rijk/zbo/protocol-subsidieregeling-overgang-kapitaallasten-2015-2017/BWBR0037670
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Protocol Subsidieregeling overgang kapitaallasten 2015-2017 BWBR0037670 zbo geldend 2016-03-02 https://wetten.overheid.nl/BWBR0037670 Protocol Subsidieregeling overgang kapitaallasten 2015-2017

Protocol Subsidieregeling overgang kapitaallasten 2015-2017

. Subsidie- en verantwoordingsjaren 2015, 2016 en 2017

Bij het aanvraagformulier vaststelling subsidie overgang kapitaallasten 2015, 2016 en 2017

Uitwerking artikel 5.3 Subsidieregeling overgang kapitaallasten 20152017

Versie 1, 9 februari 2016

1. Uitgangspunten

1.1. Doelstelling

Dit protocol geeft nadere invulling aan de werkzaamheden van de accountant bij de aanvraag tot vaststelling van subsidie voor kosten kapitaallasten over een subsidiejaar zoals bedoeld in de Subsidieregeling overgang kapitaallasten 20152017 (hierna: de Subsidieregeling).1Dit protocol is opgesteld op basis van art. 5.3, eerste en tweede lid, van de Subsidieregeling overgang kapitaallasten 20152017. Dat artikel luidt:1.De subsidieontvanger doet het financieel verslag vergezellen van een controleverklaring van een accountant, opgesteld overeenkomstig een door de zorgautoriteit vastgestelde model met inachtneming van een door de zorgautoriteit vastgesteld protocol.2.Het financieel verslag gaat vergezeld van een rapport van feitelijke bevindingen omtrent de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger, opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de zorgautoriteit vastgesteld model met inachtneming van een door de zorgautoriteit vastgesteld protocol.De toelichting op dat artikel luidt (Staatscourant 2014, 36819): De aanvraag tot vaststelling wordt gecontroleerd door de accountant. De modellen voor de door de accountant op te stellen stukken en de daartoe te hanteren protocollen zijn verkrijgbaar bij de NZa. De regelgeving en overige relevante documentatie over de Subsidieregeling zijn te vinden op www.wetten.nl en op de website van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), www.nza.nl.

Voor vragen over de Subsidieregeling, het voorliggende protocol en/of het onderzoek door de accountant kan contact opgenomen worden met de NZa via: vragencare@nza.nl.

1.2. Werkwijze accountant

Dit protocol beschrijft het door de accountant2De accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. uit te voeren onderzoek naar de juistheid van het financieel verslag Subsidie overgang kapitaallasten 2015 en de door de accountant op te stellen controleverklaring. Het financieel verslag is een opgave van de werkelijke kosten en de werkelijke opbrengsten met betrekking tot de kapitaallasten.

Verder beschrijft dit protocol het door de accountant uitte voeren onderzoek naar de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger en het door de accountant op te stellen rapport van feitelijke bevindingen.

Het doel van dit protocol is niet om de aanpak van zijn werkzaamheden voor te schrijven. Dit is de primaire verantwoordelijkheid van de accountant.

Wel moet de accountant zijn controle uitvoeren in overeenstemming met het Nederlands recht, waaronder de geldende beroepsvoorschriften van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) zoals de Verordening gedrags- en beroepsregels (VGBA) en de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS). Uitgangspunt voor het accountantsonderzoek gericht op het financieel verslag is Standaard 805 Speciale overwegingen Controles van een enkel financieel overzicht en controles van specifieke elementen, rekeningen of items van een financieel overzicht.

Het onderzoek naar de aan de subsidie verbonden verplichtingen valt onder de Standaard 4400 Opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden met betrekking tot financiële informatie.

1.3. Procedures

Volgens de Subsidieregeling moet de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling van de subsidie (hierna: aanvraag) indienen op uiterlijk 31 mei na afloop van het jaar waarvoor de subsidie is verleend (art. 5.1 lid 1 Subsidieregeling). Daarvoor moet gebruik worden gemaakt van het aanvraagformulier dat ter beschikking is gesteld op de website van de NZa (art. 5.2 lid 4 Subsidieregeling).

De aanvraag moet vergezeld gaan van een controleverklaring en rapport van feitelijke bevindingen als bedoeld in art. 5.3 van de Subsidieregeling.

