40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ACM Beleidsregel over afspraken in het kader van de beweging ‘De juiste zorg op de juiste plek’ | BWBR0042972 | zbo | geldend | 2020-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0042972 | ACM Beleidsregel over afspraken in het kader van de beweging ‘De juiste zorg op de juiste plek’ |
ACM Beleidsregel over afspraken in het kader van de beweging ‘De juiste zorg op de juiste plek’
1. Inleiding
-
- De Autoriteit Consument & Markt (ACM) is een onafhankelijke toezichthouder. De missie van de ACM is om markten goed te laten werken voor mensen en bedrijven. De ACM ziet toe op de naleving van de Mededingingswet door ondernemingen, waaronder zorgaanbieders en zorgverzekeraars (hierna: marktpartijen).
-
- De Mededingingswet waarborgt effectieve en eerlijke concurrentie. Uitgangspunt is dat marktpartijen hun marktgedrag niet onderling afstemmen, maar zich juist onderscheiden naar hun afnemers toe. Zij worden daardoor gestimuleerd om innovatievere, betere en efficiëntere dienstverlening aan te bieden. Dit komt de samenleving als geheel ten goede. Samenwerking, ook tussen concurrenten, kan eveneens bijdragen aan innovatievere, betere en efficiëntere dienstverlening. Samenwerking en concurrentie zijn geen tegenpolen, en concurrentie is geen doel op zich.
-
- In de zorg is samenwerking veelal noodzakelijk om goed in te kunnen spelen op de wensen en behoeften van patiënten en verzekerden. De Mededingingswet staat veel vormen van samenwerking dan ook niet in de weg. Bijvoorbeeld omdat de samenwerking de concurrentie helemaal niet beperkt, of slechts in zeer geringe mate. En ook wanneer de voordelen van die samenwerking worden doorgegeven aan patiënten en verzekerden, en opwegen tegen de nadelen van het beperken van de concurrentie. De Mededingingswet stelt wel grenzen aan samenwerking. Patiënten, verzekerden en marktpartijen in de zorg moeten erop kunnen vertrouwen dat markten in de zorg eerlijk werken. De ACM ziet daarop toe en draagt zo bij aan kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg.
. De juiste zorg op de juiste plek
-
-
In 2018 heeft de Taskforce De juiste zorg op de juiste plek in opdracht en onder voorzitterschap van het Ministerie van VWS onderzocht hoe de zorg in Nederland anders georganiseerd zou kunnen worden. Het rapport ‘De juiste zorg op de juiste plek. Wie durft?’ van de Taskforce is vervolgens mede de inspiratiebron geweest voor het sluiten van een vijftal bestuurlijke akkoorden tussen VWS en diverse partijen in de zorg waarbij zij zich committeren aan de gewenste beweging naar de “juiste zorg op de juiste plek” (hierna: JZOJP).1Bestuurlijk akkoord medisch-specialistische zorg 2019 t/m 2022, Bestuurlijk akkoord huisartsenzorg 2019 t/m 2022, Hoofdlijnenakkoord wijkverpleging 2019 t/m 2022, Bestuurlijk akkoord geestelijke gezondheidszorg (GGZ) 2019 t/m 2022 en Bestuurlijke afspraken paramedische zorg 2019–2022. In dit initiatief van partijen in de zorg en ondersteuning staat het dagelijks functioneren van mensen centraal. Van daaruit wordt gestreefd om:
• (duurdere) zorg te *voorkomen*, • zorg te *verplaatsen* (zoveel mogelijk dichterbij huis en indien nodig geconcentreerd wat verder weg) en • zorg te *vervangen *door bijvoorbeeld e-health.Dit helpt mensen beter te leven en functioneren met hun ziekte of beperking. Het Ministerie van VWS wil deze beweging helpen versnellen en verspreiden. 2Voor meer informatie zie onder meer www.dejuistezorgopdejuisteplek.nl. • • (duurdere) zorg te voorkomen, • • zorg te verplaatsen (zoveel mogelijk dichterbij huis en indien nodig geconcentreerd wat verder weg) en • • zorg te *vervangen *door bijvoorbeeld e-health.
