitvoerlegging van de veroordeling.
4. Indien de gevonniste persoon zijn wens tot overbrenging ingevolge dit Verdrag aan de Staat van tenuitvoerlegging kenbaar heeft gemaakt, doet de Staat van veroordeling die Staat desgevraagd de in het derde lid bedoelde inlichtingen toekomen.
5. De gevonniste persoon dient van elke door de Staat van veroordeling of door de Staat van tenuitvoerlegging ingevolge de vorenstaande leden ondernomen actie schriftelijk in kennis te worden gesteld, alsmede van elke door een van beide Staten op een verzoek tot overbrenging genomen beslissing.
Artikel 5
1. De verzoeken uit hoofde van dit Verdrag tot overbrenging en de antwoorden daarop geschieden schriftelijk. Het gebruik van elektronische communicatiemiddelen is toegestaan op een wijze die de ontvangende Staat in staat stelt de echtheid vast te stellen en mits de communicatie schriftelijk kan worden vastgelegd.
2. Bedoelde verzoeken worden rechtstreeks door het ministerie van Justitie van de verzoekende Staat aan het ministerie van Justitie van de aangezochte Staat gericht. De beantwoording van de verzoeken, alsmede de met de verzoeken verband houdende verdere correspondentie tussen beide Staten, geschiedt eveneens rechtstreeks tussen de ministeries van Justitie.
Artikel 6
1.
De Staat van tenuitvoerlegging verstrekt de Staat van veroordeling op diens verzoek:
a. a. een document of verklaring dat de gevonniste persoon een onderdaan is van die Staat; b. b. een afschrift van het toepasselijke recht van de Staat van tenuitvoerlegging, waaruit blijkt dat het handelen of het nalaten, op grond waarvan de veroordeling in de Staat van veroordeling werd uitgesproken, naar het recht van de Staat van tenuitvoerlegging een strafbaar feit oplevert of een strafbaar feit zou opleveren indien gepleegd op zijn grondgebied.
2.
Indien om een overbrenging wordt verzocht, worden door de Staat van veroordeling de navolgende stukken aan de Staat van tenuitvoerlegging verstrekt, tenzij een van beide Staten reeds heeft aangegeven dat hij niet met de overbrenging zal instemmen:
a. a. een gewaarmerkt afschrift van het vonnis en de wettelijke bepalingen die daaraan ten grondslag liggen; b. b. een opgave betreffende het reeds ondergane gedeelte van een veroordeling, daaronder begrepen inlichtingen omtrent enige voorlopige hechtenis, strafvermindering en elke andere met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de veroordeling relevante omstandigheid; c. c. een document, in welke vorm dan ook, waaruit de uitdrukkelijke instemming blijkt van de gevonniste persoon of van zijn wettelijk vertegenwoordiger indien betrokkene minderjarig is of zijn geestelijke of lichamelijke toestand tussenkomst van een vertegenwoordiger vereist; d. d. waar nodig, een medisch of sociaal rapport omtrent de gevonniste persoon, inlichtingen betreffende zijn gedrag tijdens zijn detentie en betreffende zijn behandeling in de Staat van veroordeling en elke aanbeveling ten aanzien van zijn verdere behandeling in de Staat van tenuitvoerlegging; en e. e. de toepasselijke bepalingen op mogelijke vervroegde of voorwaardelijke invrijheidstelling of elke beschikking omtrent vervroegde invrijheidstelling, die verband houdt met de tenuitvoerlegging van het vonnis dat het onderwerp van het verzoek is.
3. Elk van beide Staten kan verzoeken in het bezit te worden gesteld van de in het eerste of tweede lid hierboven bedoelde stukken alvorens een verzoek tot overbrenging te doen of een beslissing te nemen of hij al dan niet met de overbrenging zal instemmen.
Artikel 7
1. Met de daadwerkelijke overname van de gevonniste persoon door de autoriteiten van de Staat van tenuitvoerlegging wordt de tenuitvoerlegging van de veroordeling in de Staat van veroordeling geschorst.
2. De Staat van veroordeling kan de veroordeling niet langer ten uitvoer leggen, indien de Staat van tenuitvoerlegging de veroordeling beschouwt als geheel ten uitvoer gelegd.
Artikel 8
De voortzetting van de tenuitvoerlegging van de veroordeling wordt beheerst door het recht van de Staat van tenuitvoerlegging en alleen die Staat is bevoegd alle ter zake dienende beslissingen te nemen. Bij beschikkingen inzake vervroegde of voorwaardelijke invrijheidstelling mag de Staat van tenuitvoerlegging ook rekening houden met de in artikel 6, tweede lid, onderdeel e, genoemde bepalingen of beslissingen.
