40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Reglement Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het onderwijs | BWBR0040111 | zbo | geldend | 2018-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0040111 | Reglement Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het onderwijs |
Reglement Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het onderwijs
In 1992 richtten de sociale partners in het onderwijs de Stichting Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het Onderwijs op met als doel het bieden van waarborgen aan aangeslotenen voor de kosten voor vervanging bij afwezigheid van personeel en het invoeren en in stand houden van bedrijfsgezondheidszorg in het primair onderwijs, alsmede het bevorderen en bewaken van die zorg.
Het bestuur stelt, conform het bepaalde op grond van artikel 183, vierde lid van de WPO juncto artikel artikel 169, vierde lid van de WEC, het Reglement vast waarin bepaald wordt welke rechten de aangeslotenen in het kader van de taakuitoefening van de stichting, als hierboven genoemd, jegens de stichting kunnen doen gelden en tot welke verplichtingen de aangeslotenen jegens de stichting zijn gehouden.
Dit Reglement treedt in werking op 1 januari 2018.
1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit Reglement wordt verstaan onder:
*BBWO:*
Besluit Bovenwettelijke Werkloosheidsregeling voor Onderwijspersoneel primair onderwijs.
*Bedrijfsgezondheidszorg:* de dienstverlening van het Vervangingsfonds ter voorkoming en terugdringing van ziekteverzuim en de verbetering van arbeidsomstandigheden.
*Bekostiging:* bekostiging van vervanging ten laste van het Vervangingsfonds.
*Bestuur:* het bestuur van de Stichting Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het Onderwijs.
*Bevoegd gezag:*
a.
een schoolbestuur bestaande uit één of meer scholen als bedoeld in artikel 1 van de WPO dan wel artikel 1 van de WEC;
b.
een samenwerkingsverband passend onderwijs als bedoeld in artikel 18a van de WPO.
a. a. een schoolbestuur bestaande uit één of meer scholen als bedoeld in artikel 1 van de WPO dan wel artikel 1 van de WEC; b. b. een samenwerkingsverband passend onderwijs als bedoeld in artikel 18a van de WPO. 6. 6.
*Bonus-malus bandbreedte:* de bandbreedte waarvan de ondergrens en bovengrens bepalend zijn voor het al dan niet toekennen van een bonus dan wel het opleggen van een malus aan een bevoegd gezag.
*Bonus-malus verhouding:* de verhouding tussen de door aan het bevoegd gezag uitbetaalde bekostiging en de door dat bevoegd gezag verschuldigde premie. In samenhang met de bandbreedte is deze verhouding bepalend of een bevoegd gezag in aanmerking komt voor een bonus dan wel een malus moet betalen.
*Bonus-malus regeling:* de bonus-malus regeling als bedoeld in artikel 20 tot en met 27 van dit Reglement. Deze regeling is gericht op het terugdringen van ziekteverzuim middels het geven van financiële prikkels door het toekennen van een bonus aan dan wel het in rekening brengen van een malus bij een bevoegd gezag.
*Bonuspercentage:* het percentage van de premie dat wordt toegepast bij het berekenen van de bonus indien een bevoegd gezag een bonus-malus verhouding heeft die lager is dan de ondergrens van de bonus-malus bandbreedte.
*Bovenbestuurlijke vervangingspool:* een vervangingspool die in stand wordt gehouden door twee of meer bevoegde gezagsorganen.
*CAO PO:* de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor het Primair Onderwijs.
*Combinatiefunctie:* het dienstverband als bedoeld in artikel 3.30 van de CAO PO, waarbij het personeelslid geheel of gedeeltelijk is aangesteld op basis van de bestuurlijke afspraken “Brede Impuls Combinatiefuncties” in een combinatiefunctie die naast zijn werkzaamheden op school is belast met taken buiten het onderwijs.
*Detachering:* een bij het Vervangingsfonds aangesloten bevoegd gezag laat personeel dat bij hem in dienst is, tegen een overeengekomen vergoeding, werkzaamheden bij een ander bij het Vervangingsfonds aangesloten bevoegd gezag verrichten.
*Dienstverband:*
a.
de benoeming van personeel bij de werkgever in het bijzonder onderwijs;
b.
de aanstelling van personeel bij de werkgever in het openbaar onderwijs.
a. a. de benoeming van personeel bij de werkgever in het bijzonder onderwijs; b. b. de aanstelling van personeel bij de werkgever in het openbaar onderwijs. 15. 15.
*DUO:* de Dienst Uitvoering Onderwijs, onderdeel van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
*Eigenrisicodrager:* het bevoegd gezag waaraan op grond van dit Reglement het eigenrisicodragerschap is verleend. Dit bevoegd gezag draagt zelf het risico voor de kosten van vervanging bij afwezigheid van personeel.
*ERD-som:* de som die bepalend is voor de voorwaarden die gelden bij de toekenning van het eigenrisicodragerschap aan een bevoegd gezag. Deze som is gelijk aan het totaal van de drie door DUO gehanteerde componenten van de lumpsum in het Overzicht financiële beschikkingen, dat DUO jaarlijks bekend maakt op 1 november:
a.
personele bekostiging regulier;
b.
personeels- en arbeidsmarktbeleid (PAB budget);
c.
materiële instandhouding regulier.
a. a. personele bekostiging regulier; b. b. personeels- en arbeidsmarktbeleid (PAB budget); c. c. materiële instandhouding regulier. 18. 18.
*Extern personeel:* een ieder die zonder dienstverband werkzaamheden verricht bij een bevoegd gezag en waarop de CAO PO niet van toepassing is.
*Financiële variant:* één van de financiële vereveningsvarianten van het Vervangingsfonds als bedoeld in hoofdstuk 5 van het Reglement, waarvan eigenrisicodragers gebruik kunnen maken.
*Functie:* een normfunctie als bedoeld in artikel 5.2 van de CAO PO behorend tot een functiecategorie en de daarbij behorende taakkarakteristieken uit bijlage VII.A, VII.B en VII.C van de CAO PO of een niet-normfunctie als gewaardeerd volgens FUWA PO dan wel als bedoeld in artikel 5.5 van de CAO PO.
*Functiecategorie:* de categorie als bedoeld in artikel 5.1 van de CAO PO. Functies worden in de navolgende functiecategorieën onderscheiden:
a.
directie;
b.
leraar;
c.
onderwijsondersteunend personeel.
a. a. directie; b. b. leraar; c. c. onderwijsondersteunend personeel. 22. 22.
*Gemiddelde normatieve vervangingskosten:* de voor de stop-loss varianten bepaalde kosten, die de hoogte van de conform deze varianten uit te betalen bekostiging bepaalt. Deze kosten worden berekend door een per kalenderjaar vast te stellen percentage te heffen over de premiegrondslag die geldt voor deze stop-loss varianten.
*GMR:* de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad, bedoeld in artikel 4 van de Wet medezeggenschap op scholen.
*FUWA PO:* Functiewaarderingssysteem primair onderwijs.
*Informatieprotocol:* het protocol onder bijlage 1, waarin de uitvoeringstechnische aspecten ter bevordering van een correcte toepassing van het Reglement Vervangingsfonds zijn vastgelegd.
*Kalenderjaar:* het tijdvak van 1 januari van enig jaar tot en met 31 december van dat jaar.
*Ketenvervanger:* de vervanger van een leraar met een dienstverband bij het bevoegd gezag die een directielid, dat afwezig is in verband met ziekte of schorsing als bedoeld in artikel 28 van het Reglement, met een dienstverband bij hetzelfde bevoegd gezag vervangt.
*Ketenvervanging:* de situatie waarbij een directielid, dat afwezig is op grond van ziekte of schorsing als bedoeld in artikel 28 van het Reglement, wordt vervangen door een leraar met een dienstverband bij hetzelfde bevoegd gezag en die als gevolg van die afwezigheid zelf wordt vervangen door de ketenvervanger. De keten bestaat uitsluitend uit de afwezige, diens vervanger en de ketenvervanger.
*Lesgebonden en/of behandeltaken:* activiteiten met één of meerdere leerlingen die voor die leerlingen gelden als onderwijstijd.
*Maluspercentage:* het deel van de door een bevoegd gezag verschuldigde premie dat aan dat bevoegd gezag wordt opgelegd als malus.
*Minister:* De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
*MR:* de Medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen.
*Niet aangemeld personeel:* personeel met een dienstverband dat niet valt onder de verplichte aansluiting en dat ook niet vrijwillig is aangemeld.
*Normbedrag:* het standaardbedrag per uur behorende bij de door het Vervangingsfonds vastgestelde normklasse, dat de basis vormt voor de bekostiging.
*Normklasse:* de salarisklasse waarin de afwezige dan wel het personeelslid, geplaatst in een vervangingspool, is ingedeeld op basis van zijn salarisschaal en periodiek conform de CAO PO.
*Normvervangingskosten:* de voor de stop-loss regeling van artikel 50 en 51 van dit Reglement berekende kosten, die een bevoegd gezag op grond van de ingediende declaraties niet ontvangt totdat de ondergrens van de gemiddelde normatieve vervangingskosten is bereikt. De berekening van deze kosten vindt plaats conform de normvergoeding als bedoeld in artikel 32 van dit Reglement.
*OOP:* onderwijsondersteunend personeel.
*OP:* onderwijzend personeel.
*Payrolling:* een constructie, waarbij extern personeel in dienst is van een payrollonderneming en waarbij dit externe personeel feitelijk werkt voor een bevoegd gezag. Bij payrolling is de payrollonderneming de juridische werkgever en zorgt het bevoegd gezag voor de werving en selectie.
*Personeel:* personeel als bedoeld in artikel 1 en 18a van de WPO en artikel 1 van de WEC.
*PGMR:* de Personeelsgeleding van de Gemeenschappelijk Medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 4, vierde lid van de Wet medezeggenschap op scholen.
*PMR:* de Personeelsgeleding van de Medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 3, derde lid van de Wet medezeggenschap op scholen.
*Premie eigenrisicodrager:* het bedrag dat een eigenrisicodrager voldoet aan het Vervangingsfonds.
*Premiegrondslag:* de grondslag waarover het premiepercentage geheven wordt.
*Premiepercentage:* het percentage dat door het bestuur wordt vastgesteld ter dekking van kosten.
*RDDF:* het risicodragende deel van de formatie, als bedoeld in bijlage III van de CAO PO.
*Reglement:* het Reglement Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het primair onderwijs.
*Samenwerkingsplan:* het plan dat samenwerkende bevoegde gezagsorganen moeten overleggen ten behoeve van het verkrijgen van het eigenrisicodragerschap.
*Samenwerkende bevoegde gezagsorganen:* bevoegde gezagsorganen die volgens een daartoe opgesteld samenwerkingsplan samenwerken ten behoeve van het verkrijgen van eigenrisicodragerschap.
*Schooljaar:* het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend.