-
-
- De ACM ziet dat JZOJP een breed maatschappelijk en politiek-bestuurlijk gedragen streven is. De ACM wil bij het toezien op de naleving van de Mededingingswet niet onnodig belemmerend zijn en wil voorkomen dat door onnodige vrees voor de mededingingsregels afspraken over het voorkomen, verplaatsen of vervangen van zorg die bijdragen aan het streven om de juiste zorg op de juiste plek te realiseren, niet tot stand komen.
-
- De ACM begrijpt uit de gesprekken die zij met marktpartijen heeft gevoerd dat de JZOJP-beweging nog in een beginstadium verkeert.3Deze gesprekken vonden plaats in de eerste helft van 2019. Marktpartijen zijn nog zoekende naar het antwoord op de vraag hoe daar precies invulling aan te geven en experimenteren met ideeën en plannen. In het zorgveld bestaat daarbij behoefte aan verduidelijking bij welke vormen van samenwerking in het kader van de JZOJP-beweging zij niet hoeven te vrezen voor een boete van de ACM. Met deze beleidsregel beoogt de ACM te voorzien in die behoefte.
-
- In deze beleidsregel zijn voorwaarden geformuleerd die marktpartijen duidelijkheid bieden over de inzet van de boetebevoegdheid van de ACM ten aanzien van samenwerkingsafspraken in het kader van JZOJP. Door te voldoen aan die voorwaarden verkrijgen marktpartijen de zekerheid dat de ACM geen onderzoek gericht op het opleggen van een boete zal starten, wanneer zij samenwerkingen aangaan om de zorg in Nederland verder te verbeteren door bij te dragen aan de verwezenlijking van de publieke belangen kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid.
2. Het kartelverbod
-
- Het zogenaamde “kartelverbod” is neergelegd in Artikel 6, eerste lid, van de Mededingingswet en verbiedt “overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen, die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan wordt verhinderd, beperkt of vervalst.”
-
- De hoofdregel van dit kartelverbod verbiedt dat concurrenten prijsafspraken maken, onderling klanten of afzetgebieden verdelen, samen de afzet of de capaciteit beperken of vooroverleg hebben bij inschrijving op aanbestedingen. Maar ook afspraken tussen marktpartijen die niet elkaars concurrenten zijn, kunnen afhankelijk van de omstandigheden van het geval de concurrentie beperken. Dat is bijvoorbeeld het geval als een leverancier van een bepaald hulpmiddel afnemers daarvan verbiedt om producten van concurrerende leveranciers te verkopen. In verschillende leidraden heeft de ACM voorlichting gegeven over al deze vormen van concurrentievervalsing.4De ACM heeft recent twee algemene leidraden gepubliceerd, een over samenwerking tussen concurrenten en een over samenwerking tussen leveranciers en afnemers. Specifiek voor de zorgsector publiceerde de ACM in 2010 ook algemene richtsnoeren.
-
. Wanneer geldt het kartelverbod niet?
-
Veel samenwerkingsafspraken in de zorg zijn toegestaan. Dat is allereerst het geval als afspraken tussen concurrenten sowieso niet tot doel of tot gevolg hebben dat zij de concurrentie merkbaar beperken. Dat zal het geval zijn bij afspraken die gaan over onderwerpen die geen betrekking hebben op concurrentie. Of bij afspraken tussen concurrenten die daar wel indirect invloed op kunnen hebben, maar slechts in geringe mate.
-
In het algemeen leveren bijvoorbeeld zuiver medisch-inhoudelijke kwaliteitsafspraken of afspraken over administratieve procedures geen beperking van de concurrentie op. Dat geldt ook voor afspraken tussen zorginstellingen om te zorgen voor een actueel overzicht van de beschikbare plaatsen (bijvoorbeeld bedden), zodat patiënten snel de juiste vervolgzorg kunnen krijgen. Ook afspraken over het uitlenen van personeel zullen de concurrentie veelal niet beperken.
