rijk/verdrag/verdrag-tussen-de-regering-van-het-koninkrijk-der-nederlanden-en-de-regering-van/BWBV0007104
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de exploitatie van grensoverschrijdende koolwaterstoffenvelden in de Noordzee (met Bijlagen) BWBV0007104 verdrag geldend null https://wetten.overheid.nl/BWBV0007104 Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de exploitatie van grensoverschrijdende koolwaterstoffenvelden in de Noordzee (met Bijlagen)

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de exploitatie van grensoverschrijdende koolwaterstoffenvelden in de Noordzee (met Bijlagen)

Hoofdstuk 1. ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag:

    1. betekent „vergunning” iedere vergunning, goedkeuring, toestemming, autorisatie, ontheffing of machtiging verkregen of verleend krachtens de wet- en regelgeving van een van beide verdragsluitende partijen met betrekking tot de exploitatie van koolwaterstoffen en/of de constructie en het gebruik van installaties;
    1. verwijst „bevoegde autoriteit” naar een lichaam dat namens een verdragsluitende partij bepaalde taken uitvoert voor de implementatie van dit Verdrag. In de Bondsrepubliek Duitsland is dit hoofdzakelijk het Bureau van de deelstaat Nedersaksen voor Mijnbouw, Energie en Geologie en in het Koninkrijk der Nederlanden is dit de Minister van Klimaat en Groene Groei. In beide gevallen omvat dit ook alle opvolgende autoriteiten die bevoegd zijn de desbetreffende taken te verrichten die momenteel door genoemde autoriteiten worden verricht;
    1. omvat „constructie en gebruik” het ontwerpen, fabriceren, plaatsen, aanleggen, gebruiken, onderhouden, repareren en ontmantelen van installaties;
    1. betekent „ontwikkelingsplan” een programma waarin de desbetreffende werkzaamheden worden gespecificeerd, zoals vereist ingevolge de nationale wet- en regelgeving van de verdragsluitende partijen, dat de betreffende bevoegde autoriteit goedgekeurd of aan de vergunninghouder ter beschikking gesteld heeft voor de exploitatie van koolwaterstoffen in een grensoverschrijdend veld;
    1. omvat „exploitatie” de evaluatie, winning, behandeling en verwerking van koolwaterstoffen uit een grensoverschrijdend veld en/of het injecteren, opnieuw injecteren of opslaan van een substantie die gebruikt wordt voor of afkomstig is van de exploratie, evaluatie, winning, behandeling en verwerking van deze koolwaterstoffen en de ontmanteling van een installatie;
    1. betekent „hostfaciliteit” een installatie die gebruikt wordt voor de exploitatie van een grensoverschrijdend veld;
    1. betekent „koolwaterstoffen” alle vloeibare en gasvormige koolwaterstoffen die zich bevinden in of gewonnen worden uit geologische strata, alsmede andere stoffen die tezamen met deze koolwaterstoffen gewonnen worden;
    1. betekent „inspecteur” elke persoon die door de bevoegde autoriteit van een van de verdragsluitende partijen gemachtigd is om een inspectie uit te voeren met betrekking tot:

      a.
      de constructie en het gebruik van elke installatie die betrekking heeft op een grensoverschrijdend project; of
      
      
      b.
      elk meetsysteem dat betrekking heeft op een grensoverschrijdend project;
      