De accountant mag volstaan met het afgeven van een WG-ondertekening, waarbij alleen de naam van de accountant met was getekend (w.g.) is aangeduid. Op grond van de Praktijkhandreiking 1103 van de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants (NBA) moeten de origineel ondertekende rapporten voorzien van de persoonlijke handtekening van de accountant bewaard worden door de subsidieaanvrager.

2. Controleverklaring financieel verslag

2.1. Controle aanpak

Het object van controle door de accountant is het financieel verslag en de daarin opgenomen werkelijke kosten, werkelijke opbrengsten, werkelijke bijdragen van derden en werkelijk eigen bijdrage3Deze begrippen zijn in art. 1.1. van de Subsidieregeling omschreven..

2.2. Referentiekader voor de controleverklaring

De Subsidieregeling en de beschikking tot verlening van de subsidie overgang kapitaallasten 2015 vormen het referentiekader voor de accountant, echter uitsluitend indien en voorzover deze de grondslag vormen voor de in deze paragraaf vermelde aandachtspunten. Van de accountant wordt niet verwacht dat hij het financieel verslag toetst aan alle in de Subsidieregeling en beschikking genoemde bepalingen. Dat doet hij alleen indien en voor zover deze zijn verwoord in hieronder vermelde aandachtspunten.

Voor de controlewerkzaamheden gelden de volgende aandachtspunten ten aanzien van de in dat verslag verantwoorde posten (tekst ontleend aan de Subsidieregeling):

    1. De subsidie voor kapitaallasten wordt slechts verstrekt aan

      
      een organisatie die voor 1 januari 2012 zorg of diensten, niet zijnde zorg of diensten in het kader van de geestelijke gezondheidszorg, leverde die op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verzekerd waren en waaraan de zorgautoriteit voor laatstgenoemde datum op grond van de beleidsregel Kapitaallasten (CA-300-473; Stcrt. 2011, nr. 12384) een budget kapitaallasten heeft toegekend, dan wel aan haar rechtsopvolger;
      
      
      
      een organisatie die voor 1 januari 2008 zorg of diensten in het kader van de geestelijke gezondheidszorg leverde die op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verzekerd waren en waaraan de zorgautoriteit voor laatstgenoemde datum op grond van de beleidsregel Kapitaallasten (CA-300-473; Stcrt. 2011, nr. 12384) een budget kapitaallasten heeft toegekend, dan wel aan haar rechtsopvolger (art. 1.2 lid 2 Subsidieregeling).
      

een organisatie die voor 1 januari 2012 zorg of diensten, niet zijnde zorg of diensten in het kader van de geestelijke gezondheidszorg, leverde die op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verzekerd waren en waaraan de zorgautoriteit voor laatstgenoemde datum op grond van de beleidsregel Kapitaallasten (CA-300-473; Stcrt. 2011, nr. 12384) een budget kapitaallasten heeft toegekend, dan wel aan haar rechtsopvolger; een organisatie die voor 1 januari 2008 zorg of diensten in het kader van de geestelijke gezondheidszorg leverde die op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verzekerd waren en waaraan de zorgautoriteit voor laatstgenoemde datum op grond van de beleidsregel Kapitaallasten (CA-300-473; Stcrt. 2011, nr. 12384) een budget kapitaallasten heeft toegekend, dan wel aan haar rechtsopvolger (art. 1.2 lid 2 Subsidieregeling). 2. 2. De subsidie voor vaste activa wordt slechts verstrekt aan:

      
      een organisatie die voor 1 januari 2012 zorg of diensten, niet zijnde zorg of diensten in het kader van de geestelijke gezondheidszorg, leverde die op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verzekerd waren en waaraan de zorgautoriteit voor laatstgenoemde datum op grond van de beleidsregel Compensatie vaste activa AWBZ en GGZ in verband met invoering normatieve huisvestingscomponent (CA-300-493; Stcrt. 2011, nr. 14267) een vergoeding heeft toegekend, dan wel aan haar rechtsopvolger;
    
