40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de samenwerking op defensiegebied | BWBV0001836 | verdrag | geldend | 2007-09-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBV0001836 | Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de samenwerking op defensiegebied |
Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de samenwerking op defensiegebied
Artikel 1
In deze Overeenkomst worden de grondbeginselen van de samenwerking bij defensievraagstukken en van verdere integratie van de strijdkrachten van beide Overeenkomstsluitende Partijen vastgelegd.
Artikel 2
1. De samenwerking bij defensievraagstukken zal betrekking hebben op gebieden van wederzijds belang en geschieden op basis van effectiviteit, efficiëntie en wederkerigheid.
2.
Deze kan onder andere de volgende gebieden omvatten:
-
- politieke consultaties tussen het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden en het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Bondsrepubliek Duitsland, militair-politieke en militaire consultaties tussen het Ministerie van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden en het Ministerie van Defensie van de Bondsrepubliek Duitsland,
-
- gebruik van opleidingsfaciliteiten en oefenterreinen,
-
- samenwerking in het kader van de staf van het 1 (Duits-Nederlandse) Legerkorps,
-
- oprichting van gemeenschappelijke bureaus,
-
- oefeningen,
-
- samenwerking in het kader van operaties,
-
- uitwisseling van personeel,
-
- opleiding,
-
- uitwisseling van informatie,
-
- vermindering van de administratieve druk,
-
- samenwerking op nieuwe gebieden met het oog op integratie en overleg met betrekking tot de besluitvorming en de grondbeginselen en methoden van bevelvoering en operaties.
3. Op uitnodiging van de Overeenkomstsluitende Partijen staat de samenwerking open voor de deelname door andere staten.
Artikel 3
De samenwerkingsgebieden worden nader geregeld in uitvoeringsregelingen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen of tussen het Ministerie van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden en het Ministerie van Defensie van de Bondsrepubliek Duitsland.
Artikel 4
1. Nationale wetten en voorschriften die buiten de bevoegdheid van het Ministerie van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden en het Ministerie van Defensie van de Bondsrepubliek Duitsland vallen, blijven onverlet.
2. Nationale voorschriften die onder de bevoegdheid van het Ministerie van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden en het Ministerie van Defensie van de Bondsrepubliek Duitsland vallen, blijven in de regel onverlet. Ter bevordering van de binationale samenwerking en efficiëntie komen de Overeenkomstsluitende Partijen overeen dat het Ministerie van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden en het Ministerie van Defensie van de Bondsrepubliek Duitsland aan bepaalde militaire autoriteiten de bevoegdheid kunnen verlenen van deze voorschriften af te wijken.
3. Afwijkingen die buiten de gebieden/het kader vallen als omschreven in het tweede lid kunnen door de aangewezen militaire autoriteiten via de in artikel 5 genoemde stuurgroep voor overleg en ter goedkeuring worden voorgelegd aan het Ministerie van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden en het Ministerie van Defensie van de Bondsrepubliek Duitsland.
Artikel 5
1. Alle werkzaamheden van de Ministeries van Defensie in het kader van deze Overeenkomst worden gecoördineerd door een stuurgroep (High Level Steering Group), die de Minister van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden en de Minister van Defensie van de Bondsrepubliek Duitsland bij alle vraagstukken daaromtrent adviseert.
2. De stuurgroep (High Level Steering Group) wordt gevormd door de beleidsdirecteur van het Ministerie van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden en het hoofd van de stafafdeling voor militair beleid (Stabsabteilungsleiter Militärpolitik) van het Ministerie van Defensie van de Bondsrepubliek Duitsland. De stuurgroep wordt zo nodig versterkt met deskundigen van de Ministeries van Defensie van beide Overeenkomstsluitende Partijen.
Artikel 6
1. De rechtspositie van het personeel van de Overeenkomstsluitende Partijen en van hun gezinsleden wordt bepaald door het beginsel van wederkerigheid.
2.
Met betrekking tot de rechtspositie van het personeel van een Overeenkomstsluitende Partij en hun gezinsleden die zich op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij bevinden, komt in het bijzonder de toepassing van een of eventueel meerdere van de volgenden verdragen in aanmerking:
-
- Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten (NAVO-Statusverdrag) van 19 juni 1951,
-
- Aanvullende Overeenkomst van 3 augustus 1959, zoals gewijzigd op 18 maart 1993, bij het Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten,
-
- Notawisseling van 25 september 1990, zoals gewijzigd op 12 september 1994, juncto het NAVO-Statusverdrag, de sub 2 genoemde Aanvullende Overeenkomst en de desbetreffende regelingen,
-
- Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag van 19 juni 1951 tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in het Koninkrijk der Nederlanden gestationeerde Duitse krijgsmachten van 6 oktober 1997,
-
- Protocol bij de Aanvullende Overeenkomst van 6 oktober 1997 bij het Verdrag van 19 juni 1951 tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in het Koninkrijk der Nederlanden gestationeerde Duitse krijgsmachten van 6 oktober 1997.
Artikel 7
1. Door beide staten gebruikte voorzieningen/faciliteiten of terreinen op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen kunnen door binationale wachtposten worden bewaakt, voor zover de wachtsoldaten van de zendstaat dezelfde bevoegdheden hebben als de wachtsoldaten van de ontvangende staat.
2. Binationale wachtposten staan tijdens de wachtdienst uitsluitend onder het gezag van de meerderen van de wachtposten van de ontvangende staat.
3. Voor binationale wachtposten buiten het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen worden bijzondere regelingen toegepast.
Artikel 8
1. De samenwerking in het kader van deze Overeenkomst geschiedt op basis van wederkerigheid en een evenwichtige verdeling van de lasten.
2. Gedetailleerde financiële regelingen dienen te worden vastgelegd in de desbetreffende uitvoeringsregeling voor het specifieke samenwerkingsgebied.
Artikel 9
De bepalingen van het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de wederzijdse beveiliging van gerubriceerde gegevens van 18 april 2001 zijn van toepassing.
Artikel 10
Alle geschillen die voortvloeien uit of verband houden met deze Overeenkomst worden uitsluitend door onderling overleg en onderlinge consultaties tussen de Overeenkomstsluitende Partijen op een zo laag mogelijk niveau beslecht.
Artikel 11
1. Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar hebben medegedeeld dat aan de nationale vereisten voor inwerkingtreding is voldaan. Bepalend is de datum van ontvangst van de laatste mededeling.
2. De Overeenkomst wordt met ingang van de datum van ondertekening voorlopig toegepast met inachtneming van het respectieve nationale recht van de Overeenkomstsluitende Partijen.
3. Wijzigingen van deze Overeenkomst geschieden in onderling overleg tussen de Overeenkomstsluitende Partijen. Op de inwerkingtreding ervan is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
4. Deze Overeenkomst kan door elke Overeenkomstsluitende Partij met inachtneming van een termijn van twaalf maanden door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere Overeenkomstsluitende Partij worden opgezegd. De Overeenkomstsluitende Partijen consulteren elkaar teneinde voor alle partijen acceptabele voorwaarden voor opzegging overeen te komen.
5. Met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden geldt deze Overeenkomst uitsluitend voor het grondgebied van het Koninkrijk in Europa.