a. a. de constructie en het gebruik van elke installatie die betrekking heeft op een grensoverschrijdend project; of b. b. elk meetsysteem dat betrekking heeft op een grensoverschrijdend project; 9. 9. betekent „installatie” elk(e) kunstmatig eiland, structuur of andere faciliteit voor de exploitatie, met inbegrip van platforms, boorinstallaties, drijvende productie-eenheden, opslageenheden, hotelschepen, boorgaten en putten, boorgatafsluiters, pijpleidingen en kabels in velden, maar uitgezonderd bevoorradings- en ondersteuningsvaartuigen, schepen die koolwaterstoffen in bulk vervoeren, overige pijpleidingen of kabels; 10. 10. betekent „vergunninghouder” de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een vergunning heeft; 11. 11. betekent „vergunninghoudersovereenkomst” de overeenkomst die de vergunninghouders zijn aangegaan of zullen aangaan voor de exploitatie van een grensoverschrijdend veld; 12. 12. betekent „lijn” de lijnen als omschreven in artikel 6 van het Verdrag van 24 oktober 2014 tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden betreffende het gebruik en beheer van de territoriale zee van 3 tot 12 zeemijlen en artikel 1 van het Verdrag van 1 december 1964 tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de zijdelingse begrenzing van het continentale plat in de nabijheid van de kust; 13. 13. betekent „verdragsluitende partij” de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, met inbegrip van elke deelstaat („Duitse verdragsluitende partij”) of de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden („Nederlandse verdragsluitende partij”), gezamenlijk aangeduid als „verdragsluitende partijen”; 14. 14. betekent „nieuwe vaststelling” een herziening van de volumes koolwaterstoffen die aanwezig zijn in het veld waarop de vergunninghoudersovereenkomst betrekking heeft, in overeenstemming met de vergunninghoudersovereenkomst, die gevolgd kan worden door een herverdeling van koolwaterstoffen en belangen van vergunninghouders in het eenheidsgebied; 15. 15. betekent „grensoverschrijdend project” een van de volgende projecten:

      a.
      de constructie en het gebruik van een grensoverschrijdende put;
    
    
      b.
      de exploitatie van een grensoverschrijdend veld, met inbegrip van de constructie en het gebruik van een hostfaciliteit voor dat doel;

a. a. de constructie en het gebruik van een grensoverschrijdende put; b. b. de exploitatie van een grensoverschrijdend veld, met inbegrip van de constructie en het gebruik van een hostfaciliteit voor dat doel; 16. 16. betekent „grensoverschrijdend(e) veld(en)” het N05-A-veld en elke andere geologische structuur met koolwaterstoffen, geheel of gedeeltelijk gelegen in de territoriale zee van de verdragsluitende partijen tussen 3 en 12 zeemijlen, die zich aan beide zijden van de lijn uitstrekt, met inbegrip van elke andere geologische structuur met koolwaterstoffen die in druk- en faseverbinding staat met een grensoverschrijdend veld, zelfs als deze de lijn niet overschrijdt; 17. 17. betekent een „grensoverschrijdende put” een boorgat respectievelijk een put in een grensoverschrijdend veld, dat of die al dan niet de lijn overschrijdt; 18. 18. betekent „eenheidsgebied” het gebied dat is aangewezen voor gezamenlijke exploitatie van een grensoverschrijdend veld, zoals omschreven in de vergunninghoudersovereenkomst die is goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen; 19. 19. heeft „uitvoerder van het eenheidsgebied” de betekenis die daaraan wordt gegeven in artikel 19.

Artikel 2

1. Dit Verdrag is van toepassing op de exploitatie van koolwaterstoffen in grensoverschrijdende velden, met als doel de optimale exploitatie van grensoverschrijdende velden te bewerkstelligen.

2. De bepalingen van dit Verdrag laten de posities van de verdragsluitende partijen ten aanzien van de juridische betekenis van het Verdrag van 1 december 1964 tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de zijdelingse begrenzing van het continentale plat in de nabijheid van de kust en het Verdrag van 28 januari 1971 tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de begrenzing van het continentaal plat onder de Noordzee, onverlet.

3. De bepalingen van dit Verdrag zijn niet van invloed op het vraagstuk van het verloop van de staatsgrens in de territoriale zee tussen 3 en 12 zeemijlen uit de kust. De bepalingen van dit Verdrag zijn evenmin van invloed op het vraagstuk van het verloop van de staatsgrens in de Eemsmonding. Elke verdragsluitende partij behoudt zich in dit opzicht haar rechtsstandpunt voor.

Artikel 3

1. Geen van de bepalingen van dit Verdrag wordt zodanig uitgelegd dat zij afbreuk doen aan de soevereiniteit, soevereine rechten en/of rechtsmacht van de verdragsluitende partijen ingevolge het internationaal recht in haar territoriale zee en/of in haar aangrenzende of exclusieve economische zone.