    
      
      een organisatie die voor 1 januari 2008 zorg of diensten in het kader van de geestelijke gezondheidszorg leverde die op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verzekerd waren en waaraan de zorgautoriteit voor laatstgenoemde datum op grond van de beleidsregel Compensatie vaste activa AWBZ en GGZ in verband met invoering normatieve huisvestingscomponent (CA-300-493; Stcrt. 2011, nr. 14267) een vergoeding heeft toegekend, dan wel aan haar rechtsopvolger (artikel 1.2 lid 3 Subsidieregeling).
      Indien ter zake van een leegstaand gebouw compensatie als bedoeld in de beleidsregel Compensatie vaste activa AWBZ en GGZ in verband met de invoering normatieve huisvestingscomponent (CA-300-493; Stcrt. 2011, 14267) is toegekend of is aangevraagd zonder dat op die aanvraag een onherroepelijk besluit is genomen, bevat de aanvraag een opgave van:
      
        
          a.
          de opbrengsten uit verkoop en verhuur van leegstaande gebouwen;
        
        
          b.
          boekwinsten op verkoop van grond of terrein waarop een leegstaande gebouw staat (art. 5.2 lid 3 Subsidieregeling).

een organisatie die voor 1 januari 2012 zorg of diensten, niet zijnde zorg of diensten in het kader van de geestelijke gezondheidszorg, leverde die op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verzekerd waren en waaraan de zorgautoriteit voor laatstgenoemde datum op grond van de beleidsregel Compensatie vaste activa AWBZ en GGZ in verband met invoering normatieve huisvestingscomponent (CA-300-493; Stcrt. 2011, nr. 14267) een vergoeding heeft toegekend, dan wel aan haar rechtsopvolger; een organisatie die voor 1 januari 2008 zorg of diensten in het kader van de geestelijke gezondheidszorg leverde die op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verzekerd waren en waaraan de zorgautoriteit voor laatstgenoemde datum op grond van de beleidsregel Compensatie vaste activa AWBZ en GGZ in verband met invoering normatieve huisvestingscomponent (CA-300-493; Stcrt. 2011, nr. 14267) een vergoeding heeft toegekend, dan wel aan haar rechtsopvolger (artikel 1.2 lid 3 Subsidieregeling). Indien ter zake van een leegstaand gebouw compensatie als bedoeld in de beleidsregel Compensatie vaste activa AWBZ en GGZ in verband met de invoering normatieve huisvestingscomponent (CA-300-493; Stcrt. 2011, 14267) is toegekend of is aangevraagd zonder dat op die aanvraag een onherroepelijk besluit is genomen, bevat de aanvraag een opgave van:

          a.
          de opbrengsten uit verkoop en verhuur van leegstaande gebouwen;
        
        
          b.
          boekwinsten op verkoop van grond of terrein waarop een leegstaande gebouw staat (art. 5.2 lid 3 Subsidieregeling).

a. a. de opbrengsten uit verkoop en verhuur van leegstaande gebouwen; b. b. boekwinsten op verkoop van grond of terrein waarop een leegstaande gebouw staat (art. 5.2 lid 3 Subsidieregeling). 3. 3. De subsidie wordt slechts verstrekt aan een organisatie die onmiddellijk voorafgaande aan 1 januari 2015 verblijf met daarmee gepaard gaande zorg als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verleende en de desbetreffende zorg vanaf die datum in opdracht van een of meer colleges van burgemeester en wethouders als maatwerkvoorziening als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of als jeugdhulp als bedoeld in de Jeugdwet verleent (art. 1.2 lid 4 Subsidieregeling). 4. 4. De werkelijke kosten, werkelijke opbrengsten, werkelijke bijdragen van derden en werkelijke eigen bijdragen hebben betrekking op de in de verleningsbeschikking genoemde periode waarvoor de subsidie is verleend (art. 1.3 Subsidieregeling). 5. 5. De kapitaallasten die ten hoogste voor subsidie in aanmerking komen worden bepaald door overeenkomstige toepassing van de beleidsregels Kapitaallasten bestaande zorgaanbieders en Invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders zoals die gelden voor het jaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt, met dien verstande dat de subsidie uitsluitend verstrekt wordt voor de kapitaallasten die toegerekend worden aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet waartoe:

      a.
      aan de hand van paragraaf 5 van de beleidsregel Invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders wordt berekend welk percentage van de kapitaallasten na de overhevelingen vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt toegerekend aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet;
    
    
      b.
      de kapitaallasten, bestaande aan het budget kapitaallasten en het budget inventaris, worden berekend aan de hand van de artikelen 3.7 en 3.8 van de beleidsregel Invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders in samenhang met de beleidsregel Kapitaallasten bestaande zorgaanbieders;
    
    
      c.
      de aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet toe te rekenen kapitaallasten, bestaande aan het budget kapitaallasten en het budget inventaris, worden berekend door de kapitaallasten, bedoeld in onderdeel b, te vermenigvuldigen met het percentage, bedoeld in onderdeel a;
    
    
      d.
      het bedrag van de kapitaallasten die ten hoogste voor subsidie in aanmerking komen wordt berekend door de aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet toe te rekenen kapitaallasten, bedoeld in onderdeel c, te vermenigvuldigen met de bij het jaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt horende percentages voor het budget kapitaallasten en het budget inventaris die zijn vermeld in de tabellen 1 en 2 van artikel 4.1 van de beleidsregel Invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders (artikel 1.4 lid 1 Subsidieregeling).
    