*Schoolvakantie:* schoolvakantie zoals vastgesteld door de Minister in de Regeling vaststelling schoolvakanties 2016-2019, met inbegrip van de mogelijkheid voor een bevoegd gezag om op grond van deze regeling afwijkende schoolvakanties te hanteren.
*SNA-keurmerk:* de norm van de Stichting Normering Arbeid. In dit keurmerk zijn financiële en administratieve criteria vastgelegd waaraan uitzendorganisaties dienen te voldoen.
*Uitzendarbeid:* een constructie, waarbij extern personeel in dienst is van een uitzendorganisatie en waarbij dit externe personeel feitelijk werkt voor een bevoegd gezag. Bij uitzendarbeid is de uitzendorganisatie de juridische werkgever en regelt de werving en selectie van extern personeel.
*Verplichte aansluiting:* de aansluiting van een bevoegd gezag, bedoeld in artikel 183 van de WPO en artikel 169 van de WEC.
*Verplicht aangesloten personeel:* het personeel met een dienstverband, met uitzondering van het niet aangemelde personeel en het vrijwillig aangemeld personeel.
*Vervangingsfondspremie:* het bedrag dat een bevoegd gezag, dat geen eigenrisicodrager is, op grond van artikel 183, tweede lid van de WPO dan wel artikel 169, tweede lid van de WEC aan het Vervangingsfonds voldoet voor het personeel:
a.
dat na 1 januari 2009 in dienst is gekomen dan wel een andere functie bij het bevoegd gezag heeft gekregen;
b.
dat door het bevoegd gezag vrijwillig is aangemeld;
c.
dat voor 5 juli 2006 in dienst was bij een bevoegd gezag en door het Rijk werd bekostigd.
a. a. dat na 1 januari 2009 in dienst is gekomen dan wel een andere functie bij het bevoegd gezag heeft gekregen; b. b. dat door het bevoegd gezag vrijwillig is aangemeld; c. c. dat voor 5 juli 2006 in dienst was bij een bevoegd gezag en door het Rijk werd bekostigd. 57. 57.
*Vervangingspool:* een of meerdere personeelsleden met een regulier dienstverband niet zijnde een dienstverband voor bepaalde tijd ten behoeve van vervanging, die door het bevoegd gezag structureel voor vervangingswerkzaamheden worden ingezet.
*Vrijwillig aangemeld personeel:* personeel dat niet onder de verplichte aansluiting valt en dat vrijwillig door het bevoegd gezag bij het Vervangingsfonds is aangemeld.
*WOPO:* Regeling Werkloosheidsregeling Onderwijspersoneel primair onderwijs.
*WPO:* de Wet op het primair onderwijs.
*WEC:* de Wet op de expertisecentra.
*WW-uitkering:* een uitkering op grond van de Werkloosheidswet.
*Zomervakantie:* de zomervakantie zoals vastgesteld door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
2. Aansluiting bij het vervangingsfonds
2.1. Wettelijk verplichte aansluiting en vrijwillige aanmelding
Artikel 2
1. Op grond van artikel 183 van de WPO en artikel 169 van de WEC is ieder bevoegd gezag in Nederland verplicht aangesloten bij het Vervangingsfonds. De personeelsleden van deze bevoegde gezagsorganen vallen onder de verplichte aansluiting met uitzondering van het bepaalde in artikel 3.
2. In afwijking van het eerste lid, is een bevoegd gezag dat op grond van artikel 183, derde lid van de WPO dan wel artikel 169, derde lid van de WEC van de Minister ontheffing heeft gekregen op grond van bezwaren van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard, niet aangesloten bij het Vervangingsfonds.
Artikel 3
1.
Vervanging van een personeelslid dat werkzaam is op basis van een dienstverband bij een bevoegd gezag dat:
a. a. voor 5 juli 2006 tot stand is gekomen en op die datum niet door het Rijk werd bekostigd; b. b. tussen 5 juli 2006 en 1 januari 2009 tot stand is gekomen;
komt niet in aanmerking voor bekostiging.
2. Vervanging van een personeelslid dat tussen 5 juli 2006 en 1 januari 2009 een andere functie binnen het bevoegd gezag waar dit personeelslid werkzaam was heeft gekregen, komt niet in aanmerking voor bekostiging.
Artikel 4
1. Personeel als bedoeld in artikel 3 kan vrijwillig worden aangemeld door het bevoegd gezag waar het een dienstverband heeft, zodat vervanging van dit personeelslid bij afwezigheid voor bekostiging in aanmerking kan komen.
2. De datum vanaf wanneer het bevoegd gezag in aanmerking komt voor bekostiging van vervanging van vrijwillig aangemeld personeel is bepaald op 1 januari volgende op de datum van aanmelding.
3. De schriftelijke aanmelding dient uiterlijk op 1 november door het Vervangingsfonds te zijn ontvangen.
4. De aanmelding geschiedt voor het voltallige personeel als bedoeld in artikel 3 dan wel per functiecategorie, waarbij de functiecategorieën directie en leraren als één categorie wordt aangemerkt.
5. De vrijwillige aanmelding is niet van toepassing op personeelsleden voor zover zij op de eerste werkdag van het schooljaar dan wel bij ingangsdatum van de vrijwillige aanmelding door ziekte of arbeidsongeschiktheid niet in staat zijn om hun functie uit te oefenen. Bedoelde personeelsleden vallen vanaf de datum van hun herstel onder de werking van de vrijwillige aanmelding. Het bevoegd gezag moet een verklaring van een gecertificeerd bedrijfsarts of een verklaring opgesteld onder verantwoordelijkheid van een gecertificeerde bedrijfsarts kunnen overleggen waaruit dit herstel blijkt.
6. De aanmelding geldt voor het gehele kalenderjaar en wordt geacht stilzwijgend te zijn verlengd voor het volgende kalenderjaar.
7. De opzegging dan wel wijziging van de vrijwillige aanmelding van personeel kan uitsluitend plaatsvinden per 1 januari van een kalenderjaar, waarbij één maand opzegtermijn in acht moet worden genomen. De opzegging dan wel wijziging geschiedt schriftelijk.
8. Het tussentijds aanmelden, is slechts mogelijk indien er naar het oordeel van het bestuur sprake is van bijzondere omstandigheden.
9. In afwijking van het vierde lid, kan de vrijwillige aanmelding per 1 januari 2019 uitsluitend voor het voltallig niet vrijwillig aangemeld personeel plaatsvinden.
2.2. Eigenrisicodragerschap
Artikel 5
1.
De volgende bevoegde gezagsorganen kunnen in aanmerking komen voor eigenrisicodragerschap:
a. a. een bevoegd gezag dat een ERD-som heeft van ten minste 20 miljoen euro; b. b. een bevoegd gezag dat een ERD-som heeft lager dan 20 miljoen euro; c. c. samenwerkende bevoegde gezagsorganen die een gezamenlijke ERD-som hebben van ten minste 20 miljoen euro.
2. De peildatum van de in het eerste lid genoemde vaststelling van de ERD-som is 1 november van het kalenderjaar voorafgaande aan de aanvraag tot verlening van het eigenrisicodragerschap.
Artikel 6
Indien aan een bevoegd gezag de status van eigenrisicodrager wordt verleend, komen lopende vervangingen wegens afwezigheid op grond van ziekte en schorsing als bedoeld in artikel 28 per de ingangsdatum van het eigenrisicodragerschap niet meer voor bekostiging in aanmerking.
Artikel 7
1. Een bevoegd gezag kan bij het Vervangingsfonds een schriftelijke aanvraag indienen tot verlening van het eigenrisicodragerschap.
2. Het Vervangingsfonds verleent het eigenrisicodragerschap per 1 januari.
3. Uiterlijk acht weken voorafgaand aan deze datum dient de aanvraag door het Vervangingsfonds te zijn ontvangen.
4. Het Vervangingsfonds verleent aan het bevoegd gezag dat een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan het eigenrisicodragerschap, mits het heeft aangetoond dat het een ERD-som heeft van ten minste 20 miljoen euro.
5. Een bevoegd gezag overlegt bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid, een door de PMR of, indien sprake is van een PGMR, door de PGMR ondertekende verklaring waaruit blijkt dat de aanvraag met instemming van de PMR dan wel PGMR is gedaan. Indien deze verklaring bij de aanvraag ontbreekt, neemt het Vervangingsfonds de aanvraag niet in behandeling.
6. Binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag als bedoeld in het eerste lid, besluit het Vervangingsfonds of het eigenrisicodragerschap wordt verleend.
Artikel 8
1. Een bevoegd gezag dat eigenrisicodrager is, informeert het Vervangingsfonds over wijzigingen die optreden als gevolg van fusie of splitsing van dit bevoegd gezag.
2. Het bevoegd gezag informeert het Vervangingsfonds uiterlijk 8 weken voordat de wijzigingen, bedoeld in het eerste lid, zullen plaatsvinden.
3. De wijzigingen dan wel het niet tijdig informeren door het bevoegd gezag kunnen het Vervangingsfonds aanleiding geven het eigenrisicodragerschap te herzien.
4. Na fusie of splitsing van het bevoegd gezag dat eigenrisicodrager is, toetst het Vervangingsfonds opnieuw ten aanzien van de ERD-som, genoemd in artikel 7, vierde lid en de instemming van de PMR dan wel de PGMR als bedoeld in artikel 7, vijfde lid. Resteert een ERD-som van 20 miljoen euro of meer, dan blijft het bevoegd gezag eigenrisicodrager.
5. Indien na de toetsing als bedoeld in het vierde lid een ERD-som resteert van minder dan 20 miljoen euro, dan verliest het bevoegd gezag het eigenrisicodragerschap met ingang van de eerste dag van het daaropvolgende kalenderjaar.
Artikel 9
1. Een bevoegd gezag kan bij het Vervangingsfonds een schriftelijke aanvraag indienen tot verlening van het eigenrisicodragerschap.
2. Het Vervangingsfonds verleent het eigenrisicodragerschap per 1 januari.
3. Uiterlijk acht weken voorafgaand aan deze datum dient de aanvraag door het Vervangingsfonds te zijn ontvangen.
4.
Het Vervangingsfonds verleent aan een bevoegd gezag dat een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan en een ERD-som heeft lager dan 20 miljoen euro het eigenrisicodragerschap, indien het heeft voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. a. het bevoegd gezag toont aan dat de aanvraag met instemming van de PMR of, indien er sprake is van een GMR, van de PGMR, is gedaan. Het overlegt daartoe een door de PMR dan wel PGMR ondertekende verklaring waaruit deze instemming blijkt; b. b. het bevoegd gezag toont aan dat het een met instemming van de PMR of, indien er sprake is van een GMR, van de PGMR, vastgesteld verzuim- en vervangingsbeleid heeft. Het overlegt daartoe een door de PMR dan wel PGMR ondertekende verklaring waaruit deze instemming blijkt; c. c. het bevoegd gezag toont aan dat de PMR of, indien er sprake is van een GMR, de PGMR, heeft ingestemd met een rapportage over succesvol uitgevoerd verzuim- en vervangingsbeleid gedurende minimaal een kalenderjaar voorafgaand aan het kalender jaar waarin de aanvraag is ingediend. Het overlegt daartoe een door de PMR dan wel PGMR ondertekende verklaring waaruit deze instemming blijkt; d. d. het bevoegd gezag toont aan:
1°
dat het in het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag een verzuimpercentage heeft van ten hoogste 10 procent; of
2°
dat sprake is van een daling van het ziekteverzuimpercentage van het bevoegd gezag in het kalenderjaar voorafgaande aan de aanvraag met ten minste 10 procent ten opzichte van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag.