2. Op alle installaties ten oosten van de lijn is uitsluitend het recht van de Bondsrepubliek Duitsland van toepassing en op alle installaties ten westen van de lijn is uitsluitend het recht van het Koninkrijk der Nederlanden van toepassing.

Artikel 4

1. De verdragsluitende partijen coördineren voor zover mogelijk hun relevante vergunningprocedures en de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen spannen zich naar beste vermogen in om deze vergunningen gelijktijdig te verlenen.

2. Een bevoegde autoriteit van een van de verdragsluitende partijen zal een vergunning voor grensoverschrijdende projecten binnen de reikwijdte van dit Verdrag niet veranderen of aanpassen of gelijke rechten toekennen aan enige andere persoon of onderneming of toestemmen in de overdracht van enige rechten of verplichtingen krachtens deze vergunning wanneer dergelijke veranderingen of aanpassingen naar verwachting de belangen van de andere verdragsluitende partij wezenlijk aantasten, zonder voorafgaand overleg met die verdragsluitende partij en zonder terdege rekening te hebben gehouden met alle relevante kwesties die zij aan de orde stelt.

3. Een bevoegde autoriteit van een van de verdragsluitende partijen zal met name geen vergunning verlenen voor een grensoverschrijdende put of deze vergunning als bedoeld in hoofdstuk 3 veranderen of aanpassen, als daardoor gezamenlijk of verenigd eigendom ontstaat van de gehele lengte van de put, tenzij de verdragsluitende partijen anders overeenkomen.

4. Een afschrift van een vergunning die door een van de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen is verleend, wordt op verzoek beschikbaar gesteld aan de andere verdragsluitende partij.

Artikel 5

1. De vereisten inzake gezondheid, veiligheid en milieu van de verdragsluitende partij die de vergunningen met betrekking tot de projecten binnen de reikwijdte van dit Verdrag verleent, moeten worden nageleefd.

2.

Gelet op het feit dat:

    1. de verdragsluitende partij die verantwoordelijk is voor de hostfaciliteit belang kan hebben bij de gezondheids-, veiligheids- en milieukwesties die verband houden met de exploitatie van het grensoverschrijdend veld aan de zijde van de lijn van de andere verdragsluitende partij, en
    1. de verdragsluitende partij die verantwoordelijk is voor de exploitatie van het grensoverschrijdend veld een soortgelijk belang kan hebben bij dergelijke kwesties met betrekking tot de hostfaciliteit,

overleggen de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen met elkaar over inspecties en de resultaten daarvan.

3.

Om hun wederzijdse en gedeelde belangen te waarborgen op het gebied van gezondheid, veiligheid en milieu werken de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen nauw samen en vergemakkelijken zij de uitoefening van de taken van hun inspecteurs, met name op de volgende terreinen:

    1. toegang tot alle relevante informatie;
    1. fysieke toegang, te allen tijde en op het grondgebied van beide verdragsluitende partijen, tot elke installatie die betrekking heeft op een grensoverschrijdend project.

4. De inspecteurs van elke bevoegde autoriteit treden op in samenwerking en in overleg met inspecteurs van de bevoegde autoriteit van de andere verdragsluitende partij teneinde naleving te bereiken van de normen en/of vereisten op het gebied van gezondheid, veiligheid en milieu die van toepassing zijn op een grensoverschrijdend project.

5. Een inspecteur van de bevoegde autoriteiten van een van de verdragsluitende partijen kan de onmiddellijke stillegging gelasten van bepaalde of alle operaties met betrekking tot een grensoverschrijdend project om een ongeval te voorkomen dat levensgevaar of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben, of het gevaar nu acuut is of niet, of om de gevolgen van een dergelijk ongeval te minimaliseren, als hij of zij dit nodig of wenselijk acht, en de tijd en omstandigheden overleg tussen de inspecteurs van de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen niet mogelijk maken. Onmiddellijk daarna dienen het feit dat deze aanwijzing gegeven is en de redenen daarvoor te worden gerapporteerd aan de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen, die vervolgens overleggen over de maatregelen die nodig zijn om de operaties weer veilig en snel te kunnen hervatten.