Artikel 9
1. Bij de voortzetting van de tenuitvoerlegging is de Staat van tenuitvoerlegging gebonden aan het rechtskarakter en de duur van de veroordeling, zoals die zijn vastgesteld door de Staat van veroordeling.
2. Indien deze veroordeling evenwel naar aard en duur onverenigbaar is met de wet van de Staat van tenuitvoerlegging, of indien de wet van die Staat zulks vereist, kan die Staat door middel van een rechterlijke of administratieve beschikking, de sanctie aanpassen aan de straf of maatregel die door zijn eigen wet voor soortgelijke strafbare feiten wordt voorgeschreven. Wat de aard betreft, zal de straf of maatregel zoveel mogelijk overeenstemmen met die welke bij de ten uitvoer te leggen veroordeling is opgelegd. De door de Staat van veroordeling opgelegde sanctie zal hierdoor naar aard en duur niet worden verzwaard en evenmin zal het door de wet van de Staat van tenuitvoerlegging voorgeschreven maximum hierdoor worden overschreden.
Artikel 10
Zowel de Staat van veroordeling als de Staat van tenuitvoerlegging kan gratie, amnestie of strafvermindering van de veroordeling verlenen in overeenstemming met zijn grondwet of overige wettelijke regelingen.
Artikel 11
Slechts de Staat van veroordeling heeft het recht te beslissen op een verzoek tot herziening van het vonnis.
Artikel 12
De Staat van tenuitvoerlegging dient de tenuitvoerlegging van de veroordeling te beëindigen, zodra hij door de Staat van veroordeling in kennis is gesteld van enige beslissing of maatregel ten gevolge waarvan de veroordeling niet meer voor tenuitvoerlegging vatbaar is.
Artikel 13
De Staat van tenuitvoerlegging bericht de Staat van veroordeling ten aanzien van de tenuitvoerlegging van de veroordeling:
a. a. wanneer eerstgenoemde de veroordeling beschouwt als geheel ten uitvoer gelegd; b. b. indien de gevonniste persoon uit de detentie ontsnapt is vóór de beëindiging van de tenuitvoerlegging van de veroordeling; of c. c. indien de Staat van veroordeling om een bijzonder rapport verzoekt.
Artikel 14
1. De kennisgevingen en inlichtingen bedoeld in de artikelen 4, tweede en derde lid, 12 en 13 worden gesteld in de taal van de Partij waaraan ze gericht zijn. De stukken ter ondersteuning van een verzoek genoemd in artikel 6 dienen vergezeld te gaan van vertalingen in de taal van de Partij waaraan ze gericht zijn.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, behoeven de stukken die ter toepassing van dit Verdrag worden verzonden niet gewaarmerkt te zijn.
3. De kosten voortvloeiende uit de toepassing van dit Verdrag worden door de Staat van tenuitvoerlegging gedragen, met uitzondering van de kosten die uitsluitend op het grondgebied van de Staat van veroordeling zijn gemaakt.
Artikel 15
1. Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de maand, volgend op het verstrijken van een periode van twee (2) maanden na de laatste kennisgeving waarin Partijen elkaar langs diplomatieke weg mededelen dat aan de in hun nationale wetgeving gestelde vereisten is voldaan.
2. Voor wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden is dit Verdrag van toepassing op het Europese deel van Nederland, het Caribische deel van Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba), Aruba, Curaçao en Sint Maarten, tenzij de in het eerste lid bedoelde kennisgeving anders aangeeft. In dit laatste geval kan het Koninkrijk der Nederlanden de werking van dit Verdrag te allen tijde uitbreiden naar een of meer van zijn delen, door middel van een kennisgeving dienaangaande, langs diplomatieke weg, aan de Dominicaanse Republiek.
Artikel 16
Dit Verdrag kan worden toegepast op de tenuitvoerlegging van veroordelingen die zijn uitgesproken hetzij vóór hetzij na zijn inwerkingtreding.
Artikel 17
1. Een Partij kan dit Verdrag te allen tijde langs diplomatieke weg opzeggen door middel van een aan de andere Partij gerichte schriftelijke kennisgeving. De opzegging wordt van kracht een jaar na de datum van ontvangst van zodanige kennisgeving.
2. Met inachtneming van de termijn genoemd in het eerste lid hebben het Koninkrijk der Nederlanden en de Dominicaanse Republiek het recht de toepassing van dit Verdrag afzonderlijk op te zeggen in relatie tot elk van de delen waaruit het Koninkrijk der Nederlanden bestaat.