    
      f.
      In afwijking van het bovenstaande punt 5, onderdelen a tot en met d, wordt met betrekking tot kleinschalige woonvoorzieningen als bedoeld in artikel 4.12 van de beleidsregel Kapitaallasten bestaande zorgaanbieders:
      
        
          a.
          het aantal bezette plaatsen die zijn overgeheveld vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten naar de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet bepaald;
        
        
          b.
          de normatieve vergoeding voor kapitaallasten, voor de bezette plaatsen, bedoeld in onderdeel a, bepaald aan de hand van de beleidsregel Kapitaallasten bestaande zorgaanbieders;
        
        
          c.
          de aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet toe te rekenen kapitaallasten berekend door het aantal bezette plaatsen, bedoeld in onderdeel a, te vermenigvuldigen met de normatieve vergoeding, bedoeld in onderdeel b;
        
        
          d.
          het bedrag van de kapitaallasten die ten hoogste voor subsidie in aanmerking komen berekend door de aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet toe te rekenen kapitaallasten, bedoeld in onderdeel c, te vermenigvuldigen met het bij het jaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt horende percentage voor het budget kapitaallasten dat is vermeld in tabel 1 van artikel 4.1 van de beleidsregel Invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders (artikel 1.4 lid2 Subsidieregeling).
        
      
    
  
  De aanvraag bevat een opgave van het aantal bezette plaatsen, bedoeld in artikel 1.4, lid 2, onderdeel a Subsidieregeling. De opgave is voorzien van een toelichting (art. 5.2 lid 2 Subsidieregeling).

a. a. aan de hand van paragraaf 5 van de beleidsregel Invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders wordt berekend welk percentage van de kapitaallasten na de overhevelingen vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt toegerekend aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet; b. b. de kapitaallasten, bestaande aan het budget kapitaallasten en het budget inventaris, worden berekend aan de hand van de artikelen 3.7 en 3.8 van de beleidsregel Invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders in samenhang met de beleidsregel Kapitaallasten bestaande zorgaanbieders; c. c. de aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet toe te rekenen kapitaallasten, bestaande aan het budget kapitaallasten en het budget inventaris, worden berekend door de kapitaallasten, bedoeld in onderdeel b, te vermenigvuldigen met het percentage, bedoeld in onderdeel a; d. d. het bedrag van de kapitaallasten die ten hoogste voor subsidie in aanmerking komen wordt berekend door de aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet toe te rekenen kapitaallasten, bedoeld in onderdeel c, te vermenigvuldigen met de bij het jaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt horende percentages voor het budget kapitaallasten en het budget inventaris die zijn vermeld in de tabellen 1 en 2 van artikel 4.1 van de beleidsregel Invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders (artikel 1.4 lid 1 Subsidieregeling). f. f. In afwijking van het bovenstaande punt 5, onderdelen a tot en met d, wordt met betrekking tot kleinschalige woonvoorzieningen als bedoeld in artikel 4.12 van de beleidsregel Kapitaallasten bestaande zorgaanbieders:

          a.
          het aantal bezette plaatsen die zijn overgeheveld vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten naar de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet bepaald;
        
        
          b.
          de normatieve vergoeding voor kapitaallasten, voor de bezette plaatsen, bedoeld in onderdeel a, bepaald aan de hand van de beleidsregel Kapitaallasten bestaande zorgaanbieders;
        
        
          c.
          de aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet toe te rekenen kapitaallasten berekend door het aantal bezette plaatsen, bedoeld in onderdeel a, te vermenigvuldigen met de normatieve vergoeding, bedoeld in onderdeel b;
        
        
          d.
          het bedrag van de kapitaallasten die ten hoogste voor subsidie in aanmerking komen berekend door de aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet toe te rekenen kapitaallasten, bedoeld in onderdeel c, te vermenigvuldigen met het bij het jaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt horende percentage voor het budget kapitaallasten dat is vermeld in tabel 1 van artikel 4.1 van de beleidsregel Invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders (artikel 1.4 lid2 Subsidieregeling).