Artikel 6

De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen overleggen met elkaar over de vergunningverlening en frequentiecoördinatie die nodig is bij de installatie en het gebruik van de apparatuur voor radiocommunicatie die gebruikt wordt in verband met de exploitatie van het eenheidsgebied, en over de controle van dergelijke apparatuur.

Artikel 7

1. De verdragsluitende partijen dienen elk meetsysteem goed te keuren dat betrekking heeft op een grensoverschrijdend project en dat van gemeenschappelijk belang is. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen stellen procedures vast voor de vroegtijdige goedkeuring van dergelijke systemen.

2. Bij het aannemen van normen voor dergelijke meetsystemen besteden de verdragsluitende partijen bijzondere aandacht aan de economische gevolgen van deze normen voor het betreffende grensoverschrijdende project en zorgen zij ervoor dat het aannemen van deze normen de economische levensvatbaarheid van dat project niet onredelijk belast. In het geval van een grensoverschrijdend project waarbij gebruik wordt gemaakt van een hostfaciliteit, besteden de verdragsluitende partijen terdege aandacht aan de geldende normen voor meetsystemen op die hostfaciliteit. De verdragsluitende partijen overwegen ook zorgvuldig of nieuwe meetsystemen passend zijn gezien de meetsystemen die al gebruikt worden op andere plaatsen in de territoriale zee of in de exclusieve economische zone van de verdragsluitende partijen.

3. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen maken afspraken, zodat de inspecteurs van de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen toegang hebben tot relevante meetsystemen aan beide zijden van de lijn en op het grondgebied van elke verdragsluitende partij om te waarborgen dat hun belangen zijn veiliggesteld. Dit is ook van toepassing op inspecties ten behoeve van monitoring en controle van afdrachten en belastingen.

Artikel 8

Geen van de bepalingen van dit Verdrag doet afbreuk aan het uitoefenen van de bevoegdheden van elke verdragsluitende partij bij een noodgeval. Er zal zo spoedig mogelijk overleg plaatsvinden om de verdragsluitende partijen in staat te stellen overeenstemming te bereiken over passende gezamenlijke maatregelen met betrekking tot het grensoverschrijdend project teneinde de urgentie van de situatie in overeenstemming te brengen met hun gezamenlijk belang in de meest effectieve exploitatie van de grensoverschrijdende velden en het gebruik van installaties met betrekking tot een grensoverschrijdend project.

Artikel 9

Met inachtneming van de wettelijke beperkingen inzake openbaarmaking en gebruik waarborgen beide verdragsluitende partijen de deugdelijke onderlinge uitwisseling van informatie over grensoverschrijdende projecten.

Artikel 10

Winsten en kapitaalopbrengsten die voortvloeien uit de grensoverschrijdende velden, worden belast in overeenstemming met de wet- en regelgeving van respectievelijk de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden, met inbegrip van het Verdrag van 12 april 2012 tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, zoals gewijzigd bij het Protocol van 11 januari 2016, het Protocol van 24 maart 2021 en het Protocol van 14 april 2025, of enig verdrag dat in de toekomst zal worden overeengekomen, tot vervanging of wijziging van dat Verdrag.

Artikel 11

1. Wanneer een vergunning die rechtstreeks betrekking heeft op een grensoverschrijdend project op korte termijn afloopt, en de vergunninghouder deze wil verlengen en/of een nieuwe of gewijzigde vergunning aanvraagt, dan zal de bevoegde autoriteit van de verdragsluitende partij die verantwoordelijk is voor die vergunning deze, met inachtneming van haar wet- en regelgeving, vernieuwen of verlenen.

2.