-
Relevant is verder de meer algemene wettelijke uitzondering op het kartelverbod (artikel 6, derde lid van de Mededingingswet) voor afspraken die leiden tot zogenoemde ‘efficiëntieverbeteringen’ en per saldo voordelig zijn voor patiënten en verzekerden. De cumulatieve voorwaarden voor uitzondering op het kartelverbod toegepast op samenwerkingsafspraken in de zorg geven aan dat:
a. er sprake moet zijn van concrete voordelen verbonden aan de samenwerking; b. deze voordelen in voldoende mate ten goede dienen te komen aan de inkopers, patiënten en verzekerden; c. de afspraken noodzakelijk dienen te zijn om deze voordelen te realiseren en niet verder gaan dan nodig; d. er voldoende concurrentie overblijft op de betreffende markt.
a. a. er sprake moet zijn van concrete voordelen verbonden aan de samenwerking; b. b. deze voordelen in voldoende mate ten goede dienen te komen aan de inkopers, patiënten en verzekerden; c. c. de afspraken noodzakelijk dienen te zijn om deze voordelen te realiseren en niet verder gaan dan nodig; d. d. er voldoende concurrentie overblijft op de betreffende markt. 14. 14. Deze uitzondering kan bijvoorbeeld gelden voor samenwerking tussen concurrenten in de regio voor complexe vormen van medisch-specialistische zorg. Zolang de voordelen van dergelijke samenwerking groter zijn dan de nadelen voor de concurrentie is deze toegestaan.5Zie de informele zienswijze van de ACM van 15 juli 2016 over samenwerking tussen ziekenhuizen op de complexe kankerzorg in de regio Utrecht. Ook afspraken tussen concurrenten over samenwerking op activiteiten die marktpartijen niet rendabel of doelmatig zelfstandig kunnen uitvoeren, zullen – mits de afspraken niet verder gaan dan nodig – de concurrentie veelal niet beperken, bijvoorbeeld afspraken over het bieden van nachtzorg. 15. 15. Daarnaast is samenwerking tussen marktpartijen die geen concurrenten van elkaar zijn en op verschillende markten werkzaam zijn, meestal toegestaan. Zo zullen afspraken tussen verschillende netwerkpartners veelal niet tot doel of tot gevolg hebben dat zij de concurrentie merkbaar beperken. Denk aan afspraken tussen een ziekenhuis en eerstelijnsaanbieders om ervoor te zorgen dat medisch-specialistische zorg aan huis veilig kan worden geboden. En ook afspraken over doorverwijzing zijn veelal geen probleem, ook niet als netwerkpartners afspreken hun zorg alleen nog maar via het samenwerkingsverband te leveren of alleen nog naar elkaar door te verwijzen. Bij marktaandelen groter dan dertig procent nemen de risico’s van dergelijke afspraken voor de concurrentie toe. Afhankelijk van de precieze omstandigheden kunnen dergelijke ‘exclusiviteitsafspraken’ een uitsluitingseffect hebben en keuzes voor patiënten en verzekerden beperken.6Zie hiervoor de door de ACM in 2010 gepubliceerde algemene richtsnoeren voor de zorgsector en de door de ACM in samenwerking met de NZa gepubliceerde richtsnoeren over zorggroepen. 16. 