40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Uitvoeringswet Verdrag Nederland-Oostenrijk tot vereenvoudiging van het rechtsverkeer in verband met het Rechtsvorderingsverdrag 1954 | BWBR0002476 | wet | geldend | 1965-09-10 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0002476 | Uitvoeringswet Verdrag Nederland-Oostenrijk tot vereenvoudiging van het rechtsverkeer in verband met het Rechtsvorderingsverdrag 1954 |
Uitvoeringswet Verdrag Nederland-Oostenrijk tot vereenvoudiging van het rechtsverkeer in verband met het Rechtsvorderingsverdrag 1954
Artikel 1
In deze wet wordt onder "het verdrag" verstaan het op 23 juli 1964 te Wenen ondertekende Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk tot vereenvoudiging van het rechtsverkeer, zoals dit is geregeld bij het Haagse verdrag van 1 maart 1954 (Trb. 1954, 40).
Artikel 2
De aanvragen om overmaking van stukken en de verzending van rogatoire commissies op de voet van de artikelen 1 en 3 van het verdrag geschieden aan Nederlandse zijde door de officieren van justitie bij de arrondissementsparketten.
Artikel 3
De bij de overmaking van stukken gemaakte kosten, waarvan ingevolge artikel 5, tweede lid, van het verdrag door de Republiek Oostenrijk opgave wordt gedaan, worden in rekening gebracht aan degene te wiens verzoeke de Officier van Justitie de overmaking heeft aangevraagd. Artikel 30 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4
Met betrekking tot kosten die zijn gemaakt bij de uitvoering van een rogatoire commissie en waarvan ingevolge artikel 5, tweede lid, van het verdrag door de Republiek Oostenrijk opgave wordt gedaan, is artikel 16 van de wet van 24 december 1958 (Stb. 677) houdende uitvoering van het op 1 maart 1954 te 's-Gravenhage ondertekende Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag waarop het verdrag voor Nederland in werking treedt.