Wanneer een vergunning die rechtstreeks betrekking heeft op een grensoverschrijdend project

    1. Naar verwachting wordt of reeds is ingetrokken; of
    1. Naar verwachting verloopt of reeds is verlopen zonder dat om verlenging van die vergunning is verzocht; of
    1. Naar verwachting wordt of reeds is teruggegeven, neemt de bevoegde autoriteit van de verdragsluitende partij die verantwoordelijk is voor die vergunning, in overleg met de bevoegde autoriteit van de andere verdragsluitende partij, de economische en praktische opties voor voortgezet gebruik in overweging. Op voorwaarde dat de economische en praktische opties voor voortgezet gebruik zijn vastgesteld, verleent de bevoegde autoriteit van de verdragsluitende partij die verantwoordelijk is voor die vergunning, in overeenstemming met haar wet- en regelgeving, een nieuwe vergunning om de voortzetting van het grensoverschrijdend project mogelijk te maken.

Artikel 12

Plannen voor ontmanteling van installaties die betrekking hebben op een grensoverschrijdend project, dienen te worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partij aan wier zijde van de lijn de installatie zich bevindt, na uitgebreid overleg met de bevoegde autoriteit van de andere verdragsluitende partij. Het doel is dat de bevoegde autoriteiten van beide verdragsluitende partijen elkaar informeren over methoden en normen voor ontmanteling en de tijdsplanning van een dergelijke ontmanteling.

Hoofdstuk 2. GEZAMENLIJKE EXPLOITATIE VAN GRENSOVERSCHRIJDENDE VELDEN ALS EEN EENHEIDSGEBIED

Artikel 13

1. De verdragsluitende partijen komen overeen dat de exploitatie van een grensoverschrijdend veld als een eenheidsgebied wordt uitgevoerd in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.

2. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen verlenen elk afzonderlijk de vergunningen die vereist zijn volgens hun respectieve wet- en regelgeving.

Artikel 14

1. Elke verdragsluitende partij vereist van haar vergunninghouders dat zij een vergunninghoudersovereenkomst sluiten om de exploitatie van een grensoverschrijdend veld te reguleren in overeenstemming met dit Verdrag. De vergunninghoudersovereenkomst dient bepalingen te bevatten die ervoor zorgen dat in geval van een conflict tussen de vergunninghoudersovereenkomst en dit Verdrag, de bepalingen van dit Verdrag voorrang hebben.

2. De verdragsluitende partijen vereisen dat de vergunninghoudersovereenkomst, alsmede elk voorstel tot het wijzigen, aanpassen of anderszins veranderen of tot het afwijken of afzien van de bepalingen van de vergunninghoudersovereenkomst, ter goedkeuring worden voorgelegd aan de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen. Dergelijke goedkeuring wordt geacht te zijn verleend, tenzij de vergunninghouders door de bevoegde autoriteit van een van de verdragsluitende partijen binnen 60 dagen nadat zij de vergunninghoudersovereenkomst ter goedkeuring hebben ontvangen, van het tegendeel in kennis zijn gesteld.

3. Alvorens de vergunninghoudersovereenkomst goed te keuren, stellen de verdragsluitende partijen vast hoe de gasreserves zijn verdeeld over hun grondgebieden en coördineren zij in dit opzicht de goedkeuring van de vergunninghoudersovereenkomst.

Artikel 15

1.

De verdragsluitende partijen vereisen dat de vergunninghoudersovereenkomst het te exploiteren grensoverschrijdend veld specificeert en voorstellen bevat voor het vaststellen van:

    1. de geografische en geologische eigenschappen van het grensoverschrijdend veld;
    1. de totale omvang van de reserves en de gebruikte methode om deze te berekenen; en
    1. de verdeling van de reserves tussen de verdragsluitende partijen (raming hoe de gewonnen reserves worden verdeeld over de grondgebieden van de verdragsluitende partijen).

2.

De verdragsluitende partijen vereisen dat de vergunninghoudersovereenkomst ook het volgende specificeert:

    1. hetzij de afspraken waarbij het resultaat van een vaststelling te allen tijde van toepassing is op alle activiteiten die verband houden met de exploitatie van het grensoverschrijdend veld, hetzij de procedures, waaronder een tijdschema, voor elke nieuwe vaststelling van de in het eerste lid bedoelde onderwerpen, die uitgevoerd dienen te worden door de uitvoerder van het eenheidsgebied, op verzoek van de vergunninghouders of een van de verdragsluitende partijen; en
    1. de procedures, waaronder een tijdschema, voor de regeling van geschillen tussen de vergunninghouders over alle in het eerste lid bedoelde onderwerpen.

