40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overeenkomst betreffende de overname van onregelmatig binnengekomen of verblijvende personen | BWBV0002059 | verdrag | geldend | 1994-07-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBV0002059 | Overeenkomst betreffende de overname van onregelmatig binnengekomen of verblijvende personen |
Overeenkomst betreffende de overname van onregelmatig binnengekomen of verblijvende personen
Artikel 1
1. Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van een andere Overeenkomstsluitende Partij, zonder formaliteiten, de persoon over die niet of niet meer voldoet aan de op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, voor zover kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat hij de nationaliteit van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij heeft.
2. De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij neemt deze persoon onder dezelfde voorwaarden terug, indien uit een later onderzoek blijkt, dat deze op het moment van het verlaten van het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij niet de nationaliteit van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij had.
Artikel 2
1. Op verzoek van een Overeenkomstsluitende Partij neemt een Overeenkomstsluitende Partij via wier buitengrens de persoon is binnengekomen die niet of niet meer voldoet aan de op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, zonder formaliteiten, deze persoon over.
2. In de zin van dit artikel wordt onder buitengrens verstaan de eerst overschreden grens welke niet is een binnengrens van de Overeenkomstsluitende Partijen als bedoeld in het Akkoord van Schengen van 14 juni 1985 betreffende de geleidelijke afschaffing van controles aan de gemeenschappelijke grenzen.
3. De verplichting tot overname als bedoeld in lid 1 geldt niet ten aanzien van een persoon die bij zijn binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij in het bezit van een geldig visum of een geldige verblijfstitel van deze Overeenkomstsluitende Partij was of na zijn binnenkomst in het bezit is gesteld van een door deze Overeenkomstsluitende Partij afgegeven visum of verblijfstitel.
4. Indien de persoon als bedoeld in lid 1 in het bezit is van een door een andere Overeenkomstsluitende Partij afgegeven geldige verblijfstitel of visum, neemt die Overeenkomstsluitende Partij op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij, zonder formaliteiten, deze persoon over.
5. Onder verblijfstitel als bedoeld in de leden 3 en 4 wordt verstaan een door een Overeenkomstsluitende Partij afgegeven vergunning, ongeacht van welke aard, welke recht geeft op verblijf op het grondgebied van die Partij. Onder deze omschrijving valt niet de tijdelijke toelating tot verblijf op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij met het oog op de behandeling van een asielverzoek of van een verzoek om een verblijfstitel.
Artikel 3
1. De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij beantwoordt binnen een termijn van ten hoogste acht dagen de tot haar gerichte verzoeken om overname.
2. De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij neemt de persoon wiens overname werd aanvaard, binnen een termijn van ten hoogste één maand over. Deze termijn kan op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij worden verlengd.
Artikel 4
De voor behandeling van verzoeken tot overname bevoegde centrale of plaatselijke autoriteiten worden door de voor de grenscontrole bevoegde ministers aangewezen en uiterlijk bij ondertekening van of toetreding tot deze Overeenkomst aan de andere Overeenkomstsluitende Partijen meegedeeld via de diplomatieke weg.
Artikel 5
1. De bepalingen van deze Overeenkomst doen geen afbreuk aan de toepassing van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, zoals gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967.
2. De bepalingen van deze Overeenkomst doen geen afbreuk aan de verplichtingen welke voortvloeien uit het Gemeenschapsrecht voor de Overeenkomstsluitende Partijen die Lid-Staten zijn van de Europese Gemeenschappen.
3. De bepalingen van deze Overeenkomst doen geen afbreuk aan de toepassing van het Akkoord van Schengen van 14 juni 1985 betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen en van de Overeenkomst van Schengen van 19 juni 1990 ter uitvoering van dit Akkoord, noch aan de toepassing van de Overeenkomst van Dublin van 15 juni 1990 betreffende de vaststelling van de Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat bij één van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen wordt ingediend.
Artikel 6
1. Deze Overeenkomst wordt ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging of goedkeuring, dan wel onder voorbehoud van bekrachtiging of goedkeuring, gevolgd door bekrachtiging of goedkeuring.
2. Deze Overeenkomst wordt voorlopig toegepast met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de datum van ondertekening.
3. Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum waarop twee Overeenkomstsluitende Partijen overeenkomstig het bepaalde in lid 1 hun instemming hebben tot uitdrukking gebracht door de Overeenkomst gebonden te zijn.
4. Voor iedere Overeenkomstsluitende Partij die op een later tijdstip haar instemming tot uitdrukking brengt door de Overeenkomst gebonden te zijn, treedt deze in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de ontvangst van de kennisgeving door de depositaris.
Artikel 7
1. De Overeenkomstsluitende Partijen kunnen krachtens gezamenlijk besluit andere Staten uitnodigen tot deze Overeenkomst toe te treden. Dit besluit wordt met eenparigheid van stemmen genomen.
2. Toetreding tot deze Overeenkomst kan plaats vinden zodra deze Overeenkomst voorlopig wordt toegepast. De toetreding wordt alsdan voorlopig toegepast.
3. Voor de toetredende Staat treedt deze Overeenkomst in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum van nederlegging van zijn verklaring van toetreding bij de depositaris en ten vroegste op de dag van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
Artikel 8
1. Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan de depositaris een voorstel tot wijziging van deze Overeenkomst doen toekomen.
2. De Overeenkomstsluitende Partijen stellen in onderlinge overeenstemming de in deze Overeenkomst aan te brengen wijzigingen vast.
3. De wijzigingen treden in werking op de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop de laatste Overeenkomstsluitende Partij haar instemming tot uitdrukking heeft gebracht gebonden te zijn aan de in de Overeenkomst aangebrachte wijzigingen.
Artikel 9
1. Iedere Overeenkomstsluitende Partij kan, na overleg met de overige Overeenkomstsluitende Partijen, deze Overeenkomst om ernstige redenen door middel van een aan de depositaris gerichte kennisgeving schorsen of opzeggen.
2. De schorsing of opzegging treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op de ontvangst van de kennisgeving door de depositaris.
Artikel 10
De Regering van het Groothertogdom Luxemburg is depositaris van deze Overeenkomst.