1° 1° dat het in het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag een verzuimpercentage heeft van ten hoogste 10 procent; of 2° 2° dat sprake is van een daling van het ziekteverzuimpercentage van het bevoegd gezag in het kalenderjaar voorafgaande aan de aanvraag met ten minste 10 procent ten opzichte van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag.
5. Het bestuur stelt per kalenderjaar de hoogte van het ziekteverzuimpercentage als bedoeld in het vierde lid, onder d vast.
6. Het Vervangingsfonds toetst het verzuimpercentage van het bevoegd gezag als bedoeld in het vierde lid, onder d op basis van de Beleidsregels verzuimgegevens eigenrisicodragerschap.
7. Binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag als bedoeld in het eerste lid, besluit het Vervangingsfonds of het eigenrisicodragerschap wordt verleend.
Artikel 10
1. Een bevoegd gezag dat eigenrisicodrager is, informeert het Vervangingsfonds over wijzigingen die optreden als gevolg van fusie of splitsing van dit bevoegd gezag.
2. Het bevoegd gezag informeert het Vervangingsfonds uiterlijk 8 weken voordat de wijzigingen, bedoeld in het eerste lid, zullen plaatsvinden.
3. De wijzigingen dan wel het niet tijdig informeren door het bevoegd gezag kunnen het Vervangingsfonds aanleiding geven het eigenrisicodragerschap te herzien.
4. Na fusie of splitsing van het bevoegd gezag dat eigenrisicodrager is, toetst het Vervangingsfonds opnieuw ten aanzien van de voorwaarden, genoemd in artikel 9, vierde lid.
Artikel 11
1. Samenwerkende bevoegde gezagsorganen kunnen bij het Vervangingsfonds een schriftelijke aanvraag indienen tot verlening van het eigenrisicodragerschap.
2. Het Vervangingsfonds verleent het eigenrisicodragerschap per 1 januari.
3. Uiterlijk acht weken voorafgaand aan deze datum dient de aanvraag door het Vervangingsfonds te zijn ontvangen.
4. De criteria waaraan de aanvraag als bedoeld in het eerste lid, moet voldoen zijn opgenomen in bijlage 1 van dit Reglement.
5. De aanvraag gaat vergezeld van een lijst van alle bevoegde gezagsorganen die aan de samenwerking deelnemen. Van elk bevoegd gezagsorgaan wordt de ERD-som vermeld.
6.
De aanvraag gaat vergezeld van een samenwerkingsplan, waarin in ieder geval de volgende onderwerpen zijn geregeld:
a. a. de verantwoordelijkheden en de organisatiestructuur van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen; b. b. de financiële huishouding van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen; c. c. het vervangingsbeleid binnen de samenwerkende bevoegde gezagsorganen; d. d. het verzuimbeleid binnen de samenwerking van bevoegde gezagsorganen; e. e. afspraken die gelden bij uittreding of toetreding van besturen tot de samenwerkende bevoegde gezagsorganen; f. f. maatregelen die zijn genomen ter borging van de instandhouding van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen.
7. De onderwerpen, bedoeld in het zesde lid, moeten zo zijn uitgewerkt dat er óf reeds op het laatste moment van de aanvraag sprake is van gezamenlijk vigerend beleid bij de deelnemende bevoegde gezagsorganen óf dat op zijn laatst op de dag dat het eigenrisicodragerschap ingaat dit gezamenlijk vigerend beleid wordt.
8. De samenwerkende bevoegde gezagsorganen overleggen bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid een door de PMR of, indien sprake is van een PGMR, door de PGMR van elk van de deelnemende bevoegde gezagsorganen een ondertekende verklaring waaruit blijkt dat de aanvraag met instemming van de PMR dan wel PGMR is gedaan. Indien deze verklaring bij de aanvraag ontbreekt, neemt het Vervangingsfonds de aanvraag niet in behandeling.
9. Bij de behandeling van de aanvraag wordt beoordeeld of de in het zesde lid genoemde onderwerpen, gelet op de kwaliteit en de inhoud, op afdoende wijze in het samenwerkingsplan zijn geregeld.
10. Binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag, besluit het Vervangingsfonds of het eigenrisicodragerschap wordt verleend.
11. Voorafgaand aan de aanvraag, kunnen samenwerkende bevoegde gezagsorganen bij het Vervangingsfonds advies aanvragen of de vereiste onderwerpen in het concept-samenwerkingsplan compleet zijn en voldoende zijn uitgewerkt.
12. De aanvraag voor het advies, genoemd in het elfde lid, wordt uiterlijk 15 september van het betreffende kalenderjaar bij het Vervangingsfonds ingediend. Binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag ontvangt de aanvrager een advies. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend.
Artikel 12
1.
De samenwerkende bevoegde gezagsorganen die eigenrisicodrager zijn, informeren het Vervangingsfonds over wijzigingen die optreden binnen de samenwerking. Deze wijzigingen kunnen betrekking hebben op:
a. a. de samenstelling van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen als gevolg van uittreding; b. b. de samenstelling van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen als gevolg van toetreding; c. c. de wijziging in het samenwerkingsplan van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen.
2. De samenwerkende bevoegde gezagsorganen informeren het Vervangingsfonds uiterlijk 8 weken voordat de wijzigingen, bedoeld in het eerste lid, zullen plaatsvinden.
3. De wijzigingen dan wel het niet tijdig informeren door de samenwerkende bevoegde gezagsorganen kunnen het Vervangingsfonds aanleiding geven het eigenrisicodragerschap te herzien.
4. Bij de wijziging als bedoeld in het eerste lid, onder a, vindt opnieuw toetsing plaats ten aanzien van de gezamenlijke ERD-som van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen. Resteert een gezamenlijk ERD-som van 20 miljoen euro of meer, dan blijven de bevoegde gezagsorganen die samenwerken eigenrisicodrager. Resteert een ERD-som van minder dan 20 miljoen euro, dan vervalt bij deze bevoegde gezagsorganen het eigenrisicodragerschap per de eerste dag van het nieuwe kalenderjaar.
5. Bij de wijziging als bedoeld in het eerste lid, onder a, vindt ten aanzien van het bevoegd gezagsorgaan dat als gevolg van uittreding geen deel meer uitmaakt van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen opnieuw toetsing plaats ten aanzien van de voorwaarden als bedoeld in artikel 7 dan wel artikel 9.
6.
Bij de wijziging als bedoeld in het eerste lid, onder b, overlegt ieder toetredend bevoegd gezag een daarop gerichte aanvraag bij het Vervangingsfonds. Deze aanvraag gaat vergezeld van:
a. a. een door de PMR of, indien sprake is van een PGMR, door de PGMR ondertekende verklaring waaruit blijkt dat de aanvraag met instemming van de PMR dan wel PGMR van elk van de deelnemende bevoegde gezagsorganen is gedaan; b. b. de vereiste standaard kengetallen zoals genoemd in bijlage 1 van dit Reglement; c. c. een ondertekende verklaring van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen dat het samenwerkingsplan ongewijzigd is; d. d. een ondertekende verklaring van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen dat deze toetreding toestaan volgens het geldende samenwerkingsplan.
7. Indien is voldaan aan de voorwaarden, genoemd in het zesde lid onder a tot en met d, verleent het Vervangingsfonds het toetredend bevoegd gezag de status van eigenrisicodrager per de eerste dag van het nieuwe kalenderjaar.
Artikel 13
Vervallen.
Artikel 14
1. Het eigenrisicodragerschap wordt verleend voor een periode van minimaal drie kalenderjaren.
2. Minimaal drie maanden voor afloop van de termijn, genoemd in het eerste lid, kan een bevoegd gezag dat eigenrisicodrager is of kunnen samenwerkende bevoegde gezagsorganen die eigenrisicodrager zijn, een aanvraag indienen om het eigenrisicodragerschap op te heffen.
Artikel 15
1.
Een bevoegd gezag komt in aanmerking voor het eigenrisicodragerschap per 1 januari 2019, indien is voldaan aan de voorwaarden, genoemd onder a en b.
a. a. het Vervangingsfonds dient de aanvraag voor het eigenrisicodragerschap uiterlijk 31 oktober 2018 te hebben ontvangen. b. b. het bevoegd gezag overlegt bij de aanvraag een verklaring waaruit blijkt, dat de aanvraag met instemming van de PMR of, indien sprake is van een PGMR, de PGMR, is gedaan.
3. Premie
3.1. Premie
Artikel 16
De verschuldigde premie door een bevoegd gezag is gelijk aan het premiepercentage vermenigvuldigd met de premiegrondslag.
Artikel 17
1.
Het bestuur stelt per kalenderjaar de hoogte van de premiepercentages voor het daaropvolgende kalenderjaar vast. Deze premiepercentages betreffen:
a. a. de vervangingsfondspremie; b. b. de premie eigenrisicodrager; c. c. de premie eigenrisicodrager bij wachtdagenvariant met een eigen risico van 14 dagen; d. d. de premie eigenrisicodrager bij wachtdagenvariant met een eigen risico van 42 dagen; e. e. de premie eigenrisicodrager bij stop-loss lage ondergrens bandbreedte; f. f. de premie eigenrisicodrager bij stop-loss hoge ondergrens bandbreedte.
2. Ten aanzien van de premies, genoemd in het eerste lid, onder c tot en met f, stelt het Vervangingsfonds jaarlijks uiterlijk op 30 september voor het daaropvolgende kalenderjaar de premiepercentages vast.
3. Indien er aanleiding toe is, kan het bestuur besluiten tot een tussentijdse wijziging van premiepercentages, genoemd in het eerste lid, onder a en b.
4. Een positief of een negatief exploitatieresultaat van het Vervangingsfonds kan worden verrekend in de premie voor het volgende kalenderjaar.
Artikel 18
1. De grondslag voor de vervangingsfondspremie is het brutosalaris van het personeel van het bevoegd gezag volgens bijlage A1 tot en met A4 van de CAO PO, rekening houdend met de deeltijdfactor, exclusief toelages, toeslagen en werkgeverslasten, en vermeerderd met 8% vakantie-uitkering voor dat personeel waarvoor premie is verschuldigd.