16. Van een andere orde, maar ook geen beperking van de concurrentie, zijn afspraken die worden gemaakt in het kader van het zogenoemde volgbeleid. Een individuele zorgverzekeraar kan in een bepaalde regio afspraken maken met verschillende zorgaanbieders en andere marktpartijen over bijvoorbeeld verplaatsing of vervanging van zorg. Als een zorgaanbieder tevreden is met de gemaakte afspraken, kan deze andere zorgverzekeraars vragen om die afspraken te volgen. Een zorgverzekeraar kan ook uitspreken (bijvoorbeeld publiekelijk of in zijn contracteerbeleid) in het algemeen de intentie te hebben door zorgaanbieders aangeboden contractuele afspraken te volgen voor zover dat in het belang van zijn verzekerden is. Zolang het verzoek tot volgen bij de zorgaanbieder ligt en individuele zorgverzekeraars het verzoek ook naast zich neer kunnen leggen, mag dit. Zowel zorgaanbieders als zorgverzekeraars behouden hier immers hun contracteervrijheid. 17. 17. Een ander type afspraken dat valt onder de contracteervrijheid is selectieve contractering door zorgverzekeraars. Een individuele zorgverzekeraar mag zelfstandig besluiten om een zorgaanbieder niet te contracteren, bijvoorbeeld omdat deze geen toegevoegde waarde biedt voor het gecontracteerde aanbod, of omdat er al voldoende zorg is gecontracteerd om aan de zorgplicht te voldoen. Een zorginkoper beslist dit zelf. 18. 18. Tot slot geldt het kartelverbod niet voor afspraken die weinig invloed kunnen hebben op de concurrentie. Deze zogeheten bagateluitzondering (artikel 7 van de Mededingingswet) bepaalt dat het kartelverbod niet geldt voor afspraken waar niet meer dan acht ondernemingen bij betrokken zijn waarvan de gezamenlijke omzet relatief beperkt is7De gezamenlijke totale omzet aan diensten mag maximaal 1,1 miljoen euro per jaar bedragen.. Het kartelverbod is ook niet van toepassing op afspraken tussen ondernemingen met een gezamenlijk marktaandeel van 10 procent of minder.
. Self-assessment
3. Reikwijdte van deze beleidsregel
4. Vijf voorwaarden
-
De ACM ziet af van het gebruik maken van haar boetebevoegdheid, indien marktpartijen bij het maken van JZOJP-afspraken aan elk van de volgende vijf voorwaarden voldoen:
1. de afspraken zijn gebaseerd op een *feitelijk en openbaar regiobeeld*; 2. zorgaanbieders, zorginkopers en patiënten(vertegenwoordigers) zijn *volwaardig betrokken*; 3. de doelstellingen zijn *concreet, meetbaar, toetsbaar* en beschreven in termen van* kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg*; 4. onderbouwd is dat de afspraken *niet verder gaan dan noodzakelijk* voor het bereiken van die doelstellingen; 5. de doelstellingen, de afspraken en de onderbouwing van de noodzakelijkheid daarvan worden *openbaar* gemaakt. -
-
de afspraken zijn gebaseerd op een *feitelijk en openbaar regiobeeld*;
-
-
-
zorgaanbieders, zorginkopers en patiënten(vertegenwoordigers) zijn *volwaardig betrokken*;
-
-
-
de doelstellingen zijn *concreet, meetbaar, toetsbaar* en beschreven in termen van* kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg*;
-
-
-
onderbouwd is dat de afspraken *niet verder gaan dan noodzakelijk* voor het bereiken van die doelstellingen;
-
-
-
de doelstellingen, de afspraken en de onderbouwing van de noodzakelijkheid daarvan worden *openbaar* gemaakt.
-
-
Als marktpartijen met bepaalde JZOJP-afspraken mogelijk in strijd handelen met de mededingingsregels maar voldoen aan de voorwaarden van deze beleidsregel, zal de ACM hiernaar geen onderzoek gericht op het opleggen van een boete starten. De ACM wil met deze beleidsregel voorkomen dat marktpartijen van JZOJP-initiatieven afzien vanwege onzekerheid over het toezicht van de ACM. Deze beleidsregel bindt de ACM uitsluitend in gevallen waarin JZOJP-afspraken tussen marktpartijen voldoen aan alle hiervoor genoemde voorwaarden.
-
Hieronder worden de genoemde voorwaarden nader toegelicht.