a. a. het aantal bezette plaatsen die zijn overgeheveld vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten naar de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet bepaald; b. b. de normatieve vergoeding voor kapitaallasten, voor de bezette plaatsen, bedoeld in onderdeel a, bepaald aan de hand van de beleidsregel Kapitaallasten bestaande zorgaanbieders; c. c. de aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet toe te rekenen kapitaallasten berekend door het aantal bezette plaatsen, bedoeld in onderdeel a, te vermenigvuldigen met de normatieve vergoeding, bedoeld in onderdeel b; d. d. het bedrag van de kapitaallasten die ten hoogste voor subsidie in aanmerking komen berekend door de aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet toe te rekenen kapitaallasten, bedoeld in onderdeel c, te vermenigvuldigen met het bij het jaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt horende percentage voor het budget kapitaallasten dat is vermeld in tabel 1 van artikel 4.1 van de beleidsregel Invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) en normatieve inventariscomponent (NIC) bestaande zorgaanbieders (artikel 1.4 lid2 Subsidieregeling).

Om bovenstaande werkzaamheden te kunnen uitvoeren wordt de accountant geadviseerd om ook kennis te nemen van de overige artikelen en toelichting van de subsidieregeling.

2.3. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid controleverklaring

De controle moet zodanig worden ingepland en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het financieel verslaggeen afwijkingen (fouten en onzekerheden) van materieel belang bevat. Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, betekent dit een betrouwbaarheid van 95 procent. Een controleverklaring met een goedkeurende strekking impliceert dat, gegeven de bovengenoemde betrouwbaarheid, in het financieel verslag geen afwijkingen (fouten en onzekerheden) voorkomen die groter zijn dan de percentages in de hieronder opgenomen materialiteitstabel. Als omvangsbasis geldt hierbij de som van de in het financieel verslag opgenomen werkelijke kosten.

Oordeel ^1
Goedkeurend Beperking Oordeelonthouding Afkeurend
Fouten in het financieel verslag ≤ 5% >5% en ≤ 10% n.v.t. > 10%
Onzekerheden in het financieel verslag ≤5% >5% en ≤ 10% > 10% n.v.t.

^1De NZa zal de uitvoering van dit protocol evalueren aan de hand van de controleverklaringen en rapporten van feitelijke bevindingen m.b.t. 2015. Naar aanleiding daarvan worden de percentages mogelijk aangepast.

Van een fout is sprake als gebleken is dat (een gedeelte van) een post niet in overeenstemming is met de aandachtspunten van deze paragraaf. Bij fouten kan een onderscheid gemaakt worden in incidentele en structurele fouten. Van een incidentele fout is sprake als het een toevallige fout betreft. Kenmerkend voor incidentele fouten is dat in principe geen herhaling optreedt van de geconstateerde fout. Hierbij neemt de accountant de bepaling van Standaard 530.13 in acht. Van een structurele fout is sprake als de oorzaak is gelegen in (onderdelen van) het systeem van uitvoering, waardoor fouten met een (zeker) herhalingskarakter (kunnen) optreden. Fouten worden in absolute zin opgevat. Salderen van fouten is daarom niet toegestaan.

Van een onzekerheid is sprake als er onvoldoende (controle-)informatie beschikbaar is om de posten als wel of niet in overeenstemming met het referentiekader (als goed of fout) aan te merken.

3. Rapport van feitelijke bevindingen over de aan de subsidie verbonden verplichtingen

3.1. Plan van aanpak

De NZa is belast met de uitvoering van de Subsidieregeling. Centraal in de uitvoering staat dat de aan de subsidie verbonden verplichtingen en doeleinden zijn nagekomen en behaald. Om hier informatie over te krijgen dient een aanvraag tot vaststelling van de subsidie niet alleen vergezeld te gaan van een controleverklaring bij het financieel verslag maar eveneens van een rapport van feitelijke bevindingen.

De aard, omvang en planning van de uit te voeren werkzaamheden stemt de accountant af met de subsidieontvanger. De accountant geeft in het rapport een beschrijving van de uitgevoerde werkzaamheden en feitelijke bevindingen. De bevindingen zijn constateringen op zichzelf, ze hebben niet tot doel om op grond hiervan extrapolaties te maken of conclusies te trekken. Het is aan de gebruiker van het rapport om zelf tot een oordeel te komen en zijn conclusies te trekken.