2. De grondslag voor de premie eigenrisicodrager is het brutosalaris van het personeel van het bevoegd gezag volgens bijlage A1 tot en met A4 van de CAO PO, rekening houdend met de deeltijdfactor, exclusief toelages, toeslagen en werkgeverslasten, en vermeerderd met 8% vakantie-uitkering voor dat personeel waarvoor premie is verschuldigd.
3. De grondslag voor de premie eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onder c tot en met f is het brutosalaris van het personeel van het bevoegd gezag volgens bijlage A1 tot en met A4 van de CAO PO, rekening houdend met de deeltijdfactor, exclusief toelages, toeslagen en werkgeverslasten, en vermeerderd met 8% vakantie-uitkering voor dat personeel waarvoor premie is verschuldigd.
Artikel 19
Een bevoegd gezag voldoet maandelijks de premie.
3.2. Bonus-malus regeling
Artikel 20
1. De bonus-malus regeling is van toepassing op een kalenderjaar.
2. De bonus-malus regeling is niet van toepassing op bevoegde gezagsorganen die eigenrisicodrager zijn.
Artikel 21
1. Na afloop van het kalenderjaar 2018 wordt de bonus-malus verhouding van een bevoegd gezag door het Vervangingsfonds vastgesteld.
2. De bonus-malus verhouding wordt berekend door de op basis van de aangeleverde gegevens over de verslagmaanden januari tot en met december 2018 vastgestelde normvergoedingen per bevoegd gezag te delen door de premie die in dat kalenderjaar door het bevoegd gezag is verschuldigd.
3. Bij het berekenen van de bonus-malus verhouding vormen de gegevens van de door het bevoegd gezag op 31 januari 2019 in stand gehouden scholen de basis.
4.
Om de inzet van werkloos personeel voor vervanging te stimuleren, blijven de declaraties betreffende de vervanging door dit personeel buiten de berekening in het kader van de bonus-malus regeling. Het moet hierbij gaan om personeel:
a. a. dat op 1 januari van het kalenderjaar waarvoor de bonus-malus verhouding wordt berekend een nieuw of toegekend lopend recht op een WW-, BBWO- of WOPO-uitkering heeft, welk recht loopt tot tenminste 31 december van dat kalenderjaar; b. b. van wie UWV heeft bepaald dat de laatste werkgever direct voorafgaand aan de WW-uitkering een werkgever in de zin van de WPO of de WEC is geweest; c. c. dat geen eigen wachtgelder is als bedoeld in artikel 138 WPO of artikel 133 WEC.
Artikel 22
Het bestuur stelt per kalenderjaar de bandbreedte voor de bonus-malus verhouding vast. Deze bandbreedte heeft een ondergrens en een bovengrens die beiden worden uitgedrukt in een verhoudingsgetal.
Artikel 23
1. Het bestuur stelt per kalenderjaar het bonuspercentage vast. Het bonuspercentage voor het kalenderjaar 2018 bedraagt 30 procent.
2. Indien de bonus-malus verhouding lager is dan de ondergrens van de bandbreedte, ontvangt het bevoegd gezag een bonus.
3. De bonus genoemd in het tweede lid is gelijk aan het verschil tussen de bonus-malus verhouding en de ondergrens van de bandbreedte, vermenigvuldigd met het bonuspercentage maal de in het kalenderjaar verschuldigde premie.
Artikel 24
1. Het bestuur stelt per kalenderjaar het maluspercentage vast. Het maluspercentage voor het kalenderjaar 2018 bedraagt 50 procent.
2. Indien de bonus-malus verhouding hoger is dan de bovengrens van de bandbreedte, is het bevoegd gezag een malus verschuldigd.
3. De malus genoemd in het tweede lid is gelijk aan het verschil tussen de bonus-malus verhouding en de bovengrens van de bandbreedte, vermenigvuldigd met het maluspercentage maal de in het kalenderjaar verschuldigde premie.
Artikel 25
1. Indien een bevoegd gezag met een ERD-som lager dan 2,5 miljoen euro een bonus-malus verhouding heeft van meer dan 1,5, is voor het deel van de bonus-malus verhouding boven de 1,5 geen malus verschuldigd.
2. Indien een bevoegd gezag met een ERD-som hoger dan 2,5 miljoen euro een bonus-malus verhouding heeft van meer dan 2, is voor het deel van de bonus-malusverhouding boven de 2 geen malus verschuldigd.
Artikel 26
1. Het bestuur kan besluiten het maluspercentage, genoemd in artikel 24, te verminderen als onverkorte toepassing van de regelgeving ongewenste financiële gevolgen heeft voor bevoegde gezagsorganen.
2. Het bestuur kan besluiten het bonuspercentage, genoemd in artikel 23, te verminderen dan wel besluiten geen bonus toe te kennen in verband met de financiële positie van het fonds.
3. De beslissing als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt voor 15 oktober 2019 aan het bevoegd gezag bekend gemaakt.
Artikel 27
1. Een bevoegd gezag ontvangt na afloop van het kalenderjaar een beslissing over het al dan niet toekennen van een bonus of het verschuldigd zijn van een malus.
2. De beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt vóór 15 oktober 2019 aan het bevoegd gezag bekend gemaakt.
3. Het bestuur kan besluiten deze termijn met maximaal zes weken te verlengen, mits dit besluit voor 8 oktober 2019 bekend wordt gemaakt.
4. Bekostiging
4.1. Algemene bepalingen
Artikel 28
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 29 komt vervanging van de volgende vormen van afwezigheid voor bekostiging in aanmerking:
a. a. ziekteverlof als bedoeld in de Regeling Ziekte en arbeidsongeschiktheid primair onderwijs, mits artikel 2, tweede en derde lid, artikel 4, vierde lid en artikel 5 van de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar in acht zijn genomen en de in de laatstgenoemde regeling voorgeschreven documenten in het dossier zijn opgenomen door het bevoegd gezag. b. b. schorsing als bedoeld in de artikelen 3.13 tot en met 3.17 en 4.11 tot en met 4.16 van de CAO PO. Het schorsingsbesluit moet in de administratie zijn opgenomen door het bevoegd gezag.
Artikel 29
Een bevoegd gezag komt in aanmerking voor bekostiging, indien is voldaan aan het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid van dit artikel.
-
-
Ten aanzien van het bevoegd gezag geldt het bepaalde onder a tot en met h.
a. het bevoegd gezag overlegt per kalenderjaar een door de voorzitter van het bevoegd gezag ondertekende verklaring, waarin wordt verklaard dat de gegevens die betrekking hebben op de bekostiging van vervanging als bedoeld in dit Reglement, correct en volledig worden ingevuld; b. de verklaring genoemd onder a dient uiterlijk op 31 januari van het kalenderjaar waarop deze verklaring betrekking heeft door het Vervangingsfonds te zijn ontvangen; c. het bevoegd gezag is geen eigenrisicodrager als bedoeld in paragraaf 2.2; d. het bevoegd gezag draagt premie af voor het personeelslid; e. het bevoegd gezag heeft een vervanger ingezet in verband met de afwezigheid van een personeelslid op grond van de afwezigheidsgronden, genoemd in artikel 28; f. het bevoegd gezag heeft ten behoeve van afwezige geen aanspraak op een uitkering op grond van de Ziektewet; g. het Vervangingsfonds heeft de declaratie van het bevoegd gezag binnen drie maanden en vijf werkdagen na afloop van de maand waarop de declaratie betrekking heeft ontvangen. h. een bevoegd gezag dat binnen de termijn, genoemd onder g, een vervangingsdeclaratie bij het Vervangingsfonds heeft ingediend, kan ten aanzien van deze declaratie binnen drie maanden en vijf werkdagen een correctie indienen, te rekenen vanaf de dag dat het Vervangingsfonds de betreffende declaratie op voorgeschreven wijze heeft ontvangen.
-
a. a. het bevoegd gezag overlegt per kalenderjaar een door de voorzitter van het bevoegd gezag ondertekende verklaring, waarin wordt verklaard dat de gegevens die betrekking hebben op de bekostiging van vervanging als bedoeld in dit Reglement, correct en volledig worden ingevuld; b. b. de verklaring genoemd onder a dient uiterlijk op 31 januari van het kalenderjaar waarop deze verklaring betrekking heeft door het Vervangingsfonds te zijn ontvangen; c. c. het bevoegd gezag is geen eigenrisicodrager als bedoeld in paragraaf 2.2; d. d. het bevoegd gezag draagt premie af voor het personeelslid; e. e. het bevoegd gezag heeft een vervanger ingezet in verband met de afwezigheid van een personeelslid op grond van de afwezigheidsgronden, genoemd in artikel 28; f. f. het bevoegd gezag heeft ten behoeve van afwezige geen aanspraak op een uitkering op grond van de Ziektewet; g. g. het Vervangingsfonds heeft de declaratie van het bevoegd gezag binnen drie maanden en vijf werkdagen na afloop van de maand waarop de declaratie betrekking heeft ontvangen. h. h. een bevoegd gezag dat binnen de termijn, genoemd onder g, een vervangingsdeclaratie bij het Vervangingsfonds heeft ingediend, kan ten aanzien van deze declaratie binnen drie maanden en vijf werkdagen een correctie indienen, te rekenen vanaf de dag dat het Vervangingsfonds de betreffende declaratie op voorgeschreven wijze heeft ontvangen. 2. 2. Ten aanzien van vervanging geldt het bepaalde onder a tot en met h.
a.
de vervanging vindt plaats in de periode van afwezigheid.
b.
de vervanging moet feitelijk hebben plaatsgevonden;
c.
de vervanging heeft tot kosten geleid voor het bevoegd gezag die, indien de vervanging niet had plaatsgevonden, niet gemaakt zouden zijn, met uitzondering van het bepaalde in het derde lid, onder b, g en h;
d.
de vervanging vindt plaats door een vervanger met dezelfde functie als de afwezige;
e.
vervanging vindt niet plaats gedurende de zomervakantie, met uitzondering van vervanging van directieleden en onderwijsondersteunend personeel;
f.
vervanging van leraren en directieleden gedurende overige schoolvakanties dan genoemd onder e vindt niet plaats door extern personeel via een uitzendbureau dan wel via een payroll onderneming.
g.
in afwijking van het bepaalde onder e, komt vervanging van leraren, gedurende de zomervakantie in aanmerking voor bekostiging, indien het bevoegd gezag:
1°
gedurende deze periode onderwijsactiviteiten verricht, die gelden als onderwijstijd als bedoeld in artikel 8 van de WPO dan wel artikel 12 van de WEC;
2°
bevoegd is om de onderwijsactiviteiten, genoemd onder 1°, te verrichten.
h.
het afwezige personeelslid dat wordt vervangen heeft geen dienstverband op basis van een participatiebaan als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder d van de CAO PO.
a. a. de vervanging vindt plaats in de periode van afwezigheid. b. b. de vervanging moet feitelijk hebben plaatsgevonden; c. c. de vervanging heeft tot kosten geleid voor het bevoegd gezag die, indien de vervanging niet had plaatsgevonden, niet gemaakt zouden zijn, met uitzondering van het bepaalde in het derde lid, onder b, g en h; d. d. de vervanging vindt plaats door een vervanger met dezelfde functie als de afwezige; e. e. vervanging vindt niet plaats gedurende de zomervakantie, met uitzondering van vervanging van directieleden en onderwijsondersteunend personeel; f. f. vervanging van leraren en directieleden gedurende overige schoolvakanties dan genoemd onder e vindt niet plaats door extern personeel via een uitzendbureau dan wel via een payroll onderneming. g. g. in afwijking van het bepaalde onder e, komt vervanging van leraren, gedurende de zomervakantie in aanmerking voor bekostiging, indien het bevoegd gezag:
1°
gedurende deze periode onderwijsactiviteiten verricht, die gelden als onderwijstijd als bedoeld in artikel 8 van de WPO dan wel artikel 12 van de WEC;
2°
bevoegd is om de onderwijsactiviteiten, genoemd onder 1°, te verrichten.