Artikel 16

1. Indien een van de verdragsluitende partijen niet kan instemmen met een voorstel voor vaststelling of nieuwe vaststelling van de inhoud van de vergunninghoudersovereenkomst als bedoeld in artikel 15, stelt zij de andere verdragsluitende partij en de uitvoerder van het eenheidsgebied daarvan in kennis binnen het tijdvak voorzien in artikel 14, tweede lid.

2. De verdragsluitende partijen stellen, gelet op de wens om tot een snelle oplossing te komen, alles in het werk om het betreffende onderwerp te regelen. De uitvoerder van het eenheidsgebied kan daartoe alternatieve voorstellen indienen.

3. Indien, binnen het in artikel 14, tweede lid, genoemde tijdvak, of een ander tijdvak dat de verdragsluitende partijen overeenkomen, de verdragsluitende partijen niet in staat zijn het betreffende onderwerp te regelen, wordt er een gemeenschappelijke deskundige benoemd om een tijdige en onafhankelijke beslissing over deze aangelegenheid tot stand te brengen. De deskundige wordt benoemd en treedt op in overeenstemming met de bepalingen van Bijlage 1 en Bijlage 2.

Artikel 17

1. Indien de verdragsluitende partijen, nadat de vergunninghoudersovereenkomst is goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten, overeenkomen dat de grenzen van het grensoverschrijdend veld zich uitstrekken tot een gebied waar een natuurlijke of rechtspersoon een exploratie- of een exploitatievergunning heeft, verplichten de verdragsluitende partijen al hun respectieve vergunninghouders met een belang in het grensoverschrijdend veld dat zij regelingen overeenkomen voor de effectieve exploitatie van de koolwaterstoffen in dat gebied. Dergelijke regelingen worden getroffen binnen het door de verdragsluitende partijen afgesproken tijdvak, zijn in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag en dienen te worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen. De bepalingen van artikel 14 en 15 zijn van toepassing op alle regelingen die de vorm hebben van een vergunninghoudersovereenkomst.

2. In het geval dat regelingen niet binnen het afgesproken tijdvak worden getroffen, beslissen de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen gezamenlijk over verder te nemen maatregelen.

Artikel 18

1. Indien de verdragsluitende partijen, nadat de vergunninghoudersovereenkomst is goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten, overeenkomen dat de grenzen van het grensoverschrijdend veld zich uitstrekken tot een gebied dat niet onder een exploratie- of exploitatievergunning valt, dan spant de verdragsluitende partij aan wier zijde van de lijn het gebied is gelegen, zich zonder onredelijke vertraging in om de situatie te verhelpen door genoemd gebied voor vergunningverlening aan te bieden of door een aanvraag voor een vergunning in behandeling te nemen.

2. In het geval dat een exploitatievergunning wordt verleend die betrekking heeft op het gebied als bedoeld in het eerste lid, vereisen de verdragsluitende partijen van alle vergunninghouders met een belang in het grensoverschrijdend veld, dat zij regelingen overeenkomen voor de effectieve exploitatie van de koolwaterstoffen in dat gebied. Dergelijke regelingen worden getroffen binnen het door de verdragsluitende partijen afgesproken tijdvak, zijn in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag en dienen te worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen. De bepalingen van artikel 14 en 15 zijn van toepassing op alle regelingen die de vorm hebben van een vergunninghoudersovereenkomst.

3. Indien er geen exploitatievergunning wordt verleend of indien een exploitatievergunning wel wordt verleend, maar de regelingen niet binnen het afgesproken tijdvak worden getroffen, beslissen de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen gezamenlijk over verder te nemen maatregelen.

Artikel 19

De vergunninghouders wijzen een uitvoerder van het eenheidsgebied aan als hun gezamenlijke vertegenwoordiger die gemachtigd is het grensoverschrijdend veld in overeenstemming met dit Verdrag te exploiteren. De aanwijzing en een eventuele vervanging van de uitvoerder van het eenheidsgebied dient vooraf te worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen, indien hun respectieve wet- en regelgeving dit vereist.

