rijk/beleidsregel/het-begrip-eigenbouwen-in-de-wet-ketenaansprakelijkheid/BWBR0004009
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Het begrip eigenbouwen in de wet ketenaansprakelijkheid BWBR0004009 beleidsregel geldend 1986-07-25 https://wetten.overheid.nl/BWBR0004009 Het begrip eigenbouwen in de wet ketenaansprakelijkheid

Het begrip eigenbouwen in de wet ketenaansprakelijkheid

1. Inleiding

Ingevolge het bepaalde in artikel 32b, derde lid van de Wet op de loonbelasting 1964, resp. artikel 24b, lid 3, van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 wordt voor de toepassing van de bepalingen inzake de ketenaansprakelijkheid, resp. de verleggingsregeling omzetbelasting met een aannemer gelijkgesteld degene die, zonder daartoe van een opdrachtgever opdracht te hebben gekregen, buiten dienstbetrekking in de normale uitoefening van zijn bedrijf een werk van stoffelijke aard uitvoert. Degene die op grond van vorenbedoelde bepalingen evenals een aannemer aansprakelijk is, wordt aangeduid als eigenbouwer.

In artikel 16b, derde lid, van de Coördinatiewet sociale verzekering is voor de toepassing van de ketenaansprakelijkheid op het terrein van de premies werknemersverzekeringen een gelijkluidende bepaling opgenomen.

De werkingssfeer van de verleggingsregeling omzetbelasting, en dus ook van de daarin opgenomen bepaling inzake de eigenbouwer, is enerzijds beperkt tot de uitvoering van een werk van stoffelijke aard dat betrekking heeft op onroerende goederen of schepen als zijn bedoeld in hoofdstuk 89 van het Tarief van invoerrechten. Anderzijds zij erop gewezen dat de verleggingsregeling geldt voor ondernemers als bedoeld in artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968. Zo zal, gelet op het bepaalde in lid 4 van dit artikel, in voorkomend geval voor de heffing van de omzetbelasting het begrip aannemer/eigenbouwer een ruimere betekenis hebben dan voor de loonbelasting. Naar mij is gebleken bestaat omtrent de uitleg van het begrip eigenbouwer geen eenvormige opvatting. Aangezien mij duidelijk is geworden dat zowel van de zijde van de belastingdienst als van de zijde van belanghebbenden behoefte blijkt te bestaan aan een nadere invulling van het begrip eigenbouwer doe ik u hierbij mijn standpunt ter zake toekomen. Hierbij zij opgemerkt dat het niet onmogelijk is dat dit standpunt in een later stadium zal moeten worden bijgesteld in verband met eventueel te verschijnen jurisprudentie.

In dit verband zij ook gewezen op de in art. 32d, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 opgenomen regeling inzake het verhaalsrecht van degene die aansprakelijk is gesteld op anderen die voor dezelfde schuld eveneens hoofdelijk aansprakelijk zijn.

De in deze aanschrijving gegeven interpretatie aan het begrip eigenbouwer kan uiteraard degene die ingevolge deze aanschrijving niet als een eigenbouwer wordt aangemerkt, niet vrijwaren van verhaal.

2. Beoordeling van geval tot geval

Eigenbouwer is degene die in de normale uitoefening van zijn bedrijf een werk van stoffelijke aard uit voert. Deze omschrijving houdt in dat slechts aan de hand van de concrete omstandigheden van het betrokken bedrijf en van de onderhavige werkzaamheden moet worden beoordeeld of sprake is van aansprakelijkheid als eigenbouwer. Doorslaggevend is immers het antwoord op de vraag welke werkzaamheden tot de normale uitoefening van het betrokken bedrijf behoren. In verband daarmee is het niet mogelijk voor bepaalde bedrijfstakken, c.q. voor bepaalde typen bedrijven, danwel voor bepaalde categorieën werkzaamheden in algemene termen aan te geven of sprake is van eigenbouwerschap.

3. Geen opdrachtgever

Een van de kenmerken van een eigenbouwer is dat hij een werk uitvoert zonder daartoe van een opdrachtgever opdracht te hebben gekregen.

De achterliggende gedachte daarbij is degene die bij de uitvoering van een werk van stoffelijke aard op eenzelfde wijze als een aannemer in de zin van meerbedoelde bepalingen werkzaamheden uitbesteedt gelijk te behandelen als die aannemer.