1° 1° gedurende deze periode onderwijsactiviteiten verricht, die gelden als onderwijstijd als bedoeld in artikel 8 van de WPO dan wel artikel 12 van de WEC; 2° 2° bevoegd is om de onderwijsactiviteiten, genoemd onder 1°, te verrichten. h. h. het afwezige personeelslid dat wordt vervangen heeft geen dienstverband op basis van een participatiebaan als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder d van de CAO PO. 3. 3. De vervanging geschiedt op één van de wijzen genoemd onder a tot en met h:
a.
door een personeelslid dat ten behoeve van de vervanging is aangesteld dan wel is benoemd, waarbij uit akte van aanstelling dan wel de akte van benoeming blijkt welk personeelslid wordt vervangen, gedurende welke periode de vervanging heeft plaatsgevonden en de werktijdfactor dan wel het aantal uren op het tijdstip van de aanvang van het dienstverband.
b.
door een personeelslid dat een akte van aanstelling dan wel een akte van benoeming heeft conform bijlage 1A, onder c dan wel 1B, onder c van de CAO PO. Hierbij geldt dat het personeelslid:
1°
is geplaatst in een vervangingspool; of
2°
werkzaam is in een functie die geplaatst is in het RDDF; of
3°
in de tweede fase van een sociaal plan zit, als bedoeld in hoofdstuk 10.3 van de CAO PO, en met ontslag wordt bedreigd; of
4°
vrijwillig aangemeld personeel is.
c.
door een personeelslid dat een tijdelijke uitbreiding van zijn dienstverband heeft ten behoeve van de vervanging, waarbij uit de akte van aanstelling voor de tijdelijke uitbreiding dan wel de akte van benoeming voor de tijdelijke uitbreiding in ieder geval blijkt welk personeelslid wordt vervangen, de periode van vervanging en de werktijdfactor dan wel het aantal uren op het tijdstip van de aanvang van de tijdelijke uitbreiding.
d.
door een personeelslid in dienst van een ander bevoegd gezag, niet zijnde een samenwerkingsverband, dat op basis van detachering te werk wordt gesteld.
e.
door personeel via een uitzendbureau dan wel via een payroll onderneming. Hierbij geldt dat:
1°
het bevoegd gezag een contract heeft gesloten met het uitzendbureau dan wel de payroll onderneming, waarin is overeengekomen dat aan de vervanger een honorering conform de CAO PO wordt toegekend;
2°
het uitzendbureau dan wel de payroll onderneming beschikt over een keurmerk Stichting Normering Arbeid;
3°
in de declaratie van het uitzendbureau dan wel de payroll is een urenspecificatie van de vervanger opgenomen.
f.
door extern personeel, niet zijnde personeel van een uitzendorganisatie dan wel een payroll onderneming. Hierbij geldt dat de vervanger wordt ingezet ten behoeve van vervanging van directieleden en onderwijsondersteunend personeel, en dat in de declaratie van het extern personeel een urenspecificatie van de vervanger is opgenomen.
g.
door een personeelslid dat werkzaam is op basis van een:
1°
benoeming als bedoeld in Bijlage IA.1 onder a van de CAO PO;
2°
benoeming als bedoeld in Bijlage IA.1 onder b van de CAO PO;
3°
min-max-contract als bedoeld in Bijlage IA.2 van de CAO PO;
4°
bindingscontract als bedoeld in Bijlage IA.3 van de CAO PO;
5°
aanstelling als bedoeld in Bijlage IB.1 onder a van de CAO PO, met inachtneming van het bepaalde onder i;
6°
aanstelling als bedoeld in Bijlage IB.1 onder b van de CAO PO;
7°
min-max-aanstelling als bedoeld in Bijlage IB.2 van de CAO PO;
8°
bindingsaanstelling als bedoeld in Bijlage IB.3 van de CAO PO.
h.
door een personeelslid dat werkzaam is op basis van een min-max-contract voor onbepaalde tijd dat is de periode 27 april tot 8 juli 2016 is aangegaan dan wel van rechtswege is ontstaan.
i.
Bij de bekostiging op grond van het derde lid, onder g en onder 5°, geldt het bepaalde onder 1° en 2°.
1°
het openbaar schoolbestuur meldt schriftelijk bij het Vervangingsfonds dat het gebruik heeft gemaakt van de keuzemogelijkheid van artikel 4.6 van de CAO PO;
2°
de vervanging komt voor bekostiging in aanmerking met ingang van de maand volgend op de maand waarin het schoolbestuur de melding als bedoeld onder 1° heeft gedaan bij het Vervangingsfonds.
a. a. door een personeelslid dat ten behoeve van de vervanging is aangesteld dan wel is benoemd, waarbij uit akte van aanstelling dan wel de akte van benoeming blijkt welk personeelslid wordt vervangen, gedurende welke periode de vervanging heeft plaatsgevonden en de werktijdfactor dan wel het aantal uren op het tijdstip van de aanvang van het dienstverband. b. b. door een personeelslid dat een akte van aanstelling dan wel een akte van benoeming heeft conform bijlage 1A, onder c dan wel 1B, onder c van de CAO PO. Hierbij geldt dat het personeelslid:
1°
is geplaatst in een vervangingspool; of
2°
werkzaam is in een functie die geplaatst is in het RDDF; of
3°
in de tweede fase van een sociaal plan zit, als bedoeld in hoofdstuk 10.3 van de CAO PO, en met ontslag wordt bedreigd; of
4°
vrijwillig aangemeld personeel is.
1° 1° is geplaatst in een vervangingspool; of 2° 2° werkzaam is in een functie die geplaatst is in het RDDF; of 3° 3° in de tweede fase van een sociaal plan zit, als bedoeld in hoofdstuk 10.3 van de CAO PO, en met ontslag wordt bedreigd; of 4° 4° vrijwillig aangemeld personeel is. c. c. door een personeelslid dat een tijdelijke uitbreiding van zijn dienstverband heeft ten behoeve van de vervanging, waarbij uit de akte van aanstelling voor de tijdelijke uitbreiding dan wel de akte van benoeming voor de tijdelijke uitbreiding in ieder geval blijkt welk personeelslid wordt vervangen, de periode van vervanging en de werktijdfactor dan wel het aantal uren op het tijdstip van de aanvang van de tijdelijke uitbreiding. d. d. door een personeelslid in dienst van een ander bevoegd gezag, niet zijnde een samenwerkingsverband, dat op basis van detachering te werk wordt gesteld. e. e. door personeel via een uitzendbureau dan wel via een payroll onderneming. Hierbij geldt dat:
1°
het bevoegd gezag een contract heeft gesloten met het uitzendbureau dan wel de payroll onderneming, waarin is overeengekomen dat aan de vervanger een honorering conform de CAO PO wordt toegekend;
2°
het uitzendbureau dan wel de payroll onderneming beschikt over een keurmerk Stichting Normering Arbeid;
3°
in de declaratie van het uitzendbureau dan wel de payroll is een urenspecificatie van de vervanger opgenomen.
1° 1° het bevoegd gezag een contract heeft gesloten met het uitzendbureau dan wel de payroll onderneming, waarin is overeengekomen dat aan de vervanger een honorering conform de CAO PO wordt toegekend; 2° 2° het uitzendbureau dan wel de payroll onderneming beschikt over een keurmerk Stichting Normering Arbeid; 3° 3° in de declaratie van het uitzendbureau dan wel de payroll is een urenspecificatie van de vervanger opgenomen. f. f. door extern personeel, niet zijnde personeel van een uitzendorganisatie dan wel een payroll onderneming. Hierbij geldt dat de vervanger wordt ingezet ten behoeve van vervanging van directieleden en onderwijsondersteunend personeel, en dat in de declaratie van het extern personeel een urenspecificatie van de vervanger is opgenomen. g. g. door een personeelslid dat werkzaam is op basis van een:
1°
benoeming als bedoeld in Bijlage IA.1 onder a van de CAO PO;
2°
benoeming als bedoeld in Bijlage IA.1 onder b van de CAO PO;
3°
min-max-contract als bedoeld in Bijlage IA.2 van de CAO PO;
4°
bindingscontract als bedoeld in Bijlage IA.3 van de CAO PO;
5°
aanstelling als bedoeld in Bijlage IB.1 onder a van de CAO PO, met inachtneming van het bepaalde onder i;
6°
aanstelling als bedoeld in Bijlage IB.1 onder b van de CAO PO;
7°
min-max-aanstelling als bedoeld in Bijlage IB.2 van de CAO PO;
8°
bindingsaanstelling als bedoeld in Bijlage IB.3 van de CAO PO.
1° 1° benoeming als bedoeld in Bijlage IA.1 onder a van de CAO PO; 2° 2° benoeming als bedoeld in Bijlage IA.1 onder b van de CAO PO; 3° 3° min-max-contract als bedoeld in Bijlage IA.2 van de CAO PO; 4° 4° bindingscontract als bedoeld in Bijlage IA.3 van de CAO PO; 5° 5° aanstelling als bedoeld in Bijlage IB.1 onder a van de CAO PO, met inachtneming van het bepaalde onder i; 6° 6° aanstelling als bedoeld in Bijlage IB.1 onder b van de CAO PO; 7° 7° min-max-aanstelling als bedoeld in Bijlage IB.2 van de CAO PO; 8° 8° bindingsaanstelling als bedoeld in Bijlage IB.3 van de CAO PO. h. h. door een personeelslid dat werkzaam is op basis van een min-max-contract voor onbepaalde tijd dat is de periode 27 april tot 8 juli 2016 is aangegaan dan wel van rechtswege is ontstaan. i. i. Bij de bekostiging op grond van het derde lid, onder g en onder 5°, geldt het bepaalde onder 1° en 2°.
1°
het openbaar schoolbestuur meldt schriftelijk bij het Vervangingsfonds dat het gebruik heeft gemaakt van de keuzemogelijkheid van artikel 4.6 van de CAO PO;
2°
de vervanging komt voor bekostiging in aanmerking met ingang van de maand volgend op de maand waarin het schoolbestuur de melding als bedoeld onder 1° heeft gedaan bij het Vervangingsfonds.