Artikel 20

1. De verdragsluitende partijen verplichten de uitvoerder van het eenheidsgebied dat deze een ontwikkelingsplan voor de effectieve exploitatie van een grensoverschrijdend veld en voor het transport van koolwaterstoffen daarvandaan indient bij de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen dat zij individueel en afzonderlijk dienen goed te keuren, indien hun respectieve wet- en regelgeving dit vereist.

2. In het geval dat er een ander grensoverschrijdend veld geëxploiteerd zal worden met gebruikmaking van een hostfaciliteit, dient het in het eerste lid genoemde ontwikkelingsplan een beschrijving te bevatten van de wijzigingen van en de operaties op de hostfaciliteit die rechtstreeks verband houden met de exploitatie van het grensoverschrijdend veld.

3. De verdragsluitende partijen verplichten de uitvoerder van het eenheidsgebied dat deze te allen tijde wijzigingen van het ontwikkelingsplan indient bij de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen, indien hun respectieve wet- en regelgeving dit vereist. Alle wijzigingen van het ontwikkelingsplan dienen te worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen.

Artikel 21

Tenzij anderszins wordt overeengekomen door de verdragsluitende partijen geeft geen van de verdragsluitende partijen toestemming voor aanvang van de winning van een grensoverschrijdend veld tenzij de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen het volgende hebben goedgekeurd, in overeenstemming met dit Verdrag:

    1. de in artikel 14 genoemde vergunninghoudersovereenkomst;
    1. de in artikel 19 genoemde uitvoerder van het eenheidsgebied; en
    1. het in artikel 20 genoemde ontwikkelingsplan,

en zij de benodigde vergunningen hebben verleend.

Artikel 22

In het geval dat een installatie, die in een eenheidsgebied is gelegen, gebruikt zal worden voor de exploitatie van een koolwaterstoffenveld buiten dat eenheidsgebied, worden alle eventueel noodzakelijke wijzigingen in het ontwikkelingsplan bedoeld in artikel 20 ter goedkeuring ingediend bij de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen. Een dergelijke goedkeuring wordt niet verleend, indien dergelijk gebruik de exploitatie van het grensoverschrijdend veld in overeenstemming met dit Verdrag negatief zou kunnen beïnvloeden, tenzij de verdragsluitende partijen anderszins overeenkomen.

Artikel 23

De verdragsluitende partijen komen het tijdschema voor de beëindiging van de winning van een grensoverschrijdend veld overeen.

Hoofdstuk 3. DE CONSTRUCTIE EN HET GEBRUIK VAN GRENSOVERSCHRIJDENDE PUTTEN

Artikel 24

1. Wanneer de verdragsluitende partijen de constructie en het gebruik van een grensoverschrijdende put overeenkomen, verlenen de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen individueel de vergunningen die vereist zijn volgens hun respectieve wet- en regelgeving.

2. Wanneer een in het eerste lid bedoelde vergunning door slechts een van de verdragsluitende partijen wordt vereist, raadpleegt die verdragsluitende partij de andere verdragsluitende partij voordat haar bevoegde autoriteiten een dergelijke vergunning weigeren of verlenen.

Hoofdstuk 4. BESLECHTING VAN GESCHILLEN

Artikel 25

Geschillen tussen de verdragsluitende partijen betreffende de uitleg of toepassing van dit Verdrag, alsmede hun rechten en plichten op grond van dit Verdrag, worden voor zover mogelijk door onderhandelingen tussen de Regeringen van beide verdragsluitende partijen beslecht.

Artikel 26

1. Elk geschil over de uitlegging en toepassing van dit Verdrag wordt op verzoek van een van de verdragsluitende partijen ter beslechting voorgelegd aan een scheidsgerecht op grond van het Facultatieve Reglement voor Arbitrage van Geschillen tussen twee Staten van het Permanente Hof van Arbitrage.