Bezien vanuit de positie van een bij de uitvoering van de werkzaamheden betrokken onderaannemer zal het in dergelijke gevallen ook niet uitmaken of gewerkt wordt voor een bedrijf dat in opdracht van een derde een werk van stoffelijke aard uitvoert of voor een bedrijf dat de desbetreffende werkzaamheden in eigen beheer verricht. In dit verband moet in de eerste plaats worden gedacht aan situaties waarin de eigenbouwer voor het desbetreffende werk nog geen opdrachtgever heeft, maar waarin deze wel de bedoeling heeft ofwel tijdens de uitvoering van het werk alsnog een opdrachtgever te vinden, danwel na de voltooiing van het werk een afnemer, bijvoorbeeld een koper of een huurder, te vinden.

Naast deze situaties, waarin voor de markt wordt gewerkt kan echter naar mijn oordeel eveneens sprake zijn van eigenbouwerschap in gevallen waarin een bedrijf een werk uitvoert ter voorziening in de eigen behoefte aan bijv. bedrijfsmiddelen. Voorwaarde daarbij is evenwel dat zulks geschiedt binnen het kader van de normale bedrijfsuitoefening, m.a.w. het vervaardigen van de eigen bedrijfsmiddelen moet dan voor het betrokken bedrijf een gebruikelijke bezigheid zijn. Indien bijvoorbeeld een energiebedrijf zelf meer dan sporadisch in eigen beheer werkzaamheden in het kader van de aanleg, uitbreiding of vernieuwing van eigen hoofdleidingnetten uitvoert, wordt het bedrijf aangemerkt als eigenbouwer voor zover bijvoorbeeld graafwerk of andere onderdelen van het werk worden uitbesteed. Is het evenwel zo dat het desbetreffende energiebedrijf nimmer hoofdleidingnetten in eigen beheer aanlegt, maar als het ware een kant en klaar net koopt van derden, dan zal het bedrijf in dat geval niet als eigenbouwer optreden.

4. Bedrijf

Voor de interpretatie van het begrip bedrijf kan aansluiting worden gezocht bij hetgeen daaronder in het normale spraakgebruik wordt verstaan, derhalve een onderneming of een daarmee vergelijkbare entiteit (bijv. een overheidsbedrijf). Er moet sprake zijn van een zekere organisatie van kapitaal en arbeid waarmee in een min of meer duurzaam streven aan het maatschappelijk ruilverkeer wordt deelgenomen met het doel in de daarin levende behoeften te voorzien. Binnen een organisatie kan een bepaalde activiteit van zodanige betekenis zijn dat deze activiteit met zich meebrengt dat bedrijfsmatig wordt gehandeld.

De omstandigheden dat geen winst wordt beoogd en/of feitelijk wordt behaald leidt op zichzelf bezien niet tot de conclusie dat geen bedrijf wordt uitgeoefend.

Het vorenstaande leidt ertoe dat waar bijv. de overheid als zodanig optreedt er naar het voorkomt geen sprake is van een bedrijf. Door energiebedrijven, gemeentelijke grondbedrijven, woningcorporaties e.d. wordt naar mijn oordeel bedrijfsmatig gehandeld.

5. De normale bedrijfsuitoefening

Zoals moge blijken uit het vorenstaande zal telkens aan de hand van feiten en omstandigheden per individueel bedrijf bezien dienen te worden of ten aanzien van een uit te voeren werk van stoffelijke aard sprake is van een eigenbouwer. Daarbij is uitsluitend van belang wat in het desbetreffende bedrijf gebruikelijk is. Geen betekenis komt daarbij toe aan bijv. de statutaire doelomschrijving van het bedrijf, noch aan hetgeen overigens in de bedrijfstak waartoe het bedrijf behoort gebruikelijk is.

Allereerst moet worden bezien wat in het desbetreffende bedrijf in de regel wordt voortgebracht. Veelal zal dit betreffen het vervaardigen van bepaalde produkten voor de markt. Daarnaast is het evenwel mogelijk dat dat bedrijf naast de voortbrenging van deze produkten gebruikelijk zelf zijn bedrijfsmiddelen maakt en onderhoudt. Naar mijn mening is in een dergelijk geval ook sprake van een eigenbouwer.

Indien het evenwel voor het desbetreffende bedrijf niet gebruikelijk is eigen bedrijfsmiddelen te vervaardigen leidt het incidenteel vervaardigen van een bedrijfsmiddel niet tot een handelen als eigenbouwer.