1° 1° het openbaar schoolbestuur meldt schriftelijk bij het Vervangingsfonds dat het gebruik heeft gemaakt van de keuzemogelijkheid van artikel 4.6 van de CAO PO; 2° 2° de vervanging komt voor bekostiging in aanmerking met ingang van de maand volgend op de maand waarin het schoolbestuur de melding als bedoeld onder 1° heeft gedaan bij het Vervangingsfonds. 4. 4. Indien het Vervangingsfonds ten aanzien van een door een bevoegd gezag ingediende vervangingsdeclaratie bij dit bevoegd gezag aanvullende gegevens dan wel documenten heeft opgevraagd, dan geldt het bepaalde onder a en b.
a.
het Vervangingsfonds dient de aanvullende gegevens dan wel documenten binnen een termijn van acht weken te hebben ontvangen;
b.
de termijn, genoemd onder a, vangt aan op de dag waarop het Vervangingsfonds de aanvullende gegevens dan wel documenten bij het bevoegd gezag heeft opgevraagd.
a. a. het Vervangingsfonds dient de aanvullende gegevens dan wel documenten binnen een termijn van acht weken te hebben ontvangen; b. b. de termijn, genoemd onder a, vangt aan op de dag waarop het Vervangingsfonds de aanvullende gegevens dan wel documenten bij het bevoegd gezag heeft opgevraagd.
Artikel 30
In afwijking van artikel 29, tweede lid, onder d, geldt het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid.
-
-
Een personeelslid met de functie van leraar kan worden vervangen door:
a. een personeelslid in de functie van directielid. b. een personeelslid met een andere functie dan die van leraar, mits dat personeelslid voldoet aan de bevoegdheidseisen van leraar als genoemd in artikel 3 van de WPO dan wel artikel 3 van de WEC.
-
a. a. een personeelslid in de functie van directielid. b. b. een personeelslid met een andere functie dan die van leraar, mits dat personeelslid voldoet aan de bevoegdheidseisen van leraar als genoemd in artikel 3 van de WPO dan wel artikel 3 van de WEC. 2. 2. Een directielid kan worden vervangen door een personeelslid in de functie van leraar. 3. 3. Onderwijsondersteunend personeel met lesgebonden dan wel behandeltaken, kan worden vervangen door onderwijsondersteunend personeel in een andere functie dan de afwezige, mits het vervangende personeelslid op grond van deze functie belast is met lesgebonden dan wel behandeltaken. 4. 4. Onderwijsondersteunend personeel zonder lesgebonden dan wel behandeltaken kan worden vervangen door onderwijsondersteunend personeel.
Artikel 31
Indien vervanging plaatsvindt van een personeelslid werkzaam op een combinatiefunctie, gelden in aanvulling op artikel 29 de volgende voorwaarden:
a. a. het afwezige personeelslid is voor de volledige omvang van zijn dienstverband in dienst bij het bevoegd gezag; b. b. het bevoegd gezag draagt over de volledige omvang van het dienstverband van het afwezige personeelslid premie af.
Artikel 32
Indien voldaan is aan de voorwaarden voor bekostiging als bedoeld in deze paragraaf, vindt de bekostiging plaats met inachtneming van het bepaalde in dit artikel.
-
- Het aantal uren vervanging wordt bekostigd tot maximaal het aantal uren afwezigheid, waarbij het aantal uren afwezigheid wordt gebaseerd op het aantal werkzame uren van de afwezige per kalendermaand op basis van de akte van aanstelling dan wel benoeming vermenigvuldigd met het aantal weken in de betreffende maand.
-
- Indien sprake is van vervanging in verband met afwezigheid op grond van ziekteverlof als bedoeld in artikel 28, onder a is bekostiging mogelijk tot maximaal 28 maanden na de eerste ziektedag, zoals geregistreerd bij het UWV.
-
- Indien sprake is van vervanging in verband met afwezigheid op grond van schorsing als bedoeld in artikel 28, onder b, is bekostiging mogelijk tot maximaal 42 kalenderdagen vanaf de eerste dag dat het afwezige personeelslid is geschorst.
-
- Indien sprake is van ketenvervanging, komt uitsluitend het aantal uren vervanging door de ketenvervanger voor bekostiging in aanmerking.
-
- Het bestuur stelt per kalenderjaar vijf normklassen vast in het kader van de bekostiging. Deze zijn afgeleid van de salarisschalen en salarisnummers van de CAO PO.
-
- Het bestuur stelt per kalenderjaar per normklasse een normbedrag per uur vast, waarbij rekening is gehouden met werkgeverslasten.
-
- Het afwezige personeelslid wordt ingedeeld in de normklasse die correspondeert met het bruto salaris dat voor dat personeelslid is vastgesteld volgens bijlage A1 tot en met A4 van de CAO PO, exclusief toeslagen, toelages, vakantie-uitkering conform artikel 6.16 van de CAO PO en werkgeverslasten.
-
- De bekostiging wordt berekend door het normbedrag te vermenigvuldigen met het aantal uren dat het afwezige personeelslid is vervangen.
-
-
Indien een personeelslid dat afwezig is gedeeltelijk arbeidsgeschikt is verklaard, vindt bekostiging plaats met inachtneming van het bepaalde onder a en b.
a. de vervanging van een personeelslid dat gedeeltelijk arbeidsgeschikt is verklaard voor zijn eigen functie, kan alleen voor het deel van zijn dienstverband waarvoor hij arbeidsongeschikt is worden bekostigd. b. de vervanging van een personeelslid dat gedeeltelijk arbeidsgeschikt is verklaard, maar niet voor zijn eigen functie, mag voor de volledige aantal uren van zijn dienstverband worden bekostigd.
-
a. a. de vervanging van een personeelslid dat gedeeltelijk arbeidsgeschikt is verklaard voor zijn eigen functie, kan alleen voor het deel van zijn dienstverband waarvoor hij arbeidsongeschikt is worden bekostigd. b. b. de vervanging van een personeelslid dat gedeeltelijk arbeidsgeschikt is verklaard, maar niet voor zijn eigen functie, mag voor de volledige aantal uren van zijn dienstverband worden bekostigd. 10. 10. Indien sprake is van vervanging middels tijdelijke uitbreiding van een dienstverband als bedoeld in artikel 29, derde lid onder c, dan komt deze tijdelijke uitbreiding voor bekostiging in aanmerking tot ten hoogste 120 procent van de omvang van een voltijd dienstverband. 11. 11. Indien sprake is van vervanging van een personeelslid werkzaam op een combinatiefunctie, dan komt uitsluitend de vervanging van dat deel van de combinatiefunctie dat betrekking heeft op onderwijs als bedoeld in de WPO voor bekostiging in aanmerking.
4.2. Vervangingspools
Artikel 33
1. Een bevoegd gezag dat geen eigenrisicodrager is, kan bij het Vervangingsfonds een schriftelijke aanvraag indienen om de vervangingspool die het al dan niet samen met andere bevoegde gezagsorganen heeft ingericht in aanmerking te laten komen voor de bekostiging van de in deze vervangingspool opgenomen personeelsleden.
2. Het bevoegd gezag dient de aanvraag, genoemd in het eerste lid, uiterlijk op 1 november voorafgaand aan enig kalenderjaar in bij het Vervangingsfonds.
3. Indien de aanvraag, genoemd in het eerste lid, tijdig door het bevoegd gezag is ingediend, besluit het bestuur uiterlijk op 1 december van het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend.
4. Indien een bevoegd gezag een reeds bestaande vervangingspool wil voortzetten gedurende het daaropvolgende kalenderjaar, maakt het dit uiterlijk op 1 november van het hieraan voorafgaande kalenderjaar schriftelijk kenbaar aan het Vervangingsfonds.
5. De aanvraag voor een bovenbestuurlijke vervangingspool in het kader van het Sectorplan primair onderwijs kan gedurende het hele kalenderjaar worden ingediend en start de eerste van de maand volgend op de maand van indiening. Besturen die zich daarna bij de samenwerkende besturen aansluiten, kunnen dit iedere drie maanden doen, te rekenen vanaf de dag dat de bovenbestuurlijke vervangingspool is gestart.
Artikel 34
1.
In de verlofsituaties, genoemd onder a tot en met d van dit artikel, wordt personeel in een vervangingspool voor de duur en omvang van het genoemde verlof uit de pool geplaatst:
a. a. personeel dat in verband met zwangerschaps- en bevallingsverlof niet voor vervanging inzetbaar is. Het bevoegd gezag kan gedurende de verlofperiode een ander personeelslid in de pool plaatsen dat wel voor vervanging inzetbaar is. b. b. personeel dat in verband met ouderschapsverlof niet voor vervanging inzetbaar is. Het bevoegd gezag kan gedurende de verlofperiode een ander personeelslid in de vervangingspool plaatsen dat wel voor vervanging inzetbaar is. c. c. personeel dat in verband met ziekteverlof niet voor vervanging inzetbaar is vanaf zes maanden na de eerste ziektedag. Het bevoegd gezag kan een ander personeelslid in de vervangingspool plaatsen dat wel inzetbaar is voor vervanging. d. d. personeel dat ziekteverlof geniet, kan niet in een vervangingspool worden geplaatst.
Artikel 35
1. Bekostiging van vervanging van afwezig personeel voor zover het is opgenomen in een vervangingspool is niet mogelijk.
2.
Bekostiging van vervanging door een vervangingspool vindt plaats conform het bepaalde onder a en b.
a. a. in afwijking van artikel 32, zevende lid, valt het personeelslid dat is geplaatst in een vervangingspool in de normklasse die correspondeert met zijn salarisschaal en periodiek conform de CAO PO. b. b. in afwijking van artikel 32, achtste lid, wordt de hoogte van de bekostiging berekend door het normbedrag te vermenigvuldigen met het aantal uren van het dienstverband dat het personeelslid in de vervangingspool is geplaatst.
Artikel 36
Declaraties met betrekking tot de vervangingspool dienen binnen drie maanden en vijf werkdagen na afloop van de maand waarop deze declaraties betrekking hebben door het Vervangingsfonds te zijn ontvangen.
Artikel 37
1. De omvang van de vervangingspool is gesteld op maximaal 4 procent van de totale formatie van het deelnemende bevoegd gezag per peildatum 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin de vervangingspool wordt ingezet.
2. Onder formatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan, alle personeelsleden in dienst bij een bevoegd gezag, exclusief de vervangers.
3. Personeel dat is geplaatst in de vervangingspool als bedoeld in het eerste lid, dient voor minimaal 98 procent van de beschikbare tijd te worden ingezet bij het deelnemende bevoegd gezag dan wel samenwerkende bevoegde gezagsorganen voor vervangingswerkzaamheden die door het Vervangingsfonds worden bekostigd.