3.2. Referentiekader

Het rapport van feitelijke bevindingen richt zich op de volgende onderwerpen:

    1. inrichting en interne beheersing Subsidieontvanger op grond van artikel 4.2 van de Subsidieregeling;
    1. administratie en bewaarplicht op grond van artikel 4.3 van de Subsidieregeling;
    1. meldingsplicht met betrekking tot subsidietoekenning op grond van artikel 4.4 van de Subsidieregeling.

In artikel 4.2 van de subsidieregeling staan de verplichtingen vermeld waaraan de subsidieontvanger moet voldoen op het gebied van de inrichting en interne beheersing.

Dit leidt tot de volgende onderzoekswerkzaamheden van de accountant: De accountant stelt vast of binnen de administratieve organisatie en interne beheersing van de subsidieontvanger procedures vastgelegd zijn om aan de verplichtingen van artikel 4.2 te voldoen. Van de accountant wordt niet verwacht dat hij de werking en de effectiviteit van deze procedures toetst of daarover een inhoudelijk oordeel geeft.

In artikel 4.3 van de Subsidieregeling staan de verplichtingen vermeld waaraan de subsidieontvanger moet voldoen op het gebied van de administratie en bewaring van bescheiden.

Dit leidt tot de volgende onderzoekswerkzaamheden van de accountant:

De accountant onderzoekt of de subsidieontvanger een zodanige administratie heeft ingericht, dat daaruit altijd de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen, betalingen en ontvangsten alsmede kosten en opbrengsten kunnen worden nagegaan. De accountant onderzoekt verder of de subsidieontvanger beschikt over een registratiesysteem waarin de vastlegging van financiële transacties of gerealiseerde prestatie-eenheden volgens een bestendige gedragslijn plaatsvindt. Het registratiesysteem van de subsidieontvanger moet zowel reguliere management- en verantwoordingsinformatie als tussentijdse ad hoc informatie kunnen verschaffen. Is het registratiesysteem op deze wijze ingericht dan mag de accountant aannemen dat het systeem voldoet aan de bepalingen van de subsidieregeling, zodat verder onderzoek niet nodig is.

De accountant onderzoekt tenslotte of er een systeem en/of procedure aanwezig is die borgt dat de administratie en de daartoe behorende bescheiden gedurende tien jaren bewaard worden.

In artikel 4.4 van de Subsidieregeling staat dat de subsidieontvanger van iedere omstandigheid die van belang kan zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie schriftelijk melding moet maken bij de NZa.

Dit leidt tot de volgende onderzoekswerkzaamheden van de accountant: De accountant stelt vast of binnen de subsidieontvanger procedures zijn ingericht om aan de verplichtingen van artikel 4.4 te voldoen. Van de accountant wordt niet verwacht dat hij de werking en de effectiviteit van deze procedures toetst of daarover een inhoudelijk oordeel geeft.

3.3. Gevolgen van aanvullende subsidiebepalingen

In de beschikking tot subsidieverlening kunnen voor 2016 en 2017 eventueel nadere verplichtingen zijn opgenomen (art. 4.7 Subsidieregeling). Hierbij zijn twee situaties mogelijk:

de subsidieverplichtingen hebben effect op de controleverklaring. In dat geval is hoofdstuk 2 van dit protocol van toepassing. Indien de accountant afwijkingen constateert die van materieel belang zijn voor het te verstrekken controleverklaring, dan wegen deze mee in zijn oordeel; de subsidieverplichtingen hebben geen effect op de controleverklaring, maar vormen een aanvulling op de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In dat geval is hoofdstuk 3 van dit protocol van toepassing. Indien de accountant afwijkingen constateert, rapporteert hij daarover in het rapport van feitelijke bevindingen.

3.4. Rapporteren van feitelijke bevindingen

In het rapport van feitelijke bevindingen vermeldt de accountant de specifieke werkzaamheden die zijn verricht en tot welke bevindingen dit heeft geleid. Afwijkingen van de in dit protocol onder 3.2 en 3.3 genoemde aandachtspunten rapporteert de accountant onder vermelding van de bepaling uit de subsidieregeling.

Voor de aandachtspunten waarbij de accountant geen afwijkingen constateert, kan de accountant volstaan met het noemen van het aandachtspunt onder vermelding van dat hij geen afwijking heeft vastgesteld.

Bijlage