6. Het bedrijf besteedt het gehele werk uit

De vraag is gerezen of een bedrijf dat bij de feitelijke uitvoering van een bepaald werk zelf geen werkzaamheden van stoffelijke aard verricht, maar alle werkzaamheden uitbesteedt aan derden, toch eigenbouwer kan zijn. Naar mijn oordeel kan dit in twee situaties het geval zijn, nl:

a. a. het betrokken bedrijf pleegt de bedoelde werkzaamheden ook wel zelf geheel of gedeeltelijk uit te voeren; b. b. de realisatie van het uiteindelijke tot stand te brengen werk past binnen het kader van het desbetreffende bedrijf, dat met betrekking tot deze werkzaamheden optreedt als de laatste schakel in het produktieproces. Dit doet zich met name voor in gevallen, waarin een bedrijf bepaalde werkzaamheden pleegt te doen uitvoeren en daarbij met gebruikmaking van de eigen technische en/of organisatorische know-how met betrekking tot de uitvoering van het werk een aanzienlijk meer omvattende rol speelt dan een normale opdrachtgever. Voor deze opvatting vind ik steun in de Memorie van toelichting bij de Wet ketenaansprakelijkheid, waarin is opgemerkt dat de bepaling inzake de eigenbouwer ruim moet worden uitgelegd, alsmede dat men aan eigenbouwerschap niet kan ontkomen door het gehele werk uit te besteden. In de punten 7 en 8 hieronder wordt het vorenstaande nader uitgewerkt met betrekking tot enkele specifieke gevallen.

7. Woningcorporaties

Woningcorporaties en andere zgn. toegelaten instellingen oefenen naar mijn oordeel een bedrijf uit. Indien voor eigen rekening en risico een nieuwbouwproject wordt gerealiseerd, hetzij voor de verkoop, hetzij voor de verhuur, kunnen zich verschillende situaties voordoen. In het onderstaande wordt ervan uitgegaan dat de corporatie het bouwen niet door eigen werknemers laat verrichten.

Indien het realiseren van een nieuwbouwproject slechts eenmalig of sporadisch voorkomt is de corporatie geen eigenbouwer.

Indien het realiseren van een nieuwbouwproject meer dan sporadisch geschiedt, is de corporatie naar mijn oordeel eveneens geen eigenbouwer, tenzij de corporatie een zodanige ervaring en know-how met betrekking tot het bouwen heeft, dat zij met gebruikmaking daarvan feitelijk op dezelfde wijze optreedt als een hoofdaannemer die het gehele werk uitbesteedt.

Met betrekking tot onderhoudswerkzaamheden moet onderscheid worden gemaakt tussen situaties waarin de corporatie het onderhoud (mede) met eigen werknemers pleegt uit te voeren en situaties waarin dat niet het geval is. In het eerste geval zal van eigenbouwerschap sprake zijn voor zover onderhoudswerk wordt uitbesteed; in het laatste geval is de corporatie in de regel geen eigenbouwer.

8. Gemeentelijk grondbedrijf

Indien een gemeentelijk grondbedrijf door haar verworven stukken grond bouwrijp maakt ten einde deze bijvoorbeeld te verkopen, in erfpacht uit te geven of te verhuren treedt het grondbedrijf met betrekking tot een dergelijke aktiviteit op als eigenbouwer. Het door het gemeentelijk grondbedrijf aanleggen/realiseren van gemeenschapsvoorzieningen zoals bijv. openbare straten, plantsoenen e.d. bij de gemeente in eigendom blijvende voorzieningen levert naar mijn mening geen bedrijfsmatig handelen op. De gemeente treedt in een dergelijk geval op als overheid hetgeen een handelen als eigenbouwer uitsluit.

Het vorenstaande leidt ertoe dat de gemeente bij de realisatie van een bestemmingsplan in beide gedaanten op kan treden, nl. als eigenbouwer voorzover zij optreedt als ondernemer en als opdrachtgever voorzover het betreft de werkzaamheden die worden verricht als overheid.

Met betrekking tot de heffing van omzetbelasting keur ik goed dat in dergelijke gevallen, in verband met splitsingsmoeilijkheden bij het uitreiken van facturen, wordt afgezien van het toepassen van de verleggingsregeling omzetbelasting.

De onderaannemer dient alsdan op de gebruikelijke wijze omzetbelasting in rekening te brengen welke bij de gemeente aan de hand van het gestelde in mijn aanschrijving van 6 augustus 1980, nr. 280-10178 (BTW 28), in aftrek zal kunnen worden gebracht.

9. Parlementaire behandeling; kamervragen

In bijlage I bij deze aanschrijving zijn de aan de eigenbouwer gewijde passages uit de parlementaire stukken m.b.t. de Wet ketenaansprakelijkheid opgenomen.

Reeds enkele malen zijn mij door leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal vragen gesteld omtrent de interpretatie van het begrip eigenbouwer. De desbetreffende vragen en de daarop gegeven antwoorden zijn als bijlage II bij deze aanschrijving gevoegd.

Bijlage I

Bijlage II