4. Indien het inzetpercentage van het personeel dat is geplaatst in een vervangingspool als bedoeld in het eerste lid lager is dan 98 procent, vordert het Vervangingsfonds een deel van de bekostiging terug. Dit deel bestaat uit het verschil tussen 98 procent van de totale bekostiging van de vervangingspool en het totaal van de bekostiging die gerelateerd is aan de door het bevoegd gezag dan wel samenwerkende bevoegde gezagsorganen verantwoorde vervangingswerkzaamheden.
5. In afwijking van het eerste lid, kan een bevoegd gezag of kunnen samenwerkende bevoegde gezagsorganen er voor kiezen om de omvang van de vervangingspool te stellen op maximaal 6 procent van de totale formatieomvang per peildatum 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de vervangingspool betrekking heeft.
6. Personeel dat is geplaatst in de vervangingspool als bedoeld in het vijfde lid, dient voor 100 procent van de beschikbare tijd te worden ingezet bij het deelnemende bevoegd gezag voor vervangingswerkzaamheden die door het Vervangingsfonds worden bekostigd.
7. Indien het inzetpercentage van het personeel dat is geplaatst in een vervangingspool als bedoeld in het vijfde lid lager is dan 100 procent, vordert het Vervangingsfonds een deel van de bekostiging terug. Dit deel bestaat uit het verschil tussen de totale bekostiging van de vervangingspool en het totaal van de bekostiging die gerelateerd is aan de door het bevoegd gezag dan wel de samenwerkende bevoegde gezagsorganen verantwoorde vervangingswerkzaamheden.
Artikel 38
1. Voor de verantwoording van de inzet van personeel dat geplaatst is in een vervangingspool, gebruikt het bevoegd gezag het door het Vervangingsfonds ter beschikking gesteld systeem dat digitale aanlevering van de gewenste verantwoordingsgegevens mogelijk maakt.
2. Het bevoegd gezag verzendt maandelijks de verantwoording van de inzet van het personeel geplaatst in de vervangingspool naar het Vervangingsfonds.
3. Indien het Vervangingsfonds de maandelijkse verantwoording als bedoeld in het twede lid niet heeft ontvangen, dan wordt de op deze maand betrekking hebbende bekostiging van de vervangingspool opgeschort.
4. De termijn voor het verzenden van de door het Vervangingsfonds gevraagde inzetverantwoording bedraagt drie maanden en vijf werkdagen, te rekenen vanaf de dag waarop het Vervangingsfonds het verzoek tot het verzenden van deze inzetverantwoording op voorgeschreven wijze aan het schoolbestuur kenbaar heeft gemaakt.
5. Indien het Vervangingsfonds de inzetverantwoording na het verstrijken van de termijn, genoemd in het vierde lid, niet heeft ontvangen, dan komen de declaraties waarop deze inzetverantwoording betrekking heeft niet voor bekostiging in aanmerking.
6. De termijn waarbinnen een schoolbestuur een correctie op een reeds ingediende inzetverantwoording kan indienen, bedraagt drie maanden, te rekenen vanaf de maand waarop het schoolbestuur de inzetverantwoording waarop de correctie betrekking heeft, bij het Vervangingsfonds heeft ingediend.
Artikel 39
1. Met uitzondering van hetgeen in dit artikel is bepaald, is met betrekking tot een bovenbestuurlijke vervangingspool het bepaalde in deze paragraaf van overeenkomstige toepassing.
2.
Indien er sprake is van een bovenbestuurlijke vervangingspool, komt de inzet van personeel dat een dienstverband heeft bij een eigenrisicodrager die deelneemt aan de vervangingspool niet voor bekostiging in aanmerking, tenzij;
a. a. het in de bovenbestuurlijke vervangingspool geplaatste personeelslid dat een dienstverband heeft bij een aan deze vervangingspool deelnemend bevoegd gezag dat een eigenrisicodrager is, wordt via detachering ingezet voor vervanging bij een aan deze vervangingspool deelnemend bevoegd gezag dat geen eigenrisicodrager is; b. b. het aan de bovenbestuurlijke vervangingspool deelnemend bevoegd gezag dat eigenrisicodrager is, bij aanvang van het kalenderjaar het Vervangingsfonds heeft bericht welke personeelsleden in de bovenbestuurlijke vervangingspool zijn geplaatst.
3. Toewijzing van de bekostiging met betrekking tot een bovenbestuurlijke vervangingspool vindt met het oog op de bonus-malus regeling als bedoeld in paragraaf 3.2 van het Reglement plaats naar rato van de per bevoegd gezag verantwoorde premie. Het premiebedrag per bevoegd gezag wordt gedeeld door het premiebedrag van de deelnemende bevoegde gezagsorganen samen. De uitkomst wordt vermenigvuldigd met het totaal aan uitbetaalde bekostiging van de vervangingspool. De bovenbestuurlijke vervangingspool kan onderbouwd aantonen dat de toewijzing van bekostiging van de vervangingspool aan de deelnemende bevoegde gezagsorganen anders verdeeld dient te worden.
4.
Indien een bovenbestuurlijke vervangingspool in stand wordt gehouden door één of meerdere eigenrisicodragers en één of meerdere bevoegde gezagsorganen die geen eigenrisicodrager zijn, dan geldt het bepaalde onder a tot en met c.
a. a. vervanging van afwezigheid bij bevoegde gezagsorganen die geen eigenrisicodrager zijn, komt in aanmerking voor bekostiging. b. b. voor de berekening van het inzetpercentage wordt vervanging door personeel met een dienstverband bij een eigenrisicodrager buiten beschouwing gelaten. c. c. voor de toepassing van de bonus-malus regeling als bedoeld in paragraaf 3.2 van het reglement wordt vervanging door personeel met een dienstverband bij een eigenrisicodrager buiten beschouwing gelaten.
5. Financiële varianten
5.1. Algemene bepalingen
Artikel 40
Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op bevoegde gezagsorganen die eigenrisicodrager zijn.
Artikel 41
1. Een bevoegd gezag waaraan het Vervangingsfonds de status van eigenrisicodrager heeft verleend, kan zich aanmelden voor één van de financiële varianten als bedoeld in artikel 47.
2. De aanmelding kan alleen door een individueel bevoegd gezag plaatsvinden.
3. In afwijking van het eerste lid, kan een bevoegd gezag, dat ten tijde van de aanmelding geen eigenrisicodrager is, zich aanmelden voor één van de financiële varianten als bedoeld in artikel 47, onder de opschortende voorwaarde dat het Vervangingsfonds aan het bevoegd gezag de status van eigenrisicodrager verleent op de aanvraag daartoe van het bevoegd gezag. Voor zover het bevoegd gezag nog geen aanvraag tot het verlenen van de status van eigenrisicodrager heeft ingediend, dient deze aanvraag binnen veertien dagen na de aanmelding bij het Vervangingsfonds te zijn ingediend, bij gebreke waarvan de aanmelding niet in behandeling wordt genomen.
4. De ingangsdatum van de financiële variant vindt plaats per 1 januari van een kalenderjaar. Het bevoegd gezag dient zich uiterlijk 31 oktober voorafgaand aan het betreffende kalenderjaar schriftelijk bij het Vervangingsfonds aan te melden voor een financiële variant.
5. De aanmelding voor één van de financiële varianten kan uitsluitend plaatsvinden voor al het personeel van het bevoegd gezag.
Artikel 42
1. Op bekostiging door het Vervangingsfonds kan aanspraak worden gemaakt in geval van vervanging van personeel dat afwezig is op grond van ziekte als bedoeld in artikel 28, onder a van het Reglement.
2. De maximale bekostigingstermijn voor vervanging van aaneengesloten ziekteverzuim bedraagt 24 maanden vanaf de eerste ziektedag zoals geregistreerd bij het UWV.
3. Personeel dat binnen de eigen betrekkingsomvang voor vervanging wordt ingezet, komt slechts voor bekostigde vervanging in aanmerking indien dit personeelslid is geplaatst in een eigen, door het bevoegd gezag bekostigde vervangingspool.
4. In aanvulling op de voorwaarden voor bekostiging conform één van de financiële varianten als genoemd in dit hoofdstuk, is artikel 29 tot en met 32 van het Reglement overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 29, eerste lid, onder c, e, g en h en derde lid, onder b.
5. Indien een personeelslid ten tijde van de ingangsdatum van deelname voor één van de financiële varianten 14 kalenderdagen of langer ziek is, dan komt de vervanging van dit personeelslid niet voor bekostiging in aanmerking.
6. Indien het personeelslid, genoemd in het vijfde lid, sinds het hervatten van de werkzaamheden gedurende 28 kalenderdagen aaneengesloten niet ziek is geweest, dan komt vervanging van dit personeelslid bij opvolgende ziektegevallen voor bekostiging in aanmerking.
7. Indien aan een bevoegd gezag per 1 januari 2018 het eigenrisicodragerschap is verleend, dan komt in afwijking van het vijfde lid vervanging van een personeelslid dat ten tijde van de ingangsdatum van deelname aan één van de financiële varianten ziek is, voor bekostiging conform de door dit bevoegd gezag gekozen financiële variant in aanmerking.
Artikel 43
1.
Een declaratie dient uiterlijk binnen drie maanden en vijf werkdagen na afloop van de maand waarop de declaratie betrekking heeft door het Vervangingsfonds te zijn ontvangen, tenzij sprake is van het bepaalde onder a of b:
a. a. indien een bevoegd gezag zich heeft aangemeld voor één van de wachtdagenvarianten als bedoeld in artikel 48 en 49, dan geldt voor declaraties die betrekking hebben op vervanging in de maanden november en december van enig jaar, dat het Vervangingsfonds deze declaraties uiterlijk op de vijfde werkdag van de maand februari van het daaropvolgende kalenderjaar heeft ontvangen. b. b. indien de deelname voor één van de financiële varianten is beëindigd, dan geldt het bepaalde in artikel 46, derde tot en met het vijfde lid.
Artikel 44
1. De deelname voor één van de financiële varianten geldt voor onbepaalde tijd.
2. Wijziging door het bevoegd gezag van de gekozen financiële variant is mogelijk per 1 januari van een nieuw kalenderjaar. Het bevoegd gezag dient de wijziging uiterlijk 1 november voorafgaand aan het nieuwe kalenderjaar schriftelijk bekend te maken, onder opgave van de gewenste andere financiële variant.
3. Opzegging van de deelname van één van de financiële varianten door het bevoegd gezag is alleen mogelijk per 1 januari van een nieuw kalenderjaar. Het bevoegd gezag dient de opzegging uiterlijk 1 november voorafgaand aan het nieuwe kalenderjaar schriftelijk aan het Vervangingsfonds bekend te maken.
4. Het Vervangingsfonds kan de deelname door het bevoegd gezag voor één van de financiële varianten schriftelijk tussentijds opzeggen, indien het bevoegd gezag na herhaalde aanmaning door het Vervangingsfonds in gebreke blijft de maandelijkse premie aan het Vervangingsfonds te voldoen. Het Vervangingsfonds kan alleen opzeggen tegen het einde van een kalendermaand en met inachtneming van een opzegtermijn van een maand.