2. Het scheidsgerecht wordt per geval in het leven geroepen doordat iedere verdragsluitende partij een lid benoemt en beide leden overeenstemming bereiken over een onderdaan van een derde Staat die door de Regeringen van de verdragsluitende partijen als voorzitter wordt benoemd. De leden dienen binnen twee maanden en de voorzitter dient binnen drie maanden benoemd te worden, nadat de ene verdragsluitende partij de andere heeft medegedeeld dat zij het geschil wenst voor te leggen aan een scheidsgerecht.

3. Indien de in het tweede lid genoemde termijnen niet in acht worden genomen, kan bij gebrek aan een andere wijze van overeenstemming elke verdragsluitende partij de President van het Internationaal Gerechtshof te s-Gravenhage verzoeken de nodige benoemingen te verrichten. Indien de President onderdaan van een van de verdragsluitende partijen is of indien hij om andere redenen verhinderd is, verricht zijn vervanger de benoemingen. Indien ook de vervanger onderdaan van een van beide verdragsluitende partijen is of eveneens verhinderd is, verricht diens vervanger de benoemingen.

4. Het scheidsgerecht beslist met meerderheid van stemmen op grond van dit Verdrag en het internationaal recht. Zijn beslissingen zijn bindend en dienen door de verdragsluitende partijen geëerbiedigd te worden. Elke verdragsluitende partij draagt de kosten van de door haar benoemde scheidsman alsmede van haar vertegenwoordiging in de procedure voor het scheidsgerecht; de kosten van de voorzitter alsmede de overige kosten worden door de verdragsluitende partijen gelijkelijk gedragen. Voor het overige stelt het scheidsgerecht na overleg met de verdragsluitende partijen en met inachtneming van procedurele beginselen die internationaal aanvaard zijn, zijn eigen procedureregels vast.

Hoofdstuk 5. SLOTBEPALINGEN

Artikel 27

1. De Bijlagen maken een integrerend onderdeel uit van dit Verdrag.

2. Wijzigingen van de Bijlagen kunnen bij diplomatieke notawisseling tussen de verdragsluitende partijen worden overeengekomen en treden in werking in overeenstemming met artikel 29, eerste lid.

Artikel 28

1. De verdragsluitende partijen kunnen dit Verdrag te allen tijde in onderlinge overeenstemming wijzigen of beëindigen door middel van een diplomatieke notawisseling.

2. Elke verdragsluitende partij kan te allen tijde verzoeken om overleg met het doel om wijzigingen van dit Verdrag te overwegen. Dergelijk overleg vangt aan binnen twee maanden na het verzoek en wordt voortvarend uitgevoerd. Bij dergelijk overleg nemen de verdragsluitende partijen de voorstellen tot wijziging volledig en naar behoren in overweging met het doel op een zo kort mogelijke termijn een wederzijds aanvaardbare oplossing te vinden.

3. Elke verdragsluitende partij stelt de andere verdragsluitende partij schriftelijk langs diplomatieke weg in kennis, wanneer aan de interne vereisten voor de inwerkingtreding van de wijzigingen van dit Verdrag is voldaan. Wijzigingen treden in werking in overeenstemming met artikel 29, eerste lid.

4. Dit Verdrag kan door elke verdragsluitende partij worden opgezegd door de andere verdragsluitende partij ten minste twaalf (12) maanden van tevoren schriftelijk langs diplomatieke weg in kennis te stellen van haar voornemen het Verdrag te beëindigen.

Artikel 29

1. Dit Verdrag treedt in werking op de datum waarop de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden elkaar door uitwisseling van diplomatieke nota's ervan in kennis hebben gesteld dat aan alle noodzakelijke interne vereisten voor de inwerkingtreding van dit Verdrag is voldaan.

2. In afwachting van de inwerkingtreding in overeenstemming met het eerste lid kan elke verdragsluitende partij bij de ondertekening van dit Verdrag of te allen tijde daarna de andere verdragsluitende partij door toezending van een nota langs diplomatieke weg ervan in kennis stellen de bepalingen van dit Verdrag, binnen de grenzen van haar interne grondwettelijke vereisten, voorlopig toe te passen.