Artikel 45
Het Vervangingsfonds kan de premie dan wel de voorwaarden, behorende bij de financiële varianten, eenmaal per jaar voor het volgende kalenderjaar te wijzigen. Het Vervangingsfonds stelt het bevoegd gezag uiterlijk drie maanden voor afloop van het lopende kalenderjaar schriftelijk in kennis van deze wijzigingen.
Artikel 46
1. De deelname voor een financiële variant eindigt op het moment waarop het betreffende bevoegd gezag het eigenrisicodragerschap heeft verloren.
2.
Indien de deelname voor een financiële variantvoor een bevoegd gezag eindigt, dan heeft dit tot gevolg:
a. a. voor een bevoegd gezag dat nog de status van eigenrisicodrager heeft: dat het bevoegd gezag na het verloop van de betreffende opzegtermijn weer valt onder de werking van de bepalingen van het Reglement, die van toepassing zijn op een eigenrisicodrager. b. b. voor een bevoegd gezag dat de status van eigerisicodrager heeft verloren: dat het bevoegd gezag op het moment van het verlies van de status van eigenrisicodrager weer valt onder de werking van de bepalingen van het Reglement, die van toepassing zijn op een bevoegd gezag dat geen eigenrisicodrager is.
3. Bij beëindiging van de deelname voor één van de financiële varianten als gevolg van opzegging door het bevoegd gezag, eindigt de aanspraak op bekostiging van vervanging na verloop van het kalenderjaar waarin de opzegging heeft plaatsgevonden. Declaraties die betrekking hebben op vervanging gedurende dat kalenderjaar komen niet voor bekostiging in aanmerking, indien het Vervangingsfonds die declaraties niet uiterlijk op de vijfde werkdag van de maand februari van het daaropvolgende kalenderjaar heeft ontvangen.
4. Bij beëindiging van de deelname voor één van de financiële varianten als gevolg van het verlies van eigenrisicodragerschap, eindigt de aanspraak op bekostiging van vervanging op het moment dat het bevoegd gezag het eigenrisicodragerschap heeft verloren. Declaraties die betrekking hebben op vervanging gedurende het kalenderjaar waarin het eigenrisicodragerschap is verloren, komen niet voor bekostiging in aanmerking, indien het Vervangingsfonds die declaraties niet uiterlijk een maand en vijf werkdagen, volgend op de maand waarin het bevoegd gezag het eigenrisicodragerschap heeft verloren, heeft ontvangen.
5. Bij beëindiging van de deelname voor één van de financiële varianten als gevolg van opzegging door het Vervangingsfonds als bedoeld in artikel 44, vierde lid, bestaat geen aanspraak meer op bekostiging vanaf de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin de beëindiging heeft plaatsgevonden. Declaraties over de periode tot en met de datum van beëindiging van de deelname worden niet meer vergoed, indien het Vervangingsfonds die declaraties niet uiterlijk na een maand en vijf werkdagen, volgend op de maand waarin de beëindiging heeft plaatsgevonden, heeft ontvangen.
5.2. Financiële varianten
Artikel 47
1.
Een bevoegd gezag dat eigenrisicodrager is, kan gebruik maken van de volgende door het Vervangingsfonds aangeboden financiële varianten:
a. a. Wachtdagenvariant met een eigen risico van 14 dagen; b. b. Wachtdagenvariant met een eigen risico van 42 dagen; c. c. Stop-loss variant met een lage ondergrens van de bandbreedte; d. d. Stop-loss variant met een hoge ondergrens van de bandbreedte.
Artikel 48
1.
Onder deze financiële variant komt vervanging van personeel dat afwezig is wegens ziekte in aanmerking voor bekostiging:
a. a. indien het afwezige personeelslid voor totaal twee maal de werktijdfactor per week, omgerekend in klokuren, waarvoor dit personeelslid ziek is, door het bevoegd gezag voor eigen rekening is vervangen; b. b. indien is voldaan aan de overige voorwaarden voor bekostiging in dit hoofdstuk.
Artikel 49
1.
Onder deze financiële variant komt vervanging van personeel dat afwezig is wegens ziekte in aanmerking voor bekostiging:
a. a. indien het afwezige personeelslid voor totaal zes maal de werktijdfactor per week, omgerekend in klokuren, waarvoor dit personeelslid ziek is, door het bevoegd gezag voor eigen rekening is vervangen; b. b. indien is voldaan aan de overige voorwaarden voor bekostiging in dit hoofdstuk.
Artikel 50
1.
Onder deze financiële variant komt vervanging van personeel dat afwezig is wegens ziekte in aanmerking voor bekostiging:
a. a. zodra de totale normvervangingskosten van het bevoegd gezag 80 procent van de gemiddelde normatieve vervangingskosten heeft bereikt; b. b. indien is voldaan aan de overige voorwaarden voor bekostiging in dit hoofdstuk.
2. De gemiddelde normatieve vervangingskosten, genoemd in het eerste lid, bedragen 6 procent van de grondslag, genoemd in artikel 18, derde lid, over de maand januari en vermenigvuldigd met 12.
3. Indien het totaal van de normvervangingskosten ten minste 80 procent en ten hoogste 200 procent bedraagt van de gemiddelde normatieve vervangingskosten, komt de vervanging van personeel dat afwezig is wegens ziekte in aanmerking voor de bekostiging als bedoeld in artikel 32 van het Reglement.
4. Indien het totaal van de normvervangingskosten meer dan 200 procent bedraagt van de gemiddelde normatieve vervangingskosten, komt de vervanging van personeel dat afwezig is wegens ziekte in aanmerking voor 50 procent van de bekostiging als bedoeld in artikel 32 van het Reglement.
5. Het Vervangingsfonds stelt de in dit artikel genoemde percentages per kalenderjaar vast.
Artikel 51
1.
Onder deze financiële variant komt vervanging van personeel dat afwezig is wegens ziekte in aanmerking voor bekostiging:
a. a. zodra de totale normvervangingskosten van het bevoegd gezag 100 procent van de gemiddelde normatieve vervangingskosten heeft bereikt; b. b. indien is voldaan aan de overige voorwaarden voor bekostiging in dit hoofdstuk.
2. De gemiddelde normatieve vervangingskosten, genoemd in het eerste lid, bedragen 6 procent van de grondslag, genoemd in artikel 18, derde lid, over de maand januari en vermenigvuldigd met 12.
3. Indien het totaal van de normvervangingskosten ten minste 100 procent en ten hoogste 200 procent bedraagt van de gemiddelde normatieve vervangingskosten, komt de vervanging van personeel dat afwezig is wegens ziekte in aanmerking voor de bekostiging als bedoeld in artikel 32 van het Reglement.
4. Indien het totaal van de normvervangingskosten meer dan 200 procent bedraagt van gemiddelde normatieve vervangingskosten, komt de vervanging van personeel dat afwezig is wegens ziekte in aanmerking voor 50 procent van de bekostiging als bedoeld in artikel 32 van het Reglement.
5. Het Vervangingsfonds stelt de in dit artikel genoemde percentages per kalenderjaar vast.
6. Bedrijfsgezondheidszorg
Artikel 52
1. Bevoegde gezagsorganen kunnen gebruik maken van de faciliteiten die het Vervangingsfonds voor het scholenveld beschikbaar stelt op het gebied van arbo, ziekteverzuim- en personeelsbeleid.
2. Het Vervangingsfonds kan nadere regels stellen voor het inzetten en verdelen van de middelen en capaciteit, genoemd in het eerste lid.
7. Subsidies
Artikel 53
Een bevoegd gezag kan bij het bestuur een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor een door het Vervangingsfonds te verstrekken subsidie. Op deze subsidieaanvragen is van toepassing de Kaderregeling Subsidieverstrekking Vervangingsfonds en Participatiefonds 2007.
8. Slotbepalingen
Artikel 54
1. In de bijlagen die onderdeel uitmaken van dit Reglement, zijn nadere voorschriften omschreven met betrekking tot informatie, administratie, bewaarplicht en de uitvoeringstechnische aspecten van dit Reglement.
2. Het bevoegd gezag voert een administratie met betrekking tot het bepaalde in dit Reglement, of laat deze administratie voeren.
3. Het bevoegd gezag bewaart de administratie, genoemd in het tweede lid, gedurende een periode van vijf kalenderjaren en stelt deze ter beschikking van controleurs die het bestuur daartoe heeft aangewezen.
Artikel 55
1. Indien het bevoegd gezag niet dan wel niet tijdig voldoet aan de bepalingen in het Reglement dan wel deze bepalingen onjuist toepast, en als gevolg hiervan ten onrechte bekostiging door het Vervangingsfonds heeft plaatsgevonden, vordert het bestuur het ten onrechte uitgekeerde bedrag terug als onverschuldigde betaling.
2. Indien het bevoegd gezag niet dan wel niet tijdig voldoet aan de bepalingen in het Reglement dan wel deze bepalingen onjuist toepast, en als gevolg hiervan geen of te weinig premie heeft afgedragen, vordert het bestuur de ten onrechte niet afgedragen premie in.
3. Een vordering als bedoeld in het eerste en het tweede lid kan worden verrekend met andere door het Vervangingsfonds aan het bevoegd gezag verschuldigde bedragen.
4. Een vordering op grond van het eerste en tweede lid van dit artikel wordt vermeerderd met een administratieve heffing ter hoogte van 10 procent van de vordering. De omvang van de administratieve heffing is beperkt tot maximaal de kosten van de bij het bevoegd gezag uitgevoerde controle.
5. In afwijking van het vierde lid legt het Vervangingsfonds de administratieve heffing niet eerder op dan nadat het Vervangingsfonds het bevoegd gezag eerst een schriftelijke waarschuwing heeft gegeven.
Artikel 56
Het bestuur is gerechtigd om het Reglement op ieder moment te wijzigen.
Artikel 57
1. Om zwaarwegende redenen kan het bestuur, op eigen initiatief dan wel op verzoek van een bevoegd gezag, afwijken van de bepalingen in dit Reglement.
2. Een verzoek van een bevoegd gezag als bedoeld in het eerste lid, dat is ingediend nadat het besluit waarop het beroep op de hardheidsclausule betrekking heeft onherroepelijk is geworden, wordt afgewezen.
Artikel 58
In gevallen waarin het Reglement niet voorziet, beslist het bestuur.
Artikel 59
Dit Reglement wordt aangehaald als: ‘Reglement Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het onderwijs’.
Artikel 60
1. Dit Reglement wordt bekendgemaakt middels publicatie in de Staatscourant.
2. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2018 en heeft betrekking op vervanging die heeft plaatsgevonden in het kalenderjaar 2018. Voor genoemde vervanging is dit reglement voor onbepaalde tijd van toepassing.